Vroege geschiedenis van Gaasterland
Enorme massa’s ijs schoven tijdens de ijstijden vanuit Noord-Europa naar het zuiden. Grote stenen die meeschoven, werden vermalen tot keileem. Deze schuivende massa stapelde ijs en keileem op tot hoogten. Als aan het eind van de ijstijden begon het ijs te smelten. In het gebied dat we nu Gaasterland noemen, woonden blijkbaar lang geleden al mensen. Bij toeval werd in 1849 in het Rijsterbos een steenkist gevonden.
Romeinse invloeden en de Friezen
In het jaar 12 voor Christus kreeg de Romeinse veldheer Drusus de opdracht van keizer Augustus om een veldtocht te houden in Noord-Europa. In het jaar 58 namen de Friezen braakliggende stukken grond langs de oever van de Rijn in gebruik. De gronden behoorden toe aan het Romeinse Rijk. De Romeinen gaven de Friezen de opdracht om het gebied te verlaten. Twee Friese koningen, Malorix (geërde koning) en Verritus (uitmuntende hardloper), gingen in het jaar 59 na Christus naar keizer Nero om hun rechten op het gebied te bepleiten.
Ontwikkeling van Gaasterland tot grietenij
Rond 1200 vormde Gaasterland het grootste deel van het graafschap Suthergo. Suthergo hield al snel op een zelfstandig graafschap te zijn, want er vormden zich steeds meer zelfstandige grietenijen. Een grietenij is een voorloper van de huidige gemeenten. Enkele grietenijen sloten zich aan bij het district “Westergo”, anderen sloten zich aan bij de “Zeven Wolden”. Rond 1523 was er sprake van een zelfstandige grietenij “Geesterlandt” en ook wel “Gheesten” of “Gasterlant”. Het was de zevende grietenij van de “Zeven Wolden”.
De oorsprong van Balk
Balk, de latere hoofdplaats van Gaasterland, dankt haar bestaan en bloei aan het verkeer tussen de dorpen Harich en Wijckel. Rond 1200 waren deze twee dorpen, gescheiden door het riviertje de Luts, al bekend. Om de Luts te kunnen oversteken werd er gebruik gemaakt van een balk of hout. Bij die balk ontstond een nederzetting en in 1486 was er al sprake van “’t Vleck Balck, een cierlijk ende neeringhe plaetse light op de aanpalinghen van Wijckel ende Harich.”
De naam en geschiedenis van Bakhuizen
De plaats Bakhuizen ligt op een keileemheuvel die is achtergebleven na de Riss-ijstijd. Vanaf 1492 wordt de plaats onder verschillende namen genoemd: Backhuysen, Backhusen, Mirlumsebackhuysen en in 1579 als Bachusen. Sommigen gaan ervan uit dat Bakhuizen haar naam te danken heeft aan een bakkerij van boeren die niet alleen brood bakten voor mensen, maar ook voedsel voor het vee. Deze verklaring is zeer twijfelachtig, want dergelijke bakhuizen kwamen pas voor in de 18e eeuw. De naam Bakhuizen komt al veel eerder voor. Een logischer verklaring voor de naam is dat die is ontleend aan het Germaanse woord backa dat dezelfde betekenis heeft als het Engelse “back” of “baec” met als betekenis “rug”. In plaatsnamen betekent het heuvelrug of hoogte.

Andries Rampion: een betrokken bestuurder
A. Anders (Andries) Rampion (1873-1956) was handelaar in brandstoffen in Bakhuizen. Daarnaast was hij raadslid en later wethouder van Gaasterland. In die laatste functie heeft hij veel voor Bakhuizen gedaan. Zijn achternaam toont aan dat hij afstamde van een Fransman die in Gaasterland is achtergebleven na de Franse tijd. Die Fransman was in dienst van de douane in Hindeloopen. Hindeloopen was toen een plaats met veel zeevaarders. De Fransen hadden de handel met Engeland verboden en de douane moest ervoor zorgen dat dit bevel werd nageleefd. Aan Andries Rampion was nog duidelijk te zien dat hij geen Fries was.
Pieter Schravendeel: Verbi Divini Minister
Pieter Schravendeel (Rotterdam, 26 september 1928 - Hellendoorn, 9 maart 2013) was een gereformeerd predikant. Hij studeerde theologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Hij diende de gemeente van Gaastmeer van januari 1955 tot augustus 1965. Gedurende deze periode ontstond een sterke band met de gemeente, wat bleek uit het feit dat Gaastmeer later de vaste vakantiebestemming werd. De gemeente van It Heidenskip, nu gefuseerd met Gaastmeer, kreeg Schravendeel als consulent. Voor catechese, huisbezoeken en vergaderingen ondernam hij avontuurlijke tochten te voet door de weilanden en met een bootje over het water, ongeacht het weer.
Na Gaastmeer volgde in 1965 Middelharnis. In augustus 1978 trad hij in Ferwerd aan, waar hij tot zijn emeritaat in 1989 bleef. Zijn kinderen omschreven hem als een toegewijde ouder die hield van doopvoorbereiding en belijdeniscatechese, naast het persoonlijke contact. Zijn vrouw, Elisabeth Schippers, en hij kregen vier kinderen.
Na zijn emeritaat verhuisde hij naar Nijverdal, maar bleef zich inzetten voor de kerken. Schravendeel was tien jaar lid van de Generale Synode namens de Particuliere Synode Friesland-Noord, onder meer als lid van het moderamen. Hij was actief in zowel classis als Particuliere Synode en was deputaat Kerkorde, betrokken bij het proces van Samen op Weg. Hij had een sterke affiniteit met het gereformeerd belijden en de kerkorde, met name de Formulieren van Enigheid en de Heidelbergse Catechismus. Schravendeel vertegenwoordigde de Gereformeerde Kerken in het Contactorgaan voor de Gereformeerde Gezindte en was actief in de predikantengroep van het Confessioneel Gereformeerd Beraad. Zijn betrokkenheid, loyaliteit en oprechte gereformeerde instelling kenmerkten hem.
De laatste jaren ging zijn gezondheid achteruit, wat hem belemmerde in zijn passie voor lezen en studeren. Uiteindelijk moest hij worden opgenomen in een verpleeghuis, waar hij na vier weken in rust overleed. Zijn levensmotto, gebaseerd op Micha 6:8, was: Liefhebben, recht doen en trouw leven met God.

De kerk als baken en gemeenschap
Onze kerktoren is, gezien vanaf het meer, een baken: een markant herkenningspunt. Vanaf het meer en ook vanuit het dorp. De kerk is dus letterlijk een baken: een markant herkenningspunt in de stad of het dorp. Als het goed is dan is de kerkelijke gemeenschap ook daadwerkelijk een houvast in het leven. Een geestelijk thuis en een onbetaalbaar sociaal vangnet voor mensen die dat nodig hebben. Een kerk is van blijvende waarde. Dingen van blijvende waarde zijn zeldzaam. De kerk is de plaats waar je samenkomt om God en elkaar te ontmoeten, zoals vele generaties voor ons dat ook al deden.
De gemeenschap van PKN Gaastmeer
Wij zijn een gemeente die met u en uw vragen en twijfels op weg gaat. Niet om sluitende antwoorden te vinden. De kerkenraad bestaat uit ouderlingen, diakenen en ouderling-kerkrentmeesters. De kerkrentmeesters hebben het beheer over de goederen van de kerkelijke gemeente, zoals het kerkgebouw, de pastorie, de (voormalige) kosterswoning, recreatiewoning ‘De Pondok’ en It Lokaal.
Taakdragers en vrijwilligers
De Kerkenraad en het College van Kerkrentmeesters sturen de volgende vrijwilligers/ondersteuners aan:
- Kindernevendienst: Kinderviering op de bijzondere kerkelijke feestdagen in het Lokaal bij de kerk. Kinderen nemen vanuit de kerkdienst hun eigen lichtje mee en komen tegen het einde van de kerkdienst weer terug.
- Bezoekmedewerkers: Ondersteunen pastor Ludwine bij het pastoraal bezoekwerk. Bezoekjes met een bloemengroet aan jarige 75-plussers.
- Kosters: Gastheer of -vrouw tijdens de zondagse vieringen. Zij zorgen voor een ‘warme’ ontvangst, zowel van de voorgangers als de kerkgangers. Ze luiden de klok als oproep op zondagochtend, zorgen voor licht en geluid tijdens de viering. Verzorgen het bord met de liederen die gezongen zullen worden.
- Liturgische bloemschikken: Bloemen vertellen in beelden het verhaal van God en mensen. Kleuren, vormen lijnen en karakter van bloemen en planten hebben een speciale betekenis. Deze worden gebruikt om aan bijzondere kerkdiensten een eigen, speciale bijdrage te leveren. Het is een bloemstuk dat aansluit bij het bijbelse thema. Ter verdieping, als extra toevoeging. Met vormen, bloemen en eventueel andere materialen probeer je de essentie van het thema weer te geven.
- ‘Preekvoorziener’: Een oude omschrijving maar nog steeds een onmisbare taak. Zij zorgt dat er voor iedere viering een ‘voorganger’ wordt gevraagd.
- Boekhouder, administrateur en financieel adviseur: Van kerkenraad en kerkrentmeesters.
- Verzorging catering ‘It Lokaal’: Bij allerlei activiteiten. Voorraadbeheer en aanspreekbaar persoon.
- Mielrinners!: Samen koken en eten, dat doen wij graag op iedere eerste maandagavond van de maand! We bereiden een variatie aan heerlijke gerechten. Dat koken doen we om de beurt en aan tafel is er altijd een goed gesprek mogelijk.
- Kopergroep ‘Concordia’: Muzikale begeleiding door koperblazers bij bijzondere vieringen. Altijd bereid.
- Tsjerkepaed: Het gastvrij ontvangen van mensen van buiten die belangstellend zijn naar ons kerkgebouw ‘De Pieltsjerke’.