Reformatorisch Primair Onderwijs: Identiteit, Collectieve Arbeidsovereenkomst en Toelatingsbeleid

In de collectieve arbeidsovereenkomst (cao) RPO staan drie onderwerpen centraal die nauw verbonden zijn met de identiteit van reformatorische scholen en van wezenlijk belang zijn voor de achterban van de Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs (VGS) en de Reformatorische Maatschappelijke Unie (RMU).

Kernpunten van de Cao RPO

1. Leer- en Levenbepaling

Dit punt betreft de functievervulling en de specifieke identiteit van het reformatorisch onderwijs. Werknemers wordt gevraagd in te stemmen met de grondslag, die gebaseerd is op de Bijbel en de Drie Formulieren van Enigheid. Daarnaast verplichten zij zich om hun leven in te richten overeenkomstig deze grondslag en een goed voorbeeld te geven voor de leerlingen in hun levenswandel.

2. Medezeggenschap op Scholen

De Wet medezeggenschap op scholen (Wms) biedt scholen met een godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging ruimte om het instemmingsrecht van de medezeggenschapsraad om te zetten in een adviesrecht. Deze wettelijke mogelijkheid wordt in de eigen cao van het reformatorisch onderwijs gehandhaafd, in tegenstelling tot de landelijke cao. Hierdoor kan op plaatselijk niveau voor deze wettelijke optie gekozen worden.

3. Dialooggerichte Groepsbegeleiding (DGO)

In bepaalde gevallen is het noodzakelijk om op lokaal niveau DGO te voeren. De VGS en RMU hechten eraan dat op instellingsniveau DGO kan plaatsvinden tussen werkgevers en werknemers, vertegenwoordigd door partijen die voor de werknemers representatief zijn.

Nieuwe Cao RPO 2025-2028

De VGS en RMU hebben de cao RPO voor de periode 2025-2028 afgesloten na het afwachten van de resultaten van de landelijke onderhandelingen. De nieuwe cao-tekst wordt voorgelegd aan de leden. De wijzigingen in deze cao zijn voornamelijk van technische aard en zijn bedoeld om aan te sluiten bij de gewijzigde artikelen en nummering in de nieuwe cao PO 2024-2025. In plaats van aan te sluiten bij de looptijd van de 'landelijke' cao PO, is dit keer gekozen voor een langere looptijd (2025-2028) om frequente aanpassingen van de cao RPO om technische redenen te voorkomen.

De VGS en RMU streven ernaar de afsluitingsovereenkomst van de nieuwe cao RPO te ondertekenen vóór de voorjaarsvakantie. Na de ledenraadpleging zal een gebruikersversie voor de scholen worden opgesteld, waarin de bepalingen uit de cao reformatorisch PO worden geïntegreerd in de nieuwe cao PO.

Illustratie van de looptijd van de cao RPO 2025-2028

Looptijd en Toepassingsgebied van de Cao RPO 2025-2028

De cao Reformatorisch Primair Onderwijs (cao RPO) 2025-2028 heeft een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2027. Deze cao is overeengekomen door de Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs (VGS) als werkgeversorganisatie en de Reformatorische Maatschappelijke Unie (RMU) als werknemersorganisatie. De cao is van toepassing op werkgevers en werknemers binnen het reformatorisch primair onderwijs, inclusief alle personeelsleden - onderwijzend en ondersteunend - wier functie onder deze bekostiging valt, tenzij zij onder een specifieke regeling voor godsdienstonderwijs vallen.

Werkgevers die onder deze cao vallen, zijn verplicht de cao-bepalingen na te leven in hun arbeidsvoorwaardenbeleid en personeelspraktijk. Een onderscheidend kenmerk van deze cao is de nadrukkelijke verankering in de reformatorische identiteit. Van werknemers wordt verwacht dat zij instemmen met de grondslag van de instelling, gebaseerd op de Bijbel als het onfeilbaar Woord van God en de Drie Formulieren van Enigheid. Deze grondslag beïnvloedt zowel de wijze van onderwijsgeven als de houding en levenswandel van het personeel.

Gedurende de looptijd kan de cao tussentijds worden aangepast indien gewijzigde wet- en regelgeving of aanpassingen in de cao PO daartoe aanleiding geven. Bij opzegging aan het einde van de looptijd geldt een opzegtermijn van ten minste drie maanden.

Uitgangspunten: Burgerschap en Identiteit

Burgerschap(svorming) wordt binnen de christelijke visie geplaatst in het licht van de verhouding tot God en de Bijbel. De relatie met God vormt het uitgangspunt voor de omgang met anderen, gemeenschappen en de omgeving. De Stichting voor Leermiddelen-ontwikkeling Reformatorisch Onderwijs (SLRO) streeft ernaar dat christelijke scholen gebruik kunnen blijven maken van onderwijsmethoden en -materialen die aansluiten bij de reformatorische grondslag. Scholen kunnen een extra burgerschapsthema toevoegen, toegespitst op hun specifieke schoolcontext.

De visie op goed burgerschap, zoals verwerkt in dit document, integreert de door de burgerschapswet gedefinieerde waarden vanuit de reformatorische identiteit. Elke school dient deze visie nader uit te werken en aan te vullen, passend bij de eigen situatie. Het uitgangspunt is het Woord van God en de Drie Formulieren van Enigheid. De visie benadrukt dat elk mens goed is geschapen, maar door ongehoorzaamheid van God is afgevallen. God heeft echter voor een weg van verzoening in Christus gezorgd. De menselijke levensloop wordt gezien als genadetijd om wedergeboren te worden, met de opdracht om door Bijbels samenleven zorg te dragen voor naaste en leefomgeving. Burgerschapsvorming wordt beschouwd als een essentieel onderdeel van persoonsvorming, gericht op de juiste verhouding tot anderen. Dit burgerschapsonderwijs is waarden gestuurd en meer extern gericht, en omvat vragen als 'Wie ben ik?', 'Waar en wanneer leef ik?', 'Met wie leef ik?', 'Hoe leef ik?' en 'Wat kan of moet ik kennen?'. Hierbij staan kennis, attitude, vaardigheden, reflectie en gedrag centraal.

Infographic die de pijlers van burgerschapsvorming in het reformatorisch onderwijs weergeeft

De leraar wordt gezien als identificatiefiguur. De verhouding tot de Ander (God) impliceert dat wedergeboorte onmisbaar is om een goed burger te zijn. Bekering maakt de christen burger van het Koninkrijk der hemelen, waarbij liefde tot God en eerbiediging van Zijn geboden centraal staan. De verhouding tot anderen uit zich in naastenliefde, zorgzaamheid, trouw, verantwoordelijkheid en erkenning van gezag. De verhouding tot het andere omvat medeverantwoordelijkheid voor het milieu en rentmeesterschap over de schepping. De verhouding tot zichzelf wordt gekenmerkt door een evenwichtig zelfbeeld, waarbij men zichzelf erkent als een uniek schepsel van God.

Kernwaarden zoals verantwoordelijkheidsbesef en rentmeesterschap (Lukas 16:2 vgl. Genesis 2:15 en 3:23) benadrukken de verantwoordelijkheid voor onszelf, naaste, gemeenschap, schepping en milieu, met streven naar duurzaamheid. Rechtvaardigheid en eerlijkheid (Micha 6:8) impliceren gelijkheid tussen mensen, ongeacht geslacht, ras, leeftijd, cultuur of sociale klasse, met nastreving van een democratische rechtsstaat en gerechtigheid. Weldadigheid liefhebben en weldoen (Micha 6:8 en Lukas 10:37 vv.) houdt in dat God vraagt om alle mensen wel te doen en liefde tot de naaste te betrachten, wat leidt tot solidariteit. Nederigheid (Romeinen 12 en Micha 6:8) vraagt om bescheidenheid en ootmoed. Afhankelijkheid van God en onderworpenheid aan Bijbel en gezag (2 Korintiërs 9:13 en Efeziërs 5:21) erkennen Gods soevereiniteit en het belang van onderwerping aan door God gegeven gezag. Christelijke vrijheid wordt begrepen als vrijheid binnen de gebondenheid aan Gods wet.

De toenemende secularisatie en ontkerstening vragen om het onderwijzen van kinderen hoe zij als christen kunnen staan en dienen in een post-christelijke samenleving. De informalisering vraagt om het aanleren van specifieke kennis en vaardigheden. De intensivering van het onderwijs vraagt om het leren dragen van verantwoordelijkheid, duurzame betrokkenheid en zelfopoffering. De SLRO heeft Driestar educatief en KOC diensten opdracht gegeven voor het realiseren van een Ontwikkel- en Leerlijn Burgerschap.

Toelatingsbeleid en Identiteit

Recent nieuws vanuit Den Haag suggereert een mogelijke inperking van de vrijheid van scholen om een eigen toelatingsbeleid te voeren. Scholen zouden niet langer van ouders mogen eisen dat zij de grondslag onderschrijven; respecteren van de grondslag zou voldoende zijn. Dit plan wordt door sommigen gezien als een negatieve ontwikkeling voor scholen met een reformatorische identiteit en als een "aanval op het reformatorisch onderwijs".

Echter, de vraag rijst of deze ontwikkeling louter negatief geduid moet worden. Scholen kunnen hun identiteit en toelatingsbeleid op verschillende manieren vormgeven. Een school met een open toelatingsbeleid, zoals beschreven, heeft hierdoor geen problemen ondervonden. Veel ouders, ook niet- en randkerkelijken, kozen destijds voor deze school, zelfs toen er een andere school in het dorp kwam. Het bestuur besloot het open toelatingsbeleid te handhaven, omdat dit kansen biedt: niet- of randkerkelijke kinderen komen dagelijks in aanraking met Gods Woord. Betrokken ouders, die zich bijvoorbeeld inzetten als hulpouders, bevorderen goede contacten tussen leerkrachten en ouders, en onderling. Dit creëert een sfeer waarin ouders zich welkom voelen en weinig reden hebben zich af te zetten tegen het schoolbeleid.

Bij inschrijving verklaren alle ouders in te stemmen met het beleid van de school en wordt verwacht dat zij zich daaraan houden. Tegelijkertijd krijgen zij de ruimte om volwaardig deel te nemen aan de schoolactiviteiten. Dit resulteert in een breed draagvlak binnen de gemeenschap en maakt samenwerking met andere lokale verenigingen mogelijk. Het is cruciaal dat de school duidelijk communiceert wie zij is en waar zij voor staat, zonder muren op te werpen voor andersdenkenden. Een open, eerlijke en constructieve houding oogst waardering en respect.

Hoewel er spelregels zijn, zoals het respecteren van de grondslag en het beleid, zijn er geen kledingregels voor ouders of kinderen. Een helder en consequent beleid hieromtrent voorkomt problemen. Dit doorbreekt de 'zuilvorming' en biedt volop gelegenheid voor contact met andere ouders. Een open toelatingsbeleid wordt gezien als een verrijking voor bestuursleden, teamleden en kinderen, en biedt ruimte om de schoolvisie uit te dragen: "Niet van de wereld, maar wel in de wereld".

De slogan "Samen voor elkaar" weerspiegelt de relatie tussen God en degenen die een taak hebben in het onderwijs, en benadrukt dat het werk niet solitair wordt gedaan. Er moet samenhang zijn tussen God, school, bestuurders, leerkrachten, kinderen en ouders. Het besef dat iedereen ertoe doet, vormt het fundament voor een open toelatingsbeleid, waarbij deuren niet worden gesloten voor andersdenkenden, een houding die ook in Gods Woord terug te vinden is.

Hoe homoseksualiteit niet wordt geaccepteerd in religieus onderwijs

Gereformeerd Basis- en Primair Onderwijs

Gereformeerd Primair Onderwijs West-Nederland

De Vereniging tot bevordering van Gereformeerd Onderwijs voor Zwijndrecht en omstreken, opgericht in 1954, opende in 1959 de deuren van basisschool De Wegwijzer. Deze school kenmerkt zich door haar gereformeerde identiteit en een unieke verenigingsstructuur, waarbij de vereniging en het bestuur uitsluitend uit ouders bestaan. Dit staat in contrast met veel andere scholen die door schaalvergroting deel zijn gaan uitmaken van grotere besturen. De korte lijnen tussen bestuur en ouders zorgen voor een goede informatievoorziening over de impact van bestuursbesluiten. De betrokkenheid van ouders vloeit voort uit hun wens om hun kinderen te laten leven naar Gods geboden, waarbij het onderwijs een cruciale rol speelt in christelijke opvoeding. Het bewaken van de gereformeerde identiteit van de school is een belangrijke taak van het bestuur.

Het bestuur legt jaarlijks verantwoording af in een ledenvergadering. Nieuwe bestuursleden worden voorgedragen op basis van specifieke deskundigheid (management, beheer, ICT, financiën) en vervolgens benoemd. Bestuurlijke verantwoordelijkheden zijn ondergebracht in commissies met eigen reglementen en verslaglegging. De directie is bij alle bestuursvergaderingen aanwezig.

Willem de Zwijgerschool (Hendrik-Ido-Ambacht)

Het begin van reformatorisch lager onderwijs in Hendrik-Ido-Ambacht ligt in het bevrijdingsjaar 1945. Op 2 september 1956 opende de Willem de Zwijgerschool haar deuren. De schoolvereniging, VVOGG, is opgericht met als doel het verstrekken van onderwijs op gereformeerde grondslag. Deze missie vormt de basis voor alle activiteiten van de VVOGG en dient ter bevordering van eenduidigheid in gedrag, versterking van gelijkgezindheid en verbetering van communicatie en sfeer binnen de organisatie. De activiteiten vinden plaats in afhankelijkheid van God, vanuit het besef van onwaardigheid door zonde, maar ook met uitzicht op de toekomst met Jezus Christus. De Bijbel en de Drie Formulieren van Enigheid zijn hierbij het uitgangspunt.

De school streeft ernaar de samenleving te dienen door kinderen zo te vormen dat zij door actieve en selectieve participatie een plaats in de maatschappij kunnen innemen als "lichtend licht en zoutend zout". De VVOGG positioneert zich duidelijk in maatschappelijke ontwikkelingen en neemt vanuit haar identiteit standpunten in over de aard en mate van participatie. De opdracht van verantwoordelijkheid, die door God is opgelegd, wordt gezien in het verlengde van gezinsopvoeding en de leer, gegrond op Gods Woord en de Drie Formulieren van Enigheid, zoals deze in de kerkverbanden waar de VVOGG uit voortkomt, wordt onderwezen. Er wordt gezorgd voor een veilige omgeving waarin kinderen worden begeleid in hun mogelijkheden en beperkingen. Er is ruimte voor leerlingen die extra zorg en aandacht nodig hebben.

Informatie over school- en bestuurszaken wordt verstrekt tijdens de algemene ledenvergadering, waar leden van harte welkom zijn. Als lid hebben zij stemrecht, wat de betrokkenheid bij de school vergroot. Ouders en belangstellenden die lid willen worden van de schoolvereniging kunnen zich aanmelden door de benodigde gegevens in te vullen, waarna een bevestiging van lidmaatschap volgt.

tags: #cao #reformatorisch #primair #onderwijs #voor #oop