Born Again Christians en hun Zendingsplicht in een Geseculariseerde Wereld

De kerk staat in het Westen voor de uitdaging zich te oriënteren in een steeds verder geseculariseerde samenleving. Hoe verhoudt de kerk zich tot deze maatschappij met haar taak van missie en evangelisatie? De Amerikaanse theoloog Bryan Stone biedt een vernieuwende reflectie voor missionair werk in de 21e eeuw, met een focus op evangelisatie na het tijdperk van Christendom.

De Reconstructie van Evangelisatie volgens Bryan Stone

Bryan Stone, hoogleraar evangelisatie aan de Boston University School of Theology en predikant, stelt zich tot taak de evangelisatie te reconstrueren. Hij neemt als uitgangspunt dat evangelisatie het aankondigen van vrede en het wijzen op Gods regering behelst. Dit uitgangspunt is echter problematisch, aangezien het christelijk geloof historisch gezien verstrikt is geraakt in machtsstructuren.

Terwijl het geloof zich ooit in het centrum van westerse macht bevond, is het nu gemarginaliseerd geraakt. Stone wil de kracht van deze positie in de marge hervinden, waarbij kwetsbaarheid een belangrijke waarde is. Hij stelt dat evangelisatie niet moet gaan om het winnen van zielen, maar om dienstbaarheid.

Pacifistische en Vreedzame Evangelisatie

Volgens Stone is evangelisatie per definitie pacifistisch: elke vorm van geweld - cultureel, militair, politiek, intellectueel of geestelijk - moet worden uitgebannen. Evangelisatie kan niet anders zijn dan de vreedzame uitnodiging ‘kom en zie’ (Johannes 1:46). Hierbij gaat het om het getuigen van die vrede, niet om effectiviteit.

Het resultaatgerichte van veel vormen van evangelisatie is Stone een doorn in het oog. Het gaat niet om succes of productie van bekeerlingen, maar om het vinden van wegen voor evangelisatie die zich niet conformeren aan de geldende normen van de westerse cultuur.

Subversieve Kracht en Sociale Heiligheid

Evangelisatie is volgens Stone subversief, omdat het christelijk geloof leeft in tegenspraak met de wereld. Hoe we dit vormgeven, is de centrale vraag. Hij onderstreept dat evangelisatie draait om ‘social holiness’. De kerk is de alternatieve gemeenschap die hieraan gestalte geeft. Deze ‘social holiness’ wordt in de handen van de Geest het voertuig van evangelisatie en is op zichzelf het goede nieuws.

Stone stelt dat de gerichtheid op bekering, op het winnen van zielen, een dwaling kan zijn indien deze losgemaakt wordt van sociale heiligheid. Kerk en wereld mogen niet met elkaar vervloeien, zoals gebeurde toen het christelijk geloof staatsreligie van het Romeinse Rijk werd. De christelijke gemeenschap dient juist te bestaan in tegenspraak met het Constantijnse narratief, waarin het christelijk geloof verbonden raakte met politieke en culturele macht.

Illustratie van de Constantijnse kerkhistorische periode, met nadruk op de verbinding tussen kerk en staat.

De Kerk in de Post-Christendom Samenleving

In het Constantijnse narratief vergeet de kerk haar pelgrimsreis en zoekt een thuis in de wereld. Dit thuisraken in de wereld heeft de kerk veel groei en stabiliteit opgeleverd, maar tegen een hoge prijs. Het onderscheid tussen volgelingen van Jezus en ongelovigen vervaagde, en lidmaatschap van de kerk werd de norm, waarbij de kerk allen opnam.

Afzien van Resultaatgericht Denken

De taak van een post-christendom-kerk is volgens Stone om af te zien van het denken in resultaten. Hij neemt hiermee afstand van zowel evangelicale modellen die zich richten op numerieke groei, als van oecumenische vormen die streven naar maatschappelijke transformatie naar Bijbelse waarden. Beide modellen zijn resultaatgericht en gaan uit van de mogelijkheid van kerkelijke invloed op de samenleving. In een post-christelijke samenleving zijn deze modellen gedoemd tot mislukking, omdat het niet lukt om massa’s te bekeren of een christelijkere samenleving te realiseren.

Het ontbreken van het gehoopte resultaat - nieuwe volgelingen, kerstening van de samenleving - wordt vaak beschouwd als falen. Stone constateert dat de drang om te winnen overweldigend is, en christenen soms voor niets terugdeinzen in dienst van het winnen en van respectabiliteit. Marketingtechnieken worden ingezet om de boodschap van het evangelie uit te dragen. De kerk krijgt hierdoor kapitalistische trekken, gericht op succes.

Dit leidt tot het risico inspelen op de behoeften van de doelgroep. Om bekeerlingen en kerstening te bereiken, wordt gekeken naar wat de potentiële klant wil en nodig heeft. Doelgroepenbeleid en marketingonderzoeken zoeken naar antwoorden op de vraag waaraan de mens behoefte heeft en hoe het evangelie hieraan gerelateerd kan worden.

De Waarde van Gehoorzaamheid aan God

Gebrek aan succes, verstaan als het uitblijven van bekeringen en kerstening, mag nooit als falen van kerk en gelovigen worden geïnterpreteerd. Voorbeelden van zendingswerk dat werd stopgezet wegens te weinig ‘vrucht op de arbeid’ (bekeerlingen) illustreren dit probleem. Zendeling Albert Kruyt werkte veertig jaar in Sulawesi, Indonesië, maar het zendingsbestuur overwoog het veld te sluiten toen er na tien jaar nog geen bekeerlingen waren. Ook de Nederlandse Hervormde Kerk worstelde met het kerstenen van de samenleving, waarbij verschillende modellen elkaar opvolgden.

Stone kiest een andere weg: hij neemt afstand van resultaatdenken en kiest voor evangelisatie als gehoorzaamheid aan God. Deze weg ziet af van op maat gesneden producten zoals kerstening en toename van geredde zielen. Het evangelie is subversief: het botst met heersende opvattingen over individuele vrijheid en sluit niet op voorhand aan bij ervaren behoeften.

Het Zendingsrecht en de Uitdagingen van de Moderne Missie

Vroeger kwam de term ‘zendingsrecht’ regelmatig aan bod, waarmee theologen aangaven dat de kerk van Godswege het recht had om Christus te getuigen in een te kerstenen wereld. Tegenwoordig horen we deze notie nauwelijks meer. Er is echter geen eensgezindheid over de invulling van dit ‘recht om te horen’.

Godsdienstvrijheid en Onbereikte Gebieden

Discussies hierover raken gevoelige snaren. Wegen gaan uiteen zodra dit recht om te horen verbonden wordt aan het recht op godsdienstvrijheid en aan missionaire inzet in zogenaamde ‘onbereikte gebieden’ en ‘gesloten landen’. Verschillen van inzicht hebben vooral te maken met de impact van missionair werk op lokale gelovigen en geloofsgemeenschappen. Mag de oproep tot navolging van Christus ten koste gaan van veiligheid?

Een keuze voor een inclusief uitzendbeleid - gericht op zowel missionaire arbeid waar nog geen levensvatbare christelijke geloofsgemeenschap is, als op ondersteuning van bestaande kerken - heeft oude papieren. Nederlandse zendingswerkers vertrokken in de negentiende en twintigste eeuw vrijwel per definitie met het oog op ‘onbereikte’ volken en droegen bij aan de opbouw van kerken. De mogelijke impact van geloofsverkondiging op de lokale samenleving werd bij elke uitzending overwogen.

Historische kaarten van zendingsgebieden in Azië en Afrika, met markeringen van Nederlandse missieposten.

De Complexiteit van Zendingsterrein Keuze

Zendingswerkers konden zich niet zomaar ergens vestigen; zij hadden daarvoor toestemming nodig. Negentiende-eeuwse zendingsliteratuur doet vermoeden dat de zendeling slechts de roepstem van de Heer volgde, maar de praktijk met betrekking tot de terreinkeuze is complexer. Niet zozeer roeping en gebed bleken bepalend, maar vooral overleg tussen zendingsbestuur en overheid.

De Brit William Carey ondervond dit toen hij in 1793 naar India wilde reizen. De kapitein weigerde hem passage omdat hij geen toestemming had van de East India Company, die geen belang had bij zendingswerkers die maatschappelijke onrust zouden kunnen veroorzaken. Voor Nederlandse zendingswerkers was de situatie niet anders. Na de opheffing van de handelscompagnie verstrekte het Nederlandse koloniale bewind vergunningen voor missionair werk, waarbij de zendingswerker gebonden was aan een specifieke regio.

Associatie met Westerse Macht

Inmiddels leven we in een postkoloniaal tijdperk, maar de invloed van westerse mogendheden blijft voelbaar. Zending wordt in grote delen van de wereld, zeker in moslim- en hindoeïstische regio’s, tot op de dag van vandaag geassocieerd met westerse macht. Landen als India en Nepal hebben antibekeringswetten afgekondigd. In Afghanistan brachten Taliban-leden in 2007 Zuid-Koreaanse zendingswerkers om het leven.

Christelijke zending en uitzending liggen onder een vergrootglas. Om tot betere verhoudingen te komen, zetten Indonesische kerken steeds vaker in op samenlevingsopbouw vanuit een interreligieus perspectief. De associatie van zending met westerse macht, al dan niet terecht, moet worden erkend wanneer we nadenken over zendingswerk onder ‘onbereikten’. Deze associatie kan ertoe leiden dat de verkondigde boodschap niet als bevrijdend, maar als ongewenste culturele beïnvloeding wordt ervaren.

IK BEN EEN MISSIONARIS

De Kerk als Missionaire Entiteit

De kerk is missionair naar haar aard. Dit komt omdat God een missie heeft: de vernieuwing van zijn schepping, de vestiging van zijn Koninkrijk, en het wonen van God bij de mensen. De kerk is een instrument van dat Koninkrijk, een getuige, een voorsmaak of een teken.

Geloofsopvoeding als Evangelisatie

Kerkverlating onder jongeren laat zien dat mensen ‘nee’ kunnen zeggen tegen het evangelie. Dit betekent niet altijd dat zij het christelijk geloof afwijzen, maar wel dat zij andere wegen kunnen gaan. Mensen zijn ‘antwoordelijke wezens’ en worden uitgenodigd om antwoord te geven op Gods Goede Nieuws, via de gemeenschap van gelovigen en de verkondiging.

De kerk staat getuigend, uitnodigend en heenwijzend in de wereld, als teken en boodschapper van het Koninkrijk. Zij doet echter geen aanbod dat niet geweigerd kan worden. Dit was minder duidelijk in de periode waarin alles doortrokken was van christendom, en christelijkheid onontkoombaar was.

De Kwetsbaarheid van het Evangelie

Nu, na decennia van secularisatie en individualisering, is er niets vanzelfsprekends meer aan christen-zijn. Het evangelie wordt gezien als een dwaze en zwakke boodschap, intellectueel aanstootgevend en moreel vaak onnavolgbaar. Op het zendingsveld, waar de culturele wind niet altijd gunstig waait, wordt dit opnieuw ontdekt.

De kern van het christendom ligt in de ‘verschrikkelijke en mysterieuze mogelijkheid tot afwijzing’, juist omdat het een uitnodiging is tot navolging en liefhebben. Geloofsopvoeding is evangelisatie bij uitstek, de meest zuivere en intensieve vorm. Kerkverlating legt de kwetsbaarheid van het evangelie bloot: wanneer geliefden afwijzen wat voor jou het kostbaarste nieuws is.

Dit schept verwijdering en vervreemding, wat pijnlijk kan zijn. Echter, juist in het verlies van automatismen en in de herontdekking van het missionaire karakter van het christelijk geloof, ligt ook ontspanning. De kerk wordt niet pas missionair als ze geconfronteerd wordt met kerkverlating; het missionaire is geen hulplijntje voor wanneer geloofsopvoeding faalt.

Een Ruimte van Vrijheid en Liefde

De kerk kan een ruimte inrichten waar warmte en uitnodiging heersen, waar stevigheid en duidelijkheid zijn, maar waar tegelijk getwijfeld kan worden en geëxperimenteerd. Een plek waar niet sociale controle dominant is, maar uitnodiging en ontspanning. Geloofsopvoeding betekent kinderen liefhebben, hen het goede nieuws voorleven en hartstochtelijk uitnodigen de Heer te volgen, terwijl tegelijkertijd de vrijheid wordt geboden om te kiezen.

Uiteindelijk is er maar één reden om christen te zijn: ‘Heer, naar wie anders moeten we gaan?’ De stille liefde van God, genade ‘om niet’, is de incarnatie van het evangelie, zelfs wanneer het gesprek niet meer mogelijk is. Dit is evangelisatie met daden.

tags: #born #again #christians #verplicht #tot #zendingswerk