De doopsgezinden, die in Nederland meestal onder deze naam bekendstaan, vormen de oudste nog bestaande doperse kerk. Internationaal worden zij vaak aangeduid als mennonieten. Deze christelijke groepering kent zijn oorsprong in de radicale reformatorische stroming die zich in de 16e eeuw afsplitste van de protestantse kerken.
De Naamgever: Menno Simons
De naam 'mennonieten' is afgeleid van Menno Simons (ca. 1496-1561), een Nederlandse priester die zich bekeerde tot het anabaptisme. Simons wordt beschouwd als de spilfiguur en belangrijkste inspirator van de beweging van anabaptisten, ook wel wederdopers genoemd. Hij was een van de weinige Nederlandse kerkhervormers uit die tijd, naast figuren als Maarten Luther, Johannes Calvijn en Huldrych Zwingli.
Menno Simons werd geboren in Witmarsum, Friesland, en werd oorspronkelijk tot priester gewijd in Utrecht. Aanvankelijk sympathiseerde hij met de ideeën van Luther, met name wat betreft de kritiek op de katholieke transsubstantiatieleer. Later voelde hij zich meer aangetrokken tot de leer van Zwingli en raakte hij onder de indruk van de anabaptisten uit Zwitserland. Na de gewelddadige gebeurtenissen rond de radicale dopers in Münster, en mede onder invloed van de dood van zijn broer Pieter, zwoer Menno Simons het geweld af. In 1536 liet hij zich opnieuw dopen en brak hij definitief met de Rooms-Katholieke Kerk. Hij werd in datzelfde jaar ouderling binnen een groep vredelievende baptisten, die later onder zijn leiding de naam mennonieten zouden aannemen.

Kernprincipes en Levenswijze
De naam 'doopsgezind' verwijst naar hun specifieke kijk op de doop. In plaats van kinderdoop passen zij de volwassendoop op vrijwillige basis toe, waarbij de dopeling een eigen geloofsbelijdenis aflegt. Dit benadrukt de persoonlijke verantwoordelijkheid van elk lid voor zijn of haar geloof.
Andere belangrijke kenmerken van de mennonieten zijn:
- Tolerantie en begrip: Een open houding naar elkaar en naar de buitenwereld.
- Saamhorigheid en gemeenschapszin: Het 'gemeente-zijn' wordt als belangrijk ervaren.
- Pacifisme: Een afwijzing van militaire dienst, het dragen van wapens en vroeger ook van overheidsdienstneming.
- Engagement: Actieve betrokkenheid bij de samenleving, zoals hulp aan vluchtelingen en statushouders, en zorg voor vrijwilligers.
- Aanpassing aan de tijd: Het toepassen van waardevolle elementen uit de traditie op de hedendaagse context.
De kerk wordt gezien als een open ontmoetingsplek waar ontmoeting plaatsvindt tussen leden, vrienden en passanten.

Geschiedenis en Verspreiding
De anabaptistische beweging, waaruit de mennonieten voortkwamen, begon in kringen rond Huldrych Zwingli in Zwitserland. De vroege Zwitserse anabaptisten, ook wel Dopers of Zwitserse Broeders genoemd, werden vervolgd en velen besloten te vertrekken naar gebieden als de Elzas, de Palts en de Nederrijn. In de 18e en 19e eeuw emigreerden veel mennonieten naar Amerika, en later ook naar Oost-Europa.
Na de invoering van de dienstplicht in Rusland en de dreiging van collectivisering, emigreerden veel mennonieten in de 19e en 20e eeuw verder naar Amerika (Verenigde Staten en Canada), maar ook naar Zuid-Amerikaanse landen als Paraguay, Bolivia, Argentinië, Brazilië en Uruguay.
De Mennonieten in Nederland
In Nederland bleven veel volgelingen van Menno Simons wonen, bekend als doopsgezinden. Vooral in Noord-Holland en Friesland vormden zij lange tijd een aanzienlijk deel van de bevolking. Zij stonden bekend als ijverige gelovigen die zich buiten politiek en bestuur hielden, maar wel een belangrijke rol speelden in de economische bloei. Vanwege hun non-conformistische uitgangspunten werden zij in de 16e eeuw zwaar vervolgd.
Tijdens de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden werden de doopsgezinden, net als Joden en katholieken, 'gedoogd'. Dit betekende dat zij hun geloof niet openlijk mochten uitoefenen, wat leidde tot de bouw van schuilkerken, vaak verborgen achter andere gebouwen of aan het einde van een straat.
Vanaf de 18e eeuw verschoof de orthodoxie binnen de Nederlandse doopsgezinde gemeenten steeds meer naar de vrijzinnige hoek. Na de Bataafse Revolutie in 1795 werden zij, samen met katholieken en joden, geëmancipeerd en kregen zij gelijke burgerrechten. In de 19e eeuw stapten veel rechtzinnige doopsgezinden over naar de Gereformeerde Kerk of de Vrije Evangelische Gemeenten, of emigreerden zij naar de Verenigde Staten, wat de kerk een nog vrijzinniger karakter gaf.

Internationale Verscheidenheid
Hoewel de naam 'mennonieten' vaak wordt gebruikt, bestaat er een belangrijke nuance tussen de internationale gemeenschap van mennonieten en de Nederlandse doopsgezinden. Er wordt onderscheid gemaakt tussen conservatieve, 'etnische mennonieten', die direct afstammen van de oorspronkelijke Europese groepen, en nieuwe, bekeerde mennonieten die sinds de 20e eeuw wereldwijd voorkomen.
De Amish, die zich in de 17e eeuw afsplitsten van een strengere stroming binnen de Zwitserse mennonieten onder leiding van Jakob Ammann, vormen een aparte groep. Zij leven vaak in meer geïsoleerde, zelfvoorzienende gemeenschappen en schuwen de moderne wereld meer dan veel andere mennonitische groepen.
De levenswijze van de Amish | VOLLEDIGE DOCUMENTAIRE
Hedendaagse Doopsgezinden
Tegenwoordig kennen de Nederlandse doopsgezinden een liberaal en progressief karakter. De kerk is een van de weinige in Nederland die al sinds de 19e eeuw haar predikantenopleiding openstelde voor vrouwen. Vrouwelijke predikanten spelen een belangrijke rol binnen de gemeenten.
Doopsgezinden participeren actief in de oecumenische beweging en werken samen met andere kerken. Zij hechten nog steeds aan de principes van persoonlijke verantwoordelijkheid, tolerantie en engagement, en passen deze toe in hun omgang met elkaar en met de wereld om hen heen.
Hoewel de naam 'mennist' in Nederland soms nog wordt gebruikt, heeft de benaming 'doopsgezind' de voorkeur gekregen om de eigen identiteit te benadrukken en verwarring met andere groepen te voorkomen. Ondanks de historische achtervolgingen en de uitdagingen van de tijd, blijven de principes van Menno Simons en de kernwaarden van de doopsgezinde gemeenschap levend.
