Toen de man zijn ogen opendeed, kon hij zien. Maar het bleek nog niet alles in orde. Dit wonderverhaal gaat over de genezing van een persoon met een visuele handicap, maar tegelijk ook over de genezing van mensen die geen inzicht hebben. Marcus beschrijft de genezing van de blinde tegen de achtergrond van de voorbereiding op het doopsel. Eerst leek de man weer te kunnen zien. Zijn ogen deden het wel, maar mensen kon hij nog niet herkennen. Daarom raakte Jezus hem een tweede keer aan. Zo wordt de genezing van de blinde man een opdracht.
De Context van Genezing in Jezus' Tijd
Veel gebeurtenissen in het evangelie hebben een dubbele bodem. Ze hebben ook te maken met een gelijkenis, met wat er te verstaan valt. Jezus stelde de vraag: ‘Hebt gij ogen en ziet gij nìet?’ Dit kan niet los gezien worden van de vraag: Wie zeggen de mensen dat Ik ben? En dat er nog zeven korven overbleven na de wonderlijke spijziging, zou dat niet met elkaar te maken kunnen hebben? Het gaat hier om meer dan alleen het fysieke zien.
Destijds waren er veel blinden. Dit kwam omdat vele mensen arm waren, zich niet goed konden verzorgen en te weinig te eten hadden. Dit was een gevolg van de omstandigheden waarin zij leefden. De plaats aan het meer van Galilea, Betsaïda, werd verfraaid door Herodes Filippus, een zoon van Herodes de Grote, wat duidt op een zekere welstand in de regio, maar dit betekende niet dat armoede en ziekte uitgebannen waren.
Voor ons, moderne westerse geseculariseerde mensen, is het moeilijk om de context van die tijd volledig te bevatten. Waren wij Afrikanen, lag het al weer heel anders. De genezingsrituelen in die tijd, zoals handoplegging en het gebruik van speeksel, worden vanuit een historisch-archeologisch perspectief bekeken. Echter, de nadruk lag niet altijd op de voor-wetenschappelijke geneeskunde zoals wij die nu kennen.
Bij ziekte, en zeker bij blindheid, speelden zaken als bezoek, geloof en gebed een belangrijke rol, die in onze moderne geneeskunde wellicht minder aandacht krijgen. Dit kan de zieke vervreemden van zichzelf, omdat de focus meer op het spirituele dan op het fysieke ligt.
Het Bijzondere Gebaar van Jezus: Apart Nemen
Voordat Jezus de genezing aanvat, neemt hij de blinde bij de hand en brengt hem buiten het dorp. Dat is een veelzeggend gebaar. Het toont aandacht voor de mens achter de zieke, voor de zieke zelf, los van het ‘publiek’. Dit persoonlijke gebaar, met de blinde apart genomen, haalt het spectaculaire er meteen af. Er zijn geen pottenkijkers, geen tv- of fotoapparatuur.
Dit gebaar getuigt van een diep-menselijk inzicht. Het erkent de blinde als een ‘persoon’, een uniek, enig mens. Blindheid is een ramp voor hem, en niet alleen fysiek. Ziek-zijn en isolement horen bij elkaar, en de ‘afhankelijke’ blinde wordt vaak aan de rand van de samenleving geplaatst, net als een lantarenpaal of een fontein in het straatbeeld. Jezus verzet zich hiertegen met elk gebaar en woord.
Dit alles gebeurt voorafgaand aan de genezing van zijn blindheid. Het is een voorbereiding op het wonder van de genezing zelf.
De Genezing in Etappes: Een Tweede Aanraking
Vreemd genoeg gaat de genezing zelf in etappes. Eerst slaat hij zijn ogen op en ziet de mensen; hij zag duidelijk en was hersteld. De episode eindigt echter met een gebod en een verbod: het ‘Messiasgeheim’. Jezus raadt af om het ‘dorp’ in te gaan, om niet te direct naar zijn ‘huis’ te gaan, wat tegenover zijn huis geplaatst wordt. Dit is zeer opvallend en duidt op een weerstand tegen de ‘oppervlakkigheid’.
De blinde wordt niet genezen om als een trofee rondgedragen te worden. Daarvoor heeft Jezus hem niet genezen. Hij moet zijn huis gaan, zich daarin begeven, en zijn ogen ‘verder opengaan’. Hij moet nog leren zien, ook dat hij wel ógen heeft maar niet ziet. Want het gaat immers niet alleen om het lichamelijke zien, maar ook om het geestelijke zien.
De mensen die hij moet zien, moet hij niet ‘in het dorp’ halen, die moet hij ‘thuis’ ontwikkelen. Hij moet niet ‘weggekeken’ worden. Welke visie dan? Wat moet hij zien? Waarvoor moeten ook de ogen van zienden geopend worden? Licht (met een hoofdletter) zien, een innerlijk zicht, het vermogen om de innerlijke ogen te schouwen, is het belangrijkste. De èchte waarde is wat er gebeurt als je je niet laat leiden door wat op het eerste gezicht de aandacht trekt.
De genezing gaat dus in twee fasen. Eerst ziet hij de mensen als bomen, maar ze lopen rond. Dit suggereert een begin van waarneming, maar nog zonder helderheid of herkenning. Daarna legt Jezus opnieuw zijn handen op de ogen van de blinde, en dan ziet hij alles. Hij ziet alles nu heel helder. Dit wijst op het belang van volharding en een verdere ontvankelijkheid voor de genezing.
De Rol van de Omstanders en het Messiasgeheim
Een opmerkelijk detail is de rol van de omstanders. Aan het begin dringen zij er bij Jezus op aan de blinde man aan te raken. Zij zijn nodig als schakel tussen de blinde in zijn nood en Jezus die kan genezen. Aan het einde waarschuwt Jezus de genezen blinde uitdrukkelijk om het dorp niet in te gaan, met andere woorden - zich niet in te laten met diezelfde omstanders. Dat is opmerkelijk. Zijn ze eerst nodig, nu moeten ze vermeden worden.
Dit motief van zwijgen, van het ‘Messiasgeheim’, wordt in Marcus vaak gezien als een waarschuwing tegen het blindstaren op de wonderen. Jezus wil niet alleen als een wonderdoener gezien worden. De cruciale vraag is wie Jezus werkelijk is, en die heeft een heel andere dimensie. Om te verhinderen dat we ons te snel een te rooskleurig of eenzijdig beeld van Jezus vormen, is er steeds weer die waarschuwing: praat er niet te veel over; hou het liever voor je, wees voorzichtig met te snelle oordelen en te gemakkelijke woorden.
Het is ook opvallend dat de omstanders Jezus vragen, smeken zelfs, om de man aan te raken. Ook daarin blijkt dat er voor hem en namens hem wordt gedacht en gesproken, maar niet door hem zelf. Het zal vast met de beste bedoelingen zijn, maar het is opmerkelijk. Er wordt voor hem beslist. Hij is gehandicapt, maar hij wordt ook in zijn afhankelijkheid gehouden, door de mensen die voor hem denken en doen.

De Diepere Betekenis van Zien
Want het gaat immers niet alleen om het lichamelijke zien, maar ook om het geestelijke zien. Wat moet hij zien? Waarvoor moeten ook de ogen van zienden geopend worden? Licht (met een hoofdletter) zien, een innerlijk zicht, het vermogen om de innerlijke ogen te schouwen, is het belangrijkste. De èchte waarde is wat er gebeurt als je je niet laat leiden door wat op het eerste gezicht de aandacht trekt.
Dit heeft te maken met het zien van de ware aard van dingen, de waarheid. Wat op het eerste gezicht blinkt, is niet altijd goud. Er is ook wat niet blinkt, maar wel ‘goud’ is. De visie die de Messias uitstraalt, is zijn geheim. Het Messiaanse visioen, waarbij men in alle gruwelijheid ziet en de breuk geheeld wordt, is wat rond en door Jezus gebeurd is. Het levensvisie is er definitief door veranderd.
Geloven is in deze zin ook een kwestie van zien. Inderdaad ziet hij al wat, maar het is nog vaag. Dan legt Jezus opnieuw de handen op de ogen van de blinde en daarna ziet hij alles. In alle beknoptheid is het een opmerkelijk verhaal.
Een Spiegel voor Vandaag
Het verhaal van de blinde man roept bij mij de beelden op van een tv-reportage over een jonge Rohingya-vrouw. Mat en verslagen vertelde ze aan een journaliste hoe haar kinderen en man voor haar ogen door terroristen waren vermoord. Zelf was ze ook gemarteld. Door ‘voor dood’ te blijven liggen, had ze op een gegeven moment kunnen vluchten. Haar ogen stonden dof en alle levenszin was uit haar weggevloeid.
De beelden van deze mensonterende situaties, maar ook schrijnende situaties in onze eigen omgeving, zijn vaak nauwelijks te verdragen. Ze dreigen je moedeloos te maken. Tegelijk roept het ook verzet op. Je wilt er iets tegen doen. Het verhaal van de genezing van de blinde man uit Betsaïda kan ons dan als een spiegel richting en bemoediging aanbieden. Het is een kostbaar voorbeeld van heil en genezing op kleine schaal.
Jezus stelde scherpe vragen aan zijn discipelen: ‘Jullie hebben ogen maar zien niet?’ De geschiedenis van de blinde van Betsaïda geeft een heel bijzonder aspect aan van het ‘zien’. Daarmee wordt ook alweer vooruitgewezen naar de volgende perikoop waar het erop aankomt of de discipelen zien wie Jezus werkelijk is. Ook zij zijn blinden, wier ogen Jezus moet openen.
Het is te ver gezocht om in zo’n detail een les te zien voor vandaag, voor ons, voor mij? Soms zie je het niet, omdat je teveel belast bent met het oordeel en het vooroordeel van je eigen sociale omgeving. Dan denk je al te weten hoe het zit. Dan geef je oordelen op basis van vooropgestelde meningen. Soms is het nodig om letterlijk en figuurlijk afstand te nemen, of je mee te laten nemen door een ander en zijn of haar perspectief, om een nieuw zicht op je zelf en je eigen situatie te kunnen krijgen. Dat kan een woord zijn, een spreuk, een terloopse opmerking. Maar vooral in een ontmoeting kan dat gebeuren. Heel veel sociaal misverstand gaat daarover, dat we dat te weinig doen, ons open stellen voor hoe een ander het beleeft. Omdat we te snel klaar staan met onze mening, onze opvatting.
Het kan tegenvallen, het kan lijken te mislukken, het kan vreselijk lang duren, voor je genezing en heling ervaart. Ons geloof is geen tiensecondenlijm, het is niet ‘klaar terwijl u wacht’. Het geloof vereist geduld, vereist herhaling. We need a second touch, we moeten een tweede keer worden aangeraakt. Dan lukt het wel. Of misschien komt het pas de derde of de vierde keer, maar het lukt! Blindheid is hardnekkig: verdriet en rouw zet je zomaar niet aan de kant. Als je zo lang in het donker hebt gezeten, dan moeten je ogen wennen aan het licht. Belangrijk is om te benadrukken dat de man uiteindelijk wél genezing ontvangt. Ons geloof helpt ons misschien ook niet meteen. In het begin zie je de dingen nog lang niet goed. Pas bij herhaling, bij volharding lukt het wel en werpt het geloof zijn vruchten af. Dan zien we, na de crisis, wel weer scherp wie wij zijn, wie onze medemensen zijn en welke goede dingen God ons geeft.