Oorsprong en Vroege Ontwikkeling van Mussel
Mussel, in het Gronings 'De Muzzel', is een relatief jong dorp in de gemeente Stadskanaal, provincie Groningen. Het ontstond in de negentiende eeuw op een zandrug, de Zandtange, in het veengebied langs de Mussel-Aa. De eerste vier huizen werden in 1826 gebouwd na de aanleg van wegen door het veen, als gevolg van de markescheiding van Onstwedde. Dit was de eerste plaats die op voorheen ongescheiden markegronden werd gesticht. De naam 'Mussel' verwijst naar 'moerassig land'. Het oudste deel van het dorp ligt aan de weg van Musselkanaal naar Onstwedde, maar later breidde het dorp zich uit richting Veenendam en Jipsinghuizen.
In de late twintigste eeuw, met name in 1969 en 1973, werden plannen opgesteld om het dorp te saneren, zoals aangegeven in 'Plan Kikkert', 'Structuurschets Oost-Groningen' en 'Een nieuw structuur voor de Kanaalstreek'.
Kerkelijke Gemeenten in Mussel
In Mussel zijn twee kerkelijke gemeenten actief: een Nederlandse Gereformeerde Kerk en een Christelijke Gereformeerde Kerk. Net buiten het dorp, in de buurtschap Kopstukken, bevindt zich een Rooms-Katholieke Parochie. Tot 2019 was ook een PKN-gemeente actief in Mussel, maar wegens een teruglopend ledental kerken de leden nu in Musselkanaal.

De Gereformeerde Kerk: Van Stichting tot Vroege Groei
De geschiedenis van de Gereformeerde Kerk in Mussel is nauw verbonden met de ontwikkeling van het dorp zelf. Aan het begin van de negentiende eeuw was Mussel nog een 'eenzaam veld'. In 1824 verschenen de eerste bewoners, waaronder de families Meeme W. Folkers en Frederik Willems van der Heide. Deze families behoorden later tot de 'Afgescheidenen' en bezochten kerkdiensten in Onstwedde, waar in 1835 een Christelijke Afgescheidene Gemeente werd opgericht.
Op 21 december 1849 werd Harm Wessel Wessels uit Mussel bevestigd als ouderling in de kerkenraad van Onstwedde. Dit diende om de leer en het leven van de Afgescheidenen in Mussel beter te kunnen begeleiden. In de wintermaanden was de afstand naar Onstwedde, vanwege de verre afstand en ongelegene wegen, te groot om kerkdiensten bij te wonen. Daarom werden in Mussel op zondagen godsdienstige samenkomsten gehouden in particuliere huizen. Zodra de winter voorbij was, reisde men weer naar Onstwedde. Voor ouderen en kinderen bleef de afstand echter problematisch. De kerkenraad besloot daarom dat ook in de zomer godsdienstige samenkomsten in Mussel moesten worden gehouden, met gebeden, lezen en zingen, zodat iedereen kon deelnemen.
De opkomst in Mussel was groot, en de overtuiging groeide dat er een eigen kerkgebouw en een zelfstandige Gereformeerde Kerk in het dorp moest komen. De kerkenraad van Onstwedde en de classis Pekela gingen op 22 mei 1861 akkoord met de stichting van een zelfstandige kerk. Op 30 juni 1861 werd de kerk gesticht in het achterhuis van Hendrik Frederiks van der Heide. Vijftien manslidmaten kozen een ouderling en twee diakenen, waarmee de kerkenraad compleet was. De oudst bekende foto toont de gereformeerde kerk te Mussel. In 1861 werd voor 300 gulden een stuk grond aangekocht aan de huidige Musselweg 66, bestemd voor kerkbouw. Timmerman Hans Timmer uit Onstwedde zou de kerk realiseren voor 225 gulden, waarbij de gemeenteleden zelf voor bouwmaterialen moesten zorgen.

Uitbreiding en Ontwikkelingen in de Gereformeerde Kerk
In 1867 overlegde de kerkenraad van Onstwedder-Mussel over de mogelijkheid een eigen predikant te beroepen. Aangezien de kleine kerk dit niet alleen kon bekostigen, werd overwogen samen met de kerk van Stadsmusselkanaal (vanaf 1923 Musselkanaal) een predikant te beroepen. Dit leidde tot een samenwerking van zes jaar, waarbij de te beroepen predikant in Mussel zou wonen. De kerk van Onstwedder-Mussel moest een pastorie bouwen, en Stadsmusselkanaal zou een paardenstal bij de kerk bouwen, wat echter niet gebeurde.
Op 2 januari 1870 deed ds. W.S. Veltman uit Zwartsluis intrede in de kerk van Onstwedder-Mussel. Een deel van zijn traktement bestond uit het gebruik van het kerkland, maar ds. Veltman wenste hier geen gebruik van te maken, wat besparingen op de kerkelijke begroting noodzakelijk maakte. De gemeenteleden droegen bij door een dag op het kerkland te werken. In juni 1870 gaf de classis toestemming voor een collecte in andere classiskerken om de kerkmuur te laten herstellen. Ondanks financiële moeilijkheden werd in 1876 de zitplaatsverhuur als belangrijkste inkomstenbron beschouwd. In 1878 ontstond onenigheid over de notulering van vergaderingen, en de financiële toestand van de kerk bleef zorgelijk, wat leidde tot ontevredenheid over predikant ds. B.J. Bennink.
In januari 1885 werd kandidaat E. Buurma beroepen en deed op 31 mei 1885 intrede. Hoewel de rust in de gemeente leek teruggekeerd, waren er af en toe grensgeschillen met naburige Gereformeerde Kerken.
De Doleantie en de Vorming van De Gereformeerde Kerken in Nederland
In de Nederlandse Hervormde Kerk bestond al langer onvrede over toenemende vrijzinnigheid en het overheidsopgelegde 'Algemeen Reglement voor het Bestuur van de Hervormde Kerk' uit 1816. Dit leidde in 1886 tot een kerkscheuring, de Doleantie, met dr. A. Kuyper als een van de belangrijkste voormannen. In 1892 gingen de Christelijke Gereformeerde Kerk en de Nederduitsche Gereformeerde Kerk (dolerende) samen verder als De Gereformeerde Kerken in Nederland. Ds. Buurma maakte deze eenwording in Mussel nog mee.
In september 1894 werd een beroep uitgebracht op kandidaat L. Bos, die echter bedankte. Pas na bijna twee jaar, met de komst van ds. A. Geuchies in november 1898, kreeg de kerk weer een predikant. De financiële situatie bleef een aandachtspunt, en in 1897 werden plannen gemaakt voor de bouw van een nieuw kerkgebouw, nadat bouwkundig onderzoek de slechte staat van het bestaande gebouw had aangetoond. De kosten van de verbouwing of nieuwbouw werden geschat op ongeveer 18.000 gulden.

De Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) en de Tweede Wereldoorlog
Gedurende de jaren dertig van de twintigste eeuw ontstonden er discussies binnen De Gereformeerde Kerken over diverse theologische en kerkrechtelijke onderwerpen, zoals de 'pluriformiteit van de kerk', de doop, en de 'algemene genade'. Bezwaren tegen besluiten van de synode van 1942/’43, met name over de visie op doop en Verbond, leidden tot spanningen. De kerkenraad van Mussel nam stappen om de schorsing van dr. K. Schilder ongedaan te maken. Toen ook dr. S. Greijdanus werd geschorst, voelde de kerkenraad van Mussel zich 'ook zelf geschorst'.
Op 22 november 1944 maakte een meerderheid van de Gereformeerde Kerk in Mussel - inclusief de predikant en 90% van de gemeenteleden - zich los van De Gereformeerde Kerken in Nederland. Dit resulteerde in de vorming van de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) in Mussel. De resterende leden zochten kerkelijk onderdak elders.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden ook in Mussel maatregelen getroffen, zoals het verduisteren van het kerkgebouw en het verplaatsen van avondkerkdiensten naar de middag. De verspreiding van de 'Messiasbode' werd verboden. De kerkenraad richtte een commissie op voor fondsenwerving voor oorlogsslachtoffers. Na het overlijden van ds. Geuchies in 1940 werd geld ingezameld voor een gedenksteen op zijn graf.
De bezetters verboden het vergaderen van Jongelingsverenigingen uit angst voor politieke discussies. De oorlogsomstandigheden leidden tot stijgende kosten van levensonderhoud en tekorten aan levensmiddelen en kleding.
De Christelijke Gereformeerde Kerk in Mussel
De geschiedenis van de Christelijke Gereformeerde Kerk in Mussel kent ook een lange ontwikkeling. In 1913 werd in Mussel een eigen houten kerkje in gebruik genomen. De gemeenteleden verlangden naar een eigen kerkelijke gemeente, en deze werd opgericht. De eerste Christelijke Gereformeerde Kerk in Mussel werd in 1913 in gebruik genomen.
De kerk van Onstwedder-Mussel veranderde in 1892 van naam. In 1912 verzochten twee ambtsdragers om ontheffing van hun ambt en werden lid van de 'voortgezette' Christelijke Gereformeerde Gemeente, mede door problemen binnen de Gereformeerde Kerk te Onstwedder-Mussel, waaronder de noodzaak om de predikant emeritaat te laten aanvragen. De Gereformeerde Kerk te Onstwedder Mussel bleef ongeveer negen jaar vacant. In 1921 werd een orgelcommissie benoemd om geld in te zamelen voor de aankoop van een instrument.

Hedendaagse Kerkelijke Situatie en Theologische Grondslagen
De Geref. Kerk Vrijgemaakt werd in 1961 gebouwd, met gebruikmaking van onderdelen van oudere orgels. Het instrument werd in 1998 in gebruik genomen. Voor de jeugd werd in 2009 de jeugdsoos verbouwd.
De Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland, waar de gemeente in Mussel bij is aangesloten, baseren hun geloof op de Bijbel als enig fundament. Ze benadrukken Gods woord, Sola scriptura, en dat alle eer aan God alleen toekomt (Soli Deo Gloria). Redding uit zonde en dood kan niet verdiend worden. De hoofdpunten van het geloof zijn samengevat in de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus en de Dordtse Leerregels, naast oudere belijdenisgeschriften zoals de Apostolische Geloofsbelijdenis.
Kinderen van gelovigen ontvangen de Heilige Doop als teken van Gods verbond. Ongedoopte volwassenen worden gedoopt na belijdenis van hun geloof. De gemeente viert Kerstfeest, Goede Vrijdag, Pasen, Hemelvaart en Pinksteren. De Heilige Doop wordt gezien als een teken van Gods zorg en een verbond met ouders en kinderen. Het Heilig Avondmaal wordt meerdere keren per jaar gevierd, ter herinnering aan het offer van Jezus Christus.
De gemeente is afhankelijk van God en viert Biddag en Dankdag. De kern van het geloof wordt samengevat in de symbolen van het geloof: het kruis (redding), de hoop (opstanding en eeuwig leven) en de liefde (goddelijke genade en naastenliefde). De gemeente wil Gods liefde en genade uitdragen in woord en daad, zowel binnen als buiten de eigen gemeenschap.
Verleden van Groningen (1/8) [15-10-2008] - RTV Noord
tags: #mussel #gereformeerde #kerk