De restauratie en bouw van orgels in Nederland kent een rijke geschiedenis, waarbij innovatie en behoud van erfgoed hand in hand gaan. Diverse kerken en gemeenten hebben door de eeuwen heen geïnvesteerd in deze instrumenten, wat resulteerde in een breed scala aan orgels met unieke klankconcepten en bouwstijlen.
De Westerkerk: Een Nieuw Pijporgel
In 1991 begonnen de Kerkvoogdij en de Kerkenraad van de Westerwijkgemeente met de plannen voor de realisatie van een pijporgel in de Westerkerk. In 1992 werd toestemming verleend voor de vorming van een Orgelfonds. De orgelmaker Van Eeken werd aangetrokken voor dit project. De bouw van het orgel startte in 1999.
Het klankconcept voor het nieuwe orgel is gebaseerd op het werk van Johann Heinrich Hartmann Bätz (1709-1770). Orgellbouwer Van Eeken uit Herwijnen heeft het werk van Bätz vanaf 1982 diepgaand bestudeerd. Kenmerkend voor dit concept is het prestant-register, dat zorgt voor een volle bas en duidelijke middenligging, terwijl de discanten zingen en stralend klinken. Het totaal van de spelende registers, het plenum, is krachtig en helder zonder scherp te worden, wat het orgel zeer geschikt maakt voor de begeleiding van de gemeentezang. De fluitregisters kenmerken zich door een volle bas die uitloopt in speelse hoge tonen. De totaalklank wordt omschreven als zangrijk, mild, resonansrijk en verzadigd.
Het orgelfront is klassiek vormgegeven, wat zorgt voor een goede verhouding tussen het modern vormgegeven kerkgebouw en de klassieke uitstraling van het orgel.

Het orgel beschikt over een windmachine en is voorzien van een cis-kant. Op de windladen bevinden zich de slepen voor het registermechaniek. De klaviatuur bestaat uit twee klavieren (C - f''') en een pedaal (C - d'). De boventoetsen zijn vervaardigd uit massief ebbenhout. De toetsen (naast de toetsen) zijn uitgevoerd in zwartgepolitoerd perenhout. Het pedaal is gemaakt van eikenhout. De orgelpijpen zijn vervaardigd uit eikenhout of orgelmetaal, bestaande uit lood en tin. Op de labia is bladgoud aangebracht. Het orgelmetaal is in de werkplaats van de orgelmaker gegoten op zand en met de hand geschaafd, wat bijdraagt aan de historische klank.
Het Houben-orgel in Sprang: Een Restauratie met Historische Diepgang
Het orgel, oorspronkelijk in 1728 door Thomas Houben gebouwd voor de Waalse kerk in Dordrecht, werd in 1869 in Sprang geplaatst. Houben, een leerling van Peter Weidtman, kenmerkte zich door zijn dubbele lijsten tussen onder- en bovenkas en een hoekig front. Het orgel in Dordrecht was uitgerust met een hoofd- en rugwerk en een aangehangen pedaal. In 1738 voerde Rudolph Garrels herstelwerkzaamheden uit, gevolgd door Jacob François Moreau in 1743. Hendrik Hermanus Hess onderhield het orgel in de periode 1771-1795 en bracht in 1778 nieuwe handklavieren, een gehalveerde manuaalkoppel en een Fagot 8 vt aan.
In 1804 wijzigde P.J. Geerkens het orgel drastisch door het rugwerk te verwijderen en het pijpwerk ervan als onderpositief in de onderkas te plaatsen. De onderkas werd verbreed tot de breedte van de bovenkas van het hoofdwerk, en de Mixtuur van het vroegere rugwerk verviel. In deze configuratie werd het orgel in 1869 in de kerk in Sprang geplaatst. Het eerder door Van Gelder geleverde orgel uit 1807 werd verkocht aan de Gasthuiskerk in Middelburg.
Tot 1953 vonden er geen bijzondere wijzigingen plaats. In dat jaar werd het orgel gedemonteerd door D.A. Flentrop in verband met een kerkrestauratie. In 1958 restaureerde Flentrop het orgel en breidde het uit met een vrij pedaal. Tijdens deze restauratie werd een nieuwe lade voor het hoofdwerk gemaakt als kopie van de oude, en een nieuwe windvoorziening met nieuwe kanalen aangebracht. De c- en cislade van het onderpositief, evenals de klavieren en mechanieken, werden gerestaureerd. Een nieuw pedaalklavier en nieuwe registerknoppen werden vervaardigd. Voor een betere uitspraak van het onderpositief werden openingen in de onderkas aangebracht. Op het hoofdwerk werd de samenstelling van de Mixtuur gewijzigd en een Scherp 3-4 st toegevoegd. Op het onderpositief werd de Prestant 8 vt disc. vervangen door een Mixtuur. De kas werd in de huidige kleur geschilderd.

De plannen voor de restauratie van het orgel werden aanvankelijk begeleid door Jan Jongepier, die dit adviseurschap overdroeg aan ir. Henk Kooiker. Tijdens de restauratie van 2009/2010 werd het aanzien van het orgel zoveel mogelijk teruggebracht naar de situatie van 1728. De kleurstelling is gebaseerd op kleurenonderzoek en de eis om de situatie van 1728 of 1804 als uitgangspunt te nemen. Uit kleurtrappen op de kas en het snijwerk bleek dat de engelenkopjes altijd gebroken wit zijn geweest, zonder sporen van vergulding. Op het snijwerk was wel enig verguldwerk aanwezig, evenals gouden biezen op horizontale lijsten.
Na 16 maanden restauratie door Flentrop Orgelbouw werd het Houben-orgel op zaterdag 13 november officieel overgedragen aan het College van Rentmeesters van de Hervormde gemeente van Sprang. Het orgel werd ten gehore gebracht door Margreeth Chr. Bouwer.
De Rol van Adviseurs en Orgelliefhebbers
Rinus Koole, medewerker van Flentrop Orgelbouw en organist van de Hervormde Gemeente Sprang, benadrukt het belang van een langdurig traject bij orgelrestauraties. Dit omvat gesprekken met orgelmakers, orgeladviseurs en de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM). Het proces kan tijdrovend zijn en stelt geduld op de proef.
In het Nederlandse orgellandschap worden orgels op de Monumentenlijst begeleid door orgeladviseurs die rapporten opstellen voor de Rijksdienst. De kerk, als eigenaar, benoemt een adviseur die een restauratieplan uitwerkt in overleg met de Rijksdienst.
Het orgel in de Hervormde gemeente te Sprang, gebouwd door Thomas Houben (1728), is een waardevol instrument. Het werd oorspronkelijk gebouwd voor de Waalse gemeente te Dordrecht en kende diverse wijzigingen door P.J. Geekens (1804) en restauraties door D.A. Flentrop. Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakten kerk en orgel beschadigd door granaatinslag.
Een restauratie in 1958 door Fa. Flentrop uit Zaandam vond plaats tijdens een algehele kerkrestauratie. De verschillen van opvatting tussen orgelmaker en adviseur Mr. A. Bouman illustreren de ontwikkelingen in de orgelbouw in de jaren '50. Destijds was men geboeid door oude orgels, maar neigde men eerder naar vernieuwing dan behoud.
De restauratie van 2009/2010 werd begeleid door Henk Kooiker, na het pensioen van Jan Jongepier. Het orgel werd geheel gerestaureerd, waarbij het oorspronkelijke Rijnlandse klankbeeld werd hersteld.
Herstelwerkzaamheden 2022/2023
In 2022/2023 werden het binnenwerk van het onderpositief, de windladen, het pijpwerk en de omgeving integraal gereinigd en hersteld door Flentrop onder advies van Aart Bergwerff.
Tijdelijk Orgel in Sprang
Sinds 2009 beschikt de Hervormde gemeente Sprang over een tweede pijporgel, opgesteld in het koor van de kerk. Dit orgel dient als tijdelijke vervanging van het hoofdorgel tijdens diens restauratie. Het betreft een orgel van firma Van Vulpen, oorspronkelijk geleverd in 1957 voor de Hervormde Kapel in Alphen aan den Rijn-Gouwsluis. Dit positief met één manuaal en aangehangen pedaal staat bekend als een typisch orgel uit de 'neobarok' periode, met een present en helder geluid. Het orgel bezit 331 sprekende pijpen.
Concerten en Orgelliefhebbers
Informatie over concerten en donaties is beschikbaar via de Stichting Orgelkring Waalwijk. Een concert met Jamie de Goei (orgel) en Daniëlle Sluimers (sopraan) stond gepland voor dinsdag 15 juni 2021, maar werd uitgesteld.
Het bestuur van de Stichting Orgelkring Waalwijk (SOW) heeft besloten de orgelkring per 1 januari 2023 op te heffen.
Het Knol-orgel in Zwartsluis: Een Herstel naar Oorspronkelijke Klank
Het orgel in de kerk van Zwartsluis werd gebouwd door orgelmaker Rudolf Knol in de periode 1793-1796. Knol gebruikte onderdelen uit een ouder kabinetorgel en nam het toenmalige onderfront over als schijnrugpositief. Na goedkeuring door C. Berghuis in 1796, kostte het orgel ongeveer 1.200 gulden.
In de eerste helft van de 19e eeuw werd het onderhouden door J.C. Scheuer, en later door J. Proper uit Kampen. Proper breidde het orgel rond 1890 uit met een Bourdon 16 vt bas en verwijderde de Cimbel. De orgelkas werd verbreed met twee platte zijtorens om de nieuwe pijpen te plaatsen.
In 1936 vond een ingrijpende restauratie plaats door Valckx & Van Kouteren, waarbij registers werden vervangen, balgen vernieuwd en het pijpwerk werd aangepast. Een gedicht van Rudolf Knol uit 1794 ging hierbij verloren.
In 1974 restaureerde firma Leeflang uit Apeldoorn het orgel en herstelde de oorspronkelijke toestand uit 1796, met toevoeging van een nieuwe mechanische Subbas 16 vt op het pedaal. De orgelkas werd versmald en verloren gegaan pijpwerk werd bijgemaakt.

In 2007 voerde Mense Ruiter een restauratie uit, gericht op het herstel van mechanieken, windladen en andere onderdelen. De firma Adema’s Kerkorgelbouw voerde in 2019-2021 de tweede fase van de restauratie uit, met nadruk op het herstel van het originele klankbeeld. De kenmerkende intonatie van Knol werd gereconstrueerd, waardoor de oorspronkelijke klank en eenheid van het orgel werd hersteld.
Dispositie van het Knol-orgel
Manuaal C-f3
- Bourdon 16 vt discant - 1796
- Prestant 8 vt bas en discant - 1796
- Holpijp 8 vt bas en discant - 1796
- Viool de Gambe 8 vt discant - 1796
- Prestant 4 vt - 1796
- Fluit 4 vt bas en discant - 1796
- Octaaf 2 vt bas en discant - 1796
- Sexquialter 2-3 st bas en discant - 1796
- Mixtuur 4-5 st bas en discant - 1796
- Ruischpijp 2 st bas - 1796
- Cimbel 3-4-3 st bas en discant - 1974
- Trompet 8 vt bas en discant - 1974
Pedaal C-d1
- Subbas 16 vt - 1974
Koppelingen
- Trambland
- Ventiel
- Pedaalkoppeling
Het Blank-orgel in Wijk: Een Instrument voor Gemeentezang
Het huidige orgel in de Ned. Hervormde Kerk te Wijk, vervaardigd door Firma K.B. Blank en Zoon uit Herwijnen in 1971 en 1972, verving een pneumatisch Dekker-orgel uit 1920. De primaire taak van dit orgel is het begeleiden van de gemeentezang.
In 1997 gaf de kerkvoogdij opdracht aan orgelmaker Henk van Eeken (opvolger van firma Blank) om een rapport op te stellen over de algehele staat van het 25-jarige orgel. Op 24 april 1999 vond een Orgelavond met samenzang plaats, waarbij organist en adviseur Dirk Jansz. Zwart werken van o.a. Mendelssohn-Bartholdy, J.S. Bach en Jan Zwart ten gehore bracht.

Het orgel beschikt over twee mahoniehouten magazijnbalgen, gevoed door een windmachine van het merk Meidinger. De constructie omvat eikenhouten cancellenramen, cedertenhouten ventielen in eikenhouten ventielenkasten, nylon pulpeten, en eikenhout voor slepen, dammen en stempels. De pijpstokken en -roosters zijn van mahonie, met kunststof telescoophulzen.
Het orgel heeft een balansklavier, geheel vervaardigd uit eikenhout. De Bazuin 16 is voorzien van orgelmetalen schalberkers met messing kelen en tongen, en houten koppen en stevels.
De orgelstijl die in Nederland werd gepropageerd door deskundigen als W.R. van Batenburg, kenmerkt zich door een hernieuwde aandacht voor Bourdon 16′, Cornet en dubbel bezette discanten van de Prestant 8′, elementen die essentieel zijn voor de begeleiding van gemeentezang. De factuur van het metalen pijpwerk, met wijdere mensuren en alliages met een hoog loodgehalte, is geïnspireerd op historische voorbeelden.
De windvoorziening maakte nog tot ver in de jaren '70 gebruik van magazijnbalgen.
Het Orgel in Rouveen: Een Lange Weg naar een Nieuw Instrument
Het huidige orgel in de Hervormde Kerk van Rouveen werd in 1964 geplaatst. Ondanks de ligging rond de Zuiderzee, kreeg de kerk pas laat een orgel. In 1917 werd een dankdagcollecte bestemd voor het orgelfonds, wat 65,83 gulden opleverde.
In 1926 werd besloten tot de aanschaf van een orgel. Dominee K. van As speelde een cruciale rol in de plaatsing van het eerste orgel, waarbij contact werd gelegd met orgelbouwers zoals Valckx en Van Kouteren.
In 1928 werd een bedrag van 2.500 gulden betaald aan Standaart voor de plaatsing van het orgel, dat werd geplaatst op een galerij door L. van Essen. Het orgel dat tot 1964 in Rouveen stond, was in 1912 door de firma Standaart geplaatst in de Gereformeerde Kerk te Hillegom.
Het orgel van firma Standaart bleek niet toereikend voor het nieuwe kerkgebouw in Hillegom dat in 1927 in gebruik werd genomen. Dit orgel deed dienst in de Hervormde Gemeente tot 1964. Er zijn geen documenten over de plaatsing gevonden, waardoor informatie voornamelijk uit herinneringen komt.
De kerk zocht contact met orgelbouwer Flentrop, maar de kosten waren te hoog. Joop de Ruiter, zoon van het hoofd van de Hervormde School, wees de kerkenraad op orgelbouwer R. Kamp uit Zwolle, die waarschijnlijk ook als adviseur fungeerde.
De bouw van het orgel kostte 48.000 gulden. Het orgel was het sluitstuk van een grote inwendige verbouwing van de kerk rond 1960. In 1978 werd een grotere galerij geplaatst om het groeiende kerkbezoek op te vangen. In 2010 werd de kerk opnieuw gerenoveerd.
Het orgel van R. Kamp en zonen is nog steeds te vinden in Nederland. Opnames uit de periode vóór de bouw van de galerij laten horen hoe het orgel klonk zonder demping.
Het Orgel in de Dorpskerk van Wezep: Een Evolutie door de Jaren
In 1871 werd de eerste steen gelegd voor de Dorpskerk. Op 22 januari van dat jaar werd een orgel in gebruik genomen, geschonken door burgemeester Mr. C.R.J. van Nahuys. Dit orgel was afkomstig uit de hervormde kerk van Laren (Gelderland) en werd geplaatst door orgelmaker Leichel.
In 1882 werd geconstateerd dat het orgel in 'slechten en ondoelmatigen toestand' verkeerde. Een aanbod van orgelmaker Z. van Dijk werd niet aangenomen, maar in 1885 ging de kerkvoogdij akkoord met een aanbod van orgelmaker van Gelder uit Leiden voor ƒ 1.500,--. Dit orgel, met naar verluidt minimaal 8 stemmen, werd op 4 november 1885 feestelijk in gebruik genomen.
In 1900 kwamen er klachten over het functioneren van het orgel. In 1904 kwam orgelmaker Proper uit Kampen met een plan voor een algehele restauratie en verzwaren van het orgel.
In 1939, naar aanleiding van een verbouwing van de kerkzaal en de toename van het aantal hervormden, werd het bestaande orgel verplaatst naar een nieuw gebouwde galerij en uitgebreid van 8 naar 14 stemmen. De werkzaamheden werden uitgevoerd door Valxks en Van Kouteren uit Rotterdam. De kas van het oude Van Gelderorgel sneuvelde bij deze verbouwing.

In 1967 kreeg orgelbouwer Boegem uit Amsterdam de opdracht om met gebruikmaking van het oude instrument een nieuw instrument te realiseren. Op 27 oktober 1967 werd dit nieuwe instrument in gebruik genomen.
In 1982 werd een geheel nieuw orgel geplaatst, gebouwd door een nog te specificeren orgelbouwer. Het materiaal uit het oude orgel werd verkocht aan orgelmaker Verschueren. De realisatie van een nieuwe galerij werd mede mogelijk gemaakt door vrijwilligerswerk. Het nieuwe orgel werd op 27 februari 1982 in gebruik genomen.
Het oude Van Gelderorgel bevatte veel oud pijpwerk, mogelijk daterend uit de 18e eeuw. In 1992 werd dit materiaal gebruikt voor de uitbreiding van het orgel in de St. [plaatsnaam ontbreekt].
De Vredeskerk: Groei en Uitbreiding van het Orgel
In 1974 werd de Vredeskerk (oorspronkelijk Kerkelijk Centrum) in gebruik genomen. Tijdens de bouw werd ruimte gereserveerd voor een Woudfluit 2’ op het eerste manuaal, een Nasard 2 2/3’ op het tweede manuaal en een Subbas 16’ op het pedaal. Het orgel kostte destijds ƒ 34.600,-- excl. BTW.
Op 7 maart 1975 werd opdracht gegeven voor de uitbreiding van het orgel met de gereserveerde stemmen, kosten ƒ 11.950,-- excl. BTW. Er werd gekozen voor een Nasard 2/3’ en Woudfluit 2’.
In januari 1994 ondersteunde de kerkenraad van wijk 2 een onderzoek naar de mogelijkheden van een draagkrachtiger orgel. Na een jarenlange zoektocht naar een geschikt tweedehands orgel, werd kennis genomen van een aanbieding van orgelmaker Van Vulpen. Het bestaande orgel werd verkocht aan de gereformeerde Kerk te Leeuwarden.
Het nieuwe orgel van Van Vulpen vertoont verwantschap met eerder door Gebr. Van Vulpen gemaakte instrumenten. Het is gebouwd in een kast van massief eikenhout en geplaatst op afstand van de muur voor onderhoud. De manualen en het pedaalklavier zijn van eikenhout, de onder-toetsen belegd met been. Het pijpwerk is vervaardigd uit zelf gegoten orgelmetaal, met een legering van 30% tin en 70% lood voor de prestantregisters, bijna 100% lood voor de fluitregisters, en 75% tin en 25% lood voor de frontpijpen. De labia van de frontpijpen zijn met bladgoud verguld. De Subbas is geheel van eikenhout. De grootste pijpen zijn tegen de achterzijde van de orgelkas geplaatst.
De windvoorziening bestaat uit een spaanbalg in de onderkas en een windmachine in een geluiddempende kist. Het orgel heeft eiken windladen. Het hoofdwerk is achter de frontpijpen opgesteld, direct daaronder het borstwerk. De pedaallade bevindt zich in de onderkas. De abstractuur is van grenen en het draadwerk van messing.
De Waalse Kerk: Een Frans Meesterwerk van Aristide Cavaillé-Coll
De Waalse Kerk, met een geschiedenis die teruggaat tot de Reformatie, heeft een lange traditie van Franstalige kerkdiensten. De Waals-Hervormde Gemeente in Den Haag kent een rijke historie, met een orgel dat oorspronkelijk geschonken werd door Prins Frederik Hendrik.
Het huidige orgel in de Waalse kerk werd in 1885 gebouwd door de beroemde Franse orgelbouwer Aristide Cavaillé-Coll uit Parijs, op aanbeveling van orgelbouwer J.F. Witte. Het orgel werd op 8 november 1885 in gebruik genomen.

Het Cavaillé-Coll-orgel heeft een neogotische kas en vertoont gelijkenissen met catalogusnummer 21 uit een catalogus uit 1889 van de firma Cavaillé-Coll.
Het orgel heeft 23 stemmen verdeeld over twee klavieren en pedaal. De 'Barkermachine', een door Charles Barker uitgevonden en door Cavaillé-Coll doorontwikkelde installatie, verlicht de toetsdruk en speelaard van dit grote orgel.
De vrijstaande speeltafel is voor het orgel geplaatst, zodat de organist de kerk in kan kijken. In 1930 en 1954 voerde de fa Sanders werkzaamheden uit, waarbij enkele wijzigingen werden aangebracht. Een bijzondere bijzonderheid is dat het orgel door een opening in de kerkmuur is uitgebouwd tot in de kosterswoning naast de kerk.
In 1970 werd Henk Kooiker benoemd als organist in de Waalse Kerk, en hij beheert het orgel tot op heden, met een focus op het behoud van de oorspronkelijke staat. Hij is tevens verantwoordelijk voor het stemmen van de tongwerken.