Het Kamper Orgelpad: Een Heropleving
Na jaren van afwezigheid is het Kamper Orgelpad weer terug. Tijdens de zomervakantie worden in Kampen de Kamper Ui(t)dagen georganiseerd op donderdagen. Deze dagen bieden een mix van braderie, culturele en culinaire activiteiten in de binnenstad. Op deze dag is het mogelijk om in meerdere kerken de orgels te bespelen.
Het Kamper Orgelpad voert langs de orgels in de Bovenkerk (Hinsz-orgel), de Broederkerk (Van Gruisen-orgel), De Burgwal (Van Dijk-orgel), de Lutherse Kerk (Naber-orgel), de Annakapel (Proper-orgel) en de Nieuwe Kerk (Pels/Nijsse-orgel).
Naast de mogelijkheid de orgels te beluisteren of zelf te bespelen zijn er tussen 10.00 en 16.00 uur orgelbespelingen op het Hinsz-orgel in de Buitenkerk, en is er om 12.30 uur een Middagpauzedienst in de Bovenkerk. Tussen 11.00 en 17.00 uur zijn er in de Oudestraat verschillende draaiorgels te beluisteren.
‘De laatste jaren was het wat lastiger om de kerken deel te laten nemen aan het Kamper Orgelpad’, aldus Gerwin van der Plaats, een van de titulair-organisten van de Stichting Bovenkerk Kampen en mede-organisator van het orgelpad.
De Lutherse Kerk in Kampen: Ontstaan en Ontwikkeling
De Lutherse Kerk draagt de naam van de Duitse hervormer Maarten Luther (1483 - 1546). Hij nam de aloude leerstellingen van de kerk niet automatisch meer als waarheden aan. Hij ging terug naar de bron, de bijbel, en stelde van daaruit misstanden in de theologie en kerk aan de kaak. Luther werd de kerk uitgezet en door de keizer vogelvrij verklaard. Vanuit zijn schuilplaats schreef hij onder andere Bijbelvertalingen in het Duits. Luther wilde zo dat iedereen de bijbel kon lezen en interpreteren en een eigen persoonlijk geloof kon vormen in plaats van het door de kerk vastgestelde geloof aan te nemen. Met behulp van zijn netwerk en de snelle uitgave en verspreiding van geschriften verspreidde het gedachtegoed van Luther zich snel. Eenmaal uit de kerk gezet, kwam er daardoor snel een nieuwe kerk, de Evangelisch Lutherse Kerk, van de grond.
Kenmerken van de Lutherse Kerk
Er is vastgehouden aan de rijke Rooms Katholieke Liturgie, met allerlei gezongen elementen. Maar de liturgie wordt wel in de volkstaal gezongen en gesproken. Gemeentezang (er komen nieuwe liederen in de eigen taal) en muziek krijgen een grote plaats. Het aandachtig lezen van en leren uit de bijbel wordt belangrijk. Iedereen is geroepen om priester te zijn en zo anderen te helpen met het leven en geloven. Predikanten worden voorgangers, voorzangers, leraren. Geschriften als de Heidelbergse Catechismus en formulieren van Enigheid vinden er geen ingang.
Lutheranen in Kampen: Een Historisch Overzicht
Door een hier gelegerd Duits regiment en door hier wonende Duitse kooplieden kwam het gedachtengoed van Luther ook in Kampen terecht. Vanaf 1618 kwam men in het geheim bij elkaar, zonder eigen predikant. Een Kamper jongen, Melchior Pelegrinus, ging studeren bij Maarten Luther, toen hoogleraar te Wittenberg. Hij werd Luthers predikant. Maar in Kampen zelf bleven Lutheranen vervolgd worden. In 1635 werd een Lutherse predikant nog verbannen uit Kampen. Maar het tij keerde.
Zeven jaar later werd een voorlezer aangesteld, maar deze werd toch de stad uitgezet. Vanaf 1646 kreeg de Lutherse Kerk toestemming om erediensten te houden. De eerste predikant, Justus Brawe, werd beroepen. Geleidelijk trad de Lutherse Gemeente steeds meer in de openbaarheid. In 1648 kocht de gemeente een huis in de Bossteeg (in de volksmond de Lutherse Steeg), dat dienstdeed als kerk. In 1648 werd deze vernieuwd en vergroot. Zij brandde helaas helemaal af in 1841. Daarna werd aan de Burgwal een nieuwe kerk gebouwd in een neoklassieke stijl.
Vrouwen in het Kerkelijk Leven
Vanaf 1908 (en dat is heel vroeg wanneer je het vergelijkt met andere protestantse kerken) konden vrouwen in de Lutherse kerken kerkenraadslid worden. Mw. Ds. Jantine Auguste Haumersen, de eerste Lutherse vrouwelijke predikante van Nederland, begon in 1934 bij ons in Kampen. Onder haar leiding bloeide de gemeenschap. Een plaquette in de kerk (links naast de preekstoel) herinnert aan haar werk tijdens de oorlogsjaren.
Bloeiperiodes en Restauraties
Een andere bloeiperiode kende de kerk onder leiding van ds. Frans Bannink (vanaf 1969). Er werd een groot huisbezoek ingesteld, het nieuwe liedboek werd ingevoerd en de liturgie werd eigentijdser. Het kerkgebouw kwam onder toezicht van monumentenzorg en werd grondig gerestaureerd. Er werden liturgische kleden en nieuwe kroonluchters aangeschaft. Kortom, er waaide een frisse wind door de kerk.
Het Naber-orgel in de Lutherse Kerk: Geschiedenis en Kenmerken
Het orgel in de Lutherse Kerk van Kampen, het zogenaamde Naber-orgel, is een belangrijk onderdeel van het Kamper Orgelpad. De exacte geschiedenis van dit specifieke orgel binnen de Lutherse Kerk van Kampen is niet gedetailleerd beschreven in de verstrekte tekst, maar de context van orgelbouw en restauraties in historische kerken wordt wel belicht.

Orgels en Orgelbouwers in Historisch Perspectief
De tekst biedt diverse inzichten in de orgelgeschiedenis en de rol van orgelbouwers, wat relevant is voor het begrip van orgels zoals die in de Lutherse Kerk van Kampen staan.
Organisten en Hun Invloed
In de tijd van Willem Hendrik Zwart kon men hem aan het werk zien op het Hinsz-orgel van de Bovenkerk, en de meest stijlgetrouwe uitvoering van zijn Fantasie over Psalm 25 beluisteren.
De Orgelbouwers Bätz en Strümphler
De zevenentwintigste augustus Anno Domini 1769 kan rustig een hoogtepunt in de Weesper kerkorgelgeschiedenis genoemd worden. Op die zondag is het orgel tijdens de middagdienst plechtig in gebruik genomen.
Het is niet zo vreemd dat de kerkenraad aan orgelbouwer Johann Heinrich Bätz te Utrecht als eerste de eer geeft. Deze lutheraan had in 1769 een grote reputatie. Denken we alleen maar aan het schitterende orgel van de Lutherse Burgwalkerk in ‘s-Gravenhage, dat hij zeven jaar eerder voltooide, dus in 1762.
Maar óf Bätz krijgt de bestelling niet klaar in juli 1769 (bijvoorbeeld om gezondheidsredenen: hij sterft het jaar erop) óf hij vraagt teveel Caroli Guldens. Deze Johannes Stephanus Strümphler te Amsterdam kreeg hiermee, voor zover we weten, zijn eerste opdracht om een kerkorgel te bouwen. En zo valt te begrijpen dat de kerkenraad deze pas uit Duitsland geëmigreerde lutheraan als tweede gegadigde stelt. De concurrerende prijs past natuurlijk bij een beginnende orgelmaker.
Hoe dan ook, het orgel is gebouwd in een inmiddels beroemde, ambachtelijke orgelperiode. Drs. J.J. van der Harst, adviseur bij restauraties van historische orgels, schrijft dan ook in een artikel van zijn hand: ‘De speelaard van het orgel is gevoelig, direct en muzikaal. # 10. Sexquialtera 3 st.’
Restauratie en Behoud van Orgels
In een recent verleden werden zowel de toren alsmede een groot gedeelte van het kerkgebouw grondig gerestaureerd. Dit geldt ook voor de orgels, waarbij de expertise van adviseurs bij restauraties van historische orgels van groot belang is.
Vergelijkingen met Andere Muzikale Grootheden
Hoewel de focus ligt op orgelgeschiedenis, biedt de tekst ook interessante vergelijkingen met andere componisten, wat de bredere muzikale context schetst.
Mendelssohn en Mozart
Mendelssohn wordt vaak met Mozart vergeleken. Beiden waren wonderkinderen, beiden hadden een getalenteerde zus en beiden stierven jong. Mendelssohn, zoon uit een tot het christendom bekeerd welgesteld joods gezin, bleek al zeer jong een muzikaal fenomeen dat ook nog kon dichten en schilderen. Als componist keek Mendelssohn meer achterom dan vooruit: zijn grote voorbeelden waren Bach, Händel en Mozart. Het was Mendelssohn die Bach weer uit de vergetelheid haalde en de eerste zet gaf aan de Bachrevival die sindsdien nog steeds voortduurt. Een eeuw na de première voerde Mendelssohn namelijk Bachs Mattheüspassie voor het eerst weer uit. Dat was in 1829. Drie jaar eerder, dus op zijn 17de, had hij zijn meesterlijke ouverture A midsummer night's dream op.21, gecomponeerd naar het toneelstuk van Shakespeare. Het is een van de absolute topstukken uit de orkestmuziek aller tijden. Ook zijn Vioolconcert in e op.64 behoort tot een van de mooiste in de 19de eeuw. Verder schreef hij tijdens zijn reizen door Europa de briljante Italiaanse symfonie, de Schotse symfonie en de ouverture Die Hebriden. Hoewel hem in zijn muzikale carrière alles voor de wind ging, maakte zijn zwakke gestel hem emotioneel kwetsbaar. De dood van zijn lievelingszus Fanny werd hem fataal: Mendelssohn stierf in hetzelfde jaar, 38 jaar oud.
Johann Sebastian Bach
Menigeen glipt 's ochtends vroeg zijn bed uit om voor school of werk nog even iets van het Wohltemperierte Klavier te oefenen of een stukje cantate te beluisteren: iedere dag Bach! Vanaf 1723 was hij cantor van de Thomasschule in Leipzig, waarbij hij verantwoordelijkheid droeg voor de muziek in de vier belangrijkste kerken. Deze post was niet alleen muzikaal, maar ook organisatorisch zwaar: zijn meesterlijke Johannes- en Matthäus-Passion en de vele cantates vroegen niet alleen om muzikale inventiviteit, maar ook om organisatorisch inzicht en een nauwgezette planning. Zijn ervaringen als organist, orkestmusicus en orkestleider in Arnstadt, Mühlhausen, Weimar en Köthen zullen hem hier goed van pas zijn gekomen. De Brandenburgse Concerten, de Passacaglia in c, de Toccata en fuga in d en het eerste boek van Das Wohltemperierte Klavier stammen uit Bachs tijd als organist en hofmusicus. Tot de vruchten van zijn Leipziger tijd behoren de Goldbergvariaties, de Hohe Messe, Das musikalisches Opfer en Die Kunst der Fuge.
Dieterich Buxtehude
Dieterich Buxtehude is bij het grote publiek vooral bekend door Johann Sebastian Bachs bewondering voor zijn orgel- en componeerkunsten: hiervoor reisde Bach naar het noord-Duitse Lübeck, om er maar liefst vier maanden te verblijven. Dit feit zegt iets over de kwaliteit van Buxtehude's kunsten, maar ook over de invloed van Bach op de muziekgeschiedenis - niet alleen die na hem, maar ook vóór hem… De muziek van Buxtehude (van oorsprong een Deen!) blijkt echter ruimschoots op eigen benen te kunnen staan. Buxtehude heeft bijna veertig jaar in Lübeck gewoond en gewerkt, en heeft daar in deze tijd grotendeels het muziekleven bepaald. Beroemd werden zijn zelfbedachte en georganiseerde 'Abendmusiken' - muziekuitvoeringen buiten de kerkelijke liturgie om. Van Buxtehude's vocale muziek is het meeste overgeleverd, en hier is dan ook het beste zijn enorme fantasie en creatieve vrijheid te zien. Als organist was Buxtehude's faam wijd verspreid, en als je zijn orgelpreludes beluistert hoor je snel waarom: ook hier is de variatie enorm. Gecombineerd met een ongekende virtuositeit was hiermee zijn roem snel gevestigd. Dan verbaast het ook niet meer, dat Bach hier een flinke reis voor over had!
Kunst en Religie: De Rol van Predikant-Kunstenaars
De tekst belicht ook de bijzondere combinatie van religieuze dienstbaarheid en artistieke expressie.
Drs. P.H.G.C. Kok: Een Kunstenaar in de Kerk
In de Maarten Lutherkerk zijn op diverse plaatsen kunstwerken aanwezig van de voormalige predikant van de gemeente, drs. P.H.G.C. Pieter Herman Gerrit Cornelis Kok werd 9 november 1919 te Utrecht geboren. Hij studeerde zowel theologie, waarin hij op 5 oktober 1943 proponentsexamen deed, als aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten. Van januari 1944 tot oktober 1945 was hij hulppredikant in achtereenvolgens Leeuwarden, Culemborg en Utrecht. Zijn werk als predikant wist hij, in de ruim 31 jaar dat hij in Weesp woonde en werkte, voortreffelijk te combineren met zijn werk als beeldend kunstenaar. Hij wisselde snel zijn toga met de overall en andersom. Zo waren zijn preken vooral zo uitermate boeiend doordat hij zijn getalenteerde inzichten als kunstenaar hier mede bij betrok, zonder de hoofdlijnen van het evangelie ook maar ooit één keer los te laten. In vele tientallen kerken en andere gebouwen zijn uitvoeringen en/of ontwerpen van zijn hand te vinden. Wij noemen hier onder andere een glas-in-loodraam in de Nederlandse Kerk te Londen, ter herdenking van H.M.
Al jaren was het zijn wens om ook voor ‘zijn eigen kerkje’ één of meerdere glas-in-loodramen te ontwerpen. Het ontbrak de gemeente aan geld om een eventueel ontwerp van dominee Kok uit te laten voeren. Direct aansluitend werd door dominee Kok met het tweede ontwerp begonnen: De worsteling van Jacob met de engel aan de beek de Jabbok (Genesis 32 vers 22-32). Nog voor de makers dit raam konden voltooien overleed dominee Kok op 13 mei 1981. Het tweede raam werd sober en plechtig ingewijd op 15 november 1981 door een studievriend van wijlen dominee Kok, dominee P.C. Roodenburg uit Doetinchem. Nog tijdens zijn ziekbed heeft dominee Kok er bij zijn echtgenote, mevrouw D.A. Steeds werden daarbij de benodigde materialen als glas, lood, soldeer, brandverf, enz. Raam 1: Jacobs droom te Bethel (Genesis 28 vers 10-22), ingewijd zondag 8 februari 1981 door dominee P.H.G.C. Raam 2: De worsteling van Jacob met de engel aan de beek de Jabbok (Genesis 32 vers 22-32), ingewijd zondag 15 november 1981 door dominee P.C. Ingewijd tijdens een vesper op zaterdag 3 mei 2003 door dominee Robert H.

Lutherse Gemeente Weesp: Een Casestudy
Hoewel de focus op Kampen ligt, biedt de geschiedenis van de Lutherse Gemeente in Weesp een gedetailleerd voorbeeld van de uitdagingen en ontwikkeling van lutherse gemeenten in Nederland.
Vroege Vestiging en Strijd om Erkendheid
Toen in het oorlogsjaar 1943 het feit werd herdacht dat de Lutherse Gemeente van Weesp 300 jaar bestond, geschiedde dit, gezien de tijdsomstandigheden, op sobere wijze. De eerste aantekening omtrent lutheranen in Weesp dateert van 1642, het jaar waarin de in Weesp wonende volgelingen van Maarten Luther zich gingen vestigen. Zij waren vrijwel allen Duitsers, gevlucht voor de gevolgen van de 30-jarige oorlog. De eerste officiële godsdienstoefening was op de tweede zondag na Pasen: 19 april 1643. De eerste tijd was zeer moeilijk. Voor de luthersen of martinisten gold bepaald geen vrijheid van godsdienst. De eerste plaats van samenkomst werd in 1644 gehuurd voor de som van zestig guldens per jaar. De juiste plaats is helaas niet bekend.
Zeer in het nauw gedreven wendden predikant en kerkenraad zich tenslotte, via de lutherse graaf van Oost-Friesland, tot stadhouder Frederik Hendrik, die het stadsbestuur van Weesp bewoog de Lutherse Gemeente in Weesp met rust te laten. Het aantal leden was inmiddels gestegen van 40 tot 130.
De Bouw van de Kerk in Weesp
Men had het oog laten vallen op een groot huis op de hoek van de Nieuwstad en de Jan Gortersteeg. De plaats waar later de christelijke kleuterschool en nog weer later ‘Tussen de Grachten’ zou komen te staan. In dit huis was voorheen de Bank van Lening gevestigd en door verbouwing wilde men het inrichten als kerk, pastorie en kosterswoning. Om het benodigde kapitaal te verkrijgen reisden, vroeg in het voorjaar van 1648, de diakenen Philips Mohr en Hans Schult met een aanbevelingsbrief, getekend door de lutherse predikanten van Amsterdam, naar Duitsland. Het gebouw werd ingewijd op de eerste kerstdag van dat jaar. De collecte voor de diaconie bedroeg die dag, uit twee kerkdiensten, vier gulden en acht stuivers.
Financiële Uitdagingen en Bestuur
Dominee Tobias Brustenbach, de eerste lutherse predikant van Weesp, diende de gemeente die hij had opgebouwd nog tot 1668, het jaar waarin hij overleed. Dat er ook in de financiële geschiedenis van de kerk niets nieuws onder de zon is, blijkt wel uit de enorme moeilijkheden met geldzaken, die de gemeente in de nu volgende jaren kreeg te verwerken. In 1676 dreigde zelfs de verkoop van de bezittingen om de schulden te kunnen betalen.
Predikanten kwamen en gingen. Al hun namen staan op de achter glas geschilderde lijsten, vervaardigd door de lutherse predikant en beeldend kunstenaar dominee P.H.G.C. In dit nieuwe kerkgebouw werden onder anderen aangebracht: het orgel, het doophek, de avondmaalstafel en de trap, allemaal afkomstig uit de oude kerk. Ze zijn daar tot op heden toe aanwezig. Zelfs de Bentheimer vloertegels uit de oude kerk werden meegenomen en weer in de nieuwe kerk gelegd.
De Huidige Kerk en Monumentale Status
Op eerste kerstdag van het jaar 1819 werd de huidige kerk ingewijd door dominee Noordbergh. Hij was ook de eerste geschiedschrijver van de gemeente. In 1919 werden, ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van het kerkgebouw, de nog steeds aanwezige glas-in-loodramen aangeboden. In een recent verleden werden zowel de toren alsmede een groot gedeelte van het kerkgebouw grondig gerestaureerd.