De Doopsgezinde Gemeente van Grouw: Geschiedenis en Archief

Een archieftoegang biedt uitgebreide informatie over een specifiek archief en bestaat doorgaans uit de kenmerken van het archief, een inleiding, een inventaris of plaatsingslijst, en eventueel bijlagen. De kenmerken omvatten onder andere de omvang, vindplaats, beschikbaarheid en openbaarheid van het archief. De inleiding verschaft interessante details over de geschiedenis van het archief, de achtergronden van de archiefvormer en kan gebruiksinstructies bevatten. De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch geordend overzicht van beschreven archiefstukken, waarbij de beschrijvingen formeel en globaal zijn. Het lezen en begrijpen van een inventaris vereist oefening en ervaring. Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd; rubrieken op een hoger niveau omvatten ook onderliggende niveaus.

Schema van de onderdelen van een archieftoegang

Leenaert Bouwens en zijn Dooplijsten

De Doopsgezinde oudste Leenaert Bouwens, gewijd door Menno Simons in 1551 en overleden in 1582, ondernam tijdens zijn diensttijd uitgebreide reizen om het evangelie te verkondigen en de sacramenten van doop en avondmaal te bedienen. Van zijn doopbedieningen legde hij een lijst aan, waarin hij plaats en aantal dopelingen noteerde. Deze lijst is in de loop der tijd herhaaldelijk gekopieerd.

Blaupot ten Cate verkreeg destijds een afschrift van een kopie uit 1629, die toebehoorde aan Jacob Arents te Appingedam. Dit afschrift vormde de basis voor zijn berekeningen over de verspreiding van de Doopsgezinden in Nederland gedurende de 16e eeuw. Dit door J.D. Hesselink vervaardigde afschrift is door de auteur nauwkeurig vergeleken met een kopie uit 1714, gemaakt op het eiland Ameland.

De Amelandse kopie wordt als veel nauwkeuriger en uitvoeriger beschouwd, waardoor deze de voorkeur verdient. Het afschrift-Hesselink geeft bijvoorbeeld herhaaldelijk verkortingen weer. Waar de Amelandse kopie de aantallen per plaats als 'Bolsward 4, Bolsward 8' weergeeft, noteert het afschrift 'Bolsward 12'. Tevens zijn er af en toe namen weggelaten in het afschrift-Hesselink.

De Amelandse kopie bevat bovendien voortdurend optellingen onderaan de bladzijden en een plaatsregister met het totale aantal dopelingen per plaats. Deze twee methoden van tellen komen exact overeen. Daarom wordt hier de Amelandse kopie afgedrukt.

Beide lijsten zijn onderverdeeld in de perioden: 1551, 1557, 1563, 1568. Aangezien in het eerste deel Wismar voorkomt, waar Leenaert in 1554 verbleef, is er sprake van een opgave over vijf tijdvakken. De cijfers tot aan 1568 zijn het belangrijkst, omdat deze betrekking hebben op dopelingen die tijdens de vervolgingen zijn gewonnen. Aangenomen kan worden dat de cijfers voor plaatsen uit Friesland, Groningen en Oost-Friesland hierbij weinig onderdoen voor het totale aantal dopelingen in die gewesten. Terwijl in Holland en België voornamelijk andere oudsten actief waren, lijken deze drie provincies vrijwel uitsluitend door Leenaert te zijn bewerkt.

De cijfers na 1568 zijn minder belangrijk. Ze omvatten een periode van 14 jaar waarin de broederschap zich sterk heeft uitgebreid en hebben uitsluitend betrekking op de gemeenten die zich bij de Friese fractie hadden aangesloten. In de gemeenten die tot de Vlaamse partij behoorden, waar Leenaert geen toegang meer had, bediende hij uiteraard niet meer de doop.

Het hieronder afgedrukte document is van uitzonderlijk belang, omdat er van geen enkele andere prediker uit de Reformatieperiode een soortgelijke aantekening over de resultaten van zijn werkzaamheden in Nederland bekend is geworden. Doopsgezinden geven relatief weinig licht op hun doopers. Hoewel uit bekentenissen blijkt dat verschillende andere predikers hebben gedoopt, betreft dit slechts een klein aantal personen, voornamelijk in Holland en België.

Aan de hand van zijn reeks namen en cijfers kan van een groot aantal Doopsgezinde gemeenten de aanvangsgeschiedenis worden opgemaakt door de bezoeken aan bepaalde plaatsen te combineren. Er kan worden aangenomen dat op plaatsen waar Leenaert herhaaldelijk kwam, een gelijkgezinde kring of gemeente bestond. Een opmerkelijke observatie is dat de plaatsen in Friesland en Groningen vrijwel allen in een specifiek gebied te vinden zijn: aan de zeekant.

Kaart van Friesland en Groningen met de locaties van de doopbedieningen van Leenaert Bouwens

Leenaert Bouwens: Leven en Werk

Leenaert Bouwens werd geboren in 1515 te Sommelsdijk. Voordat hij zich aansloot bij de Doopsgezinde beweging, was hij 'rethorijcker'. Hij werd beschuldigd van deelname aan de Munsterse troebelen; indien dit waar is, heeft hij in zijn jeugd hiervoor een goede verontschuldiging. Er waren echter meerdere personen met de naam Leenaert, wat kan leiden tot naamsverwarring.

Reeds vóór zijn wijding speelde hij een rol, want hij nam deel aan het Lubeckse convent in 1546. Vermoedelijk in mei 1551 werd hij gewijd en aangesteld als 'bisschop' te Emden, hoewel hij woonde in het nabijgelegen 't Falder.

De data 1557, 1563 en 1568 wijzen op onderbrekingen in zijn dienstwerk. De eerste onderbreking valt samen met de twisten over de ban (1555-1557), met een oponthoud in 1556. Het tweede tijdstip, 1563, markeert de hervatting van zijn dienst. Vermoedelijk was hij reeds in 1561 gestopt met dopen, omdat hij rond dat jaar door sommigen binnen de gemeente werd aangeklaagd, hoewel hij niet werd geschorst.

De Amelandse kopie werd in 1855 ontdekt door Dr. K.S. Gorter. Een gemeentelid had het boekje, dat 72 bladzijden telt (14,5 x 9,5 cm), met andere boeken op een boelgoed gekocht. Bladzijde 1 bevat de vermelding: 'Wouter Jacobs hoort dit boeck toe geschreven den 19 Augustus.' Met potlood is de datum '1714' toegevoegd. Bladzijde 3 bevat enkele versjes met dezelfde naam en datum. Vanaf bladzijde 5 volgt een geestelijk lied, gemaakt door Cornelis Hiddes aan Foppe Ones. Bladzijde 14 bevat de titel van de kopie, bladzijde 15-58 de dooplijst, bladzijde 59 de optelling van de bladzijden, bladzijde 60-65 het plaatsregister met optelling, en bladzijde 67-72 een kopie van de oudstenlijst van 1535 tot 1702. Uit deze opgave van oudsten, met vermelding van wie zich bij een scheuring afscheidden, blijkt dat de kopie afkomstig is uit de zeer strenge Friese fractie.

Zoals uit de aantekeningen blijkt, biedt het afschrift-Hesselink soms een betere lezing van een plaatsnaam, maar vaak ook een minder goede. Voor Kimswerd geeft het afschrift bijvoorbeeld stelselmatig 'bemsaet'. Bovendien eindigt dit afschrift met de mededeling: 'In alles volgens mijn optelling van Leenaert Bouwens gedoopt somma 10982', terwijl Hesselink er slechts 10206 telde en schreef: 'Er schijnt dus in het boekje, waaruit ik dit afgeschreven heb een abuis te bestaan, gelijk ook folij 20 § 23 bij optelling niet conform zijn met het facit, 't geen er onder staat'. Toch is het niet uitgesloten dat de Amelandse kopie in de vierde periode de cijfers steeds met één plaatsnaam te hoog heeft staan, en dat de gecombineerde cijfers in het afschrift-Hesselink gebaseerd zijn op een kopie die voor deze periode nauwkeuriger was.

De Amelandse kopie vermeldt op bladzijde 59 de telling van haar bladzijden: 'somma van persoonen 10251 die Leenert Bouwes heeft bedient'. Volgens de telling van de auteur zijn het er 10252. Hesselink telde in zijn afschrift 10206. De kopie die hij heeft overgenomen, spreekt echter van 10982. Dit verschil is zo groot dat er nauwelijks sprake kan zijn van een simpele vertellingsfout.

Menno Simons stierf in 1561. Bouwens voegde tot aan de dood van Menno ongeveer 2244 personen toe aan de gemeente door de doop. Als we het totaalcijfer verminderen met 126 voor Gent, wordt het totaal 10125. Hiervan werden in de tijd van de vervolgingen 6614 gedoopt. Er is in Nederland geen enkele Calvinistische, Lutherse of Doopsgezinde prediker geweest die zo'n rijke vrucht mocht plukken van zijn arbeid.

Het afschrift-Hesselink en de Amelandse kopie bevinden zich beide in het archief van de Doopsgezinde gemeente te Amsterdam (Inventaris Archief, deel II, 2e stuk, no. 9 en no. 9a).

De Doopsgezinde Gemeente in Grouw

Ergens in de tweede helft van de zestiende eeuw stichtten de Doopsgezinden in Grou hun eerste gemeente. Na jaren van hevige vervolgingen, die duurden van 1530 tot 1597, werd het leefklimaat rustiger en de tolerantie ten opzichte van de wederdopers nam toe. Men kwam waarschijnlijk bij elkaar thuis, in een schuur of een pakhuis.

De oorspronkelijke naamgeving van Doopsgezinde stromingen had te maken met hun ontstaansgeschiedenis. Zo sprak men van Friese Doopsgezinden, oude en jonge Friezen, Vlamingen (ook oud en jong), Hoogduitsers, Waterlanders en Dantzigers, allen genoemd naar de oorsprong van hun bestaan. De Vlamingen waren behoudend en scheidden zich af van de Waterlanders. Zij kerkten in een schuur in de steeg achter Hoofdstraat 2, de huidige bloemenwinkel, die het 'Kleine Huys' werd genoemd. De meer vrijzinnige groep, de Waterlanders, bleef in het 'Groote Huys'. Tot deze groep behoorde de Grouster burgerij, ambachtslieden, boterhandelaren en de Halbertsma's, mensen die als voorlopers van de Verlichting kunnen worden beschouwd. De rechtzinnige groep bestond uit de 'kleine luyden' en vooral de boeren rondom Grouw.

In 1829 kwam het tot een hereniging. Verschillen in opvattingen waren aanzienlijk vervaagd en door de hoge heffingen tijdens de Franse bezetting was men er financieel zwaar aan toe. De boeren van de Vlaamse gemeente waren in 1825 bovendien getroffen door een grote overstroming.

Op de plaats van het Groote Huys werd gezamenlijk een nieuwe kerk gebouwd. Echter, men bleef gescheiden zitten: aan de noordzijde de welgestelde burgerij (de Waterlanders) en aan de zuidzijde de Vlamingen (de boeren), dichter bij hun Kleine Huys.

De kerk werd gebouwd in 1659 als schuilkerk achter een woonhuis aan de Hoofdstraat 44 en kreeg de naam Het Grote Huis. Het was het onderkomen van de Waterlandse doopsgezinden. In 1696 ontstond in Grouw een gemeente van Vlaamse doopsgezinden, die een vermaning bouwden aan de huidige Vermaningsstraat, bekend als het Kleine Huis. Beide groepen verenigden zich in 1829. Het Kleine Huis werd afgestoten en bestaat nog steeds, zij het onherkenbaar als kerk, en dient nu als opslagruimte voor de plaatselijke groenteboer. Het Grote Huis werd afgebroken en op dezelfde plaats verrees in 1829 een nieuwe vermaning.

Tot aan 1872 deed een voorzanger dienst in de kerk. In dat jaar werd een orgel aangekocht, gebouwd door de gebroeders Adema te Leeuwarden. Het had elf stemmen, één manuaal en een aangehangen pedaal. In 1920 werd het instrument door Bakker en Timminga gerestaureerd en uitgebreid tot een tweeklaviers orgel met 12 stemmen. In 1991 vond de laatste grote restauratie plaats door Hendriksen en Reitsma uit Nunspeet.

Bij de hereniging van de Vlamingen en Waterlanders in 1829 werd de huidige kerk gebouwd op de plaats waar van 1659 tot 1826 het Vermaanhuis (het Groote Huys) van de Waterlanders stond. Het orgel uit het oude Vermaanhuis (gebroeders Adema, Leeuwarden) werd in 1872 aangekocht en in 1920 gerestaureerd en uitgebreid met een tweede klavier (Bakker en Timmenga, Leeuwarden). Bijzonder is het deurtje links van de preekstoel; hier kwamen schippers binnen die hun schip hadden aangemeerd in de Oude Haven. In 1926 verloor deze deur zijn functie omdat de Oude Haven werd gedempt.

In 1995 wordt de kerk nog elke zondag gebruikt en is het een Rijksmonument. In 2005 vormden een zevental Doopsgezinde gemeenten de Doopsgezinde Gemeente Mid-Friesland. Vanwege het zware onderhoud van zeven gebouwen voor 150 leden, is besloten de Vermaningen van Terhorne, Poppingawier en Irnsum te sluiten en af te stoten. De Vermaningen van Akkrum, Warga, Grouw en Oldeboorn zijn ondergebracht in een stichting om definitieve afstoting te voorkomen en tijdelijke bestemmingen mogelijk te maken.

Vanaf 21 oktober 2007 komt de Doopsgezinde gemeente Midden-Friesland samen in de Vermaning van Grouw.

De Vermaning van Grouw, een Rijksmonument

Menno Simons en de Vroege Doopsgezinden

Menno Simons werd omstreeks 1496 geboren in Witmarsum en overleed op 31 januari 1561 in Bad Oldesloe. Hij werd katholiek gedoopt en tot priester gewijd in Utrecht. In 1524 werd hij kapelaan in Pingjum. In 1535 liet hij zich echter opnieuw dopen, wat de oorsprong vormt van de naam 'Wederdopers' voor zijn volgelingen. Hij verwierp de kinderdoop, wat mede leidde tot een breuk met de Rooms-Katholieke Kerk.

In Grouw ontstond tussen 1550 en 1580 een Doopsgezinde kerkgenootschap dat de leer van Menno Simons aanhing. De diensten werden aanvankelijk bij burgers en boeren thuis gehouden, totdat in 1659 een kerk werd gesticht aan wat nu de Hoofdstraat is, op de plaats van de huidige Vermaning. Dit leidde in 1696 tot een scheiding. Na de afbraak van de oude, bouwvallige kerk aan de Hoofdstraat werd op dezelfde plaats een nieuwe kerk gesticht.

De "Lammerenkrijg" was een conflict dat ontstond in Amsterdam tussen Galenus Abrahams de Haan en Samuel Apostool, beide leraren in de Amsterdamse Singelkerk (ook wel de kerk bij het Lam genoemd). Apostool vertrok met zijn volgelingen en ging kerken in de kerk genaamd 'De Zon'.

tags: #naamlijst #doopsgezind #grouw