Geschiedenis van de Nederlandse Protestanten Bond

Oprichting en Vroege Jaren (1870-eind 19e eeuw)

De Nederlandse Protestanten Bond (NPB), later bekend als Vrijzinnigen Nederland (VN), werd opgericht in 1870. De vereniging ontstond als een reactie van aanhangers van het vrijzinnig-protestantisme op de Confessionele Vereniging, die in 1864 was opgericht. Het doel van de NPB was de bevordering van de vrije ontwikkeling van het godsdienstige leven. Deze 'moderne richting' nam afstand van het geloven op gezag en wilde moderne wetenschappelijke inzichten en het menselijk oordelen verbinden aan het geloof.

Bij de oprichting van de NPB tekenden zich twee stromingen af: zij die zich los van de bestaande kerken wilden organiseren (dit werd de NPB), en zij die de vrijzinnigheid zagen als een stroming binnen de gevestigde Nederlandse Hervormde Kerk. Deze laatste stroming richtte in het begin van de 20e eeuw de Vereniging van Vrijzinnig Hervormden op, tegenwoordig VVP.

De invoering van kiescolleges in 1867 leidde tot grote onrust in de linkerflank van de Nederlandse Hervormde Kerk. Leidinggevende vrijzinnige kerkenraadsleden en later ook moderne predikanten werden vervangen door meer behoudende. De vrijzinnigen zochten elkaar daarna op in gesprekskringen, waaruit de Nederlandse Protestantenbond ontstond. In Drenthe vormden zich afdelingen in Assen, Beilen, Hoogeveen, Meppel en Smilde. In Hoogeveen en Meppel is hieruit de Remonstrants Gereformeerde Kerk voortgekomen, in Assen de VVH (Vereniging Vrijzinnig Hervormden).

Binnen de vrijzinnige stroming werd de Bijbel niet gezien als het Woord Gods in letterlijke zin, maar veel meer als een document dat getuigt van de liefde van God. Ook probeerde men de moderne wetenschappelijke inzichten en de rationaliteit in verbinding te brengen met het geloof. De vereniging wilde met jaarlijkse bijeenkomsten mensen binnen en buiten de kerken bij elkaar brengen om religie, cultuur en wetenschap met elkaar te verbinden. In de loop der jaren bleek er behoefte om samen te komen in afdelingen. Dat leidde tot het stichten van vrijzinnige geloofsgemeenschappen.

schematische weergave van de verschillende stromingen binnen het Nederlandse protestantisme in de 19e eeuw

Ontwikkelingen in Vrije Evangelische Gemeenten

Halverwege de negentiende eeuw ontstonden enkele gemeenten, die naast de Nederlandse Hervormde Kerk en de gemeenten uit de Afscheiding van 1834 een eigen plaats innamen op de kerkelijke kaart van Nederland. Elke gemeente droeg een eigen naam (de naam Vrije Evangelische Gemeenten is pas later als gezamenlijke naam aangenomen), maar kenmerkend was dat zij zelfstandig waren, zich niet aan de belijdenisgeschriften als acte van overeenkomst bonden, en veel ruimte boden voor de inzet van mannen en vrouwen in de gemeenten.

In 1856 stichtte de voormalige doopsgezinde predikant ds. Jan de Liefde in Amsterdam de eerste Vrije Evangelische Gemeente. Hij wilde daarmee een nieuwe impuls geven aan het christelijke leven in Nederland, omdat hij in de Nederlandse Hervormde Kerk geen ruimte zag voor de verwezenlijking van zijn idealen. De Liefde was ook op andere terreinen actief in Amsterdam; hij publiceerde veel en stichtte de vereniging Tot Heil des Volks.

In 1859 ontstond te Ermelo een vrije Zendingsgemeente onder leiding van ds. Hermanus Willem Witteveen. De aanleiding vormde een conflict over de invulling van het godsdienstonderwijs, dat volgens de overheid neutraal moest zijn. Witteveen was niet van plan geweest om een vrije gemeente te stichten, maar toen hij door het Provinciaal Kerkbestuur van Gelderland uit zijn ambt werd gezet, bleef hem geen andere keuze. Evenals De Liefde sloot ook Witteveen zich niet aan bij de afgescheiden gemeenten en verwierp hij een binding aan de belijdenisgeschriften. Naar het voorbeeld van de Evangelische Broedergemeente te Zeist en onder invloed van het Réveil ontwikkelde Witteveen veel missionaire activiteiten en stichtte in Ermelo diverse opvanghuizen. De Zendingsgemeente te Ermelo werd de bakermat van de latere Bond van Vrije Evangelische Gemeenten.

In Zeeland verliep het ontstaan van de Vrije Evangelische Gemeenten weer anders en speelde de persoon van ds. H.J. Budding een grote rol. Budding, die Hervormd predikant was in Biggekerke, raakte al snel betrokken bij de Afscheiding en werd de centrale figuur van deze beweging in Zeeland. In een latere fase van zijn leven maakte hij zich echter los van de Afscheiding. Zo verwierp hij bijvoorbeeld de drie-eenheidsleer en de strakke binding aan de belijdenisgeschriften. In zijn gemeente te Goes, ontstaan in 1840 als oud-gereformeerde afsplitsing van de Afscheiding, voerde hij de wekelijkse avondmaalviering in en verlangde hij steeds meer naar een gemeente die met andere christenen samen getuigde van het verlossende werk van Christus, in liefde en eenvoud.

De Vorming van de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten

Vooral voorgangers en evangelisten uit de kring van Ermelo en Goes ontmoetten elkaar vanaf circa 1865. Budding moest bijvoorbeeld niets hebben van de prediking van het duizendjarig rijk van de leerlingen van Witteveen (chiliasme), maar het ideaal van de vrije, zelfstandige gemeenten had zijn sympathie. Ook met leerlingen van Jan de Liefde waren er contacten, maar anders dan De Liefde, waren zij voorstander van de doop op geloof. De Liefde had deze opvatting aanvankelijk ook aangehangen, maar was later van mening veranderd.

De verschillen in doopopvatting leidden ertoe dat de leerlingen van De Liefde geen toenadering zochten tot de evangelisten uit de kring van Witteveen. In deze kring werd het initiatief genomen tot de oprichting van de Bond (1879), maar in 1881 vond zij niet plaats in Ermelo, maar in Franeker. Witteveen had zich namelijk in die tussentijd teruggetrokken. De Bond begon met slechts vijf gemeenten. De broers Arend Mooij (1832-1915) en Marinus Mooij (1850-1918), die leerlingen van Witteveen waren en met hem de eerste Beginselen hadden geschreven, waren de drijvende kracht.

Een invloed op de jonge Bond is te vinden in de zogenaamde Brightonbeweging, een Heiligingsbeweging die in de jaren 70 van de 19e eeuw een korte bloei heeft gekend. Smitt was actief in deze beweging en ook de gebroeders Mooij waren erbij betrokken. Problemen ontstonden vooral toen ds. Huet (1827-1895), die de centrale figuur in de Brightonbeweging in Nederland was, zich sedert 1885 met het zogenaamde christelijk spiritisme ging bezighouden. De Brightonbeweging had inmiddels wel door de diverse conferenties die gehouden werden, een basis gelegd voor contacten tussen verschillende voorgangers en gaf een impuls aan de Bond, die geleidelijk groeide.

De Liefde en Budding maakten deze ontwikkeling niet meer mee, want zij stierven voordat deze opwekkingsbeweging op het toneel verscheen. In 1892 sloot de Bond zich aan bij de International Congregational Council (de voorloper van de latere WARC). Na 1905 was er in de kring van de Vrije Evangelische Gemeenten invloed van Johannes de Heer (1866-1961) en werd de maranatha-boodschap een belangrijk kenmerk van de prediking.

portretten van de oprichters en vroege leiders van de Nederlandse Protestanten Bond

Institutionalisering en Veranderingen (20e en 21e eeuw)

Er vond gaandeweg ook een vorm van institutionalisering plaats. Er werd een belijdenisgeschrift geschreven, hoewel M. Mooij zich daartegen verzette op grond van de oorsprong en de Beginselen van de Vrije Evangelische Gemeenten. Er ontstonden diverse evangelisatie- en zendingsactiviteiten die tot gezamenlijke Bondsactiviteit uitgroeiden (de Samosirzending) en in 1927 werd een eigen opleidingsschool gesticht.

Na de Tweede Wereldoorlog vonden nieuwe ontwikkelingen plaats. De Bond was in 1948 medeoprichter van de Wereldraad van Kerken, maar trok zich een jaar later weer terug. Deze situatie was tekenend voor de verschillen van inzicht in de Bond over de oecumene. Deze verschillen zouden jarenlang doorwerken.

Rond 1980 werd door drs. G. Siebert (1942-1990) een breed opgezet onderzoek verricht naar het missionaire functioneren van de Bond en zijn gemeenten. Er werden in diezelfde tijd overeenkomsten gesloten met de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken in Nederland, omdat men erkende dat er geen wezenlijke verschillen in het belijden waren. Een aantal gemeenten voelde zich vervreemd door deze ontwikkelingen en besloot zich los te maken van de Bond.

Om het werk van de Bond beter te kunnen coördineren en ondersteunen werd op 1 januari 1981 het Bondsbureau in Velp geopend. Tegenwoordig wordt er gewerkt met een kleine staf die allerlei Bondsactiviteiten en het werk van het comité ondersteunt.

De Doopkwestie en Samenwerking

In de Bond van VEG is de kinderdoop gebruikelijk. In een aantal gemeenten is er ruimte voor een bevestigingsdoop. Op de Bondsvergadering in 2003 en 2009 is daarover gezamenlijk beraad gevoerd. Overigens was er binnen de Bond altijd ruimte voor leden die hun kinderen niet lieten dopen of die zich op volwassen leeftijd lieten dopen, omdat zij niet als kind gedoopt waren.

Binnen de Internationale Bond van Vrije Evangelische Gemeenten wordt verschillend gedacht over de doop. De Evangelical Covenant Church in de Verenigde Staten kent net als de Nederlandse Bond de kinderdoop. Reeds in zijn beginselen van 1879 en 1885/1888 sprak de Bond zich uit voor de kinderdoop. Deze doop was voor hem een manier om uit te drukken dat hij zich niet wilde isoleren van de bredere protestantse traditie in Nederland. In 2009 heeft de Bond zich opnieuw uitgesproken voor de traditie van de kinderdoop, maar tevens ruimte gelaten voor gemeenten die een praktijk van doopbevestiging kennen.

Het seminarium van de Bond werkt sinds 2007 nauw samen met de Protestantse Theologische Universiteit. In 2008 kwam er een associatieovereenkomst tot stand tussen de Bond en de Protestantse Kerk. Met deze overeenkomst spreken beide kerkgenootschappen uit dat zij een geloofs- en kerkgemeenschap willen vormen, omdat zij een wezenlijke overeenstemming kennen in hun belijden. Daarnaast bevat de overeenkomst afspraken over concretere vormen van samenwerking.

grafiek die de groei van het aantal afdelingen van de Nederlandse Protestanten Bond weergeeft

Huidige Status en Naamswijzigingen

Tegenwoordig is de bond bekend als Vrijzinnigen Nederland (VN). De vereniging heeft een verenigingsstructuur en is geen kerkgenootschap in de zin van de Nederlandse wet. Zij heeft ongeveer 3000 leden en 45 zelfstandige plaatselijke afdelingen, die onderling sterk kunnen verschillen. In de ene plaats dient het religieus humanisme als uitgangspunt en in de andere plaats het vrijzinnig christendom. Alle vrijzinnig denkende mensen kunnen lid van de vereniging worden, ook als ze al lid zijn van een (ander) kerkgenootschap.

In 1991 werd de naam veranderd in “Vrijzinnige Geloofsgemeenschap NPB”. De letters NPB verwezen nog naar de oude naam, maar werden niet meer voluit geschreven. Elke afdeling heeft iets eigens, een eigen kleur en sfeer. Dat heeft vooral te maken met de ontstaansgeschiedenis en de sociaal-maatschappelijke omstandigheden, die per locatie verschillen.

In september 2011 verscheen een special van Ons Orgaan, het magazine MOO!. In de afgelopen jaren is er gewerkt aan een beleidsvisie op de verdere toekomst van de Bond. Vanuit het verlangen om tot ‘revitalisering’ te komen wordt er gewerkt aan een Bond die met minder middelen en mensen eigen sporen weet te trekken.

Korte politieke geschiedenis van Nederland

tags: #nederlandse #protestanten #bond