Het Orgel van de Gereformeerde Kerk in Scheemda: Een Historische Beschouwing

Het orgel van de Gereformeerde Kerk te Scheemda, vervaardigd uit gepolychromeerd eikenhout, kent een rijke en complexe geschiedenis die teruggaat tot de 16e eeuw. Dit kunstwerk, met objectnummer BK-NM-8184-3, is een belangrijk onderdeel van het kerkelijk erfgoed en heeft door de eeuwen heen diverse aanpassingen en restauraties ondergaan.

Gepolychromeerd eikenhouten orgel met gedetailleerd snijwerk

Vroege Geschiedenis en Oorsprong

De oorsprong van het orgel ligt in 1733, toen het werd gebouwd door Matthias Amoor. Amoor was mogelijk een voormalig werknemer van de beroemde orgelbouwer Arp Schnitger en werkte later mogelijk samen met A.A. Hinsz als leverancier van materialen. Matthias Amoor bouwde een nieuw orgel in de post-Schnitger-stijl, kenmerkend door een onderkast met insnoerende consoles en de klaviatuur aan de voorzijde. Het orgel bevat nog één oud register dat mogelijk uit de 16e eeuw dateert.

Groot onderhoud werd in 1780 en 1796 gepleegd door A.A. Hinsz en Schnitger & Freytag. In 1828 volgde onderhoud door Herman Eberhard Freytag. Zes jaar later, in 1834, werd het orgel door Herman Eberhard Freytag verbouwd. De onderkast werd verbreed en het front uitgebreid met zijvelden. Ter voorbereiding op een uitbreiding met een tweede klavier werd aan de voorzijde een tweeklaviers klaviatuur ingebouwd. De orgelkast werd in imitatie-mahonie geschilderd met verguld snijwerk. Freytag vervaardigde een nieuwe windlade en paste de register- en speelmechaniek aan. Het frontpijpwerk, de Bourdon 16' en de Fluit 4' en Fluit 2' werden nieuw gemaakt. De overige registers werden deels vernieuwd, mogelijk met hergebruik van ouder pijpwerk van diverse orgelmakers.

Verbouwingen en Plaatsingen

In 1865 werd een bestek en tekening gemaakt voor een nieuw Rugpositief met 6 registers. Toen in 1872 een nieuw kerkgebouw tot stand kwam, werd het orgel overgeplaatst en werden de plannen van 1865 in sterk gewijzigde en vereenvoudigde vorm uitgevoerd. Het orgel werd een balustradeorgel, waarbij de onderkast werd verwijderd. De orgelkast werd zwart geschilderd met goudbiezen, het snijwerk gebronsd en de klaviatuurwand in imitatie essen kleur uitgevoerd. De klaviatuur van 1862 werd aan de rechterzijkant ingebouwd. Er werd gedeeltelijk nieuwe speel- en registermechaniek aangelegd. Nieuwe metalen registerplaatjes met vergulde letters werden in Van Oeckelen-stijl gemaakt. De Mixtuur werd verwijderd en een Viola di Gamba vanaf c0 werd geplaatst. De Octaaf 4 voet werd vrijwel geheel vernieuwd, deels met gebruikt pijpwerk. Het pijpwerk werd integraal (overwegend een halve toon) opgeschoven en voorzien van nieuwe steminrichtingen.

Detail van het orgelfront met pijpwerk en decoratieve elementen

Na de verbouwing van de kerk in 1936 werd het orgel door Mense Ruiter hersteld. De drie spaanbalgen werden vervangen door een magazijnbalg, deels uit materiaal van de oude balgen. De windkanalen werden deels vernieuwd. De frontzijde van de orgelkast werd geloogd, de zijwanden met eiken fineer voorzien, de achterzijde donkerbruin geschilderd en de borstwering eveneens met fineerplaten bekleed. De Viola di Gamba uit 1872 werd vervangen door een Salicionaal 8', waarbij het groot octaaf gecombineerd werd met de Roerfluit.

In 1953 werd de windvoorziening van de torenzolder naar de orgelgalerij verplaatst.

Restauratie en Huidige Situatie

In 1987 werd het orgel volledig gerestaureerd door de firma Reil, met Klaas Bolt als adviseur. De gegroeide historische toestand vormde hierbij het uitgangspunt. De windvoorziening werd grotendeels gereconstrueerd met twee nieuwe spaanbalgen, kanalisatie, tremulant en afsluiter. De windlade werd gerestaureerd, de pneumatische inrichting voor de Bourdon 16' werd verwijderd. De Bourdon 16' werd voortaan mechanisch deelbaar in bas en discant gemaakt. Een nieuw pedaalklavier in oorspronkelijke stijl en maatvoering werd vervaardigd. De Salicionaal 8' werd vervangen door een nieuwe Mixtuur, gemodelleerd naar het orgel in Warffum (1812). De verschuivingen in het pijpwerk en de toonhoogte uit 1872 bleven gehandhaafd.

Interieur van het orgel met zicht op de windladen en mechaniek

In het kader van de overplaatsing naar het nieuwe kerkgebouw ‘De Ontmoeting’ is het orgel in de oude kerk gedemonteerd en overgebracht naar de orgelmakerij van Reil te Heerde. Alle inmiddels ontstane kleine gebreken zijn hersteld. Omdat het orgel in een geheel nieuw kerkgebouw is geplaatst, is de monumentstatus die het orgel had (een zogenoemde Vanwege-bescherming) komen te vervallen.

Het orgel is uitgebreid met een nieuw Dwarswerk (geheel in eikenhout) van vier registers. Hiervoor is de klaviatuurzijwand geheel vernieuwd (in grenen). De oude zijwand is achter bij het orgel bewaard. Het sinds 1862 aanwezige tweede handklavier van Freytag kon zo alsnog een functie krijgen. Voor het Dwarswerk is nieuwe mechaniek bijgemaakt, inclusief drie koppels. De orgelkast is aan de zij- en achterkant opnieuw geschilderd, het front is in de was gezet; onder het front is een nieuwe houten imitatieborstwering geplaatst en passend bijgekleurd, uitgevoerd door H. Hut, A. Trenning en A. Blokzijl.

Op zondag 13 november 2011 nam de Protestantse Gemeente Scheemda het orgel voor haar nieuwe kerkgebouw ‘De Ontmoeting’ in gebruik. Het Amoor/Freytag/Van Oeckelen/Reil-orgel werd vanuit het voormalige kerkgebouw, de Eexterkerk, overgeplaatst en uitgebreid met een tweede klavier door Orgelmakerij Reil B.V.

Decoratieve Elementen

De deuren van het orgel zijn rijkelijk versierd. Op de rechter deur zijn aan de binnenzijde voorstellingen van De Geboorte en De Aanbidding der Herders aangebracht. Op de linkerdeur aan de binnenzijde treft men De Aanbidding der Koningen aan. De buitenzijde is beschilderd met De boom van Jesse.

Technische Specificaties en Pijpwerk

De pijpenbundels zijn verdeeld in zeven groepen. Het orgel heeft een afmeting van 191,5 cm (hoogte beheerafmetingen) en een breedte van 281 cm bij een diepte van 128 cm. De totale hoogte van het gehele orgel bedraagt 645 cm, met een breedte van 300 cm. Het totale gewicht van het object inclusief onderdelen bedraagt 687 kg.

Registerbeschrijving (Globale Situatie)

  • Bourdon 16': Gebouwd in 1862. C#-c1 eiken, rest metaal, deels afgevoerd.
  • Roerfluit 8': Daterend uit de 16e eeuw en 1862.
  • Fluit 4': Gebouwd in 1862.
  • Quint 3': Samengesteld in 1872 uit oud pijpwerk.
  • Fluit 2': Gebouwd in 1862.
  • Trompet 8': Oorspronkelijk uit 1733. De vijf hoogste pijpen zijn uit 1862. Stevels en koppen van eikenhout, messing kelen. Bas met loodbeleg en beleerd.
  • Viola di Gamba 8': Discant.
  • Fluit 2': Metaal, cilindrisch open.

Het oudste metalen pijpwerk is vrijwel geheel van lood. Pijpwerk van Amoor/Hinsz en Freytag heeft een legering van circa 30% tin/70% lood, dat van Van Oeckelen circa 25% tin. De frontpijpen zijn geheel van tin. De latere aanvullingspijpen zijn c#3-f3. Alle pijpwerk is in 1872 een halve toon verschoven en alle C-pijpen zijn nieuw bijgemaakt. Een aantal registers zijn enigszins heterogeen van makelij.

Willem van Twillert Documentaire over geschiedenis Grote kerk te Harderwijk [NL]

tags: #orgel #scheemda #gereformeerde