Inleiding: De Kern van de Evangelieprediking
Een fundamentele vraag binnen de theologie betreft de verkondiging van het Evangelie. Dit vijfde artikel van hoofdstuk 2 van de Dordtse Leerregels behandelt deze vraag, waarbij duidelijk wordt dat het Evangelie, ondanks zijn diepe verborgenheden, geen geheime leer is voor ingewijden, maar juist wijd verspreid moet worden. De kracht en waardigheid van het offer van Christus, zoals beleden in eerdere artikelen, vormen de grondslag voor de universele verkondiging van het Evangelie aan alle volken en mensen.

De Remonstrantse Reactie en de Gereformeerde Visie
De remonstranten redeneerden dat, indien men gelooft in de eeuwige verkiezing en dat Christus niet voor alle mensen gestorven is, het onmogelijk is het Evangelie vrij en onbevangen aan iedereen te verkondigen. Volgens hen zou de prediking beperkt moeten blijven tot de mededeling dat het Evangelie alleen geldt voor de uitverkorenen. De Dordtse vaderen merkten op dat de remonstranten de gereformeerde visie niet begrepen of wilden begrijpen. De prediking van het Evangelie is niet gebaseerd op het idee dat Christus namens alle mensen gestorven is en dat iedereen gered zal worden, maar wel dat een ieder die in de Zoon gelooft, eeuwig leven heeft. Deze kerntekst uit Gods Woord verheldert de essentie van Evangelieprediking: het is geen afkondiging van een reeds volbrachte verzoening, maar een oproep: 'Laat u met God verzoenen!'
Universele Verkondiging zonder Onderscheid
De belofte van het Evangelie, dat een ieder die in Christus gelooft niet verloren zal gaan, wordt zonder onderscheid verkondigd. De predikers mogen geen onderscheid maken tussen hun toehoorders. Hoewel de prediking onderscheidend moet zijn om hoorders hun positie te laten kennen, is het Evangelie niet voorbehouden aan een selecte groep. Christus zelf gebood: 'Predikt het Evangelie alle creaturen', aan ouderen en jongeren, rijken en armen, geleerden en ongeleerden.
De Heere laat Zijn beloften prediken, zelfs aan hen die geen tekenen van verkiezing vertonen, aan zondaren zonder berouw en zondekennis, en zelfs aan de meest goddeloze en onboetvaardige mensen. Dit is niet bedoeld om hen gerust te stellen in hun zonde, maar om hen, zoals Johannes Teellinck het verwoordde, 'door de beloften bewogen zouden worden tot het verzaken van hun zonden en het aangrijpen van Gods sterkte'.

De Rol van Gods Welbehagen en de Roeping tot Bekering
Het is opvallend dat de Dordtse vaderen hier het woord 'welbehagen' laten vallen, stellende dat de Heere Zijn Evangelie 'naar Zijn welbehagen' zendt. Dit duidt op Gods bijzondere bemoeienis met degenen die Hem mogen kennen en Zijn Woord mogen horen. Waarom sommigen dit privilege ontvangen en anderen niet, is een zaak van Gods welbehagen. De prediking van het Evangelie is niet vrijblijvend; de belofte wordt verkondigd met een bevel tot bekering en geloof. De prediking is meer dan een beschrijving van Gods werk in zondaarsharten; het is een indringende, vermanende en nodigende boodschap.
Net zoals in de gelijkenis (Lukas 14) waar de Heer zegt: 'Dwing hen in te komen opdat Mijn huis vol worde!', bevat Gods Woord een krachtige eis. Mozes riep op: 'Kies dan het leven, opdat gij leeft' (Deut. 30:19). Elia spoorde aan niet langer op twee gedachten te hinken, en Johannes de Doper riep op tot bekering omdat het Koninkrijk Gods nabij was. De apostelen verklaren: 'Wij dan wetende de schrik des Heeren, bewegen de mensen tot het geloof. Zo zijn wij dan gezanten van Christuswege, alsof God door ons bade; wij bidden u van Christuswege: Laat u met God verzoenen!'
Ryle spreekt in dit verband van de 'Evangeliebankschroef', de klem waarin men komt te zitten wanneer God, ondanks onze verlorenheid en onwil, ons roept tot bekering en geloof. Het besef dat men Gods eis niet kan voldoen, kan het begin zijn van het geestelijk leven. Wanneer men deze eis wegredeneert, zal men de nood van het leven nooit verstaan. Gelukkig is het wanneer men geen kant meer uit kan onder Gods Woord dat men opeist, en beseft dat men, indien men verloren gaat, dat door eigen schuld zal zijn. Het is een wonder wanneer men voorwendsels laat varen, eigengerechtigheden wegwerpt en zich als veroordeelde tot die Ene wendt in Wie alleen behoud is. Zijn roepstem klinkt ook heden: 'Wendt u naar Mij toe, o alle gij einden der aarde, want Ik ben God en niemand meer' (Jes. 45:22).
ds. L. Heres - Lezing 3 - De Dordtse Leerregels Hoofdstuk 3/4 en verbondsautomatisme - 2e Editie
Historische Context van de Dordtse Leerregels
De Dordtse Leerregels, opgesteld door de Synode van Dordrecht in 1618-1619, vormen voor orthodox gereformeerde kerken en organisaties de formulering van de onopgeefbare kern van het geloof. Veel gereformeerde en reformatorische scholen eisen instemming met deze geschriften van hun personeelsleden. Voor veel christenen in Nederland hebben deze formulieren nog steeds grote betekenis. De ontwikkeling waarbij een deel van de Nederlandse Hervormde Kerk in 2004 niet meeging in de vorming van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), mede door de gehechtheid aan deze formulieren, illustreert hun blijvende invloed.
De Synode van Dordrecht was een landelijke vergadering van gereformeerde kerken, bijeengeroepen door de Staten-Generaal om uitspraak te doen over de opvattingen van de remonstranten. Deze werden unaniem veroordeeld door de contraremonstranten, wier leer volgens de overige deelnemers niet in overeenstemming was met de Bijbel. De Synode werd bijgewoond door vertegenwoordigers van buitenlandse gereformeerde kerken. De eerwaardige Synode, na voorgaand vasten en bidden, en met aanroeping van Gods Naam, heeft met grote lankmoedigheid gearbeid om de voornaamste voorstanders van de remonstrantse leer te bewegen hun gevoelens te verklaren. Toen zij het oordeel van de Synode verwierpen en weigerden te antwoorden, en zelfs bevelen van de Staten-Generaal hen niet konden bewegen, ging de Synode over tot het onderzoek van de vijf leerstukken uit de beschikbare geschriften.
De Leer van de Dordtse Leerregels
De Leerregels stellen dat 'alle mensen in zonde ontvangen, en als kinderen des toorns geboren, onbekwaam tot enig zaligmakend goed, geneigd tot kwaad, dood in zonden en slaven der zonde'. De wet der tien geboden, door Mozes aan de Joden gegeven, functioneert op dezelfde manier als het licht der natuur. God heeft deze verborgenheid in het Oude Testament aan weinigen geopenbaard, maar in het Nieuwe Testament, met het wegvallen van het onderscheid der volken, aan meer mensen.
Zovelen als er door het Evangelie geroepen worden, worden 'ernstiglijk geroepen'. God toont ernstiglijk en waarachtiglijk in Zijn Woord wat Hem aangenaam is: dat de geroepenen tot Hem komen. Wanneer God Zijn welbehagen in de uitverkorenen uitvoert en ware bekering in hen werkt, predikt Hij niet alleen het Evangelie uiterlijk, maar verlicht ook krachtiglijk hun verstand door de Heilige Geest. Hij opent het hart, vermurwt wat hard is en besnijdt wat onbesneden is. Dit is de wedergeboorte, een bovennatuurlijke, krachtige, zoete, wonderlijke, verborgen en onuitsprekelijke werking, gelijk aan schepping of opwekking der doden.
In degenen in wier harten God op deze wonderlijke wijze werkt, worden 'zekerlijk, onfeilbaar en krachtiglijk wedergeboren en daadwerkelijk geloven'. De vernieuwde wil wordt niet alleen van God gedreven, maar werkt ook zelf. Deze genade is God niemand schuldig. Degenen die haar ontvangen, zijn God alleen dankbaarheid verschuldigd. Degenen die haar niet ontvangen, achten geestelijke zaken niet en behagen zich in het eigene, of roemen ijdelijk dat zij hebben wat zij niet hebben.
Zoals de val de mens niet ophield een mens te zijn, maar de natuur verdierf, zo vernietigt de genade der wedergeboorte de wil niet, maar maakt hem levend, geneest en verbetert hem. Waar voorheen de wederspannigheid van het vlees de overhand had, krijgt nu de gewillige gehoorzaamheid des Geestes de overhand. Hierin ligt de ware wederoprichting en vrijheid van onze wil.
Daarom onderwijzen de apostelen en hun volgelingen de mensen over deze genade, Gods eer zoekende en menselijke hoogmoed onderdrukkende, terwijl zij tegelijkertijd door vermaningen des Evangelies hen onderhouden in de oefening van het Woord, de sacramenten en de kerkelijke tucht. Het is niet de bedoeling dat degenen die leren of geleerd worden, God zouden verzoeken door het scheiden van wat God heeft gewild dat samengevoegd zou blijven. Want door de vermaningen wordt de genade medegedeeld, en hoe vaardiger het ambt wordt uitgeoefend, des te heerlijker de weldaad Gods zich vertoont en Zijn werk voortgang heeft. Welken God alleen toekomt, zo vanwege de middelen, als vanwege de zaligmakende vrucht en kracht daarvan, alle heerlijkheid in der eeuwigheid.
tags: #kerkblad #hersteld #hervormde #kerk #dordtse #leerregels