Arbeiders in de Wijngaard: Gods Koninkrijk en Ongelijke Beloning

Er is werk te doen in de wijngaard, en dit werk is divers. Het gaat niet alleen om het plukken van de druiven, maar er is allerlei ander werk te verrichten. Sommige taken vereisen specialisme, terwijl andere juist eenvoudig werk zijn waarvoor geen specifieke opleiding nodig is. Dit is de eerste les die we leren van Jezus in deze gelijkenis: iedereen is bruikbaar.

De heer van de wijngaard gaat niet alleen op zoek naar mensen voor bepaalde taken, maar hij doet dat ook nog op allerlei verschillende momenten gedurende de dag. Om beter te begrijpen wat er gebeurt, moeten we ons verplaatsen naar de marktplaats aan het begin van de werkdag.

Het Werven van Arbeiders

Aan het begin van de werkdag gaan de heren de markt op om arbeiders te zoeken. Ze nemen degenen mee die waardevol genoeg worden geacht om te werken; de besten worden eruit gekozen en met hen wordt een bedrag afgesproken.

Stel je voor dat je net op die dag hebt verslapen, of dat een groot deel van je leven al voorbij is zonder dat je iets hebt gedaan voor Jezus. Je hebt altijd wel gehoord van het Evangelie, maar discipel worden is nog iets heel anders.

Het is opmerkelijk hoe deze heer van de wijngaard te werk gaat. Elke drie uur gaat hij terug naar de markt. Normaal gesproken zal de kwaliteit en motivatie van degenen die daar nog staan, niet verbeteren. Zelfs een uur voordat de werkdag afloopt, komt deze heer nog even kijken of er nog mensen zijn die een uur willen werken. Wat voor arbeiders zullen dat zijn geweest? Misschien mensen die niet erg goed in de markt lagen, minder begaafd of met beperkingen.

Illustratie van een marktplein waar mensen staan te wachten op werk.

Het Koninkrijk der Hemelen als de Wijngaard

Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan deze heer met zijn wijngaard. Dit principe houdt in dat iedereen bruikbaar is. De reactie van de heer op degenen die er op het elfde uur nog stonden, laat zien dat dit voor hem niet ongebruikelijk was. Hoewel niemand hen eerder nodig had gehad, nam deze heer hen toch mee.

Misschien voel jij je onbruikbaar voor God, maar God heeft daar een ander plan mee. Jij bent wel degelijk bruikbaar, zelfs als het grootste deel van je leven al voorbij is, zelfs als je minder zou zijn dan anderen. Uiteindelijk is iedereen bij Jezus welkom in de wijngaard. Hij haalt je op en staat vandaag bij je stil. Als je Jezus volgt, kan Hij je altijd gebruiken en de beloning zal uiteindelijk niet tegenvallen.

Jezus' Omgaan met het Verleden

Jezus stelt: "Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen." Dit roept de vraag op hoe Jezus eigenlijk omgaat met alles wat er voor Hem al was. Kwam Hij met een totaal nieuw Koninkrijk? Soms wordt gedacht dat er bij Jezus geen regels meer zijn, wat voortkomt uit de gedachte dat de Farizeeën en Schriftgeleerden fout waren. Hun handelen wordt dan uitgelegd als het in stand houden van een godsdienst met allerlei regels.

Bidden is een belangrijk aspect van het geloof, maar de vraag is of ons bidden wel juist is. Er zijn gebedspunten waar sommigen moeite mee hebben, zoals bidden om wereldvrede, om vrede voor Israël, of om de bekering van Israël. Ook bidden om meer liefde onder elkaar, of bidden tegen de seksuele moraal van deze tijd, zijn onderwerpen die tot nadenken stemmen.

Een schilderij of illustratie die de gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard uitbeeldt.

De Parabel en de Rechtvaardigheidsgevoel

Als Jezus' parabel uit het evangelie aan kinderen verteld zou worden met behulp van een rollenspel, zouden zij zich waarschijnlijk sterk verzetten tegen de landeigenaar. Kinderen hebben een scherp rechtvaardigheidsgevoel en worden boos bij een onterechte of ongelijke behandeling.

Volwassenen, voor wie dit verhaal vertrouwd klinkt, zouden het wellicht afwijzen als utopisch, naïef en tegendraads aan de meest primaire principes van sociale moraal. Sommige nuchtere zielen zouden het verhaal te simplistisch vinden en het zonder meer terzijde schuiven. Jammer genoeg gaat men dan voorbij aan het verrassende effect dat deze parabel kent.

Deze parabel, net als die van de Verloren Zoon, de Barmhartige Samaritaan of de Talenten, stelt wezenlijke vragen die elke keer opnieuw een persoonlijk antwoord vragen. De centrale vraag is: 'En ik? Herken ik me in de verongelijkte arbeider?'

Gods Koninkrijk: Anders dan Aardse Logica

Jezus vertelt deze confronterende parabel niet om zich te rechtvaardigen tegenover zijn tegenstanders, maar om aan Petrus en de twaalf iets te verduidelijken over de wijze waarop God, net als de landeigenaar, met zijn mensen omgaat in zijn Rijk.

Met het Rijk der hemelen wil Jezus met een beeld verduidelijken wat het betekent: 'De laatsten zullen de eersten zijn'. Tot tweemaal toe herhaalt Jezus deze spreuk tegenover zijn leerlingen. Hiermee geeft Hij aan hoe God niet denkt en handelt vanuit de aardse logica, waar het principe heerst: 'Voor wat, hoort wat'.

Wanneer Jezus zijn leerlingen berispt omdat ze de kinderen afwijzen, zegent Hij hen om aan te tonen dat deze 'laatsten' voor Hem de 'eersten' zijn. En wanneer een jonge vermogende man met aanzien Jezus vraagt wat hij nog moet doen om het koninkrijk binnen te gaan, roept Jezus hem op om alles te verkopen, oftewel de laatste plaats in te nemen.

Dit wordt de aanleiding voor de vraag van Petrus of de leerlingen, die alles hebben achtergelaten, daarvoor iets in de plaats zullen krijgen. Tot ieders verrassing geeft Jezus Petrus een heel positief antwoord. Net als zoveel anderen behoren de leerlingen tot de laatsten. En precies deze laatsten, de arbeiders van het elfde en allerlaatste uur, beheersen de ontknoping van Jezus' verhaal.

Anders gezegd: het is de onverwachte en irritante handelswijze van de landeigenaar ten aanzien van de laatste arbeiders die voor de ontknoping zorgt. Net als de landeigenaar is God een rechtvaardige God. Hij is een God die zijn geloften gestand zal doen, maar Hij is ook goed en liefde bovenmate. 'Alleen God is goed', had Jezus daarvoor nog gezegd. Dit blijkt vooral uit Gods voorkeur voor wie over het hoofd wordt gezien, voor wie wil meetellen in de wereld maar daartoe geen kans krijgt, wie net te laat is wanneer de prijzen worden uitgedeeld, wie mogelijkheden bezit maar daarmee niet aan de bak kan komen, wie telkens voorbijgestoken wordt door de slimme, de sluwe, de snelle, de charmeur die zichzelf goed kan verkopen, of door degene die het hardst kan roepen.

Gods voorkeur gaat uit naar wie eerder gefaald heeft en daarop wordt nagewezen en afgeschreven. Dát zijn de mensen aan wie de landeigenaar, dat betekent God, zal vragen: 'Wat staat gij hier heel uw leven nutteloos en moedeloos te staan! Komt ook gij allen en wel als eersten, Ik zal jullie geven wat billijk is.'

Vergelijking en Genade

Wij hebben van jongs af aan een onuitroeibare neiging onszelf met een ander te vergelijken. We laten onze identiteit bepalen door ons te vergelijken met anderen, waarbij we verschillen en tegenstellingen benadrukken. Dit oog vertekenent de ander en onszelf.

De parabel van de heer die arbeiders uitnodigt voor zijn wijngaard wil deze vertekening wegwerken door ons een spiegel voor te houden. Wanneer het gaat om de wijngaard van ons leven, moeten we toegeven dat wijzelf daar niets aan hebben gedaan. De wijngaard, de wereld, ons leven is ons geschonken als kans. Dat is pure genade: om niet! Zonder enige prestatie van onze kant werden we van de arbeidsmarkt gehaald en mochten we deelnemen aan het volle leven. Daarin zijn we allemaal gelijk en daar kan niemand aanspraak op maken. Het is ons zomaar, belangeloos en voor niets geschonken.

Dat is de diepe betekenis van de spreuk die binnen de context van de parabel tweemaal wordt genoemd: 'De laatsten zullen de eersten en de eersten zullen de laatsten zijn.' Het aantal uren is niet van belang, maar wel het feit dat we er mogen zijn. Een mooi voorbeeld uit het dagelijks leven kan dit illustreren: wanneer aan scholieren gevraagd wordt om deel te nemen aan het schooltoneel, is dat op zich een uitverkiezing, niet om er prat op te gaan, maar om dankbaar te zijn voor de geboden kans zich als jonge mens te kunnen ontplooien. En eenmaal de opvoering voorbij is en er meermaals een verdiend applaus valt, zal ook de geslaagde prestatie op zich niet de beloning zijn. De geboden kans tot deelname en de daarmee opgedane ervaring, dat zal uiteindelijk de ware, diepe beloning zijn. De overgrote meerderheid van medescholieren kreeg immers deze unieke kans niet.

Geeft God aan ieder van ons eigenlijk ook niet veel meer dan wat strikt nodig en rechtvaardig is? Waarom gaan wij dan zo gemakkelijk afwegen en vergelijken? Waarom voelen wij ons dan zo vlug verongelijkt?

Wanneer je denkt dat God onrechtvaardig is | De gelijkenissen van de arbeiders in de wijngaard (deel 1)

De Betekenis van Tijd en Beloning

In de gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard, zoals verteld in Matteüs 20:1-16, worden arbeiders op verschillende tijdstippen ingehuurd: 's morgens vroeg, rond het derde uur, rond het zesde, rond het negende, en zelfs rond het elfde uur. De afspraak is een denarie per dag.

Wanneer het avond wordt, betaalt de landeigenaar de arbeiders uit, beginnend met de laatsten. De arbeiders van het elfde uur ontvangen ieder een denarie. De eersten, die de hele dag gewerkt hebben, verwachten meer, maar ontvangen ook ieder een denarie. Ze mopperen tegen de landeigenaar omdat de laatsten, die slechts één uur gewerkt hebben, gelijkgesteld worden met hen die de last van de dag en de brandende hitte hebben gedragen.

De landeigenaar antwoordt: "Vriend, ik doe je geen onrecht. We waren het toch eens geworden voor een denarie? Pak je geld maar aan, en ga. Ik wil die laatste evenveel geven als jou. Of mag ik niet met het mijne doen wat ik wil? Of ben jij jaloers omdat ik goed ben?"

Dit verhaal gaat in tegen alle menselijke verwachtingen. Het laat zien dat Gods werkelijkheid haaks staat op die van ons. De gelijkenis vertelt ons dat, of je nu eerder of later aanhaakt, voor God ben je niet meer of minder. Zelfs als je je leven tot dan toe nutteloos hebt doorgebracht, ben je ook in het allerlaatste uur welkom bij het werk in de wijngaard. De landheer is steeds weer op zoek naar nieuwe arbeiders.

Wat ook bevrijdend is, is dat de arbeiders allemaal hetzelfde loon ontvangen. Wij denken in termen van bezit, verdienen, recht hebben op, en loon naar werken. Maar deze gelijkenis gaat over gezien worden, mee mogen doen, en mogen ontvangen - de ander net zo veel als jij. Bij God krijgt iedereen een rechtvaardig loon, of je nu lang of kort gewerkt hebt.

Toepassing in het Dagelijks Leven

De principes van het Koninkrijk, zoals die in de gelijkenis naar voren komen, kunnen ook toegepast worden op ons dagelijks leven en de economische verhoudingen in de wereld. Ongelijke beloning, zoals het verschil in salaris tussen mannen en vrouwen die hetzelfde werk doen, of de lage lonen in andere delen van de wereld voor goedkope producten, zijn voorbeelden van oneerlijkheid die we vaak normaal vinden.

Het is niet eerlijk, maar het lijkt wel of we het allemaal normaal vinden; want zo werkt het nu eenmaal in deze wereld: terwijl de een meer verdient dan wat hij krijgt, krijgt de ander meer dan hij verdient. Wat zou daarin veranderen wanneer we ons er meer van bewust zijn dat wij allemaal leven van genade; ik net zo goed als degene die meer of minder heeft dan ik?

Net zoals de heer van de wijngaard arbeiders in dienst neemt, roept God ons om verantwoordelijkheid te nemen en onze bijdrage te leveren aan een vruchtbaar bestaan. Dit omvat het bewerken van de aarde, maar ook het zich eigen maken van Gods goedheid door bij te dragen aan het welzijn van mensen, en ons in te zetten voor vrede en gerechtigheid. We mogen ons inzetten voor een vruchtbaar bestaan, en bidden om de zegen van de oogst.

De gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard is een krachtige herinnering dat Gods genade zich uitstrekt tot alle volgelingen van Christus, ongeacht hun voorgeschiedenis of prestaties. Niemand kan aanspraak maken op een grotere portie van wat God vanuit zijn goedheid geeft.

tags: #preek #arbeiders #in #de #wijngaard