De Rol van de Diaconie: Van Bijbelse Oorsprong tot Moderne Hulpverlening
De taak van protestantse diakenen, zoals omschreven door de 17e-eeuwse dichter Jacob Revius, omvatte de zorg voor armen, zieken en andere hulpbehoevenden. De Diaconie van Amsterdam, een instantie binnen de protestantse kerk die zich bezighoudt met maatschappelijk werk, vindt haar oorsprong in 1578, tijdens de Reformatie, toen protestanten zich afscheidden van de katholieke kerk en zelfstandig verder gingen.
Het woord 'diaken' stamt uit het Griekse diakonos, wat 'dienaar' betekent. Oorspronkelijk richtten diakenen zich voornamelijk op armenzorg, gefinancierd met collectegeld en donaties van welgestelde Amsterdammers die grote bedragen en soms gebouwen schonken aan de Diaconie.

Tegenwoordig omvat diaconale zorg het ondersteunen van daklozen en drugsverslaafden, en de opvang van asielzoekers en migranten zonder verblijfsrecht. Projecten als de Sociale Kruidenier, waar mensen afhankelijk van de Voedselbank Amsterdam boodschappen kunnen doen, en Bureau Straatjurist, een juridisch steunpunt voor dak- en thuislozen, getuigen hiervan. Daarnaast biedt SocialStart traineeships aan op het gebied van sociaal ondernemerschap voor jonge mensen met een sociale inslag.
Historische Huizen en Hun Diaconale Functie
De wandeling door Amsterdam onthult diverse gebouwen met een diaconale geschiedenis:
- De Hodshonhof, genoemd naar Magdalena Hodshon, werd in 1876 bestemd voor de huisvesting van tien echtparen vanaf 50 jaar. Sinds 2008 bewoont een Timon Woongroep het pand. Deze woongroep, vernoemd naar de heilige Timon, een van de eerste zeven diakenen, bestaat uit 'kernbewoners' en 'meewoners'. De kernbewoners bieden vanuit een christelijke levensvisie ondersteuning aan 18+ jongeren die behoefte hebben aan een sociaal netwerk en professionele begeleiding.
- De Van Limmikhof, geschonken door diaken Nicolaas Jacobus van Limmik ter nagedachtenis aan zijn zoon en dochter, bood onderdak aan twaalf bejaarde echtparen en minimaal vijftien bejaarde mannen of weduwnaars ouder dan 55 jaar. De bewoners moesten een eigen inkomen hebben en lid zijn van een begrafenisfonds. In 1970 verhuisden de laatste bewoners, waarna het gebouw in gebruik kwam bij het Kerkelijk Bureau van de Protestantse Kerk Amsterdam, het Protestants Jeugdwerk Amsterdam, galerie Outsider Art en een vergadercentrum van zorginstelling Cordaan.
- Het oorlogsmonument De Schaduwkade (2013) herinnert aan de 185 mensen die tijdens de Tweede Wereldoorlog uit de huizen aan de overkant werden weggehaald, waarvan slechts dertien de oorlog overleefden. Hun namen zijn aangebracht in de hardstenen band langs het water.
- De Amstelhof (1681), voorheen een tehuis voor hulpbehoevende bejaarden, diende meer dan driehonderd jaar als woonplek voor oude Amsterdammers. Het monumentale pand, waarschijnlijk ontworpen door stadstimmerman Hans Jansz. van Petersom en architect Elias Bouman, kwam tot stand dankzij een legaat en de schenking van bouwgrond. Er zijn anekdotes over Napoleon Bonaparte, die een bal wilde organiseren in de kerkzaal, en kritiek op de behandeling van bewoners, zoals beschreven in Herman Heijermans' toneelstuk Bloeimaand. Na dienst te hebben gedaan als verpleeghuis, werd het complex verbouwd tot museum Hermitage Amsterdam.
- Het Corvershof, ontworpen door architect Steven Vennecool, werd in 1723 gebouwd als hofje voor de opvang van arme oudere stadgenoten, een initiatief van Jan Corver en Sara Maria Trip. Het bood eeuwenlang onderdak aan echtparen die niet meer voor zichzelf konden zorgen en moesten voldoen aan leeftijdseisen en kerklidmaatschap. Tegenwoordig biedt het Corvershof ruimte aan sociale ondernemers en organisaties die zich herkennen in de kernwaarden van de Diaconie: barmhartigheid en gerechtigheid.
- De Hoftuin, oorspronkelijk een 'boomgaard' bij de Amstelhof, werd in 2009 heringericht en is vrij toegankelijk. De tuin bevat zeven kunstwerken van Tineke Smith die de zeven werken van barmhartigheid verbeelden. Het nabijgelegen gebouw diende lange tijd als mortuarium en heet nu Krekelhuis.
- Het pand Amstelhoven (1789), mogelijk gemaakt door Johanna van Mekeren-Bontekoning, bood onderdak aan vrouwen tussen de 21 en 50 jaar met ongeneeslijke kwalen die niet in hun eigen onderhoud konden voorzien. Zij werden 'bestedelingen' genoemd. Sinds 1967 diende het als verpleegstershuis en kreeg het in 2005 weer een diaconale bestemming. In het pand zijn het Mission House voor Europese vrijwilligers, Dokters van de Wereld (opkomend voor het universele recht op gezondheid) en het Wereldhuis (centrum voor advies en scholing voor mensen zonder verblijfsvergunning) gevestigd.

De Keizersgrachtkerk: Een Centrum van Gereformeerd Leven en Ontwikkeling
De Keizersgrachtkerk, waarvan de eerste dienst in 1888 plaatsvond, heeft een geschiedenis die nauw verbonden is met de Gereformeerde Kerken in Nederland. De kerk werd gebouwd binnen één jaar in opdracht van de 'Nederduitse Gereformeerde Kerk' (Dolerende), een afscheiding van 1886, onder leiding van voorman Abraham Kuyper. De architectuur, een bijzondere variant van de neogotiek met Venetiaanse invloeden, wijkt af van de sobere bouwtrant van veel andere gereformeerde kerken. Het imposante interieur biedt plaats aan 1600 bezoekers, met opklapbanken geïmporteerd uit de VS.
De Keizersgrachtkerk wordt wel de wieg van de Gereformeerde Kerken in Nederland genoemd, aangezien hier op 17 juni 1892 de landelijke Vereniging van de Christelijke Gereformeerde Kerk en de Nederduitsche Gereformeerde Kerken plaatsvond tijdens een eendaagse synode.

Tijdens de bouw ontstonden er discussies over de keuze van de architect en het verhuren van zitplaatsen. De kerkeraad besloot destijds dat mannen en vrouwen afzonderlijk plaats moesten nemen. Predikanten en voorlezers moesten in de beginperiode beschikken over een krachtige stem, aangezien er nog geen geluidsversterking was.
De kerk onderging in 1958 een restauratie, waarbij het gebouw werd uitgebreid met een administratief centrum en het interieur werd gemoderniseerd. In 1966 werden vier predikanten tegelijk bevestigd, waaronder ds. E. Pijlman, die predikant werd van de Keizersgrachtkerk. Onder zijn leiding werden veranderingen doorgevoerd, zoals het in de bank blijven zitten tijdens de bediening van het Heilig Avondmaal. Ook werd er nagedacht over kerkverlaters, wat leidde tot een nieuwe opzet van de diensten.
In 1981 veranderde de structuur van de 'open wijkgemeente' met de intrede van ds. A.C. Grandia. De gemeente ontwikkelde zich tot een multiculturele gemeenschap, waar vluchtelingen gemeenteleden werden en diensten in verschillende talen worden gehouden. De huidige koster en conciërge, Omar Aguilera, is een Chileen die de traditie voortzet van de eerste koster, Van den Akker.
In de nacht van 12 op 13 september 1944 werden koster Sieberen van der Baan en predikant Taeke Ferwerda door Duitse bezetters doodgeschoten in de Kerkstraat, na de vondst van wapens in een bijgebouw van de kerk.
Tegenwoordig wil de Keizersgrachtkerkgemeente op een eigentijdse manier kerk zijn, met leden van alle leeftijden en verschillende geloofsovertuigingen. Kenmerkend is de wekelijkse open viering van brood en beker, symbool van betrokkenheid. Verschillende werkgroepen, waaronder de actieve klimaatgroep en de diaconie, concretiseren het gemeente-zijn en de maatschappelijke betrokkenheid.
De Keizersgrachtkerk is een Rijksmonument en een van de vijf oorspronkelijke kerken van de Dolerenden die nog in gebruik is. Het ontwerp van architecten G.B. Salm en A. Salm combineert neogotische en Venetiaanse invloeden, en het interieur biedt plaats aan veel mensen op een kleine oppervlakte dankzij de galerijen op ijzeren zuiltjes. Het Steenkuyl-orgel, gebouwd in 1897, werd in 2007 gerestaureerd.
Maak kennis met de Keizersgrachtkerk
tags: #oprichting #diaconie #keizersgrachtkerk