De geschiedenis van het orgel in Nieuw-Beijerland kent diverse hoofdstukken, die nauw verweven zijn met de ontwikkeling van de plaatselijke Gereformeerde Gemeente en de evolutie van orgelbouw.
Het Orgel in de Gereformeerde Kerk te Veere en de Verplaatsing naar Nieuw-Beijerland
In 1899 plaatste Adrianus Van den Haspel een éénmanuaals orgel in de noodkerk van Rotterdam-Overschie, die gebouwd was nadat de Hervormde Kerk door brand was verwoest. Het is niet geheel duidelijk of dit een nieuw orgel betrof, of een bestaand instrument. Na de voltooiing van de nieuwe kerk in Rotterdam-Overschie werd ook dit orgel daar geplaatst. In 1910 werd het echter vervangen door het huidige orgel van Van der Kley. Orgelbouwer Dekker uit Goes verwierf het instrument en plaatste het over naar de Gereformeerde Kerk te Veere. In 1981 onderging dit orgel een herbouw door de firma Vierdag, waarbij het werd uitgebreid tot een tweeklaviers orgel en op 21 december 1981 opnieuw in gebruik werd genomen. Het werd bespeeld door de heren H. Luik en P.J. de Buck, met F. als adviseur.
Het kerkgebouw in Veere werd later verbouwd tot winkelpand. Het mechanische sleepladen-orgel vond vervolgens een nieuwe bestemming bij de Kerk van de Oud-Gereformeerde Gemeente in Nederland te Nieuw-Beijerland (Zuid-Holland). Hier verving het het Dekker-orgel uit 1937.

De Komst van het Gradussen-orgel in Nieuw-Beijerland
Op zaterdag 24 maart organiseerde de afdeling West van de VOGG een excursie naar het onlangs in gebruik genomen Gradussen-orgel in de kerk van de Gereformeerde Gemeente in Nieuw-Beijerland. Dit orgel, geplaatst in kerkgebouw De Kandelaar, werd in december van het voorgaande jaar in gebruik genomen.
Het instrument is opgebouwd met een aanzienlijk deel historisch materiaal (1877) van orgelmaker Gradussen, geplaatst achter een orgelfront uit 1921, ontworpen door Tjeerd Kuipers.

De Totstandkoming van het Nieuwe Kerkgebouw en de Zoektocht naar een Orgel
Het kerkgebouw De Kandelaar van de Gereformeerde Gemeente Nieuw-Beijerland, ontworpen door RoosRos Architecten, werd in maart 2017 in gebruik genomen. De kerkzaal is waaiervormig, aflopend vanaf het hoogste punt op achttien meter waar centraal de kansel is opgesteld, met daarboven een orgelnis. Rondom deze opstelling zijn ruim 900 zitplaatsen gegroepeerd.
In de voorbereiding van de totstandkoming van het nieuwe kerkgebouw ging de 'werkgroep orgel', onder advies van Dirk Bakker te Piershil, op zoek naar een geschikt gebruikt instrument. De werkgroep kwam uit bij Adema’s Kerkorgelbouw te Hillegom, die het binnenwerk van het voormalige Gradussen-orgel uit de Sint-Calixtusbasiliek in Groenlo te koop had staan. Dit instrument was in 2011 door Adema aangekocht toen het op de koorzolder plaats moest maken voor het Adema-orgel uit de H.H. De Sint-Calixtusbasiliek te Groenlo.
Het Gradussen-orgel: Historie en Restauratie
Het in 1877-1878 gebouwde orgel, oorspronkelijk met 22 stemmen verdeeld over Hoofdwerk, Positief en Pedaal, had de tand des tijds niet ongeschonden doorstaan. In 1920 werd de Melophone 4 van het Positief aangepast tot Vox Celeste. Een complete gedaantewisseling onderging het echter in 1942, toen de firma Verschueren te Heythuysen het uitbreidde met drie registers en de mechaniek verving door elektrische tractuur met een nieuwe vrijstaande speeltafel. De windladen werden ingrijpend gerestaureerd en aangepast.
De omvang, herkomst, kwaliteit en uitbreidingsmogelijkheden van het materiaal bleken aan te sluiten bij de ideeën van de Nieuw-Beijerlandse werkgroep. Ter verdere oriëntatie werd in 2015 een bezoek gebracht aan het orgel dat de Gebroeders Gradussen in 1890 in de Sint-Martinuskerk te Arnhem bouwden.
De Keuze voor het Front en de Reconstructie
Voor het te reconstrueren Gradussen-orgel was men nog op zoek naar een geschikt front. Reconstructie van het oorspronkelijke neogotische front was geen optie, omdat er geen oude foto’s of tekeningen beschikbaar waren en er geen ‘tweeling’ van het Groenlose instrument bekend was. Een neogotische Gradussen-kast in het eigentijdse kerkinterieur zou een te grote sprong in het diepe zijn geweest.
Adema’s Kerkorgelbouw bleek echter nog over een front uit 1921 te beschikken - zonder orgel maar met bijbehorende kansel - afkomstig uit de gereformeerde Grote Kerk te Halfweg. Dit front was, evenals het kerkgebouw, in 1919 ontworpen door Tjeerd Kuipers. In verband met de sloop van de Grote Kerk werd het front in 2011 door Adema verworven, gedemonteerd, opgeslagen en ontdaan van het door K.P. van Ingen gebouwde binnenwerk. Evenals in Halfweg kreeg het front opnieuw een plaats voor een nis boven de kansel.

Restauratie- en Uitbreidingsplan
Op basis van grondig onderzoek stelden Ronald van Baekel van Adema’s Kerkorgelbouw samen met de orgeladviseur een restauratie- en uitbreidingsplan op. Alle oude onderdelen werden nauwgezet gerestaureerd. Ter wille van de begeleidingsfunctie in de protestantse eredienst zijn een paar registers binnen historische kaders aangepast en andere toegevoegd. Deze aanpassing gebeurde alleen als het geen origineel pijpwerk van Gradussen betrof. Voor wat betreft het in 1942 en 1968 geplaatste pijpwerk was dat niet altijd een optimale keuze. In een rapport van Dr. Ton van Eck, adviseur voor de Katholieke Klokken- en Orgelraad, pasten vooral de Dulciaan, Fagot, Sesquialter en Cymbel niet in het klankbeeld van Gradussen.
Nieuw metalen pijpwerk werd gemaakt voor de verdwenen Quint 3 vt, Basson/Hautbois 8 vt en een aantal pijpen van de Prestant 16 vt en Melophon 4 vt. De gereconstrueerde Hautbois 8 discant staat op de voorgrond.

Mechaniek, Klaviaturen en Balg
De toets- en registermechaniek is geheel nieuw opgezet. Dit moest op een andere wijze dan in Groenlo, omdat het Positief nu boven in de kas, in haakse positie ten opzichte van het front, staat opgesteld. Voorheen stond het Positief op hetzelfde niveau als het Manuaal. De registertrekkers zijn naar Gradussen-voorbeeld opnieuw gemaakt, voorzien van palissander knoppen met ingelegde porseleinen plaatjes.
De klaviatuur stamt uit Warmond en dateert uit de eerste helft van de negentiende eeuw. Waarschijnlijk functioneerde het in een orgel met hoofdwerk en rugpositief of een onderpositief. De met een registerknop bedienbare schuifkoppel van het boven- naar het onderklavier is gehandhaafd. Andere koppels zijn nieuw toegevoegd. De eiken bakstukken van de klavieren zijn bij de restauratie belegd met palissanderhout.
Ook het pedaalklavier is oud, laat-negentiende-eeuws, en afkomstig uit voorraad van de orgelmakers. De forse magazijnbalg met in- en uitspringende vouw heeft een oppervlakte van 2,50 x 2.00 meter. Deze is samen met één harmonicakanaal nog origineel. Een nieuwe extra balg met enkele vouw en twee harmonicakanalen werden in dezelfde stijl toegevoegd; hieruit wordt nu het Pedaal gevoed. Het balggewicht bedraagt 650 kg. Een nieuwe orgelmotor voorziet de balgen van wind.

Windladen en Registers
De windladen zijn eveneens van forse afmetingen en ruim opgezet, wat de mogelijkheid bood om extra registers toe te voegen. Op het Manuaal werden de volgende registers toegevoegd: de Salicionaal 8 vt (oorspronkelijk op het Positief), een Tertiaan en een vergrote Cornet als stimulans voor de gemeentezangbegeleiding. Ook werd een nieuwe Trombone 16 voet B/D toegevoegd.
Op het Positief werd de in 1948 toegevoegde Zwitsersche pijp 2 vt gehandhaafd, maar ‘omgedoopt’ tot Piccolo 2 vt. De Salicionaal 8 vt werd omgeruild voor een Prestant 8 vt. In de onderstaande dispositie zijn nadere bijzonderheden terug te vinden.
Op het Pedaal werd een viervoets register behouden: de in 1942 verschoven Octaafbas 8 vt van Gradussen. Voor het achtvoets register zijn andere historische pijpen gebruikt. De twaalf grootste pijpen van de houten Prestant 16 zijn nieuw bijgemaakt.
Restauratie van de Orgelkas
De windladen werden grondig gerestaureerd en van dilatatievoegen voorzien om ongunstige klimaatinvloeden op te vangen. De orgelkas kreeg een nieuwe achterwand. Bij de zijwanden werden de kwalitatief goede delen gehandhaafd en aangevuld met nieuwe panelen. De Jongh Schildersbedrijf bv te Waardenburg schilderde het orgel opnieuw in de oorspronkelijke kleuren en technieken. De kas kreeg hiermee haar eikenhoutimitatie terug, gebaseerd op consoles van (imitatie) zandsteen. Deze consoles bekroonden in Halfweg de boogvormige toog boven de kansel. Op de labia van de frontpijpen verscheen het bladgoud weer, evenals op de tandlijsten van de pijpenbanden.

Dispositie van het Gradussen-orgel
Hieronder volgt de dispositie van het gerestaureerde Gradussen-orgel:
| Manuaal (C-f3) | Positief (C-f3) | Pedaal (C-f1) |
|---|---|---|
| Prestant 16 vt (C-G grenen, Gradussen, 1878; Gis-H gedekt, metaal, 19e eeuws uit voorraad orgelmakers) | Prestant 8 vt (C-G in front (bovenste gedeelte), Van Ingen 1921; Gis-H Verschueren, 1942; c0-f3 verlengd. Alle pijpen met expressions.) | Octaafbas 8 vt (C-H zijbaarden. C-f1 met expressions.) |
| Prestant 8 vt (discant c1-f3 verlengd en opnieuw voorzien van expressions; Gradussen, 1878. Corpus met hoog tingehalte, op metalen voet. Mensuur twee halve tonen wijder dan Salicionaal 8vt) | Holpijp 8 vt (samenstelling c1: 8, 4, 2 2/3, 2, 1 3/5 vt, 8 vt metaal, gedekt (Verschueren, 1942 - ex. Holpijp 8 vt)) | Gedekt 16 vt (C-G gedekt, grenen, afgevoerd tegen zijwand op een historische windlade van Maarschalkerweerd, plm. 1900.) |
| Salicionaal 8 vt (C-H gedekt, grenen; Gradussen. c0-f3 gedekt, metaal, 19e eeuws, herkomst als Prestant 8 vt Manuaal) | Quint 3 vt (4 vt open, nieuw, met enkele stemrollen) | Trombone 16 vt B/D (Open, metaal; Gradussen. Verlengd en voorzien van expressions. Grenen stevels, loden koppen. Bekers van zink. Kelen en tongen messing. Afkomstig uit de St. Jeroenskerk te Noordwijk.) |
| Gedekt 8 vt (metaal; Gradussen. Open, metaal. Gradussen. C-H gecombineerd met Bourdon 8 vt. Boogvormige opsneden.) | Cornet V sterk (2 2/3, 2, 1 3/5 vt. c1 en c2 nieuw, rest Verschueren 1942, op kantsleep achter het front, op verhoogde pijpenbank, afkomstig uit het orgel van Scherpenzeel) | |
| Octaaf 4 vt (Open, metaal, nieuw. makelij als Octaaf 4 voet.) | Fluit 4 vt (C.G. F. C-H in front (uiterste zijvelden) met zij- en rolbaarden, zink. Van Ingen, 1921. c0-h0 met freins. c0-f3 met expressions en zijbaarden.) | |
| Gedekte Fluit 4 vt (C-dis0 met zijbaarden.) | Piccolo 2 vt (Vrijwel geheel Verschueren, 1942. Pijpen tot ½ voets lengte verlengd en voorzien van expressions. Metalen stevels en koppen. Bekers trechtervormig, C-H met halve bekerlengte.) | |
| Quint 3 vt (Open metaal, nieuw.) | Hautbois 8 vt discant (Metalen stevels en koppen met trechtervormige bekers. Franse makelij.) | |
| Oktaven 2 vt (Open, metaal.) | Vox Celeste 8 vt (C-H gedekt, grenen, vroeg 20e-eeuws, met stemschuiven en rolbaarden. c0-f3.) | |
| Tertiaan 1 3/5 c1: 3 1/5 voet (Open metaal, nieuw.) | Echo 8 vt (Vioolprestant, 1890, afkomstig uit het Adema-orgel te Rotterdam, Stieltjesplein. Expressions.) | |
| Cornet V sterk (c1: 8, 4, 2 2/3, 2, 1 3/5 vt, 8 vt metaal, gedekt (Verschueren, 1942 - ex. Holpijp 8 vt); 4 vt open, nieuw, met enkele stemrollen; 2 2/3, 2, 1 3/5 vt. c1 en c2 nieuw, rest Verschueren 1942, op kantsleep achter het front, op verhoogde pijpenbank, afkomstig uit het orgel van Scherpenzeel) | Gamba 8 vt (Gedekt, metaal; Gradussen.) | |
| Trombone 16 vt B/D (Open, metaal; Verschueren 1942 (voorheen Zwitsersche pijp, sinds 1968 Gemshoorn 2 vt). Dubbele lengte (overblazend). vanaf c1. Metalen stevels en koppen, eng trechtervormige bekers van 72% tin.) | Bourdon 16 vt (Open, hout. C-H yellow pine, nieuw.) | |
| Hautbois 8 vt discant (Metalen stevels en koppen. Bekers trechtervormig, à pavillion, 72% tin. Franse makelij.) | Prestant 8 vt (Open, Amerikaans grenen, met rolbaarden. Afkomstig uit Adema-orgel van de St. Jeroenskerk te Noordwijk.) | |
| Hautbois 8 vt discant (C-H gedekt, grenen; Gradussen. c0-f3 gedekt, metaal, 19e eeuws, herkomst als Prestant 8 vt Manuaal.) | ||
| Hautbois 8 vt discant (Open, metaal. Gradussen. C-H met kastbaarden. c0-h0 met zijbaarden. C-f2 met expressions.fis2-f3 op lengte, nieuw.) | ||
| Hautbois 8 vt discant (Open, metaal; Gradussen. Open, metaal; Verschueren 1942 (voorheen Zwitsersche pijp, sinds 1968 Gemshoorn 2 vt). Dubbele lengte (overblazend). vanaf c1. Metalen stevels en koppen, eng trechtervormige bekers van 72% tin.) | ||
| Tremulant |
De Geschiedenis van de Gereformeerde Gemeente in Nieuw-Beijerland
De Gereformeerde Gemeente van Nieuw-Beijerland neemt op zaterdag 9 december het orgel in haar nieuwe kerkgebouw ‘De Kandelaar’ in gebruik. Het instrument is met een groot deel historisch materiaal van orgelmaker Gradussen gebouwd achter een orgelfront uit 1921 naar een ontwerp van Tjeerd Kuipers.
De gemeente Nieuw-Beijerland heeft haar wortels al liggen in de 19e eeuw. In 1863 wordt er een Ledeboeriaanse gemeente geïnstitueerd. Na bijna 100 jaar te hebben gekerkt in een eenvoudig "kerklokaal" wordt er in 1959 een kerk gebouwd op de plaats van het lokaal, aan de Middelstraat. Dit gebouw telde 420 zitplaatsen. Toch blijkt ook deze kerk te klein. In de loop der jaren wordt er verbouwd totdat de kerk uiteindelijk 711 zitplaatsen bevat. De gemeente blijft groeien.
Omdat het huidige kerkgebouw aan vervanging toe was, is er uiteindelijk voor gekozen om een nieuwe kerk te gaan bouwen. Dit kon echter niet op dezelfde plaats. In 2014 kocht men een stuk bouwgrond van 11.000 vierkante meter, aan de Dorpsweg, ten zuiden van de Kreek, nabij de nieuwe begraafplaats. De nieuwe kerk is van het zogenaamde radiaal enkelvoudige type, geschaard rondom het Woord en alle ruimten onder één dak.
Op zaterdag 4 maart a.s. hoopt de gemeente Nieuw-Beijerland haar nieuwe kerkgebouw in gebruik te nemen. Om 15.00 uur is er een dienst waarin de kerk in gebruik zal worden genomen, geleid door de plaatselijke predikant, ds. A.
De Ontwikkeling van de Gemeente in Klaaswaal
In de jaren '30 van de vorige eeuw was er meer en meer behoefte om 'godsdienstoefeningen' te houden in de omgeving van Klaaswaal. Door de week kwam men bijeen in een boerenschuur waar ds. J. van Wier voorging. De behoefte aan kerkelijke structuur en ambtelijke leiding werd steeds groter. Op zondag trok men nog naar Numansdorp (OGG) of Nieuw-Beijerland. Dit leidde uiteindelijk in 1934 tot de stichting van "afdeling Klaaswaal".
Het kerkgebouw in Klaaswaal bleek al snel te klein, waardoor het in 1935 werd uitgebreid. Omdat er in die jaren nog geen kerkenraad was, werd de leiding gegeven door een bestuur. Een kerkenraad werd voor het eerst gevormd in 1943, bestaande uit 2 ouderlingen en 2 diakenen. In 1944 vond de instituering plaats.
Tijdens de oorlogsjaren (1940-1945) had de gemeente weinig last van de oorlog. Het kerkgebouw werd uiteindelijk niet in beslag genomen.
De gemeente groeide gestaag, wat in 1950 leidde tot het besluit om een nieuwe kerk te bouwen aan de Havenweg. Op 30 januari 1953, twee dagen voor de watersnoodramp, werd de eerste steen gelegd. De bouw liep echter vertraging op door de ramp. Op 17 november 1953 werd het nieuwe kerkgebouw in gebruik genomen.
In 1956 werd een nieuw orgel geplaatst. In 1962 kreeg de gemeente voor het eerst een eigen predikant, ds. W. Hage. In 1971 werd het kerkgebouw uitgebreid met een vergaderzaal en een nieuwe consistorie, en werden er 70 nieuwe zitplaatsen gerealiseerd.
In 1978 kwam er een nieuw orgel omdat het oude te slecht werd. Na verschillende predikanten die kortstondig verbonden waren aan de gemeente, werd in 1988 het kerkgebouw uitgebreid tot 365 zitplaatsen en verdubbelde de vergaderruimte.
In 2002 werd een nieuw kerkgebouw gerealiseerd met ruimte voor 500 personen en een nieuwe consistorie. Ds. C. van Krimpen nam het nieuwe kerkgebouw op 19 september 2002 in gebruik. Omdat het orgel niet goed paste, werd het grondig aangepakt door fa. Nijsse en vrijwilligers, en op 30 augustus 2003 opnieuw in gebruik genomen.
Na een vacante periode van 16 jaar werd de gemeente verblijd met een eigen predikant, ds. G.J. van Aalst. In 2016 werd de kerkzaal opnieuw uitgebreid tot 600 plaatsen.
De gemeente telt inmiddels 650 (doop)leden. Ouderling B. Hooghwerff benadrukt de jonge leeftijd van de leden en het grote aantal jonge gezinnen. De meeste leden wonen in het dorp, hoewel er ook leden zijn in omliggende dorpen. Er is ook instroom uit het Rijnmondgebied. Het "stekje" Klaaswaal is gestaag uitgegroeid tot wat het nu is.
Sluitende kerken? Hier barsten ze uit hun voegen!
Ingebruikname van het Gradussen-orgel in Nieuw-Beijerland
De ingebruikname van het Gradussen-orgel in Nieuw-Beijerland vond plaats op zaterdag 9 december om 14.00 uur. Ronald van Baekel van Adema’s Kerkorgelbouw en adviseur Dirk Bakker gaven een toelichting bij de historie, samenstelling en restauratie van het orgel, vergezeld van een klankdemonstratie. Marcus Bergink, vaste bespeler van twee Gradussen-orgels in Arnhem, gaf een concert met werk van Bach, Mendelssohn, Reger, Rheinberger en Dubois. Samenzang werd begeleid door Henk C. Na het officiële gedeelte werd het orgel nog door enkele (vak-)organisten bespeeld.
tags: #orgel #ger #gem #nieuw #beijerland