Ds. B. Bort de Graaf werd geboren op 1 oktober 1947 in Bunschoten. Hij studeerde theologie in Utrecht en in Apeldoorn en werd in 1974 predikant te Utrecht. Daarna stond hij in Zierikzee (1978) en in Nunspeet (1989). Ds. De Graaf ging vorig jaar met emeritaat.
Bort de Graaf groeit in de jaren vijftig op aan de haven van Spakenburg, in een „eenvoudig”, maar „heel warm” gezin. Vader zit in de vishandel, moeder is thuis. „Maar ze sprong ook bij in het werk. Zelf heb ik ook van jongs af aan meegeholpen. In mijn jeugd was alles nog zo heerlijk overzichtelijk. ’s Zondags ging iedereen naar de kerk en de winkels waren gesloten.”
Hij wordt gedoopt in de christelijke gereformeerde kerk in Bunschoten, door ds. J.H. Velema. „Later, in Nunspeet, was ik zijn wijkpredikant en heb ik hem begraven .”
Thuis wordt er veel over het geloof gesproken. Ook sterfgevallen in de familie vormen de jonge De Graaf. „Mijn oom Bort, naar wie ik vernoemd werd, kwam om op zee, nog maar 33 jaar oud. Mijn vader overleed toen hij 55 jaar was.”

De weg naar het ambt
Maar predikant worden, dat is zo ongeveer het laatste waar hij als tiener aan denkt. „In mijn middelbare-schoolperiode begon ik interesse te krijgen voor levensvragen. Ik las filosofen, onder anderen Friedrich Nietzsche, de predikantszoon die zo’n andere weg was gegaan. Mensen kunnen in hun zoeken naar de waarheid totaal ontsporen. Het Evangelie begon daardoor aan mij te trekken.”
Maar de vragen blijven: is de Bijbel wel waar? Is God er wel? „In die verwarring vroeg ik vervroegd militaire dienst aan. Ik was amper 19 jaar toen ik werd opgeroepen. Toen, om zo te zeggen: in de woestijn, heeft de Heere me weer houvast gegeven in Zijn Woord.”
De Graaf behaalt zijn propedeuse theologie in Utrecht en wordt vervolgens toegelaten tot de predikantsopleiding van de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) in Apeldoorn.

Karakter en prediking
U schreef een scriptie over geestelijke leiding in de prediking in de Nadere Reformatie en de invloed van karakters daarop. Hoe bepalend is uw eigen karakter?
„Karakters hebben meer invloed dan we denken. Ze bepalen mede de manier waarop we omgaan met het Woord en de wijze waarop we dat met anderen delen. Zo stond bij de gemoedelijke Bernardus Smijtegelt de uitverkiezing wel voorop. Door zijn milde karakter probeerde hij echter zoekende zielen met allerlei kentekenen te trekken. Hij was gunnend.
Theodorus van der Groe had een ander karakter, negatiever. Hij zag vooral achteruitgang in het geestelijk leven. Hoewel hij theologisch dichter bij Johannes Calvijn stond, kwam hij in de prediking vaak over als een keurmeester.
En ikzelf? Ik heb over het algemeen een wat meegaand karakter, probeer conflicten te voorkomen, al wil ik uiteindelijk wel vasthouden aan mijn standpunten en niet met alle winden meewaaien. Maar goed, misschien kijkt iemand anders wel op een andere manier tegen mij aan.
Voor mij is prediking vooral pastoraat op de preekstoel. Een herder gooit niet zomaar wat voedsel neer voor de schapen, maar behandelt hen heel persoonlijk. De een heeft wat olie nodig in de wonden. Een schaap dat net gelammerd heeft, krijgt weer andere zorg. Het is dus van groot belang dat de prediker zijn gemeenteleden kent, pastorale bezoeken aflegt, bij hen aan de keukentafel zit.”

Een leven lang trouw
U bent behoorlijk honkvast: als gemeentepredikant diende u in bijna veertig jaar tijd slechts drie christelijke gereformeerde kerken: in Utrecht-Noord, Zierikzee en Nunspeet.
„In de natuur zijn er trekvogels en standvogels, en zo is het in de domineeswereld ook. Misschien speelt hier karakter ook wel een rol. Sommige collega’s beginnen na vijf of zes jaar onrustig te worden en zijn gewoon aan iets nieuws toe. Anderen zijn meer gericht op het trekken van diepe voren. Het was overigens geen ”moeten”, want er zijn wel diverse beroepen gekomen, maar mijn plek was toch hier.
Ik ben dankbaar en blij verwonderd dat de Heere me al die jaren heeft willen gebruiken. Aan Hem alle eer. En dat Hij me een vrouw gaf die me steunde in het werk, ook geestelijk. De vrouwen achter de ambtsdragers, de vrouwen áchter het ambt, die zijn zo belangrijk in de kerk. Dat wordt vaak vergeten.”

De vrucht van het Woord
Welke vrucht zag u op het trekken van die diepe voren?
„Het zoeken naar vruchten heb ik in de loop van de tijd achter me gelaten. Als een boer iets plant, gaat hij niet dagelijks in de aarde wroeten om te kijken of er al iets komt. De Heere Zelf zorgt voor de vrucht.
Bovendien kun je je vergissen. Ik ging eens op bezoek bij een man die kanker had. Op bezoek had hij nooit zo veel gezegd over zijn geestelijke leven. Lang had hij niet meer te leven. En voordat ik kon bedenken hoe ik het gesprek zou beginnen, begon hij te praten. Over de preken waar hij veel aan had gehad. Vaak is er vrucht, terwijl je die eerst niet ziet.
De Heere houdt ons klein. Wanneer we heel veel vrucht op de prediking gaan zien, kunnen we hoogmoedig worden, onszelf op de borst gaan slaan, of over het paard getild worden. Toen ik in 1974 in Utrecht-Noord werd bevestigd, zei ds. W. Heerma tegen de gemeente: „Draag hem op het hart en niet op handen, want anders laat je hem vroeg of laat hard vallen.” En zo is het. Een predikant, zegt de Bijbel, is een ”doulos”, een slaaf, een dienstknecht.”

Op 23 augustus is het veertig jaar geleden dat ds. Z. de Graaf in Katwijk aan den Rijn in zijn eerste gemeente intrede deed. Geboren in 1940 had Zegert de Graaf eerst in het lager en voortgezet onderwijs gewerkt. Na studie in Leiden en Utrecht werd de kandidaat uit Zoetermeer op 23 augustus 1981 in Hazerswoude hervormd predikant. In zijn tweede en laatste gemeente, Katwijk aan den Rijn, stond hij van 1988 tot zijn emeritaat in 2005. Daarna heeft hij hulpdiensten in Harmelen, Katwijk aan Zee en in Rijnsburg verleend. Ds. De Graaf woont nu in Katwijk aan den Rijn.
Ds. C.A. Ds. J.J. Hagendijk uit Willige Langerak preekte in de bevestigingsdienst over Filippenzen 1:6. ‘God is een goed werk begonnen en Hij zal het voltooien. Begin maar gewoon ‘halverwege’, want Iemand ging je voor en Iemand komt je na’, adviseerde hij ds. Van der Graaf. In de intrededienst stond Filippenzen 3:1a centraal. ‘Paulus spoort ons aan om de trouw van God met elkaar te vieren’, aldus ds. Van der Graaf. ‘Niet alleen in dagen van voorspoed, maar met een zekere onverstoorbaarheid als een basisinstelling. Paulus zit gevangen, zijn toekomst is on-zeker, en hij is bezorgd over invloeden die de gemeente van Filippi dreigen weg te halen bij de vreugde en de vrijheid die ze in Jezus heeft. De apostel geeft hoog op van Jezus de Christus, de Gekruisigde, Die ook is opgestaan. In Hem kreeg Paulus een nieuwe identiteit. In het licht van God komt heel veel in ons leven, in de wereld en in de kerk er lelijk uit te zien: je zonden en wonden als ziekte, dood, onrecht en verval. Maar in Christus zie je beslissend meer. Paulus zegt: Doe het toch maar, verblijd je in de Heere. Uiteindelijk is niet het allerbelangrijkste en het meest wezenlijke of jij en ik het volhouden. Het eerste en het laatste is dat Hij, Jezus de Christus, het met en voor ons vol zal houden. Dat is genoeg.
Ds. Van der Graaf werd toegesproken door wethouder E. Stroobosscher namens de gemeente Veenendaal, ds. P.H. Zaadstra uit Kockengen namens de classis Utrecht, consulent ds. W.G. Teeuwissen namens de centrale hervormde gemeente, de algemene kerkenraad, de werkgemeenschap en het ministerie, de familie Boot die een pakket met tips van gemeenteleden voor de kennismaking met Veenendaal aanbood, en ouderling B. Blokland namens de kerkenraad.
tags: #ds #de #graaf #gereformeerde #kerk