De spanning tussen koopman en dominee in Nederland

In Nederland belichamen de koopman en de dominee vaak de tegenstrijdige belangen tussen het nastreven van winst en welvaart enerzijds, en het verdedigen van moraliteit anderzijds. Beiden streven naar 'het goede leven', wat tot spanning kan leiden.

De bekende these van Max Weber stelt dat het arbeidsethos van hard werken en geld verdienen voortkomt uit de protestantse moraal. Recentelijk schreef filosoof Andreas Kinneging dat deugden essentieel zijn voor het vergaren van 'spiritueel kapitaal', zonder hetwelk een goed leven onmogelijk is. De koopman lijkt veel aan de dominee te danken te hebben, maar ervaart diens invloed, al dan niet terecht of kortzichtig, vaak als een belemmering.

Dit spanningsveld komt regelmatig naar voren in de leidinggevende structuren van de kerk. Dominees en koopmannen worden opgeroepen om samen leiding te geven in kerkenraden en synodes. De presbyteriaal-synodale, niet-hiërarchische structuur geeft hieraan een eigen dynamiek. Voor een 'kerkelijke' universiteit zoals de Theologische Universiteit Kampen geldt dit in nog sterkere mate: zij opereert dubbelzijdig op het snijvlak van kerk en maatschappij. Enerzijds is ze volledig onderdeel van de kerkelijke structuur, anderzijds moet ze opereren in een maatschappij die volop vraagt om koopmanskunst. In dit complexe krachtenveld voelen zij die geroepen zijn om leiding te geven zich vaak geconfronteerd met dilemma's.

Illustratie van een gespannen dialoog tussen twee figuren die respectievelijk een koopman en een dominee symboliseren.

De Beleidsnota 'Investeren in Perspectief' en de rol van de koopman

Minister Kaag voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking stuurde recentelijk haar Beleidsnota 'Investeren in Perspectief' naar de Tweede Kamer. Oud-ambtenaar Jan Jaap Kleinrensink onderwerpt deze nota aan een kritische beschouwing. De nota getuigt van ambitie en optimisme en is stevig ingebed in het discours van de Sustainable Development Goals (SDG's) van de Verenigde Naties. De nota schetst een beeld waarin extreme armoede wereldwijd afneemt, toegang tot basisvoorzieningen verbetert en economische groei hoopgevend is. Ook de Nederlandse economie 'staat er goed voor'.

Hoewel de nota ook conflicten en uitdagingen benoemt, zoals klimaatverandering en ongelijke kansen, wordt de lezer geconfronteerd met de vraag of er wel overeenstemming bestaat over de grondoorzaken van mondiale problemen en of internationale beleidsmakers de politieke wil en het instrumentarium hebben om deze aan te pakken. Het verhaal in de beleidsnota wordt als opmerkelijk a-politiek beschouwd, met weinig aandacht voor paradoxen en dilemma's. De weinige expliciete keuzes lijken ingegeven door een technocratisch maakbaarheidsideaal.

Minister Kaag presenteerde de nota, met als ondertitel 'Goed voor de wereld, Goed voor Nederland'. De nota suggereert dat er voor elk probleem geld te verdienen valt; klimaatbeleid wordt zonder gene als 'verdienmodel' voor het Nederlandse bedrijfsleven gepresenteerd. Er worden focusregio's gedefinieerd waar mondiale problemen en 'verdienkansen' voor het Nederlandse bedrijfsleven samenkomen.

De nota wordt bekritiseerd vanwege het gebrek aan duurzaamheid, voorspelbaarheid en transparantie in de keuzes voor landen en thema's. De indruk bestaat dat andere donoren ook hun eigen 'smaak van de dag' volgen zonder onderlinge afstemming, wat de situatie voor ontvangende landen en doelgroepen treuriger maakt. Bovendien wordt de aanname dat het Nederlandse belang gelijkstaat aan het belang van de wereld weinig onderbouwd.

Infographic die de 17 Sustainable Development Goals van de VN toont.

Kritische analyse van de beleidsnota

De nota toont met trots waar Nederland kan bijdragen aan de SDG's, wat op sommige punten overtuigt, zoals de aandacht voor genderongelijkheid en gelijke kansen voor meisjes en jonge vrouwen. Op andere plaatsen blijft de invulling van de Nederlandse bijdrage echter vaag, en nergens wordt duidelijk hoe groot het Nederlandse aandeel precies zal zijn. Er is sprake van veel maakbaarheid, maar weinig meetbaarheid.

Een opvallend gebrek aan belangstelling voor lessen uit het verleden wordt in de nota geconstateerd. Evaluaties en beleidsstudies met aanbevelingen worden nergens aangehaald, waardoor de minister een kans mist om haar koers overtuigend te maken. Wel worden nieuwe kwantitatieve doelstellingen gelanceerd, maar zonder baseline of referentie aan resultaten uit het verleden of mislukt beleid.

Problemen als armoede, migratie, terreur en klimaatverandering worden aangepakt, maar het verband tussen oorzaken en gevolgen wordt nergens nader ontleed. De nota bevat geen antwoorden op cruciale vragen, zoals of armoede een grondoorzaak is van terreur, of klimaatverandering van migratie. Ook wordt de vraag niet beantwoord of armoede door een globaliserende liberale wereldorde vanzelf zal worden opgelost met beleidsinterventies.

Ondanks de nadruk op grondoorzaken gaat de grootste budgetverhoging naar humanitaire hulp. Gemeten aan de benodigde VN-gelden is dit een bescheiden bijdrage voor een land dat zich graag als ruimhartige donor presenteert. Voor deze beleidsintensivering zijn goede argumenten te geven vanuit het 'humanitair imperatief'.

De beleidsnota verschuift het perspectief naar de toekomst: tegen 2030 zullen de SDG's gerealiseerd zijn, en ook het Nederlandse budget voor officiële ontwikkelingshulp zal dan weer het internationaal afgesproken niveau van 0,7 procent van het bruto nationaal inkomen (BNI) bereiken. Dit percentage, dat Nederland tot 2010 hanteerde, is onder eerdere verantwoordelijkheden gedaald.

Minister Kaag verdient lof voor haar poging om hulp, handel en investeringen in een samenhangend kader te brengen, passend binnen het internationale SDG-raamwerk. Echter, de nota wordt bekritiseerd vanwege het gebrek aan politieke diepgang en het ontbreken van een duidelijke analyse van de grondoorzaken van mondiale problemen.

Historische perspectieven op koopman en dominee

Sven Koopmans boek verkent de toekomst van Nederland te midden van een assertief China, een agressief Rusland, de technologische revolutie en de mondige burger. Het stelt fundamentele vragen over het Nederlandse buitenlandbeleid: willen we een gidsland zijn, rijk zijn, of veilig zijn? Hoe gaan we om met onvoorspelbare wereldmachten, hightechterroristen en klimaatpolitiek?

De vraag waarom steeds gekozen moet worden tussen de rollen van 'koopman' of 'dominee' wordt ter discussie gesteld. De suggestie om beide rollen te combineren, 'en/en', roept de vraag op wat dit concreet inhoudt. De geschiedenis kan helpen deze begrippen te ontleden.

Nederland heeft zich in het verleden zowel als koopman als op andere manieren in relatie tot andere landen getoond. Als koopman, door markten naar eigen hand te zetten met monopolistische ondernemingen zoals de VOC, gesteund door de overheid en beschermd door militairen. Dit maakt de rol van dominee minder passend voor de overheid. De preken van de overheid waren vaak vals, terwijl missionarissen en zendelingen, uitgezonden door de kerk, zich richtten op het verkondigen van westers-christelijke waarden, soms met commerciële belangen op de achtergrond.

Historische kaarten van koloniale gebieden met vermelding van Nederlandse handelsondernemingen zoals de VOC.

De vraag rijst of de overheid tegenwoordig beter kan opereren als 'maatschappelijk verantwoord ondernemer' of als advocaat. De overheid is wetgever, handhaver en arbiter, niet direct een koopman. De taak van de overheid is het bevorderen van goed koopmanschap door bedrijven. Een overheid die eenzijdig het profijt van eigen marktpartijen bevordert, verliest capaciteit om waarden uit te dragen ten gunste van zwakkere partijen, zoals kwetsbare groepen in armere landen, slechte milieuomstandigheden, of situaties van onderdrukking en geweld.

De overheid past de rol van advocaat in het buitenlands beleid en ontwikkelingssamenwerking: handhaver van internationaal overeengekomen rechtsregels, verdediger van de internationale rechtsorde, pleitbezorger van nieuw recht, bestrijder van schending van mensenrechten en advocaat van slachtoffers.

Sociale vernieuwing in Leiden: de dominee en de koopman

Een boekje beschrijft hoe ds. Abraham Rutgers van der Loeff en Herman Zaalberg in de negentiende eeuw in Leiden werkten aan sociale vernieuwing. Ds. Rutgers van der Loeff, opgeleid aan een modernistische theologie-opleiding, werd predikant van de Pieterskerk en de 'Armenkerk'. Herman Zaalberg, zoon van een welgestelde lakenkoopman en secretaris van de Hervormde diaconie, wilde armoede en gebrek aan scholing aanpakken.

Zij zagen dat de voorzieningen van de kerk voor de armen, zoals het uitreiken van brood, ontoereikend waren en geloofden in de kracht van scholing. Opvallend was dat voor de mensen die zij wilden bereiken, de allerarmsten, geen kerkgang vereist werd, wat destijds ongebruikelijk was bij kerkelijke steunverlening.

Herman Zaalberg, die zich uit het ouderlijk bedrijf had laten kopen vanwege onvrede met de sociale omstandigheden, begon een offensief om kinderarbeid onder de 14 jaar te verbieden. Ds. Rutgers van der Loeff richtte een bewaarschool op voor de allerarmsten, gevolgd door een lagere school speciaal voor ouders die niet konden betalen. Hij richtte ook een kweekschool voor bewaarschoolhouders op, de latere Haanstra-kweekschool. Deze kweekschool was de eerste in Nederland met een complete dagopleiding.

Een historische foto van een negentiende-eeuwse school in Nederland.

Ds. Rutgers van der Loeff toonde zich een echte ondernemer door ook de Kweekschool voor de Zeevaart te stichten, gefinancierd via fondsenwerving en crowdfunding. Dit was een opleiding voor 'jongens uit de behoeftige stand'. Later richtte hij een school op voor jonge ex-gevangenen, waarvoor subsidie werd verleend maar later weer ingetrokken. Hij was ook actief in de maatschappijen voor veenafgravingen, waar hij zich opstelde als 'sociaal aandeelhouder', met aandacht voor goede woningen voor arbeiders, een schooltje en een kerk.

Herman Zaalberg werd na Leiden burgemeester van Castricum en Heemskerk, waar hij zorgde voor de verharding van zandwegen en ijverde voor een nieuwe openbare lagere school. Het boekje benadrukt hoe sociaal bewogen mensen in de negentiende eeuw veel konden bereiken door hun netwerk en omdat zij zagen dat bestaande voorzieningen ontoereikend waren. Het boekje laat de slingerbeweging zien tussen overheidszorg en particulier initiatief, een dynamiek die nog steeds relevant is voor het huidige sociaal werk.

De evolutie van armenzorg: van kerkelijke hulp naar overheidsverantwoordelijkheid

De negentiende eeuw kenmerkte zich door het heersende 'verheffingsideaal', dat prominent aanwezig was in de gestichte scholen. Het subsidiariteitsbeginsel, waarbij de staat geen zaken naar zich toe trekt die particulieren zelf kunnen regelen, betekende dat de kerk vaak eerder steun verleende dan de staat. Dit veranderde met de komst van de armenwet in 1854, waarna de staat meer verantwoordelijkheid nam, hoewel de kerk de belangrijkste steunverlener bleef.

Met de Bijstandswet in 1965 kwam de uitvoering volledig in handen van de overheid, met de gedachte dat deze wet burgers voor altijd zou vrijwaren van gebrek en van gunst zou overgaan naar een recht. Echter, al in 1987 hield de Raad van Kerken een conferentie over de armoedeproblematiek, en aan het begin van de 21e eeuw ontstonden de voedselbanken, oorspronkelijk een particulier initiatief dat een ongekende groei doormaakte, vaak met (gedeeltelijke) steun van de plaatselijke overheid.

De vraag wat de kerk kan doen met het geld dat zij bezit, wordt in een boek beantwoord door verschillende theologische disciplines te combineren. De auteur, Niels van Esveld, studeerde theologie en reisde naar kerken in islamitische landen, waar hij opmerkte dat deze kerken projecten financierden die in Nederland door de staat worden verzorgd.

De uitdrukking 'de koopman en de dominee' wordt vaak als een tegenstelling gebruikt. Hoewel de handelaar en de prediker niet altijd gemakkelijk samengaan, is het in Nederland gebruikelijk om in compromissen te zoeken. De koopman kan zijn verdiende geld besteden aan goede doelen, en de dominee kan zijn boodschap minder polariserend brengen.

De geschiedenis van Nederland in 13 minuten

tags: #koopman #en #dominee #maw