De geschiedenis van de Oud Gereformeerde Gemeente Puttershoek kent zijn oorsprong in de late 19e eeuw. Het initiatief voor de oprichting van deze gemeente ging uit van Cornelis Schouten in 1892. Aanvankelijk reisde hij met een groep medeleden per roeiboot vanuit Papendrecht naar de kerk van de afgescheiden predikant ds. Van Brummen in Dordrecht. Daar was Schouten enige jaren actief als ouderling en voorzanger.
Later begon de heer Schouten in zijn woning aan het Oude Veer 20 preken voor te lezen. In 1897 werd er gepreekt in zijn schuur aan het Westeind, de locatie waar later de christelijke basisschool gevestigd zou worden. Het aantal aanhangers groeide gestaag tot 1917, het jaar waarin de heer Schouten niet meer in staat was om voor te gaan. Vanaf dat moment kwamen er zo nu en dan vrije Oud Gereformeerde predikanten naar Papendrecht. Daarnaast sprak de Papendrechter Joan van 't Hoog op zondagen af en toe een stichtelijk woord als zogenaamde oefenaar.
Na het overlijden van de heer Schouten in 1925 ontstond er een probleem: de kerkgemeenschap moest op zoek naar een ander gebouw voor de zondagse erediensten, omdat de bijeenkomsten in het privé-bezit van de heer Schouten niet langer mogelijk waren. Gedurende de periode dat Schouten niet meer kon voorgaan, nam de groep luisteraars af, mede doordat enkele gezinnen zich aansloten bij de Christelijke Gereformeerde Kerk. In die tijd werd er wel een kerkbestuur gevormd, met onder anderen Pleun van Dalen (vanaf 1921) en Herman de Jong (vanaf 1925) als leden.
Aansluiting bij de Oud Gereformeerde Gemeenten
In 1925 sloot de kerkgemeenschap zich aan bij de Oud Gereformeerde Gemeenten van ds. J.B. In deze periode, van 1930 tot 1952, werd de gemeente gediend door oefenaar Pieter Kolijn. Hij werd in 1930 bevestigd als lerend ouderling door ds. Boone en diende de gemeente tot zijn overlijden op 9 maart 1952.

Ontwikkelingen in het kerkgebouw en ledental
Het kerkgebouw dat de gemeente nu nog steeds gebruikt, werd in 1980 aangekocht voor een bedrag van 80.000 gulden. In 1992 werd het gebouw uitgebreid met een aanbouw, die door middel van een schuifwand verbonden kan worden met de kerkzaal. Dit bijgebouw dient onder andere voor catechese, verenigingswerk en jeugdwerk. Het kerkgebouw biedt momenteel plaats aan 200 kerkgangers en is daarmee ruimschoots voorzien voor de huidige 90 kerk- en doopleden. De gemeente wordt vertegenwoordigd door twee ouderlingen en twee diakenen.
Aangezien de gemeente geen eigen predikant heeft, worden er op zondagen predikaties gelezen. De kerkdiensten worden begeleid door één koster en drie organisten, die dit werk om toerbeurt uitvoeren. Het onderhoud van het gebouw wordt verzorgd door een onderhoudscommissie, bestaande uit leden van de gemeente.
Belangrijke momenten in de kerkgeschiedenis
De ontwikkeling van de Oud Gereformeerde Gemeenten kent een complexe geschiedenis, met diverse verbanden en fusies. In het kort kunnen de volgende belangrijke ontwikkelingen worden geschetst:
De Oud-Gereformeerde Gemeenten (Boone-gemeenten)
Deze groep ontstond in 1907, parallel aan de vorming van de Gereformeerde Gemeenten. Ds. Laurens Boone was de enige predikant binnen dit verband. In de jaren na 1907 werden er gemeenten geïnstitueerd in onder andere Bolnes, Numansdorp en Zierikzee. Na het overlijden van ds. Boone in 1934, werd ds. Willem Huibrecht Blaak zijn opvolger. Hij verleende hulpdiensten en diende vacante gemeenten tot zijn overlijden in 1957.
De Federatie van Oud Gereformeerde Gemeenten
Deze formatie werd opgericht in 1922, mede op initiatief van ds. Cornelis de Jonge uit Den Haag. Het kerkverband bestond aanvankelijk uit vijf zelfstandige gemeenten en breidde zich in de loop der jaren uit met diverse andere gemeenten. In 1948 fuseerde deze federatie met de Oud-Gereformeerde Gemeenten (Boone-gemeenten) tot de Oud-Gereformeerde Gemeenten in Nederland.
Fusie en groei van de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland
De fusie in 1948 bracht de gemeenten van ds. Boone en ds. De Jonge samen. Hoewel enkele gemeenten aanvankelijk bezwaren hadden tegen de fusie, werd de nieuwe organisatie, de Oud-Gereformeerde Gemeenten in Nederland, een feit. In de jaren '50 en '60 beleefde dit kerkverband een bloeiperiode, met een groeiend aantal gemeenten, mede door de overkomst van gemeenten uit andere kerkgenootschappen, zoals de Christelijke Gereformeerde Kerken.

Afsplitsingen en hedendaagse structuur
In 2007 ontstond er een afsplitsing onder de naam Oud Gereformeerde Gemeenten buiten verband, naar aanleiding van een conflict met predikant A.P. van der Meer. Het kerkverband kenmerkt zich door een relatief losse kerkstructuur, hoewel er met de oprichting van een kerkelijk bureau meer onderlinge samenhang is gekomen. Vanwege het relatief geringe aantal predikanten worden op zondagen vaak preken gelezen, afkomstig uit de tijd van de Nadere Reformatie of van recent overleden voorgangers. De gemeenten maken gebruik van de Statenvertaling en zingen de psalmberijming van 1773 niet-ritmisch. Het kerkverband telt 55 gemeenten en 3 afdelingen in Nederland, met daarnaast een gemeente in Canada en een afdeling in de Verenigde Staten, en telt ongeveer 16.500 leden en doopleden.
De Ledeboeriaanse traditie
Een belangrijke historische lijn binnen de gereformeerde kerken is die van het Ledebisme. Lambertus Gerardus Cornelis Ledeboer ontstond in 1840 opschudding binnen de Nederlandse Hervormde Kerk door zijn verzet tegen de liedbundel Evangelische Gezangen en de kerkorde. Na zijn schorsing preekte hij vanuit zijn woning, wat leidde tot de vorming van Ledeboeriaanse gemeenten. Na zijn overlijden in 1863 splitste de gemeenschap zich in de Dijkianen en de Bakkerianen. Een deel van de Dijkianen vormde in 1907 samen met de Gereformeerde Kerken onder het Kruis de Gereformeerde Gemeenten in Nederland en Noord-Amerika.
Een klein deel van de Dijkianen bleef apart, met bezwaren tegen de theologische opleiding en de voorkeur voor de psalmberijming van Petrus Datheen. Deze groep wilde geen nieuw kerkgenootschap vormen, maar wachtte op een terugkeer van de vaderlandse kerk naar haar dwalingen. De Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland hebben, in de lijn van de Ledeboeriaanse traditie, een relatief losse kerkstructuur behouden.
Kerkelijke ontwikkelingen in Puttershoek
De geschiedenis van de kerk in Puttershoek is rijk en complex. Vóór 1849 waren er slechts enkele gezinnen in en rond Puttershoek die lid waren van de Christelijke Afgescheidene Gemeente te Dordrecht. In 1849 werd er een verzoek ingediend om een eigen zelfstandige gemeente te stichten, wat na goedkeuring van de classis op 12 september 1849 leidde tot de oprichting van de gemeente. Aanvankelijk kerkte men in een houten schuur. In 1858 kocht de kerkenraad een woning met schuur en erf aan het Weverseinde, wat het eerste eigen gebouw werd. De eerste predikant was ds. P. De Afgescheidenen hadden het aanvankelijk niet makkelijk, met drie diensten per zondag, waarvan de derde dienst meer het karakter van een 'gezelschap' had.
In 1869 veranderde de naam van de Christelijke Afgescheidene Gemeente in Christelijke Gereformeerde Gemeente te Puttershoek, als gevolg van een landelijke kerkenfusie. Na ds. Van de Kamp, die als een trouwe zielenherder werd omschreven, volgde ds. W. Raman voor een korte periode. Vervolgens diende ds. G.A. Gezelle Meerburg de gemeente van 1873 tot 1877, waarna de pastorie ingrijpend werd verbouwd of nieuw gebouwd.
Na ds. Cramer, die van 1879 tot 1880 in Puttershoek diende, kwam ds. C.J. Eckhardt in 1883. Zijn ambtsperiode werd gekenmerkt door financiële problemen en onenigheid binnen de kerkenraad. In 1886, tijdens de landelijke kerkelijke strijd van de Doleantie, ontstonden er bezwaren tegen de landelijke samenvoeging van de Christelijke Gereformeerde Kerk en de Nederduitsche Gereformeerde Kerken. Dit leidde ertoe dat ds. F.P.L.C. van Lingen en ds. Js. Wisse Czn. en hun volgelingen de Christelijke Gereformeerde Kerk voortzetten.
Ds. P. den Boer keerde in 1892 na een ruzie terug naar Puttershoek en stond tot zijn overlijden midden in de verdeeldheid die door de landelijke vereniging werd veroorzaakt. Na een vacante periode van vijf jaar deed ds. A. Voogel in 1906 intrede. Zijn prediking werd zeer gezocht, wat leidde tot een vergroting van het kerkgebouw en de aanschaf van een orgel in 1908. De strijd over de landelijke 'Vereniging' bleef echter voortduren, wat in 1920 leidde tot het uittreden van drie ouderlingen en een aanzienlijk aantal leden om zich aan te sluiten bij de 'voortgezette' Christelijke Gereformeerde Kerk.
Na het vertrek van ds. Voogel in 1919 volgde oefenaar B.H.J. Ds. J. omstreeks 1925. Na een vacante periode van vier jaar, nam ds. J. Snoek in 1930 na 'veel strijd' het beroep naar Puttershoek aan. Zijn ambtsperiode werd gekenmerkt door de onverwachte dood van zijn echtgenote en zijn eigen ziekte, waaraan hij in 1937 overleed.
De volgende predikant, ds. J. Lafeber, deed intrede in 1938 en was in de oorlogsjaren een steun voor velen. In 1947 deed ds. J.G.W. Terhaak intrede. De kerk aan het Weverseinde onderging in 1947 een inwendige restauratie. Na de watersnoodramp van 1953 moest de kerk echter worden afgebroken ten behoeve van dijkverhoging. De nieuwe kerk aan de Rembrandtstraat, mede gefinancierd door het Nationaal Rampenfonds, betekende een grote verbetering ten opzichte van de oude, regelmatig ondergelopen kerk.
Alle christelijke denominaties in Nederland
De Hervormde Kerk van Puttershoek
De Hervormde kerk van Puttershoek is een van de weinige monumenten in het dorp. Het gebouw, het interieur en diverse gebruiksvoorwerpen, zoals de kansel uit 1672, het orgel uit 1858 en de voorzangerslessenaar uit 1773, zijn van grote monumentale waarde. Waarschijnlijk bestond er vóór de Sint-Elisabethsvloed een kleine kapel. Na de Reformatie, omstreeks 1575, werd de eerste gereformeerde predikant, Jan Simonsz., verbonden aan Pietershoek. Sindsdien zijn er veertig predikanten aan Puttershoek verbonden geweest.
De oorspronkelijke kerk werd te klein en in 1840 vond een algehele herbouw plaats. De toren, die in 1889 door blikseminslag verloren ging, werd in hetzelfde jaar naar oorspronkelijk ontwerp herbouwd. In de periode 1982-1983 onderging de kerk een grondige restauratie, waarbij het dak, de muren, de technische installaties en een deel van de banken werden vernieuwd. De grafzerken in de kerk werden opnieuw in de vloer verwerkt.
De kerktoren is eigendom van de burgerlijke gemeente. In 1943 werd de klok door de Duitse bezetter weggehaald, maar na de bevrijding werd een klok uit 1779, afkomstig uit het carillon van Goes, aan Puttershoek afgestaan. Op deze klok staat de inscriptie: "Luctor et Emergo; Ik zong te Goes in ’t carillon; Ik werd geveld door krijgsgeweld; Ontkwam en werd in eer hersteld; Te Puttershoek, op 3 sept. 1948."
Het orgel, gebouwd door C.G.F. Witte (een voortzetter van het Bätz-orgelbouwersgeslacht), werd in 1858 gratis aangeboden aan de Hervormde gemeente door Jonkvrouwe Maria Jacoba Repelaer. De kosten van het orgel en de orgeltribune bedroegen bijna 7000 gulden. Belangrijke orgels van dezelfde bouwer bevinden zich onder andere in Delft, Gorinchem en Naarden. Het orgel, sinds 1991 een beschermd monument, werd op 21 november 1858 officieel in gebruik genomen.
tags: #ontstaan #oud #gereformeerde #gemeente #puttershoek