De Ned. Herv. Kerk, voorheen bekend als de R.-K. kerk, behoort tot de Ned. Herv. literatuur. De parochie bestond reeds omstreeks 1280, hoewel er geen specifieke gegevens over de stichting beschikbaar zijn. De bewaarde kerkrekeningen uit de Hervormde periode vermelden diverse herstellingen aan het gebouw en aanschaffingen van meubilair.
Historische Bouwfasen en Restauraties
Westgevel en Portaal
In 1730, een jaartal dat in ankers op de vernieuwde top van het westfront werd aangetroffen, vonden belangrijke uitgaven plaats voor de westgevel. Een jaar later werd een portaal gebouwd, zoals blijkt uit een ingemetselde steen met het opschrift 1770 Joh. Conr. Appelius, pastor Nantko Amsingh en Hindrik Aapkens, kerkvoogden. Uit hetzelfde jaar stamt een uitgaafpost voor '7 legersteden aan den westergevel van de kerk, waarop was komen te staan het nieuws gemaakte portaal'.
Restauratie in 1915
Tijdens de restauratie met Rijkssubsidie in 1915, uitgevoerd volgens de toenmalige principes, werden de meeste latere uitwendige veranderingen en toevoegingen ongedaan gemaakt. De westtop werd hersteld in de veronderstelde oorspronkelijke staat en voorzien van een te zware afdekking, evenals de topgevels van de dwarsarmen en de sluiting. Dit verving de 17e- of 18e-eeuwse rollagen met topvazen. De portalen in de westgevel en dwarspandfronten, evenals de gedichte ingangen in de zijwanden van de westelijke schiptravee, werden verwijderd en de oorspronkelijke ingangen hersteld. De ronde nisjes onder de koorvensters, met vierpassen en middenrozetten die geen oorspronkelijke indruk maakten, werden eveneens geopend. De waarschijnlijk oorspronkelijke pleistering van de nisveldjes van de boogfriezen, die voor een levendig effect zorgde, werd verwijderd.
Interieurwerkzaamheden
Inwendig werden de pleister- en witsellagen van de wanden en het gewelf van de koortravee verwijderd, met uitzondering van enkele beschilderde gedeelten. In 1937 werd het interieur opgeknapt in het kader van werkverschaffing, onder leiding van architect H.R. Holthuis te Zuidbroek. Hierbij werden met name de vergane pleister- en witsellagen van de wanden verwijderd en het pleister- en schilderwerk van de gewelven bijgewerkt.

Architectonische Kenmerken
Exterieur
Het gebouw, dat op het midden van een ruim, ietwat verlaagd kerkhof ligt, is georiënteerd met een afwijking van 4 graden naar het noorden. De kerk bestaat uit een schip van twee traveeën, een dwarspand met ondiepe armen en een rechtgesloten koortravee. Binnenwerks bedraagt de lengte van de kerk 33 meter en de breedte over schip en koor 8,35 meter, over het dwarspand 19,60 meter. De muren zijn ongeveer 1,30 meter dik.
De Toren
De kerk heeft een vrijstaande klokkentoren met een vierkant grondplan, gebouwd in dezelfde periode als de kerk. De westzijde van de toren meet 9,69 meter, de oostzijde 9,75 meter, de noordzijde 9,70 meter en de zuidzijde 9,55 meter. De muurdikte bedraagt 1,80-1,90 meter. Het muurwerk, dat inwendig op 7,50 meter een aanzienlijke versnijding heeft voor de oplegging van de klokkezolder, reikt tot 13,60 meter; de daknok ligt op 19,80 meter. De toren heeft aan de noordzijde een rondbogige ingang met deklijst en rondstaafprofiel. Aan de west-, noord- en zuidzijde bevinden zich twee gekoppelde rondbogige galmgaten, gevat in een rondboognis. Aan de oostzijde zijn de vroegere gedichte galmgaten nog zichtbaar in het metselwerk. In de zuidwand zijn voor de 'gevangen hokken' tweemaal twee venstertjes aangebracht.

Metselwerk en Gevels
De kerk is geheel opgetrokken uit baksteen van 30 x 9 cm, met 20 lagen per 2,02 meter, in Vlaams verband. Bij de restauratie in 1915 is in de Betuwe gebakken steen van een paarsige tint gebruikt, wat ongunstig afsteekt bij het oorspronkelijke dieprode materiaal uit de regio. Voor de toren is baksteen van 31 x 9,2 cm gebruikt, eveneens in Vlaams verband. De bekleding van de zuidmuur bestaat uit steen van 28 x 14 x 6,3 cm.
De kerkmuren worden geleed door lisenen, die aan de onderzijde steunbeerachtig zijn verzwaard. De omkraalde spitsbogige ingangsnis in de zuiderdwarsarm en de gedichte noordelijke van de eerste schiptravee bevatten klaverbladbogig overtoogde toegangen. De gelijke ingangsnis in de noorderdwarsarm en de gedichte zuidelijke van de schiptravee hebben rondbogig gesloten toegangen, met vlechtwerk in het boogveld. De traveewanden zijn onder de waterlijsten verlevendigd door reeksen spitsboognissen, gescheiden door kolonnetten of stijlen. Deze benedennisvelden komen niet geheel overeen met de twee omkraalde spitsboogvensters en flankerende nissen met vlechtingen.
De sluiting onderscheidt zich door drie centrale vensters. De smalle zijwanden van de dwarsarmen hebben een lager spitsboogvenster ten behoeve van de overwelving. Het topveld van de noorderdwarsarm is versierd met een netwerk van negen velden met vlechtwerk. De sluitingstop is opgelost in vijf door kolonnetten gescheiden velden, met diepe omkraalde spitsboognissen in de middelste drie. De topgevel van het schip heeft bij de restauratie een vergelijkbare detaillering gekregen. De topgevel van de zuiderdwarsarm is minder opgedeeld.
De vlak opgaande toren heeft aan de noordzijde een rondbogige ingang met deklijst en rondstaafprofiel. Aan de west-, noord- en zuidzijde bevinden zich twee gekoppelde rondbogige galmgaten in een rondboognis. Aan de oostzijde zijn de vroegere gedichte galmgaten nog zichtbaar. In de zuidwand zijn voor de 'gevangen hokken' tweemaal twee venstertjes aangebracht. De topgevels aan west- en oostkant zijn verlevendigd met door lisenen gescheiden spaarvelden.
Interieur
De detaillering van de kerkwanden inwendig komt goed overeen met de buitenbehandeling. Onder de vensters bevinden zich spaarnissen, gescheiden door kolonnetten of smalle dammen en afgesloten met twee spitsboogjes. In de koortravee en de oostwanden van de dwarsarmen zijn bredere rondboognissen aanwezig vanwege de roosvensters. De omkraalde nisvelden in het koor, met diepe nisjes onder de rozen, worden gescheiden door kolonnetten. In de dwarsarmen zijn de binnenste grotere nissen voorzien van twee rondstaven.
Alle traveeën worden overdekt door koepelachtige gewelven, met acht ribben in de vierkante traveeën en vier ribben in de dwarsarmen. De ribben komen samen in sluitringen, waarbinnen een rozet van rondstaven is beschreven. In de westelijke schiptravee en de zuiderdwarsarm ontbreekt een sluitring, maar worden twee kransen gevormd door schijfvormige ribverdikkingen. Het koorgewelf heeft velden met liggende visgraat-vlechtingen, de overige gewelven zijn koepelvormig gemetseld. De gewelven worden gescheiden door geprofileerde gordelbogen op muurzuilen. Ter ondersteuning van vroeger afgehakte bogen zijn bij de koortravee en bij de laatste herstelling onderkragingen gemetseld.
De gewelven vertonen om het middelpunt en bij de aanzet van de korte ribben een 15e-eeuwse beschildering met loofwerk. Op de gewelven van de tweede schiptravee, de kruising en de dwarsarmen zijn in 1938 hoeken met geschilderde vlechtingen uit een eerdere periode tevoorschijn gekomen, evenals blokken en banden op de schipgordelbogen. In 1915 werden in het koor, waar de ribben en rozet met geschilderde blokken en banden zijn verlevendigd, boven de sluitingsvensters twee elkaar bestrijdende dieren en beneden op de noordwand een engelfiguurtje blootgelegd.

Kerkmeubilair en Kunstschatten
Preekstoel
De kerk bezit een gaaf bewaarde preekstoel, rijk versierd met Lodewijk XIV-ornamenten en allegorische vrouwefiguren op de kuip. Op het middelste plintveld staat de inscriptie: 1736 is dese predicstoel gemaakt als Conradus Klugkist pastor Harmen Menssens en Onno Fockens kerckvoogden waren. Volgens de kerkrekening ontving 'Casper Struiwig beelthouwer wegens bestek van een nie predickstoel 435 gl.' en 'Casper Struiwig beelthouwer voor eenich gesneden capiteelen an het doopheck 2,10 gl.'.
Koorafsluiting en Banken
Als koorafsluiting dienen twee gestoelten, bestemd voor de Drost van Groningen en de kerkvoogden. Het bovendeel van het achterschot bestaat uit door boogjes verbonden balusters, met een gesneden bekroning boven de lijst, waarop een kroon met stadswapen en de inscriptie: sedilia renovata c. klugkistio v.d.m.g. schaffers n.v. et hommone elties aedis curatoribus ao aere christ. mdccix. Aan de zijkanten bevinden zich lofwerk en gesneden deurkrone en knopstijlen, vergelijkbaar met de eenvoudigere banken uit dezelfde tijd. Tussen deze gestoelten bevindt zich een deurboog met 19e-eeuwse deuren naar het koor. Boven de deurboog is een cartouche met opschrift: in den jare mdcccliii zijn in het inwendige deser kerk eenige veranderingen en vernieuwingen gemaakt toen ds. Edzard Tinga predikant Wibbo Cornelius Wildervanck Roelf Luitien Bouwman en Mr..
Rekeningposten uit 1709 en 1710 geven meer inzicht in de totstandkoming: 'bedongen schipvracht van Groningen weegen het nieuwe gestoelte voor het koor 5,10 gl.' en 'aen de bouwmester A. Meyer voor de Heer Drosten bancken met de twee daarvoor staande gemeyne bancken en eenigh gelevert holdt tot de noorderdeure tesaemen 293,6; aen de beelthouwer Jan de Rijk voor het gesneden werck tot het gestoelte van de Heer Drost 114 gl. 8 st. en voor het gesneden werck aen de kerckvoogdenbancken en anders 140 gl.'. Een deel van de kosten voor het gestoelte van de Heer Drost werd gedekt door de H. Heeren Borgemeesteren ende Raedt met 250 Car. gl. Verder werd aan Mr. Menke Molken betaald voor de kerkvoogdenbanken, de twee daarvoor staande banken, drie banken achter het portaal van de noorderdeur met 27 deuren voor mansbanken en ander werk 472,5 gl. Bouwmeester A. Meijer ontving tevens kosten voor reizen en vertering.
Orgel
Het orgel, waarvan het front, het rugpositief en de tribune versierd zijn met Lodewijk XVI-motieven, geldt als een belangrijk vertegenwoordiger van de 18e-eeuwse Groninger orgelbouw. Op de cartouche onder het rugpositief staat: mdccxciv toen Joh. Conr. Appelius pastor Tjakko Aapkens en Sibolt d. Eppes kerkvoogden waren is dit orgel door F.C. Snitger en H.H.. In 1793 werd aan de orgelmakers Snitger en Freytag de eerste en tweede termijn van het nieuwe orgel betaald (2500 gl.), en in 1794 het restant ad 4500 gl. In 1793-1795 werd het orgel met 28 registers en een rugpositief vervaardigd door H.H. Freytag en F.C. Snitger jr.
Sinds enkele jaren bevindt zich in het koor van de Petruskerk een Engels 'Dunstone' kabinetorgel, gebouwd in 1844 door de firma Jones uit Londen.

Grafzerken
Diverse grafzerken bevinden zich in de kerk. De oudste is een zandstenen zerk voor ambtsman Jarges († 1558). Verder zijn er hardstenen zerken, waaronder een met wapen voor kerkvoogd en zijlvest Nanno Amsingh († 1690), en een voor wedman en kerkvoogd Jan Arents († 1697) met wapen en doodssymbolen. De zerk van zijn weduwe Eppien Amsing († 1726) toont typisch beeldhouwwerk. Ook is er een zerk voor Assien Arens († 1764), weduwe van proviantmeester C.C.
Klokken
In de toren hangen twee klokken. De grootste heeft een middellijn van 130 cm en een hoogte van 104 + 25 cm, met het opschrift: Harmannus Borgel pastor Aeilko Tiadens Wibbo Fockens kerckfogeden.
Bijzondere Sculpturen
In 1997 werden bij opgravingen op het kerkhof resten van een beeldengroep gevonden, waarschijnlijk een calvariegroep uit het begin van de 16e eeuw. Delen van de Maria- en Christusfiguur, hoewel beschadigd, worden als van hoge kwaliteit en zeldzaam voor Groningen beschouwd. Een Mariabeeld is te zien in een nis.
Liturgische en Gemeenschapsactiviteiten
De Protestantse Gemeente Zuidbroek blijft de kerk gebruiken voor haar diensten en is huurder. Het beleidsplan van de gemeente omvat het vieren, leren en dienen, met de eredienst op zondag als centraal punt. Er wordt verbinding gezocht met God door woord, lied en gebed, met de kerkelijke rituelen van het Heilig Avondmaal en de Heilige Doop. Voor kinderen van 0 tot 12 jaar is er kinderoppas in een zaal van de Kerkhörn.
Historische Gegevens en Kronieken
Er zijn diverse historische vermeldingen en publicaties over de kerk, waaronder:
- Joosting, blz. 62.
- Peters, blz. 54 en afb. 232/6 en 339.
- Hoogewerff, dl. I, blz. 315/7.
- Grafschr., blz. 467/70.
- Gron. Volksalm., 1892, 219 e.v.; 1893, blz. 145 e.v.; 1918, blz. 210/1.
- Bulletin, 1915, blz.
- GDW, blz. 813, nr.
- GDW, blz. 143, nr.
Een inscriptie op de kerk vermeldt:
ALS MEN SCREF DUSENT VIER HONDER YAER, / DAR NA ACHT END TACHTICH OPCREF, / DO WOERT DUSSE KERKE GESTOFFERT / ALS GOD INDEN HEMEL ASCENDEERT. / DE DO KERCKHER WAS HET HER HERMEN, / HER PHEBO WICARIUS VAN DE MEDEN, / HER IDO SYN EERSTE MYSSE SANCK. / DE KE[R]CKWOGEDE SINT DUS GENANT / EPPO ELLYKENS SEER VAL BEKANT, / TYBBO SIBENS OCK MYT SINER VLYT, / EGGE FOKENS.
Er zijn opmerkingen gemaakt over de restauratie van deze tekst, waarbij de nauwkeurigheid van de reconstructie en de oorspronkelijke leesbaarheid van de letters in twijfel worden getrokken.