Ledental en Demografische Trends
Het ledental van de Gereformeerde Gemeenten (GG) en de Gereformeerde Gemeenten in Nederland (GGiN) vertoont complexe ontwikkelingen, gekenmerkt door zowel dalingen als specifieke groei binnen bepaalde segmenten.
Gereformeerde Gemeenten (GG)
Per 1 januari 2024 telden de Gereformeerde Gemeenten (GG) 107.015 leden, wat een daling van 289 leden betekende ten opzichte van het voorgaande jaar. Dit markeert het tweede opeenvolgende jaar met een uitstroom van ruim 2600 leden, hoewel er ook bijna 1000 nieuwe leden werden verwelkomd. Per begin 2024 waren er 59.958 belijdende leden en 47.057 doopleden, een afname van 303 doopleden. De daling in het totale ledental van 289 in 2023 was minder dan de 554 in 2022. Het ledental van de GG is al enkele jaren dalende en ligt nu onder het niveau van 2015.
In 2023 verlieten 2603 leden de GG, een lichte daling ten opzichte van 2621 in 2022. Het aantal vertrekkende doopleden was consistent hoger dan het aantal belijdende leden, met 1478 doopleden tegenover 1125 belijdende leden in 2023. De belangrijkste bestemmingen voor vertrekkende leden waren de Protestantse Kerk in Nederland (788), de Hersteld Hervormde Kerk (667) en de Christelijke Gereformeerde Kerken (190). Van 516 vertrekkende leden is de kerkelijke bestemming onbekend.
De GG ontving in 2023 995 nieuwe leden uit andere kerken, waaronder 327 uit de GGiN, 246 uit de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland (OGGiN) en 213 uit de Hersteld Hervormde Kerk. Daarnaast traden zeven buitenkerkelijken toe. Een geboorteoverschot van 1989 gedoopte kinderen tegenover 655 overleden leden zorgde voor enige balans.
Per 1 januari 2024 telt de GG 151 gemeenten, waarvan twee in het buitenland. Deze gemeenten worden bediend door 66 predikanten, 18 emeritus predikanten en een Israëlpredikant. Oostvoorne is de kleinste gemeente met 31 leden, terwijl Rijssen-Zuid met 2710 leden de grootste blijft.
Gereformeerde Gemeenten in Nederland (GGiN)
De Gereformeerde Gemeenten in Nederland (GGiN) telden per 1 januari 2025 23.000 leden, waarvan 12.030 leden en 10.970 doopleden. Jaren met een significante daling in het ledental waren 2019 (226), 2022 (260) en 2023 (266). De daling van het aantal doopleden (159 in 2024) was opnieuw aanzienlijk groter dan die van het aantal leden (10). Vóór 2017 was het aantal leden altijd kleiner dan het aantal doopleden; sindsdien is deze verhouding omgedraaid.
De daling in 2024 is voornamelijk toe te schrijven aan het vertrek van GGiN-leden naar andere kerkverbanden. In 2024 vertrokken 172 leden en 323 doopleden naar andere kerken, waarvan 36 leden en 107 doopleden naar een onbekende bestemming gingen. De top drie van denominaties waarnaar GGiN-leden vertrekken, zijn de Gereformeerde Gemeenten (GG) (271 leden), de Hersteld Hervormde Kerk (133 leden) en de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland (OGGiN) (40 leden). Naar de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) vertrokken 6 leden en 23 doopleden.
De GGiN verwelkomden in 2024 57 leden en 58 doopleden, voornamelijk vanuit de GG (17 leden en 25 doopleden) en de OGGiN (22 leden en 16 doopleden).
De GGiN tellen 49 gemeenten, inclusief een gemeente in Pretoria (Zuid-Afrika). De grootste gemeenten zijn Barneveld (3882 leden) en Opheusden (2119 leden). De gemeenten in Barneveld en Opheusden hebben de grootste kerkgebouwen van Nederland qua zitplaatsen (respectievelijk 2550 en 2850).
H.D. den Toom, medewerker van het kerkelijk bureau, benadrukt in het kerkelijk jaaroverzicht van 2024 de "verwarring en verdeeldheid" binnen het kerkelijk erf, en roept op tot het opzoeken van de "binnenkamer".

Predikanten en Theologische Vorming
Gereformeerde Gemeenten (GG)
Het aantal dienstdoende predikanten binnen de GG is gestegen tot 69, het hoogste aantal ooit. Samen met 17 emeritus-predikanten bedienen zij de 151 gemeenten, verdeeld over twaalf classes. Vijftien jaar geleden waren er nog 58 predikanten in actieve dienst.
Gereformeerde Gemeenten in Nederland (GGiN)
De GGiN beschikken over acht dienstdoende predikanten, een emeritus predikant en een student. Student H. van Asselt zal naar verwachting na het afleggen van zijn examen in juni een jaar voorgaan in de gemeenten. Het kerkverband kent een nijpend tekort aan predikanten.
Andere Kerkverbanden
Vergelijkingen met andere kerkverbanden tonen variërende situaties. De Hersteld Hervormde Kerk (HHK) lijkt na 20 jaar "pubertijd" achter zich te laten met voldoende predikanten, hoewel er sprake is van losmakingen en gedoe. De Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) kampen met verwarring en verwijdering, en een tekort: 180 gemeenten worden bediend door 105 predikanten, met 79 vacante plaatsen. In de jaren '50 en '60 van de vorige eeuw was er in Hervormde Gereformeerde Gemeentes een enorm tekort aan predikanten.

Historische Context en Ontstaan van de GGiN
De Gereformeerde Gemeenten in Nederland (GGiN) zijn ontstaan in 1953 na een scheuring binnen de Gereformeerde Gemeenten. De aanleiding was de afzetting van dominee C. Steenblok als docent aan de Theologische School van de Gereformeerde Gemeenten in Rotterdam. De theologische meningsverschillen betroffen met name de visie op de algemene genade en het aanbod van genade, waarbij de term "voorwaardelijk aanbod van genade" werd geïntroduceerd om de remonstrantse leer van de algemene verzoening te weren.
Andere belangrijke figuren in dit conflict waren ds. R. Kok, die kritiek had op de theologische visie van Steenblok en uiteindelijk met zijn gemeente toetrad tot de Christelijke Gereformeerde Kerken, en ds. F. Mallan, die een gezichtsbepalende rol speelde in de GGiN en jarenlang hoofdredacteur was van het kerkelijk weekblad De Wachter Sions.
In 1980 kwamen drie predikanten (A. van den Berg, J. de Groot en A. Wink) met ongeveer 3000 leden buiten het kerkverband te staan na de schorsing van ds. Van den Berg. Zij namen zeven gemeenten mee.

Theologische en Liturgische Kenmerken
Zowel de Gereformeerde Gemeenten als de GGiN houden vast aan het gezag van de Bijbel, samengevat in de Apostolische geloofsbelijdenis, de Geloofsbelijdenis van Nicea, de Geloofsbelijdenis van Athanasius en de Drie Formulieren van Enigheid. Liturgisch wordt in de eredienst de Statenvertaling van de Bijbel en de psalmberijming van 1773 gehanteerd. Enkele gemeenten zingen de Psalmen van Datheen.
Wat betreft de prediking, worden de GGiN gekarakteriseerd als "lijdelijk", met de nadruk op Gods initiatief in bekering. Er is een afwijzing van gezelschapelijke onderscheidingen en uitdrukkingen die niet terug te vinden zijn bij oude schrijvers. In 2021 gaf de synode een brochure uit waarin wordt uitgelegd dat er sprake is van twee verbonden met betrekking tot de eeuwige bestemming van de mens: het werkverbond en het genadeverbond.
Binnen het kerkverband wordt afstand genomen van moderne theologische opvattingen zoals 'schepping door evolutie'. Het kerkelijk ambt voor vrouwen wordt afgewezen. Het afwijzen van vaccinatie en verzekeringen, een gewoonte binnen de bevindelijk-gereformeerde traditie, komt ook binnen de GGiN voor.
Kerkelijke Eenheid en Zending
Gesprekken over de toedracht van de scheuring van 1953 hebben plaatsgevonden tussen de Gereformeerde Gemeenten en de GGiN. Vanwege een geworteld profiel ligt eenwording op korte termijn niet voor de hand. Hoewel de theologische formuleringen verschillen, wordt benadrukt dat het "erom gaat dat we hetzelfde spreken en gevoelen". In 2020 spraken de Gereformeerde Gemeenten uit het voor hen kenmerkende "onderscheid tussen evangeliebeloften en verbondsbeloften" te handhaven, terwijl de GGiN benadrukken dat alle beloften één zijn, maar wel twee vormen kennen: voorwaardelijke en onvoorwaardelijke beloften.
Binnen het kerkverband van de GGiN was er altijd reserve ten opzichte van verenigingsleven, jeugdwerk en zangkoren, maar tegenwoordig zijn er meer initiatieven voor de jeugd. De GGiN ondersteunen de Mbuma-zending in Zimbabwe en hebben in 2017 een zelfstandig zendingsproject in Zuid-Afrika geïnitieerd, wat leidde tot de oprichting van Stichting Bethlehem.