Historische achtergrond van de kerk
De Hervormde Kerk van Brakel, oorspronkelijk gewijd aan de Heilige Martinus, is een bakstenen gotisch kerkgebouw. De oudste delen van de kerk zijn te vinden in de buitenmuur, links en rechts van de ingang, waar zogenaamde tufstenen zitten. Deze dateren ongeveer uit het jaar 1100 en zijn grote natuurstenen, gebeiteld uit vulkaangesteenten uit het buitenland. De andere stenen in de kerkmuren zijn gewone bakstenen. Veel veranderingen zijn aan de buitenkant van de kerk te herkennen, vooral aan de verschillende vormen stenen die gebruikt werden; hoe groter de stenen, hoe ouder de muur.
Het kerkgebouw kende diverse verbouwingen en uitbreidingen. Het schip van de kerk, dat op zijn beurt voortkwam uit een vergroting van een 14e-eeuws schip, werd in de loop van de vijftiende eeuw verbouwd tot een driebeukige pseudobasiliek. Dit werd waarschijnlijk in de tweede helft van de dertiende of in het begin van de veertiende eeuw vergroot.
In de 15e eeuw werd het schip vergroot en verbouwd tot een driebeukige pseudobasiliek. De overwelving met trekbalken, afgaande op vormen en detaillering, werd in 1851 aangebracht. Boven het orgel zijn verschillende jaartallen te zien die duiden op restauraties en verbouwingen: 1645, 1749, 1825, 1854. In 1825 vond een uitgebreide restauratie plaats. Het koorhek werd toen geplaatst en de grafzerken die in het koor lagen, werden uit de kerk gehaald en in een muur van een ruïne in het bos gemetseld.
In 1944 werd de toren zwaar beschadigd door oorlogsgeweld. In de nadagen van de oorlog, op 23 april 1945, probeerden de Duitsers de toren op te blazen, wat resulteerde in brand. De brandweer trad kordaat op en voorkwam volledige verwoesting, waarvoor de kerk de brandweer een gratificatie van 100 gulden gaf.
In 1950 begon men met een fikse verbouwing. De klok werd gesmolten en opnieuw gegoten, de toren kreeg een nieuwe, hogere en smallere spits. Er werd een zijportaal aangebouwd en de kerk kreeg een nieuw dak met eikenhouten betimmering tegen het plafond. Bij metselwerkzaamheden werden hoog in de muren van het koor klankpotten aangetroffen, die vroeger ter bevordering van de akoestiek in de muren werden geplaatst.
In 1976 werd het Van Dam-orgel gerestaureerd en uitgebreid door de firma K.B. Blank en zn. te Herwijnen. In 1980 werden nieuwe banken geplaatst. Tot die tijd liep er vanaf de ingang onder de toren een pad midden door de kerk naar de preekstoel. Ook de vloer werd veranderd; er werden natuurstenen plavuizen gelegd en de centrale verwarming vernieuwd.
Tijdens restauraties eind vorige eeuw werd een koperen dakgoot rond de kerk gemaakt. Ook de toren heeft inmiddels een ingrijpende restauratie ondergaan.

Interieur en inrichting
De kerk is een driebeukige pseudobasiliek met een vijfzijdig gesloten koor. De binnenruimte wordt overwelfd door houten tongewelven. Het middelste gedeelte van het plafond bestaat uit een tongewelf, prachtig afgetimmerd met eikenhouten planken.
De kerk bezit een aantal waardevolle interieurstukken:
- Een overhuifde herenbank uit eind 17e eeuw, waarvan de overhuiving gedragen wordt door getorste zuilen. Op deze herenbank bevinden zich koperen blakers.
- Een preekstoel met elementen in Lodewijk XIV-stijl (omstreeks 1740).
- Een 20-lichts koperen kroon uit de 17e eeuw.
- De bijbel op de kansel is gedrukt in 1714 bij Jacob en Pieter Keur en was een geschenk van de weduwe van Dam van Brakel in 1825 na een restauratie van de kerk.
- Op de houten scheidingswand voor in de kerk staat een ijzeren frame dat vroeger diende als houder voor een zandloper, waarmee men tijdens de diensten de tijd kon afmeten.
- Het losse doopvont onder de preekstoel is een geschenk uit 1826.
- De zilveren bekers, kannen en schotels die gebruikt worden tijdens het avondmaal worden in de kluis bewaard. Op één van de avondmaalsbekers is het wapen van Brakel gegraveerd met het opschrift: "kerk van Brakel, MVCCXXXVI". Ook de merken van de Haagse ooievaar staan in de bekers gegraveerd.
- In de consistorie hangt een bord met namen van alle predikanten die in Brakel gestaan hebben, evenals tekeningen en foto's.
De kerk heeft twee soorten ramen: ramen met ronde bogen (Romaans) en ramen met spitsbogen (gotisch). Ook tussen de pilaren in de kerk zijn spitsbogen en ronde bogen te zien. Achter de preekstoel bevindt zich het koor met gebrandschilderde ramen. In het koor van de kerk stond vroeger het altaar, gewijd aan de heilige Martinus. Na de Reformatie verdween het altaar, omdat de preekstoel het middelpunt van de dienst werd.
In de koorvensters bevinden zich fragmenten van zeven gebrandschilderde glazen uit 1647, 1693 en 1709. Deze ramen waren schenkingen en tonen afbeeldingen van wapens van steden en families die met Brakel te maken hebben gehad, zoals Nijmegen en Zaltbommel. Ook de namen van de heren van Brakel zijn op de ramen te ontdekken. Caerl Pieck (een voorvader van Anton Pieck) was in 1709 heer van Brakel, amtman, richter en landheer van Marienweert en Renoy.
Tijdens de laatste restauratie zijn de zeven ramen in het koor goed beschermd met een stevige glaslaag aan de buitenkant en met ijzeren staven aan de binnenkant. In het laatste jaar van de oorlog (1945) werden de ramen uit het koor van de kerk gehaald om te voorkomen dat ze door de Duitsers werden vernield. Ze werden bewaard in een hooiberg bij Cornelis Vervoorn in Brakel.
In het koor, onder de grote steen met ijzeren ringen, bevinden zich twee oude grafkelders. Deze werden in 1825 opengemaakt. In één kelder werden de menselijke overblijfselen in een nieuwe kist gedaan. Beide kelders werden weer dichtgemetseld en er werd een nieuwe steen opgelegd. De oude steen werd in de ruïne ingemetseld, samen met een nog oudere grafzerk die bij het ontgraven van de kelders ontdekt was.

Het orgel van de Hervormde Kerk
Het orgel in de Hervormde Kerk van Brakel werd oorspronkelijk in 1898 gebouwd door de firma L. van Dam & Zonen. Het was een eenklaviers orgel met één manuaal en aangehangen pedaal.
In 1899 leverde de firma Van Dam een nieuw mechanisch sleeplade-orgel met één manuaal en aangehangen pedaal voor de hervormde kerk te Brakel. Dit orgel had oorspronkelijk negen registers.
Door de jaren heen heeft het orgel diverse werkzaamheden en restauraties ondergaan:
- In 1935 voerde B.F. Bergmeijer herstelwerkzaamheden uit, waaronder de vernieuwing van de pedaalmechaniek.
- In 1942 vonden opnieuw werkzaamheden plaats door Bergmeijer, die een Mixtuur III in de discant toevoegde. De mixtuur was in 1899 alleen in de bas geplaatst (II-III).
- Vanwege oorlogsomstandigheden werd het orgel in 1944 door Bergmeijer gedemonteerd en in 1945 weer opgebouwd, waarbij oorlogsschade aan het pijpwerk werd hersteld.
- In 1974 werd het orgel door Blank gerestaureerd, met Goosen van Tuijl uit Zaltbommel als adviseur. Bij deze restauratie werd het orgel uitgebreid met een tweede manuaal met zeven stemmen en een vrij pedaal met drie stemmen, beide ontworpen in de stijl van Van Dam.
- In 1976 voltooide K.B. Blank & Zoon de restauratie en uitbreiding van het orgel. Een nieuw Bovenwerk en een zelfstandig Pedaal in Van Dam-stijl werden bijgeplaatst. Het orgel kreeg toen ook een Pedaalkoppel Hoofdwerk. Voor het pedaal werd een regulateurbalg gemaakt.
- Op 1 september 2008 begon J.C. van Rossum met een restauratie van het oude gedeelte van het orgel. De orgelgalerij werd daarbij ook gerestaureerd en alles kreeg een schilderbeurt.
- In 2009 is het orgel gerestaureerd door J.C. van Rossum. Het uitgangspunt was de situatie van 1899 met handhaving van het Pedaal en het Bovenwerk van Blank uit 1976. De windvoorziening is gerestaureerd en de pompinstallatie met schepbalgen is weer in werking gesteld. Bij gebruik van de pompinstallatie werkt deze echter niet op het pedaal.
- De tongwerken Bazuin 16’ en Klarinet 8’ uit 1976 zijn geherintoneerd. De Trompet 8’ van het Hoofdwerk is vervangen door een nieuwe Trompet, naar voorbeeld van het gelijknamige register in het Van Dam-orgel van de Lutherse Kerk te Purmerend.
- Bij de restauratie in 2009 is het orgel in zijn oorspronkelijke kleurstelling teruggebracht door G.H.H.
Op 12 september 2009 is het orgel na de restauratie weer in gebruik genomen. Zaterdag 12 september werd het instrument opnieuw in gebruik genomen. Tijdens die dag (Nationale Orgeldag) was het kerkgebouw aan het Marktplein opengesteld van 10.00 tot 16.00 uur, waarbij het orgel te bezichtigen was.
Om 19.30 uur werd het orgel in een officieel avondprogramma overgedragen aan de kerkrentmeesters van de Hervormde Gemeente Brakel. Deze overdracht werd omlijst met een toelichting op de restauratie en een klankdemonstratie. Organist Ad van Keulen begeleidde samenzang op het orgel. Na een meditatie door plaatselijk predikant ds. B. Belder verzorgde Aart Bergwerff, als adviseur bij de restauratie betrokken, een kort concert. Na afloop was er in kerkelijk centrum De Terp een hapje en een drankje.
Historische context en eigendom
De Hervormde Kerk is in eigendom en in onderhoud bij de Hervormde Gemeente.
De informatie op deze pagina's is overgenomen uit het boekje ‘Nederlands Hervormde Kerk Brakel’, samengesteld door W.F. van der Kooij, met als bron een boek uit 1932, “De monumenten van geschiedenis en kunst in de provincie Gelderland, eerste stuk: het kwartier van Nijmegen, eerste aflevering: “De Bommelerwaard” en is uitgegeven bij de Algemeene Landsdrukkerij te ‘s-Gravenhage.
Blijkens een kerkvisitatie van 8 september 1571 had de heer van Brakel het collatierecht van de parochiekerk (het recht om een predikant aan te stellen), evenals het recht om vijf beneficiën of vicariën aan te stellen. Deze waren verbonden aan drie altaren: van de Heilige Maria, van de Heilige Jacobus en van de Heilige Antonius.
De Hervorming drong hier reeds spoedig door. De eerste predikant was Henricus Spudaeus in 1587.
De bewoners van het kasteel, het "Huis Brakel" en "Het Spijker", hadden in het dorp wat te zeggen. De "heren van Brakel" mochten ook in de kerk over bepaalde zaken meebeslissen en mochten zelfs een dominee benoemen. Dit heette het collatierecht.
Ds. Napoleon verbood de kerkbegrafenissen in 1804. Na de inval van de Fransen werd ook in Nederland het begraven in de kerk officieel verboden. Het oude gebruik bleek echter zo sterk geworteld in de Nederlandse uitvaartcultuur, dat het besluit na het vertrek van de Fransen in 1813 direct weer ongedaan werd gemaakt. Pas in 1829 vaardigde koning Willem I opnieuw een verbod uit. Nieuwe begraafplaatsen moesten voortaan buiten de bebouwde kom worden aangelegd, maar er werden nog lange tijd ontheffingen verleend. In Brakel kreeg men tot 1870 een ontheffing van de gemeente. In 1871 werd een overeenkomst gesloten tussen de kerk en de gemeente Brakel om buiten de kerk een stukje grond te gaan gebruiken als Algemene Begraafplaats.
In 1869 werd de Begraafwet in de Nederlandsche Staatscourant gepubliceerd. Elke gemeente moest een Algemene begraafplaats hebben waar eenieder, zonder op geloof of afkomst te letten, begraven kon worden. In Brakel werd toen door de Hervormde gemeente een stukje van het kerkhof bij de kerk aan de burgerlijke gemeente in bruikleen gegeven om dienst te doen als Algemene begraafplaats. Dit gedeelte moest door een muur of anders zijn afgescheiden van de kerkelijke begraafplaats.
Rondom de kerk zijn nog verschillende oude graven te zien. Sommige zerken liggen zelfs binnen een hek of zijn verhoogd. Ook zijn er predikanten begraven, zoals Cornelis Speelman (1809-1878) en de godsdienstonderwijzer Lodewijk Verheul (1876-1934). Elk jaar is er op vier mei, tijdens de dodenherdenking, kranslegging op het graf van Hendrik van Balen.
Deze informatie komt voornamelijk uit een uitgave van de historische werkgroep Stichting De Vier Heerlijkheden t.g.v. de open monumentendag 2005. Voor de samenstelling is gebruik gemaakt van een uitgave uit 1986 van de Kerkvoogdij, samengesteld door W.F. van der Kooij, het boek Middeleeuwse Kastelen van Gelderland door F.M. Eliens en J. Harenberg, de Winkler Prins encyclopedie en eerder verschenen uitgaven van de historische werkgroep stichting de Vier Heerlijkheden t.g.v. de open monumentendagen 1989 t/m 1992 en het boekje Rondleiding voor de jeugd door A. de With. Veel documenten in diverse linken zijn afkomstig uit het regionaal Archief Rivierenland.