Dit artikel gaat dieper in op de geschiedenis en het gebruik van het bijzondere orgel in de Grote Kerk te Vlaardingen, dat oorspronkelijk in 1764 door Pieter van Peteghem werd gebouwd voor de abdij van Boudelo te Gent.
De Oorsprong: Pieter van Peteghem en de Abdij van Boudelo
Pieter van Peteghem, de stamvader van een vooraanstaand geslacht van orgelmakers, realiseerde in 1764 een omvangrijk orgel in de Boudelo-abdij in zijn woonplaats Gent. Dit instrument was een meesterwerk van de bekende Vlaamse orgelmaker Van Peteghem. Zowat twee jaar na de voltooiing van het instrument werd het bespeeld door Wolfgang Amadeus Mozart, die op dat moment op reis door West-Europa was. Hij bespeelde dit kort daarvoor voltooide instrument tijdens zijn reis door de Nederlanden.
Aan het einde van de 18e eeuw werden in de Zuidelijke Nederlanden veel abdijen en kloosters door de Franse republikeinen opgeheven, zo ook de Boudelo-abdij. Na de opheffing van de abdij ten tijde van de Franse Revolutie werd het instrument te koop aangeboden. Zo’n 20 jaar na de sluiting werd de kerk als bibliotheek voor de zojuist opgerichte Gentse universiteit ingericht.
De Aankomst in Vlaardingen
Nieuwe eigenaar werd de Hervormde Gemeente Vlaardingen. In tegenstelling tot de kerken in de buurgemeenten had de Vlaardingse hervormde gemeente tot 1819 niet de beschikking over een orgel. Aanzienlijke kosten die verband hielden met de verbouwing van kerk en toren stonden de aankoop van een nieuw orgel blijkbaar in de weg. De aanhoudende klachten over het functioneren van de voorzanger waren niettemin aanleiding op zoek te gaan naar een gebruikt instrument. Zo kwam de Hervormde Gemeente van Vlaardingen in 1819 in het bezit van dit meesterwerk. Het in 1819 uit Gent aangekochte abdijorgel kreeg sindsdien een belangrijke rol te vervullen bij de begeleiding van de gemeentezang.
De Utrechtse orgelmaker Abraham Meere sr. werd belast met de verplaatsing en ombouw van het orgel. De veranderingen bestonden er hoofdzakelijk uit dat het Echowerk werd vervangen door een Bovenwerk en dat er nieuwe orgelkassen gemaakt moesten worden. Orgelmaker Abraham Meere stond borg voor de overplaatsing en aanpassing van het orgel. De Utrechtse orgelmaker Abraham Meere sr. nam de overplaatsing en aanpassing van het orgel op zich. Echter, de werkzaamheden hadden geen vlot verloop, omdat Meere tevens druk doende was met de nieuwbouw van het orgel in de Jacobikerk te Utrecht. Pas in de loop van 1823 was de overplaatsing voltooid.

Wijzigingen en Restauraties door de Jaren Heen
In 1845 voerde de fa. Kam en Van der Meulen uit Rotterdam enkele wijzigingen uit; enkele registers werden vervangen en de contratonen werden verwijderd. Nadat het orgel in 1845 een ‘grote beurt’ van reparatie en schoonmaak had ondergaan, werd het in het jaar 1865 tegelijk met een grote inwendige verbouwing van de kerk door de Rotterdamse firma Van de Haspel, Scholgens en Van der Weijde gerepareerd. Twintig jaren later werden er drastische veranderingen aangebracht, waardoor de oorspronkelijke klank veranderde. In 1922 werden opnieuw reparaties uitgevoerd, waarbij o.a. de windvoorziening werd gemoderniseerd door het plaatsen van een elektrische ventilator.
Voor een grote reparatie in het begin der dertiger jaren werd de bekende Rotterdamse organist van de Laurenskerk, J.H. Besselaar jr., als adviseur aangetrokken. Nadat in oktober 1935 met de herstelwerkzaamheden was begonnen, werd het orgel op 15 juli 1936 weer in gebruik genomen. Na diverse ingrijpende wijzigingen die plaatsvonden in de negentiende en twintigste eeuw, werd het instrument in de jaren 1972/73 zorgvuldig gerestaureerd.
Tijdens de algehele restauratie van het kerkgebouw, waartoe in 1968 was besloten, werd het orgel gedemonteerd en tijdelijk op de gaanderijen van een andere kerk opgeslagen. Gingen aanvankelijk de restauratieplannen in de richting van conserveren van de bestaande toestand met incidentele correcties, een nieuw onderzoek door de adviseurs Lambert Erné, dr. M.A. Vente en J.J. van der Harst bracht aan het licht dat reconstructie van de toestand 1763/1822 niet alleen mogelijk was, maar de gelegenheid zou bieden een voor Nederland uniek orgel te creëren. Immers, behalve de windladen met hun contratonen, was ook een flinke hoeveelheid van het pijpwerk der contratonen aanwezig, o.a. alle klinkende frontpijzen van Van Peteghem. Het driemanschap heeft zich, bij de keuze van een orgelmaker laten leiden door het feit, dat het hier een toch nog altijd typisch zuidelijk orgel betrof. Daarom werd aan de orgelmakers Gebr. Vermeulen te Weert verzocht het orgel te restaureren, vooral omdat deze firma zeer veel ervaring heeft op het gebied van restauratie van oude Zuidnederlandse orgels. Er werd een geheel nieuwe mechaniek vervaardigd, aan de hand van voorbeelden van Van Peteghem-orgels, welke o.a. nog in België zijn en waarvan er verscheidene werden bezocht.
Met de voltooiing van de orgelrestauratie in de Grote (Hervormde) kerk te Vlaardingen is Nederland een uniek orgel rijker geworden. Dit instrument, dat in zijn oorspronkelijke vorm afkomstig is uit de vroegere zuidelijke Nederlanden, nl. uit de Belgische stad Gent, is zodanig gereconstrueerd, dat van een „herboren" orgel mag worden gesproken. Adviseurs bij deze omvangrijke restauratie waren de heren Lambert Erné, bij diens overlijden in 1971 opgevolgd door zijn zoon Lambert Erné, dr. M.A. Vente en J.J. van der Harst.

Het Gebruik van het Orgel en het Repertoire
Het gebruik van het orgel in de Vlaamse parochie- en kloosterkerken verschilde in vroeger eeuwen sterk van de huidige praktijk. De karakteristieken van het 18e eeuwse Zuid-Nederlandse orgeltype sluiten echter naadloos aan bij het toenmalige gebruik van de instrumenten. Ter illustratie wordt een beeld geschetst van het repertoire dat gespeeld werd, van de culturele achtergrond van organisten en componisten en van het gebruik van het orgel tijdens de liturgie.
De evolutie van het (kerkelijk) gebruik van het orgel tot op heden passeert de revue. Sinds de afronding van de restauratie van het orgel zijn een groot aantal activiteiten rond het instrument ontplooid. Een beknopt overzicht geeft een impressie van de diverse thema's en de hoogtepunten. Speciale aandacht krijgen de tweejaarlijks georganiseerde internationale orgelweken. De eerste vond in 1987 plaats in het kader van de herdenking van het sterfjaar van orgelmaker Pieter van Peteghem (1708-1787).
Bijlagen en Publicaties
In een bijlage wordt ingegaan op de toepassing en het gebruik van het zgn. ‘ravalement’ (contratonen) in de achttiende-eeuwse orgelcultuur. Met de restauratie en reconstructie van laden en mechaniek van het oude werk is een instrument tevoorschijn gekomen, dat door zijn omvang en speelaard ongekende mogelijkheden biedt. De adequate uitvoering van m.n. de gehele Franse klassieke orgelliteratuur is nu mogelijk zonder dat men daarbij (stilistische) concessies hoeft te doen!
Het Van Peteghem-orgel in de Grote Kerk van Vlaardingen heeft inmiddels al een lange geschiedenis achter zich, die begint in 1763. Over dit instrument is dus heel wat te vermelden. De publicatie over het orgel omvat 104 pagina's (inclusief 8 pagina's kleurkatern) en is verkrijgbaar in de Grote Kerk te Vlaardingen of bij het secretariaat van de stichting. Prijs: € 13,50 (excl. € 2,75 verzendkosten). ISBN 90-809757-1-0.
De Grote Kerk van Vlaardingen: Een Historisch Overzicht
De Grote Kerk Vlaardingen heeft een van de oudste kerken van Holland. Omstreeks 700 staat hier al een kerkje, opgericht door een geestelijke, genaamd Heribald. Hij schenkt de kerk aan Willibrord, destijds de aartsbisschop van de Friezen. Die schenkt op zijn beurt daarna de kerk weer aan het klooster van Echternach in Luxemburg. Dit klooster heeft vele bezittingen in Holland. Het Vlaardingse kerkje zal een eenvoudig houten kerkje geweest zijn, dat ongeveer op dezelfde plek moet hebben gestaan als de huidige kerk. Het is één van de vijf zogenaamde moederkerken, kerken van waaruit de kerstening en stichting van andere kerken in de omgeving wordt ondernomen.
De Stenen Kerk en Uitbreidingen
Na enige tijd, waarschijnlijk in de elfde of twaalfde eeuw, wordt er in romaanse stijl een stenen kerk gebouwd. Bij de stadsbrand in 1574 gaat de kerk grotendeels verloren. Alleen de opstaande muren staan nog overeind. De bouw moet opnieuw beginnen, waarbij zich verzakkingen van de toren voordoen. In maart 1743 besluit men de toren af te breken en een nieuwe te bouwen. Ook wordt de kerk uitgebreid. Al in november 1744 vindt de inwijdingsdienst in de nieuwe kerk plaats. De toren is dan nog niet helemaal klaar, dat is pas juli 1746 het geval.
Bijgebouwen en Restauratie
Tegen de kerk aan staat een aantal gebouwtjes die verder niets met de kerk als zodanig te maken hebben. Halverwege de zestiende eeuw bouwt men aan de noordzijde een Waag aan de kerk. In 1601 komt er aan de andere kant een verblijf voor de galeislaven, het Slavenburch. Dat zal er tot even voor 1634 hebben gestaan, want in dat jaar voltooit men op diezelfde plek de huidige zijbeuk. De eerste Stadsschool wordt in 1657 in wéér een andere aanbouw ondergebracht. In 1681 komt er pal naast de Waag een Vleeshal en als laatste bouwt men in 1730 een consistorie aan de noordoostzijde van de kerk. Bij de bouw van de noordbeuk in 1665 komt een deel van de Waag te vervallen. Sinds 2021 is deze in gebruik bij de Historische Vereniging Vlaardingen.
Vanaf 1966 vindt een ingrijpende restauratie plaats. De restauratie van 1865, waarbij veel van het oorspronkelijke is verdwenen, wordt grotendeels ongedaan gemaakt. Men gaat terug naar de situatie van 1746 toen de toren gereed kwam. De houten vloeren op de grafzerken verdwijnen en de zerken krijgen een andere ligging. Een aantal gebrandschilderde ramen uit 1865 verdwijnt, omdat ze te weinig historische waarde hebben. Ook de verlichting wordt weer teruggebracht in de stijl van 1744 en wordt elektrisch. Er komt een andere preekstoel uit een kerk in Den Haag, de oude wordt verkocht. De twee gildeborden krijgen een andere plek. Ook het comfort van de kerkgangers gaat erop vooruit. Dit alles kost natuurlijk veel geld. Er komt uiteindelijk subsidie van het Rijk, de provincie, de gemeente, schenkingen van burgers en diverse organisaties. De kerk zelf doet natuurlijk ook een flinke duit in het zakje. Er zijn vele acties gehouden om geld in te zamelen, van collectes tot rommelmarkten. Op 16 mei 1970 wordt de kerk in gebruik genomen. Nog niet alles is klaar. De restauratie biedt tevens de gelegenheid om archeologische opgravingen in de kerk te doen. In 1967 treft men de fundamenten van de oude tufstenen kerk aan, evenals een sarcofaag met daarin een skelet. Ook lag er een miskelk in de sarcofaag, een grafgift die alleen voor priesters bestemd was. Daarom neemt toenmalig stadsarcheoloog Hoek na onderzoek aan, dat het skelet van Thidbald is, de pastoor in het midden van de twaalfde eeuw.
Andere Orgels in Vlaardingen
De Leidse orgelmaker P. orgelmakers L. nieuwe neogotische Sint Joannes de Dooperkerk. aanschaf van een nieuw orgel. instrument te bouwen voor het kerkgebouw ging naar de Brabantse orgelbouwer Smits uit Reek. Twee orgelkassen werden opgesteld ter weerszijden van een venster. Het oorspronkelijke kerkgebouw moest wegens bouwvalligheid - met uitzondering van de 53 meter hoge toren - worden afgebroken. Op 25 maart 1956 werd de laatste dienst gehouden, korte tijd later werd het Smits-orgel gedemonteerd en het kerkgebouw gesloopt.
Nadat de noodkerk was gesloopt werd op dezelfde plaats de veel kleinere en sober gebouwde (nieuwe) Sint Joannes de Dooperkerk op 14 november 1964 in gebruik genomen. In het nieuwe kerkgebouw werd op dat moment, in afwachting van de herplaatsing van het Smits-orgel, een tijdelijk elektropneumatisch orgel geplaatst door de fa. Vermeulen uit Alkmaar. Het Smits-orgel heeft vanaf 1956 tot 1977 opgeslagen gelegen. In 1976 werd officieel de "Stichting het Oude Joannes de Dooperorgel Vlaardingen" opgericht. De eerste vergadering van deze stichting vond plaats op 17 november 1976. Uiteindelijk kreeg in april 1977 de firma P.C. Bik uit Leiden de opdracht om het instrument in het nieuwe kerkgebouw te herplaatsen. Bij die gelegenheid werd wel het een en ander gewijzigd: door de jarenlange opslag had het pijpwerk veel te lijden gehad en ook de oude opstelling bleek niet meer realiseerbaar.
In 2004 werd het instrument gesloopt. Op dezelfde plaats werden de nieuwe Heilige Lucaskerk en woningen gebouwd. Het was de bedoeling om het instrument te restaureren en in voornoemd kerkgebouw - met mogelijk zelfs de reconstructie van de originele orgelkas - te plaatsen. Vanwege de hoge kosten en de mogelijkheid dat het kerkgebouw zelfs gesloten zou worden heeft men met deze plannen echter jarenlang niets meer gedaan. In 2011 onderzocht het kerkbestuur of men het instrument weer terug kon geven aan het Bisdom (men had het in 2004 'in bruikleen' gekregen). Op nadrukkelijk verzoek van het kerkbestuur aan het Bisdom te Rotterdam (mede gelet op de herinrichting van het kerkgebouw) werd het orgel in 2012 door Elbertse Orgelmakers in Soest uit het kerkgebouw verwijderd en opgeslagen. Het is nog niet bekend wat het Bisdom met het instrument zal gaan doen.
De Hervormde Kerk koopt in 1973 een Standaart-orgel uit 1917, afkomstig uit de in 1938 gesloopte Gereformeerde Kerk aan de Binnensingel in Vlaardingen. De Hervormde Kerk koopt dit orgel van de Gereformeerde Kerk voor een bedrag van 1300 gulden. Omstreeks 1973 verkeert het orgel in een zodanig slechte staat, dat men besluit het af te breken. In de kerkruimte blijft alleen de lege orgelkas met frontpijpen achter. Eind jaren tachtig wordt gezocht naar een goede oplossing om de dan al jaren leegstaande orgelkas opnieuw te vullen. Uiteindelijk kan men in het bezit komen van het orgel uit het klooster "Eerwaarde Broeders" aan de Warande te Schiedam, dat gesloopt zou worden. Het betreft hier een orgel uit 1951, gebouwd door Verschueren Orgelbouw te Heythuysen. Orgelbouwer Tiggelman uit Zaltbommel krijgt de opdracht om het orgel over te plaatsen in de leegstaande orgelkas van Standaart. Omdat het instrument te groot is voor de betrekkelijk kleine orgelkas van Standaart, plaatst men alleen het pijpwerk van het Hoofdwerk in de bestaande orgelkas.
In de Gereformeerde Gemeente van Vlaardingen, die toen nog bekend stond onder de naam van Vrije Gereformeerde Gemeente, is er voor het eerst sprake van een orgel in 1903. Dit eerste orgel, geplaatst door de heer Breebaart uit Amsterdam, werd op 8 april 1903 in gebruik genomen. Al één maand na plaatsing blijkt dat het eerste orgel te zwak is voor de gemeentezang. In 1904 wordt dit orgel dan ook al vervangen.
In 1949 is ook dit instrument te klein geworden voor de inmiddels nieuw gebouwde, grotere kerk. In het bovengenoemde jaar 1949 is er een orgel te koop in Ulft. Het gaat om een orgel dat door Wilhelm Rütter in 1858 is gebouwd voor de St. Josephkerk in Gouda. Het orgel wordt gekocht en de orgelmaker Wattel uit Utrecht is verantwoordelijk voor de overplaatsing naar Vlaardingen. Op 18 november 1949 wordt dit mechanische orgel door de adviseur Gijs de Graaf, de toenmalige organist van de Grote Kerk in Vlaardingen ingespeeld. Tot 6 april 1975 heeft dit orgel in deze kerk gestaan.
De Bethelkerk en het Orgel
In de periode van eind augustus tot eind november 2009 werd het hele kerkinterieur van de Bethelkerk opgeknapt, gewijzigd en vernieuwd. Groot voordeel hiervan is dat de akoestiek in het kerkgebouw sterk is verbeterd. Tijdens deze werkzaamheden werd ook de speeltafel van het orgel van de orgelgaanderij gehaald en kreeg een plaats voor in de kerkzaal. Vervolgens werd in de periode van begin februari t/m begin mei 2010 het orgel gereviseerd door orgelmaker Nico van Duren te Ravenstein. Naast het groot onderhoud werd o.a. ook het pijpwerk - waar nodig - geherïntoneerd. Voornoemde orgelmaker plaatste in oktober 2013 op het Hoofdwerk een gebruikte Cornet V sterk (pijpwerk afkomstig van Orgelmakerij Pereboom & Leyser).
tags: #orgel #bethelkerk #vlaardingen