Geschiedenis van de Sint-Jans Onthoofdingkerk in Loon op Zand

De geschiedenis van Loon op Zand is nauw verbonden met de Sint-Jans Onthoofdingkerk, een monumentaal gebouw dat getuigt van eeuwenoude tradities en ingrijpende veranderingen. De huidige kerk, waarvan de bouw in 1394 werd voltooid, staat op een plek die door de lokale bevolking al sinds de middeleeuwen wordt bewoond. De kerk heeft in haar bestaan talrijke verbouwingen en restauraties ondergaan, wat resulteert in een rijke architectonische gelaagdheid.

Van Venloon naar Loon op Zand: De Vroege Geschiedenis

De oorsprong van de kerkgemeenschap in Loon op Zand gaat terug tot het jaar 1233. In dat jaar werd op de Kerkenakker, in het Land van Kleef, een stenen kerk gewijd aan Sint-Willibrord. Deze kerk was oorspronkelijk onderdeel van de nederzetting Venloon, de middeleeuwse naam voor Loon op Zand. De overlevering vertelt dat de inwoners van Venloon, geplaagd door opstuivend duinzand en oorlogsgeweld, genoodzaakt waren om eind 14e eeuw een nieuwe plaats voor hun dorp te zoeken. Deze nieuwe locatie lag dichter bij het kasteel, op een afstand van ongeveer "ses boogscheuten weeghs".

Op deze nieuwe locatie stichtte Paulus van Haastrecht de Oude, heer van Loon op Zand, in 1392/1394 de huidige kerk, gewijd aan Sint-Jans Onthoofding. Het gebouw zoals we dat nu kennen, kreeg grotendeels vorm in de 16e eeuw met de aanleg van het transept en de lagere zijbeuken. Verdere uitbreidingen vonden plaats in latere eeuwen: de doopkapel werd in 1879 aangebouwd, en de nieuwe dwarsbeuken dateren uit 1929 en 1951.

archeologisch onderzoek op de Kerkenakker met vondsten van middeleeuwse kerkresten en graven

Archeologisch Onderzoek en Oude Kerkresten

Om de historische context van de oude kerk en het verdwenen dorp Venloon te onderzoeken, werd in maart 2004 op de Kerkenakker een archeologisch onderzoek uitgevoerd door de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek, onder leiding van archeologe Ellen Vreenegoor. Dit onderzoek bracht inderdaad resten van de middeleeuwse kerk aan het licht, evenals talrijke graven, kuilen en greppels.

De oude kerk, die Sint-Willibrord als patroonheilige had, heeft bestaan tot in de 16e eeuw. In 1233 schonk Hendrik I, hertog van Lotharingen en Brabant, deze kerk en het recht van pastoorsbenoeming aan de abdij van Tongerloo. Het schip van deze voormalige Willibrorduskerk was minstens 18 meter lang en zes meter breed. Het kerkhof, omgeven door een greppel en mogelijk een muur, besloeg een oppervlakte van ongeveer 40 bij 55 meter. Ondanks het verdwijnen van het fysieke gebouw, bleven volksverhalen over een nachtelijke begrafenisstoet en klokgelui de herinnering aan deze verdwenen kerk levend houden.

De Bouwgeschiedenis van de Sint-Jans Onthoofdingkerk

De bouw van de huidige kerk, gewijd aan Sint-Jans Onthoofding, begon rond 1392. De eerste fase van de bouwhistorie werd afgesloten in 1394, onder het pastoraat van Henricus Stiercken, kanunnik van de Sint-Jan te 's Hertogenbosch. Het oorspronkelijke gebouw had waarschijnlijk de vorm van een rechthoekig zaalkerkje met recht opgetrokken stenen muren en een open spanten dakconstructie. De aangetroffen bakstenen waren van het formaat kloostermoppen.

Omstreeks 1400 werd het priesterkoor, of absis, gebouwd in gotische stijl, kenmerkend door spitsbogen en traceringen. Rond 1410 volgde de bouw van het dwarstransept, wat resulteerde in een kruisvormige plattegrond, eveneens in volwaardige gotische stijl met steunberen en natuurstenen pinakels.

artistieke impressie van de monumentale Kempengotische kerktoren

De Monumentale Torenbouw en Verdere Uitbreidingen

Tussen circa 1450 en 1521 werd de monumentale toren gebouwd in de stijl van de Kempengotiek. Deze groots opgezette bakstenen toren, verrijkt met steunberen, natuursteen en kunstig metselwerk, kreeg in 1460 haar eerste klok. In 1521 werden de twee kruiskoren (het transept) aangebouwd, evenals de twee lagere zijbeuken aan weerszijden van het middenschip en de ruimte ten noorden van de toren, de huidige Mariakapel. Bij opgravingen in 1978 werd ontdekt dat de resten van een oude gevel dienst deden als fundatie voor de pilaren van het middenschip, specifiek de kolommen van de zuidbeuk. Dit resulteerde in een gotische kerk met een driebeukig schip en dwarspand (transept).

Na 1570 vonden verdere bouwactiviteiten plaats, gefinancierd door de verkoop van materialen van de oude kerk op de Kerkenakker. De nieuwe kerk op de huidige locatie kreeg de naam Sint-Johannes de Doper (de toevoeging "in zijn onthoofding" stamt uit de 19e eeuw). Het feit dat een nieuwe kerkpatroon werd gekozen, suggereert dat beide kerken gedurende een bepaalde periode in gebruik zijn geweest.

De Reformatie en de Kerk in Protestantse Handen

Na de Vrede van Munster in mei 1648, die een einde maakte aan de Tachtigjarige Oorlog, werd de uitoefening van de katholieke godsdienst verboden. Het kerkgebouw kwam ingevolge het plakkaat van 16 juni 1648 in handen van de protestanten en werd voor lange tijd aan de katholieke eredienst onttrokken. Het gebouw bleek echter te groot voor de kleine protestantse gemeente.

Het priesterkoor werd afgeplankt en in gebruik genomen als raadhuis, terwijl ook de rechtbank er zijn vergaderingen hield. De preekstoel werd tegen de houten afscheiding geplaatst, de altaren afgebroken en het interieur werd gewit. Volgens de overlevering werd een deel van het gebouw zelfs gebruikt als paardenstal voor gelegerde soldaten en een ander deel als geitenstal voor de protestantse schoolmeester. In de 17e en 18e eeuw vonden regelmatig noodzakelijke reparaties en restauraties plaats aan kerk en toren.

schematische weergave van de verschillende bouwfasen van de kerk

Schade en Teruggave aan de Katholieken

Een zware klap voor het gebouw was de storm van 9 november 1800, die het zodanig vernielde dat het bijna onbruikbaar werd, met als meest zichtbare schade het wegwaaien van de gehele spits van de toren. Ondanks eerdere verzoeken duurde het tot 4 juli 1821 voordat de kerk werd teruggegeven aan de katholieken. Na een grondige restauratie werd het gebouw op 30 september 1823 plechtig opnieuw in gebruik genomen.

Ingrijpende Restauraties en Verbouwingen

De 19e en 20e eeuw brachten een reeks ingrijpende restauraties en verbouwingen met zich mee, die de kerk haar huidige aanzien gaven.

Restauratie onder Karl Weber (1879-1880)

In de jaren 1879 en 1880 vond een ingrijpende restauratie plaats onder leiding van de Roermondse architect Karl Weber. Aan de zuidzijde van de toren werd een doopkapel gebouwd. De westgevel van de noordelijke zijbeuk werd geheel vernieuwd, en op de overgang van middenschip en transept werd een geveltorentje gemetseld met een klokje. Het interieur kreeg een ander aanzien door de aanleg van een houten tongewelf, en drie zware balken die de gevels van het middenschip verbonden, werden toegevoegd.

Verbouwingen in de 20e Eeuw

De kerktoren, die in 1902 door het gemeentebestuur was overgedragen aan het kerkbestuur, kreeg in 1909 een nieuwe spits. In 1923, ter gelegenheid van het 100-jarig jubileum van de teruggave van de kerk, werd het interieur opgeknapt met marmerbeschilderingen en nieuwe muurschilderingen. Tussen 1928 en 1929 werd de kerk uitgebreid met een tweede dwarspand, naar een ontwerp van de Bossche architect H.W. Valk. Deze uitbreiding, inclusief de bouw van een nieuwe sacristie, onttrok het priesterkoor grotendeels aan het zicht.

Kerkgeschiedenis uitgelegd: 1e tot 5e eeuw | Volledige documentaire

Oorlogsschade en Herstel

Tijdens de bevrijding van Loon op Zand in oktober 1944 werden kerk en toren zwaar beschadigd. De herstelwerkzaamheden begonnen in 1945. In 1949 werd de toren gerestaureerd, en in 1950 werd het interieur vernieuwd, waarbij de muurschilderingen verdwenen, de muren opnieuw werden gepleisterd en geverfd, en enkele gesneuvelde gebrandschilderde ramen werden vervangen. In 1951 werd het verwoeste nieuwe dwarspand aan de zuidzijde herbouwd in een geheel andere stijl, onder architectuur van E. Nijsten uit Den Bosch.

Onder het pastoraat van pastoor Simons vonden verdere herstelwerkzaamheden plaats in etappes: van 1964-1966 de toren, van 1973-1976 het exterieur, en van 1978-1979 het interieur. De laatste restauratie, die de gebrandschilderde ramen, de bestrijding van boktorren in de dakconstructie, en het herstellen en schilderen van de binnenmuren omvatte, werd tussen 1994 en 1998 afgerond.

Kunsthistorische Schoonheid en Liturgische Tradities

De bescheiden dorpskerk is verrijkt met talrijke kunsthistorische voorwerpen die een bezoek de moeite waard maken. Opvallend in het interieur zijn de koperen kaarsenkronen uit de 17e eeuw en de preekstoel uit 1853. De kruisweg, omstreeks 1920 geschilderd in de zogenaamde Beuroner stijl, voegt een spirituele dimensie toe.

De gebrandschilderde ramen in het priesterkoor en het transept, vervaardigd in 1950 door Max Weiss uit Roermond, sieren het kerkinterieur. Tegen de pilaren van het middenschip zijn gepolychromeerde heiligenbeelden geplaatst. Een bijzonder beeld, links naast het altaar, is dat van de H. Gerlachus, een kluizenaar die rond 1150 leefde en aangeroepen wordt als beschermer tegen veeziekten. In 1890 werd hiervoor een Gerlachusbedevaart ingesteld, die in Loon op Zand begon op de maandag voor Pinksteren en eindigde op Tweede Pinksterdag met een sacramentsprocessie.

In de kerk wordt dagelijks de Eucharistie gevierd volgens de Romeinse Ritus, in uitwerking van het Tweede Vaticaans Concilie, wat de kerk verbindt met hedendaagse liturgische praktijken.

Pastoors en Kapelaans door de Eeuwen Heen

De lijst van pastoors en kapelaans die de parochie van Loon op Zand hebben gediend, is lang en weerspiegelt de continuïteit van het geloof in de gemeenschap. Enkele markante figuren uit de parochiegeschiedenis zijn:

  • Petrus Coelborne: Vermoedelijk begeleidde hij de eerste jaren van de bouw van de nieuwe kerk, als pastoor van Loen ende Sprange vanaf 1384.
  • Pastoor Klijsen: Na dertien jaar werkzaam te zijn geweest in Hooge Zwaluwe, werd hij in 1877 benoemd tot pastoor van Loon-op-Zand. Hij blonk uit in ijver voor Gods Huis, het zielenheil en het godsdienstig onderwijs. Hij stond bekend om zijn milddadigheid en steun aan behoeftigen.
  • Pastoor Muré: Onder zijn pastoraat vond in 1928 een uitbreiding van de kerk plaats.
  • Pastoor Simons: Onder zijn leiding werden in de jaren '60, '70 en '70 van de 20e eeuw grootschalige restauraties aan kerk en toren uitgevoerd.
  • Pastoor Schoenmakers en kapelaan A. Reijmer: Zij verzorgden in de jaren vijftig de heilige missen in de Sint Jan.
  • Mijnheer Mommers: Bestierde de parochie in de jaren zestig.

De nauwkeurige duur van het pastoraat of de deservituur is voor de tijd vóór 1560 niet altijd exact te geven wegens onvolledige bronnen. Echter, de lijst van pastoors en hun pastoraat markeert de spirituele leiding die de gemeenschap door de eeuwen heen heeft ontvangen.

tags: #nederduits #gereformeerd #loon #op #zand