De Rol van Psalmen in de Kerstliturgie
Psalmen vormen een kunstzinnige interpretatie van schriftteksten, zorgvuldig gekozen voor de liturgie, die het gelovige hart boetseren. Tijdens de drie kerstvieringen - de nachtmis, de dageraadsmis en de dagmis - worden de psalmen 96, 97 en 98 voorgesteld. Deze psalmen behoren tot een reeks feestliederen die het koningschap van God verheerlijken, een thema dat centraal staat in psalmen 96 tot en met 100.
Hoewel het hier om feest gaat, is het belangrijk te beseffen dat deze vreugde niet zonder slag of stoot is verkregen. De weg ernaartoe werd gekenmerkt door een zware crisis, waarvan psalm 89 het dieptepunt markeert. In deze psalm is de gezalfde, de koning, verworpen en vergeten vanwege ontrouw aan de Tora, en valt het godsvolk ten prooi aan de vijanden, zoals beschreven op de vierde Adventszondag.
De psalmen 96 en 98 beginnen met de uitnodiging om de Heer een nieuw lied te zingen. Dit is precies waar de liturgie ons met Kerstmis toe oproept. Het is een paradoxale opdracht, aangezien we zingen met eeuwenoude woorden. Juist dit aspect is echter bevrijdend. Enerzijds hoeven we niet constant op zoek naar de juiste woorden om God te loven en te danken, zeker niet in onze tijd met een inflatie aan woorden. Anderzijds voelen we ons vrij om te improviseren; niemand kan ons verplichten tot een verbeten letterlijkheid als het over God gaat.

De Vreugde van Gods Belofte
De pure vreugde die uit deze psalmen klinkt, is niet te danken aan het verdwijnen van alle problemen. De enige reden is dat de Heer zijn belofte gestand doet. In elke psalm beheerst Hij bijna spelenderwijs de heftigste oerkrachten van de natuur. En juist deze almachtige trekt zich het lot van mensen aan. Wat boven alles betrouwbaar is, en sterker dan alle afgoden, zijn Gods gerechtigheid en goedheid (98:2-3).
Met deze liederen staan we in een eeuwenlange traditie van mensen die lijden aan een wereld geregeerd door afgoden (97:7), een wereld die zich ook binnenin onszelf bevindt. Desondanks blijven zij zingen dat de Heer komt (96:13), nabij is (97:5) en zijn heil openbaart (98:2).
Zijn ‘heil’: dit Hebreeuwse woord klinkt hetzelfde als de naam ‘Jezus’! Christenen geloven dat God in Jezus bij ons is. Hij komt om ware vreugde te brengen door bekering tot elkaar (97:11) en om ‘de volken te leiden naar ongekromd recht’ (98:9).
Wereldwijd Koninkrijk van God
Het valt in de drie psalmen op hoe Gods koningschap wordt uitgeroepen voor alle volkeren, wereldwijd. Hier bidden geen mensen die zich opsluiten met hun zekerheden onder gelijkgezinden. Het feest van de komst van God als koning die recht en vrede brengt, opent onze blik naar alle mensen. Dit horen we later in de Kersttijd in het lied van de oude Simeon (Lc 2:30-31). Zo bidden we het elke keer met Jezus’ eigen woorden in het Onzevader: ‘uw Rijk kome’.
Dit geldt zeker voor de mensen die niet meetellen, nergens. Maar ook voor de mensen die, tot onze ergernis, blindelings opgaan in het eindejaarsvertier. Het Kerstfeest, mogelijk in dit vreemde jaar, biedt de kans om even tijd te maken om, in de buurt van de kerststal, te mediteren met de psalmen 96-98. Tussen elke psalm kan een kerstlied worden beluisterd, of een van de prachtige composities die werden beschreven in de bijdrage van I. Thevelein in de CCV-nieuwsbrief van 17 december. Wie echt tijd heeft, kan eerst nog eens de vier psalmen van de Advent bekijken.
Book of Psalms Summary and Meaning
De Psalmen als Getuigen van Christus
De vraag van de Wijzen uit het Oosten: 'Waar is de geboren Koning der Joden?', brengt heel Jeruzalem in rep en roer. Blijkbaar weet men hier nog niet dat de Christus geboren is. De overpriesters en schriftgeleerden verwijzen, zonder aarzeling, naar het profetisch woord van Micha: de Messias, de Leidsman die het volk van Israël zal weiden, moet in Bethlehem gezocht worden. Daar staat zijn wieg, zoals Micha heeft voorzegd.
Het antwoord op de vraag van heidenen naar de geboorte van de Koning der Joden wordt door Israël vanuit de Schriften gegeven. De Psalmen getuigen van Hem. Wanneer de gemeente uit het heidendom de vraag naar de geboren Koning der Joden stelt, kunnen zij met een gerust geweten terugvallen op de Psalmen.
De Psalmen zijn het oudste liedboek der kerken, eeuwenlang en overal ter wereld in gebruik geweest. Ze werden gezongen door de Adventsgemeente, de vromen in Jeruzalems tempel, en ook in de dagen waarin Jezus geboren werd. Jezus Zelf had de Psalmen op Zijn stervende lippen: 'Mijn God, Mijn God, waarom verlaat Gij Mij?'. De brieven van het Nieuwe Testament zijn doordrenkt van Psalmgezang. De Psalmen zijn het kostelijke erfgoed dat de kerk van Israël heeft meegekregen op haar pelgrimage door deze wereld.
'Prijst Hem in uw psalmen, met de schoonste galmen.' De Psalmen zijn zwanger van heilsverwachtingen. Dit geldt niet slechts voor enkele psalmen, maar voor het gehele Psalmboek. De hele heilsgeschiedenis van Gods oude Bondsvolk was een geschiedenis van heilsverwachting. Daarom is het niet vreemd dat de Nieuwtestamentische gemeente met een brandend hart die oude liederen vol heilsverwachting met Israël meezingt, juist in de Advents- en Kerstdagen.
Laat zij de geboren Koning der Joden in de Schriften, ook in het psalmboek, zoeken. Het bovenstaande kan helpen bij de verlegenheid die soms gevoeld wordt als psalmzingende gemeente. Deze verlegenheid bestaat ook bij predikanten bij het opstellen van de liturgie voor de Kerstdiensten.
Moderne Interpretaties en Traditie
De vraag welke liederen er gezongen moeten worden naast het 'Ere zij God' is relevant. Bij het Schriftgedeelte past Psalm 2, maar dit lied is mogelijk niet bekend bij iedereen, zoals in een ziekenhuisomgeving. In sommige kerken wordt tijdens de kerstnachtdienst een 'Festival of Carols and Lessons' gehouden, waarbij het kerstverhaal wordt voorgelezen en gezongen, met kerstliederen en carols. Soms krijgen bezoekers van de nachtdienst geen preek.
Er zijn ook kerken waar koren, waaronder leden van de gemeente, kerstliederen en gospelnummers zingen. Daarnaast worden gezangen als de Lofzang van Maria en Simeon gezongen. In de Ned. Herv. Kerk is het gebruikelijk om voor de dienst te zingen, ongeveer tien minuten van tevoren.
De Psalmen zijn de kribbe waarin wij onze gezegende Zaligmaker in windselen van schamele mensenwoorden zien liggen. Vooral de koningspsalmen (2, 20, 21, 45, 61, 63, 72, 110) komen in aanmerking voor de Kerstliturgie. A. C. Schuurman suggereerde dat het geoorloofd is een psalm in het licht van de Nieuwtestamentische openbaring anders te duiden dan oorspronkelijk bedoeld. Dit geldt voor de praktische toepassing van psalmen met Kerst, zoals psalmen 18:15, 98:2, 103:1, 11, 105:1, 2 en 5, 108:1, 2, 117, 136:1, 4, 22, 23, 24, 26.
De Zoon van God, de zoon van David, de Priester-Koning Jezus Christus, is de geboren Koning der Joden. Wanneer een kind van Israël een kerkdienst bijwoont met Kerst, is het te hopen dat hij de Psalmen, zo vol van Messiaans verlangen, met ons meezingt, met het oog op Christus, de geboren Koning der Joden. De Wijzen uit het Oosten werden op hun vraag waar de geboren Koning der Joden te vinden was, gewezen op de Schriften, waaronder het psalmboek. De Christus der Psalmen is een Licht tot verlichting der heidenen en tot heerlijkheid van Israël (Luk. 2:32).
In de periode rond kerst en nieuwjaar vormen psalmen een prachtige bron van inspiratie en spiritualiteit. Deze tijdloze liederen versterken het geestelijke karakter van de feestdagen en bieden een bron van troost te midden van de feestelijke drukte. De gezamenlijke zang van psalmen tijdens kerst- en nieuwjaarsvieringen versterkt de onderlinge verbondenheid, schept een sfeer van samenhorigheid en gedeelde spiritualiteit. Hedendaagse artiesten en kerkgemeenschappen benaderen de psalmen met frisse creativiteit, waarbij traditionele elementen worden gecombineerd met moderne muziekstijlen.
