Dat een klassieke Latijnse Mis een hit is, verbaast Herman Finkers zelf nog het meest. Hij blijft een warm pleitbezorger van oude liturgie, zonder kerkpolitieke bijbedoelingen. “Ik denk dat de Kerk op een enorme schat aan schoonheid zit, waar we soms onvoldoende mee doen.”
Een onverwachte reis van compositie
Hoe vaak maak je dat nou mee, dat een nieuw gecomponeerde klassieke Mis live op televisie in première gaat? Ongetwijfeld had de naam van de componist - gevierd cabaretier Herman Finkers - er iets mee te maken. Een garantie voor succes is dat echter niet; bij die live première bij Podium Klassiek in september ging het dan ook mis.
“Het is een Mis, maar het ging ook mis”, vertelt Finkers. Inmiddels kan hij ermee lachen, maar op het moment zelf kon hij door de grond gaan. “Kort voor de uitzending was er nog geoefend en dat ging hartstikke goed. Men zou een mooi kort stukje van het Credo doen. Maar toen het koor moest inzetten, zong de helft wel, maar de andere helft niet. Je ziet mij ook kijken: wat gebeurt hier in hemelsnaam? Wat blijkt, de floor manager van het programma had tegenstrijdige instructies gegeven. Iedereen zat op elkaar te wachten.”
Ondanks de moeizame première is de ontvangst zeer positief. De Mis was zelfs de hoogste nieuwe binnenkomer in de Klassiek Top 400 dit jaar. Verbaast je dat?
“Zeker. Ik vond het wel spannend om dit te doen met echte professionele musici. En nog wel Cappella Amsterdam, Holland Baroque en Daniel Reuss. Hallo zeg! Ik dacht, die zien me aankomen: ‘Daar heb je weer zo’n komiek die denkt dat hij klassieke muziek kan schrijven.’ Maar niets van dat, iedereen reageerde juist heel positief. En als ik het nu hoor denk ik: het ligt makkelijk in het gehoor, het is geen ontoegankelijke muziek, ja, het is mooi. Ilse de Lange zei eens tegen me: ‘Herman, je moet een keer ophouden met die bescheidenheid, dat is zo Almeloos.’ Ik mag er rustig trots op zijn, en dat ben ik ook. De musici hebben het ook bijzonder serieus aangepakt en schitterend uitgevoerd, ik ben ze daar oneindig dankbaar voor. Ik zei al tegen hen: ja, als je zo gaat zingen wordt alles mooi.”

De oorsprong van de Missa Sancti Georgii
De oorsprong van deze Mis gaat veel verder terug, een eerste versie ervan werd uitgevoerd op je bruiloft in 1990. Waarom duurde het zo lang?
“Dat klopt, dat is 33 jaar geleden - de leeftijd van Christus. En nu is het volbracht. Of misschien moet ik zeggen: de Mis is herrezen. Ik ben al in 1982 begonnen met schrijven. Nog zonder een doel, ik pingelde wel eens wat muziekjes op delen uit de Mis, het Gloria, het Sanctus… Toen mijn vrouw en ik besloten te trouwen, dacht ik: dan is het wel mooi om dat met mijn eigen Mis te doen. Dat was in de Sint-Georgiusbasiliek in Almelo, vandaar ook de naam Missa Sancti Georgii.”
Normaal gesproken had ik dat nooit gedurfd. Ik ben een amateurcomponist. Natuurlijk, ik schreef ook liedjes voor mijn optredens, maar een cabaretliedje is toch even iets anders dan een meerstemmige Mis. Omdat het voor familie en bekenden was, durfde ik het te doen. Daarna heb ik er nog vele jaren aan geschaafd. Ook heb ik de partituur voorgelegd aan mensen die wel onderlegd waren op het gebied van harmonieleer - een conservatoriumleraar, een beroepsmusicus. Ik kreeg het vol met rode strepen terug, waar ik geweldig veel van geleerd heb.”
De titel van Finkers' mis komt niet alleen van deze kerk, maar ook van het allereerste geschreven werk waar hij succes mee had: Sint Joris en zijn verkering, een gedicht van 3,5 meter. Omdat Finkers steeds moest optreden als het Twentse koor Exicon de Missa Sancti Georgii oefende voor zijn bruiloft, hoorde hij het stuk pas voor het eerst op zijn trouwdag.
Quote: "Ik hoorde de mis voor het eerst in de kerk, staand voor het altaar, naast mijn vrouw Hetty. Het gaf me een blij gevoel."
Na de bruiloft componeerde Finkers verder aan de mis. Hij schreef er nog een deel bij en bewerkte het met derden voor een groter ensemble. Toch bleef hij de behoefte voelen om er meer mee te doen. Zo kwam het dat Finkers een versie van zijn Jorismis componeerde voor koor, strijkkwintet, hobo, harp en klavecimbel. Cappella Amsterdam en Holland Baroque namen het op onder leiding van Daniel Reuss. Het album kwam in juni 2023 uit. Het werk waar Finkers sinds zijn dertigste mee bezig was, was nu echt af. "Dit is de punt", zegt hij in het tijdschrift Luister. "Het is mijn kindje, dat ik heb opgevoed."
De kracht van Latijn en de schoonheid van liturgie
Zeker in de jaren tachtig toen je ermee begon, was een klassieke Latijnse Mis bepaald niet gebruikelijk. Waarom koos je daarvoor?
“Ja, dat is iets persoonlijks, je hebt mensen bij wie de haren te berge rijzen bij het horen van Latijn. Voor mij is dat anders. Een Nederlandse Mis - of een Duitse of een Franse, iedere Mis in de volkstaal - gaat een beetje langs mij heen.
Maar ik heb het indertijd meer geschreven uit muzikaal oogpunt, meer dan het talige. Hoewel ik wel erg van de tekst ben uitgegaan. In het Credo bijvoorbeeld, bij de zin ‘Crucifixus etiam pro nobis’, hoor je in het ritme het hameren op de spijkers in het vlees.”
Maar komt dat niet nog directer binnen wanneer mensen de zin ook in het Nederlands horen?
“Het wordt dan zo letterlijk. Er moet iets tussen, om niet misleid te worden door de letterlijke boodschap. Anders is het alsof je van zo dichtbij naar een schilderij kijkt, dat je alleen nog de verf ziet in plaats van wat het voorstelt. Het gaat om gepaste afstand. Mozes bedekte ook z’n gezicht toen hij God zag. Het is vanuit dat besef van het hogere, dat een jood een keppeltje draagt, een moslim zijn schoenen uitdoet in de moskee, en wij katholieken een kruisje slaan wanneer we een kerk binnenlopen.”

Vaticanum II en de vernieuwing van de liturgie
Zie je het als een verkeerde keuze dat de Kerk na het Tweede Vaticaans Concilie steeds vaker voor de volkstaal koos?
“Nee, ik wil het helemaal niet meteen een kerkpolitieke kwestie maken. Ik ben niet tegen Vaticanum II, de vernieuwingen waren hard nodig. In de liturgie van de decennia ervoor ontbrak vaak de bezieling. Ik ben vroeger misdienaar geweest. Ik ben van 1954, dus ik heb die oude tridentijnse Missen ook gediend. Daar ben ik ook dankbaar voor, als misdienaar was dat prachtig. Dan diende je ’s ochtends vroeg met de kapelaan de Mis bij het Jozefaltaar, terwijl een andere kapelaan gelijktijdig een Mis bij het Maria-altaar opvoerde en de pastoor weer bij het hoofdaltaar, met twee oude vrouwtjes in de kerk. Maar als ik geen dienst had en in de kerk zat, was er niet zoveel aan. Alleen bij de belletjes schrok je even wakker. Men noemde het ook de Mis ‘bijwonen’ in plaats van vieren. Dat is echt wel beter geworden.
Mensen denken trouwens dat het Tweede Vaticaans Concilie schadelijk is geweest voor het gregoriaans, maar het tegenovergestelde is het geval. Want het concilie heeft gezegd: Latijn is de taal van de Kerk, en gregoriaans is de muziek. Al het andere mag er voor de aardigheid ook best bij, maar Latijn staat centraal. Het concilie heeft toen opdracht gegeven aan kloosters en muziekwetenschappers om de oude handschriften te ontsluiten, en sindsdien weten we weer veel beter hoe het gregoriaans in de hoogtijdagen heeft geklonken. De kennis van het gregoriaans heeft sindsdien grote sprongen gemaakt.”
Toch staat het bij niet veel koren meer op het repertoire. Laat de Kerk een schat liggen?
“Met name de clerus leek toe aan iets nieuws. Dat vonden we indertijd allemaal spannend. Ik herinner me nog de eerste keer dat de Mis in het Nederlands was in Almelo. Dat wilden mijn ouders natuurlijk ook weleens meemaken. De kerk zat zo vol dat de mensen moesten staan.
Ik heb in die tijd drie nieuwe kerken gebouwd zien worden in Almelo. Die zijn inmiddels alle drie alweer gesloopt. Het waren ook heel moderne gebouwen, een soort garage of gemeentehuis. Je kon er ook niet knielen. Uiteindelijk houdt dat niet lang stand. De Kerk moet het van mystiek hebben, van schoonheid. Ja, ik denk dat we op een enorme schat aan schoonheid zitten, waar we soms onvoldoende mee doen.”
De Missa in Mysterium: Een experiment in schoonheid
Terwijl die schoonheid ook buiten kerkelijke kring volop gewaardeerd wordt. Een tijdje terug liet je zelfs gregoriaans horen bij de toch bepaald niet godsdienstige Arjan Lubach op televisie…
“Zeker. Het mooie is dat je niet tot een bepaalde visie wordt gedwongen, dat je er gewoon naar kunt luisteren. Ik merkte dat ook bij de gregoriaanse Missa in Mysterium die ik met Wishful Singing heb gedaan, en nu ook weer bij de klassieke Jorismis. Daar komen mensen op af die zo atheïstisch zijn als een deur. Maar die genieten van de muziek. En van de stilte, die zeker bij gregoriaans zo belangrijk is: daar zing je van stilte naar stilte. Mensen voelen dat aan, begrijpen dat, zelfs als ze van die hele religieuze traditie niets meegekregen hebben. Je hoeft er niet eens tekst en uitleg bij te geven.”
De Missa in Mysterium is een volledig gezongen mis, geheel in het Latijn, met gregoriaanse muziek. Het concept, bedacht door Herman Finkers, richt zich op het 'pulchrum' - het schone - in de liturgie. De uitvoering benadert de mis als een opera, waarbij alle aanwezigen, inclusief de priester en de schola, actief deelnemen aan het ritueel. De nadruk ligt op de esthetische en muzikale uitvoering, met als doel de verbinding tussen kerk en kunst te herstellen.

Dogma's en maatschappijvisie
Je bevindt je wel in een merkwaardige positie: enerzijds heel traditioneel in je liturgische smaak, anderzijds modern in je afwijzen van het dogmatisme.
“Ho ho, ik vind dogma’s juist heel belangrijk. Dogma’s zijn prachtig. Neem nou het dogma van Maria als Moeder van God. Voor mij is dat zelfs de kern van het katholieke geloof, de navel die alles bij elkaar houdt. Zij is niet zomaar zoals in de protestants-christelijke kerken een toevallige draagmoeder die even nodig was - nee, zij schiep haar Schepper. Schitterend toch?
Dogma’s zijn geloofswaarheden. Maar al die kerkelijke standpunten over homoseksualiteit, abortus, euthanasie - dat zijn geen dogma’s. Kijk, ik snap heel goed dat je vindt dat euthanasie zo veel mogelijk beperkt moet worden, zoals ik het ook begrijp als je vindt dat het juist breder toegankelijk moet zijn. Wat ik niet begrijp, is waarom je opvatting over zo’n onderwerp iets met je geloof heeft uit te staan. Beide opvattingen kunnen uit de christelijke liefde afgeleid worden.
Nogmaals: de Kerk is geen politieke partij, met een door het Centraal Planbureau doorberekend programma. Dat zou wat worden. Je moet het geloof vergelijken met een muziekstuk, of met een gedicht. Iedereen hoort er wat anders in. En dat moet ook zo. En toch is er iets dat alles bij elkaar houdt, iets dat de verscheidenheid aan opvattingen in de kerkgemeenschap overstijgt.”
Impressie Close Focus
tags: #kerkdienst #herman #finkers