Openbare Geloofsbelijdenis in de Gereformeerde Vrijgemaakte Kerk: Vragen en Praktijk

Het afleggen van een openbare geloofsbelijdenis is een belangrijk moment in het leven van een gelovige binnen de Gereformeerde Vrijgemaakte Kerk. Dit proces is diep geworteld in de Bijbelse traditie en heeft specifieke vormen en betekenissen binnen de kerkelijke gemeenschap. De nadruk ligt op het persoonlijk instemmen met de leer van de kerk en het actief deelnemen aan het leven van de gemeente.

De Betekenis en Oorsprong van Geloofsbelijdenis

Het concept van geloofsbelijdenis is fundamenteel in het christendom. Het woord 'belijdenis' zelf komt veelvuldig voor in de Bijbel, zowel in de context van het belijden van zonden als het belijden van het geloof in de Heere Jezus Christus. Johannes de Doper doopte mensen na belijdenis van hun zonden, en Jezus zelf zei: "Wie Mij belijden zal voor de mensen, die zal Ik ook belijden voor Mijn Vader." (Matteüs 10:32). Paulus benadrukt in Romeinen 10:10: "Als u met de mond de Heere Jezus belijdt en met uw hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult u zalig worden." Geloven met het hart en belijden met de mond worden hier als onlosmakelijk met elkaar verbonden gezien.

In de tijd van de apostelen legden zij die gedoopt werden, eerst geloofsbelijdenis af. Dit hield in dat men instemde met het verkondigde Evangelie en erkende dat Jezus de Heere is (1 Korintiërs 12:3). Geloofsbelijdenis doen betekent dus openlijk uitkomen op Wie men zijn verwachting stelt, zowel binnen de kerk als in de wereld.

Binnen de Gereformeerde Vrijgemaakte Kerk is de openbare geloofsbelijdenis nauw verbonden met de kinderdoop. Kinderen van de gemeente worden weliswaar gedoopt en zijn daarmee doopleden, maar zij kunnen nog geen eigen geloofsbelijdenis afleggen. Ouders beloven hun kind op te voeden in de leer van de Bijbel, en de gaven van Gods genade worden verzegeld in het sacrament van de Heilige Doop. De gemeente ziet uit naar het moment dat het kind zelf zijn of haar geloof kan belijden en de doopbeloften kan beantwoorden met een hartelijk 'jawoord'. Dit moment markeert de toegang tot het Heilig Avondmaal, waarvoor zelfbeproeving noodzakelijk is.

De catechisatie speelt hierin een cruciale rol. Vanaf de eerste jaren van het onderwijs is er sprake van belijdeniscatechisatie, met een specifieke focus in de laatste fase ter voorbereiding op de openbare geloofsbelijdenis. Catechetisch onderwijs heeft als doel de kinderen hun doop te laten verstaan en hen te leiden naar de toelating tot het Heilig Avondmaal.

Schema dat de relatie tussen kinderdoop, catechisatie en openbare geloofsbelijdenis weergeeft.

Wat Houdt Geloofsbelijdenis Doen In?

Geloofsbelijdenis doen is meer dan het uitspreken van een persoonlijk geloof. Het is een instemming met de leer van de kerk, die niet slechts een verzameling wetenswaardigheden uit de Bijbel is, maar de leer die naar de godzaligheid is. Het gaat om de leer van het Evangelie, die men niet kan belijden zonder zelf de toevlucht te nemen tot de Heere Jezus. Er is een hartelijke betrokkenheid op de God van het Woord nodig.

De leer waarmee men instemt, wordt kernachtig weergegeven in de geloofsbelijdenissen uit de vroege kerk en de reformatorische belijdenisgeschriften, zoals de drie Formulieren van Enigheid. Het is onmogelijk om hiermee hartelijk in te stemmen zonder dat de boodschap van zonde en genade, verlorenheid en redding, het hart raakt. Het passende antwoord op deze leer is de liefde van het hart.

Tegelijkertijd is het ook onjuist om de nadruk uitsluitend op persoonlijk geloof te leggen. Het gevaar bestaat dat men zichzelf centraal stelt. Bij geloofsbelijdenis doen gaat het in de eerste plaats om het belijden van de Heere Jezus, en van daaruit mag men zeggen: Hij is ook mijn Heere. Het gaat niet om persoonlijke verhalen of ervaringen, maar om het centraal stellen van de Heere. Men ziet van zichzelf af en ziet op Hem, Jezus Christus.

Een belijdenisdienst is dan ook geen podium voor persoonlijke getuigenissen, maar een moment waarop men instemt met het aloude geloof dat de kerk troost en moed geeft. Het persoonlijk geloof is essentieel, maar overstijgt het individuele door een hartelijk instemmen met de belijdenis van de kerk van alle eeuwen. Men voegt zich in het koor dat al eeuwenlang de lofzang voor God zingt.

Leeftijd en Vereisten voor Geloofsbelijdenis

De vraag naar de juiste leeftijd voor geloofsbelijdenis is complex. Hoewel er aanwijsbaar een leeftijdseis is, is de belangrijkste vraag: wat vraagt de Heere van je? Heeft Hij geen recht op het belijden van Zijn Naam? Te gemakkelijk kan men het uitstellen met de gedachte "ik ben er nog niet aan toe", zonder actief te zoeken naar de Heere.

Het doopformulier spreekt over het moment dat kinderen "tot hun verstand gekomen zijn", wat betekent dat zij zelf verantwoordelijkheid gaan dragen ten opzichte van Gods beloften. Historisch gezien lag deze leeftijd lager dan tegenwoordig, met Calvijn die dacht aan een leeftijd tussen de 10 en 14 jaar. Tegenwoordig wordt de leeftijd opgeschoven, mede door maatschappelijke veranderingen en de latere leeftijd waarop verantwoordelijkheden worden toegekend.

Hoewel er geen strikte leeftijdslimiet is, wordt er wel verwacht dat men tot een zekere mate van geestelijk begrip en verantwoordelijkheid is gekomen. Sommige kerken stellen de deuren al open vanaf 16 jaar. Het verlangen om de Heere te belijden en toegang te vragen tot het avondmaal op jongere leeftijd wordt als zeer positief beschouwd.

Naast de leeftijd is er ook de geloofseis. Zonder persoonlijk geloof kan er geen geloofsbelijdenis plaatsvinden. Wanneer iemand de leeftijd heeft bereikt, maar nog geen helderheid heeft over zijn persoonlijke geloof, is uitstel van belijdenis niet de oplossing. De vraag is dan waarom men het uitstelt en hoe men bezig is geweest met het zoeken naar geloof. De Heere roept ertoe, maar dit moet gebeuren met een hartelijk geloof.

Het is belangrijk om niet achterover te leunen en af te wachten, maar actief de Heere te zoeken. Het moment van klem komen, waarin men niet meer achteruit kan (vanwege leeftijd) maar ook niet vooruit (vanwege onzekerheid over geloof), kan juist een weg naar boven openen. Het uitstel kan gevaarlijk zijn.

Illustratie van een jongere die nadenkt over geloof en belijdenis.

De Rol van de Gemeente en de Kerkorde

De kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland (art. XI, 8) noemt vier redenen om openbare geloofsbelijdenis af te leggen:

  • Om de doop te ontvangen of te beamen.
  • Om van de Heere te getuigen.
  • Om medeverantwoordelijkheid te dragen in de gemeente van Christus.
  • Om te blijven bij de gemeenschap van Woord en sacramenten.

De doop is nauw verbonden met belijdenis. In de vroege kerk werd men door de doop ingelijfd in de kerk na het belijden van geloof. Bij kinderdoop ontbreekt deze persoonlijke belijdenis, maar de kerkorde spreekt over het beamen van de doop. Het is een rijke belijdenis om voor God en de gemeente te mogen verklaren dat de Heilige Geest in je woont en je tot lid van Christus geheiligd bent.

Getuigen-zijn is een belangrijk aspect. Belijdenis doen binnen de kerk is één ding, maar getuigen in de wereld kan weerstand oproepen. Getuigen hoeft niet altijd in woorden te liggen; een godvruchtige levenswandel is evenzeer een vorm van getuigenis.

De medeverantwoordelijkheid in de gemeente houdt in dat men niet alleen 'ja' zegt tegen God, maar ook tegen Zijn gemeente. Men werkt mee aan de opbouw van het lichaam van Christus met de gaven die de Geest uitdeelt. Dit kan veel voldoening geven.

Het blijven bij de gemeenschap van Woord en sacramenten is cruciaal in een tijd van individualisme. Het is belangrijk om bij een gemeenschap te horen, elkaar vast te houden, aan te scherpen en te bemoedigen. Geestelijk voedsel uit het Woord en van de Tafel des Heeren is essentieel voor de pelgrimstocht.

Vragen rondom de Geloofsbelijdenis

Een veelgestelde vraag betreft de belofte om het leven godvruchtig, eerbaar en onberispelijk in te richten. Kan men zo'n belofte waarmaken? Het antwoord ligt in de "genade Gods". Niemand kan dit in eigen kracht. De belijdenis van de leer gaat hand in hand met de belofte om standvastig te blijven in die leer en erin te leven en te sterven, door de genade van God.

Het is een misvatting om te denken dat men geen belijdenis hoeft te doen omdat men bepaalde beloften niet kan waarmaken. Het niet doen van belijdenis op een bepaalde leeftijd is ook een keuze, die de Heere doorziet. Het is beter om eerlijk de vragen en zorgen voor God neer te leggen en Hem om antwoord te vragen.

De belijdeniscatechese is van groot belang, vooral voor wie met veel vragen rondloopt. Het kan een geestelijke ontwikkeling in gang zetten, mede door persoonlijke geloofsgesprekken en getuigenissen. Kennis van de Bijbel en verdieping in de geloofsleer, met de klassieke thema's rond God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, zijn essentieel. Catechese is meer dan cognitieve kennis; het omvat ook onderling vertrouwen, kwetsbaarheid en open gesprek.

Voor kerkleden met een verstandelijke beperking kan een aangepast belijdenisformulier uitkomst bieden, waarin de kernvragen van het geloof op een begrijpelijke manier worden gesteld. Dit benadrukt dat geloofsbelijdenis een persoonlijk antwoord op Gods roeping is.

Historisch onderzoek toont aan dat de openbare geloofsbelijdenis in de Reformatie nauw verbonden was met de kinderdoop en de toegang tot het avondmaal. De praktijk van het afleggen van belijdenis voor de gemeente, met een kennisonderzoek en een openlijk jawoord, heeft diepe wortels in de gereformeerde traditie, met Calvijn als een belangrijke invloed. Het openbare karakter van de belijdenis benadrukt de verbinding met de gemeente en het belijden als een voortvloeisel van de doop.

De Apostolische Geloofsbelijdenis

tags: #openbare #geloofsbelijdenis #vragen #gereformeerd #vrijgemaakt