Romeinen 5: Een Preek over de Genade en de Verzoening

Misschien kent u die ervaring, dat het ene waagstuk wel eens het andere oproept. Nu zoiets voel ik bij de preek van vanmiddag. Het is zo’n min of meer losstaande vrije-stof-preek, want volgende week is het thema-week van de basisschool en die week daarna ben ik op vakantie. Met een vervolg-serie beginnen heeft dus geen zin, en met zondag 32 verder gaan ook niet: dat is net de eerste van de serie zondagen rond de tien geboden.

Toen herinnerde ik mij, dat we, al weer een tijdje geleden, samen stil hebben gestaan bij de eerste hoofdstukken van Genesis. De schepping. Adam en Eva in het paradijs. De zondeval. De manier waarop God de mensen inperkt in hun mogelijkheden, na die val. En zo voort. En ik dacht: laat ik eens kijken of ik aan die serie niet een soort staartje kan maken? Goed, computerconcordanties of niet, dat viel me eigenlijk in eerste instantie best wat tegen. Het hele oude testament gaat op het verhaal van Adam en Eva eigenlijk niet meer in. Adam wordt genoemd in Deut 32:8 en 1Kron. 1:1, en er wordt een half woord over hem gezegd in Job 31:33. Tenslotte is er nog Hos. 6:7, maar die tekst is kennelijk niet in orde. Zoals hij er nu staat kan niemand er een uitleg van geven die aan alle moeilijkheden recht doet. Niet echt iets om over te preken dus.

Pas in het nieuwe testament biedt meer. Naast vermeldingen van Adam in Luk. 3:38 en Jud.:14 en van Eva in 2Kor. 11:3, wordt er nu ook een paar keer op zaken ingegaan. Nog is het niet veel, maar toch bij elkaar vier keer: behalve de gelezen gedeelten uit Rom. 5 en 1Kor. 15, een bekend/beroemd/beruchte passage: ik sta niet toe, dat een vrouw onderricht geeft of gezag over de man heeft; zij moet zich rustig houden. Want eerst is Adam geformeerd, en daarna Eva. En Adam heeft zich niet laten verleiden, maar de vrouw is door de verleiding in overtreding gevallen; en wat daar verder volgt in 1Tim.

Wel, ik heb die preken over Genesis indertijd als een waagstuk ervaren, al is het alleen al vanwege de moeilijkheid om over zulke - in veel bijbeltjes letterlijk - stukgelezen hoofdstukken iets te zeggen dat de aandacht een preek lang kan vasthouden. Maar het waagstuk van 1Tim. 2 vond ik toch echt iets te groot. Daar brand ik me misschien een andere keer nog wel eens aan. Wat restte waren de drie andere plaatsen bij Paulus, twee in 1Kor. 15 en Rom. 5. Nu is 1Kor. 15 tamelijk aparte stof: alles staat in het teken van Paulus’ discussie over de opstanding. Op een gewone doordeweekse zondag zat er dus niet veel anders op dan òf de hele gedachte opgeven, òf met Rom. 5 aan de gang gaan. Een waagstuk blijft het dus wel, vanmiddag. Maar, dit waagstuk levert in ieder geval een goede boodschap, een evangelie op.

De Boodschap van Romeinen 5 Samengevat

Laat ik die boodschap eerst eens samenvatten, dan weten we tenminste waar we ons in de rest van de preek voor inspannen. Onze geliefde broeder Paulus had een vruchtbare pen. Het grootste deel van het nieuwe testament staat op zijn naam. Maar van het allereerste begin af merkte iedereen, dat er, zoals Petrus fijntjes opmerkt, in zijn brieven een en ander moeilijk te verstaan is. Romeinen 5 geldt wel als een schoolvoorbeeld daarvan. Als je het ziet in die kleine lettertjes in je bijbeltje, of hoort voorlezen, kan je zomaar de vraag bekruipen: wat moet ik hiermee, hoe krijg ik hier grip op? Reden voor ongerustheid is er dan dus niet, want je bent niet de eerste die zich dat afvraagt. Meer reden is er om zo’n stuk Paulus eens rustig aan te kijken.

Hij had heel wat te vertellen. Maar goed, hoe pak je dat aan? hoe krijg je hier grip op? Net als indertijd bij Genesis geef ik gelijk wat tips.

Schema van de argumentatie in Romeinen 5

Het Ontleden van Paulus' Argumentatie

Toen we Rom. 5 net lazen, zal u al wel opgevallen zijn, dat Paulus in deze verzen allerlei redeneringen bij elkaar en bovenop elkaar zet. Woorden als daarom, derhalve, want, omdat, zoals... zo, en dergelijke laten dat meteen merken. Maar omdat het er zoveel zijn wordt het moeilijk te volgen.

De Ketting van Redenering

Wat doe je daar nu aan? Ik heb indertijd bij het verhaal in Genesis 2 gezegd: het is makkelijk als je dit soort verhalen vergelijkt met een toneelstuk. Dan vallen je allerlei dingen op en krijg je meer grip op het geheel. Zo’n soort vergelijking kun je bij teksten als deze ook maken. Ze vormen een redenering, en een redenering kun je vergelijken met een ketting. Met al die woordjes als daarom, want, omdat, en zo, worden zinnen als een ketting aan elkaar geschakeld. Eén van de dingen die je nu kunt doen om grip op die redenering, op die ketting, te krijgen, is proberen de verschillende schakels van de ketting zichtbaar te maken.

Ik heb dat vanmiddag op dat blaadje maar eens voorgedaan: ik heb zoveel mogelijk al die ’redeneerwoorden’ onderstreept. Dat kun je in je studiebijbeltje ook doen. Wat je dan tegelijk merkt, is dat de ketting van een redenering niet zomaar een eenvoudige ketting is van allemaal even grote schakels. Nee, sommige zijn groter dan andere, en er hangen ook schakels maar aan één kant vast aan een andere schakel. Ergens heeft het ook wat van een bedelkettinkje. Dat heb ik op dat blaadje zichtbaar proberen te maken door bepaalde zinnen te laten inspringen. Als een zinnetje de reden geeft voor de zin ervóór, heb ik die iets naar rechts gezet.

Kijk maar meteen bovenaan: vers 10, dat begint met want, geeft de reden voor wat in vers 8 en 9 gezegd is. Zo is het ook in vers 15b, vers 16b, 17 en 19. Verzen die nog weer een reden voor een reden geven, of even uitweiden, heb ik nog een stukje verder naar rechts gezet. (vs 13/14 en 20). Nou, de verzen die dan helemaal links staan vormen de hoofdschakels van de ketting van de redenering, de verzen die iets naar rechts staan zijn verbindende tussenschakeltjes, en die verzen die nog verder naar rechts staan zou je met de bedeltjes aan de ketting kunnen vergelijken.

Het leuke is nu, dat je de ketting van de redenering nu ook in een korte vorm kunt lezen, door de zinnen die helemaal links staan achter elkaar te zetten:

  • God bewijst zijn liefde jegens ons, doordat Christus, toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is.
  • Veel meer zullen wij derhalve, thans door zijn bloed gerechtvaardigd, door Hem behouden worden van de toorn.
  • En dát niet alleen, maar wij roemen zelfs in God door onze Heer Jezus Christus, door wie wij nu de verzoening ontvangen hebben.
  • Daarom (hierom namelijk): gelijk door één mens de zonde de wereld is binnengekomen en...
  • ja, en dan loopt de redenering even niet: Paulus corrigeert zichzelf: Maar het is met de genadegave niet zoals met de overtreding, en het is met het geschenk niet zoals door het zondigen van één, ...

Ziet u, daarmee is het allemaal nog niet totaal gemakkelijk en eenvoudig geworden, maar we hebben wel even de hele ketting gezien. En het is meteen opgevallen, dat de ketting even stokt, dat Paulus zichzelf corrigeert vóór hij verder gaat.

De Eerste Schakel in de Redenering

Een volgende vraag die je nu kunt stellen is: wat is de eerste schakel in de redenering, waar worden al de volgende schakels aan vastgeknoopt? Ik heb expres niet het gedeelte vanaf vers 12 genomen, omdat dat begint met ’daarom’. Ergens in het voorgaande moet dus de uitspraak zitten waar dit ’daarom’ en wat dan volgt de onderbouwing van geeft. Kijken we dan even naar de verzen 8 tot 11, dan zien we, dat Paulus in vers 11 eigenlijk iets nieuws, iets méér gaat zeggen: en dát niet alleen, maar zelfs. Nu, dát lijkt me dan ook de eerste schakel van de redenering die dan volgt.

Dat is dus een belangrijk punt, om even goed naar te kijken. Niet alleen bewijst God zijn liefde voor ons in Christus’ dood, en niet alleen worden wij zeker behouden doordat Christus leeft, maar wij roemen zelfs in God. En roemen betekent dat je dankbaar en blij God looft en prijst om wat Hij heeft gedaan en zal doen. Je zou vers 8-11 kunnen samenvatten als: wij worden niet alleen door Gods liefde gered en behouden, maar we zijn ook heel erg blij daarmee. En dan gaat Paulus in de volgende verzen voor dat laatste de reden geven. Alles wat volgt is een antwoord op de vraag: waarom zijn wij dan zo blij met Gods redding?

De Overvloed van Genade: Meer dan Herstel

En dat is ook zo. We zijn blij met Gods redding omdat wel door één mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, maar nu ook door één mens de genade de wereld is binnengekomen en door de genade het eeuwige leven, en die genade is veel meer dan die zonde. En dat laatste, dat ’veel meer’, dat vindt Paulus hier eigenlijk het belangrijkste.

Drie verzen lang (15-17) corrigeert hij de vergelijking die hij net is begonnen tussen die twee ’éne mensen’. Dat ’veel meer’ is dan ook de eigenlijke reden waarom hij ons in God wil laten roemen. Gods genade is maar niet een eenvoudige correctie van ons kwaad. God zorgt niet maar ervoor dat weer heel wordt wat kapot gegaan is. Hij restaureert niet, maar doet veel meer dan dat: Hij laat ons leven en als koningen heersen door Jezus Christus. Gods genade is niet maar herstel van wat in den beginne was, maar omvat een nieuwe schepping, waarin zonde en dood, zoals Paulus ergens anders zegt: verzwolgen, opgeslokt zijn in de overwinning. De genade is altijd meer.

Als genade alleen maar herstel was, dan was dat fijn, en om zo te zeggen, een reden om dank u wel tegen God te zeggen, maar nog geen reden om in Hem te roemen. Nu is Gods genade veel meer dan herstel, en is er dus alle reden om God blij en dankbaar lof te zingen.

Illustratie van de contrasten tussen Adam en Christus

Adam en Christus: Een Vergelijking met Nuance

Pas met die correctie van het ’veel meer’ kan de vergelijking tussen Adam en Christus gemaakt worden. Paulus doet dat op het punt van de betekenis van de éne voor (zeer) vele mensen.

De Zonde van Adam en de Dood

Door één mens, Adam, is de zonde de wereld binnengekomen. En voor Paulus is de zonde een macht, waartegen wij mensen, op onszelf niet opgewassen zijn. Is de zonde eenmaal binnen, dan gaan ook alle andere mensen zondigen. Paulus formuleert hier, het is in vers 12, heel precies. We moeten daar niets bij verzinnen, maar het nemen zoals het er staat.

Dat het er echt om gaat dat de mensen nu zèlf zondigden, blijkt uit vers 13 en 14. Die verzen geven de reden bij ’omdat allen gezondigd hebben’. Al vóór de wet was er wel zonde in de wereld, ook al wordt die dan niet ’toegerekend’. Dat is een heel verwarrende vertaling. Het gaat er om, dat zonder wet de zonde niet wordt vastgelegd. Er is wel zonde, maar die zonde wordt niet ’geboekt’ als zonde tegen dit of dat gebod. Maar dat die zonde er wel degelijk is, blijkt uit de dood.

De betekenis van de daad van Adam was dus, dat hij een leven in zonde begon, dat geen mens kon stoppen, dat integendeel steeds erger werd. Ik heb dat onderaan wat uitgetekend. Bij Adam komt de zonde in de wereld. Vervolgens breidt die zonde zich onder de andere mensen uit. En dan komt, bij Mozes, de wet erbij, krijgt de zonde een naam, en, zoals Paulus dat in hoofdstuk 7 verder uit gaat werken, dan wordt de zonde alleen maar meer: het verbod brengt ons op nog meer zonde: de overtreding neemt toe (vers 20). En daarin blijkt, en blijkt steeds meer, de dood als koning te heersen.

Visuele weergave van de verspreiding van zonde en dood vanaf Adam

De Genade van Christus: Meer dan Herstel

Maar dan komt die andere éne: Jezus Christus. Zijn ene daad van gerechtigheid brengt zeer velen het leven, rechtvaardiging, ja, koningschap. Heel die door Adam ontketende samenhang van zonde en dood, wordt door Christus opgevangen, en niet maar gecorrigeerd, maar veel meer dan dat. De genade is overvloedig geworden. De zonden worden maar niet afgewassen, maar weggespoeld. Genade is maar niet mondjesmaat, maar meer dan alles omvattend. Als de zonde toeneemt door de wet, dan wordt de genade meer dan overvloedig. De genade is altijd meer.

Ja, en laten we dat vooral naar onszelf toehalen, in ons eigen leven. Want wij leven hier op aarde, en wij staan zelf nog steeds in die grote samenhang van zonde, die Adam ontketend heeft. Ook wij zijn op onszelf niet in staat om het kwaad te weerstaan. Met onze eigen geschiedenis van zonde, van verkeerde daden, slechte opmerkingen, ruzie, egoïsme en noem maar op, zitten ook wij gevangen in die vork van Adam, die klem van zondigen. En ook bij ons maken Gods goede geboden maar al te vaak slechte ideeën wakker. Maar mèt dat al: ook wij mogen roemen in God: want Gods gave in Christus is meer, altijd meer, wat wij ook hebben uitgehaald, hoe erg, hoe vaak ook.

En ook anders: want als je zondigt ga je dood, dood in die heel brede bijbelse zin: als je ruzie maakt breken relaties stuk, als je een egoïst bent word je eenzaam, maar ook dood in onze eigen zin: de aftakeling van de zonde brengt ook letterlijk de dood mee. Maar, mèt dat al: wij mogen nu al de overvloed van genade en van de gave van de gerechtigheid ontvangen, we mogen nu al leven, en als koningen heersen door die ene, Jezus Christus.

Op jezelf, inderdaad, ben je niet opgewassen tegen het kwaad. Maar na Christus hoeft niemand op zichzelf te staan: de genade is altijd meer. Hoe sterk de aanvechting ook is, en hoe venijnig de verleiding, de genade van God is sterker, en wil ook ons de kracht geven om de zonde te weerstaan, om gebroken relaties te herstellen, om vaste ingesleten patronen te doorbreken. Want het kan best zijn dat de zonde als koning heerst in de dood, maar de genade heerst door rechtvaardigheid ten eeuwigen leven, en die genade is veel meer.

De Vruchten van het Geloof: Vrede, Toegang en Hoop

En daarom kan Paulus in hoofdstuk 6 zo verder gaan als hij het doet en ons te manen de zonde niet langer in ons leven te laten heersen. Meer, altijd meer. En daarom: God bewijst niet alleen zijn liefde voor ons in Christus’ dood, en ook worden wij niet maar eens door Christus’ leven behouden van de toorn, maar, veel meer, altijd meer, zelfs roemen wij in God door onze Heer, Jezus Christus. Er is reden tot blijdschap, tot dankbare vreugde in ons leven, niet omdat wij zo goed, zo sterk, zo vroom en zo gelukkig zijn, maar alleen hierom: Gods genade is altijd meer: meer dan de zonde, en meer dan de dood.

Paulus gaat in Romeinen 5:1-5 vier dingen noemen die vrucht van het geloof zijn. Dit zijn dingen die we “hebben” (v1), het Grieks wijst hier op iets dat nu al waar is, nu al realiteit is. Deze dingen zijn realiteit, zijn echt, zijn bezit voor hen die in Jezus Christus geloven.

1. Vrede met God

Dit is het allereerste dat geloof teweeg brengt: vrede. Het Grieks wijst hier op iets heel specifieks: “De rustige staat van een ziel die verzekerd is van redding door Christus, en zo niks vreest van God en tevreden is met hun aardse situatie, wat die ook is.” Vrede met God is de vrucht van de rechtvaardiging door het geloof. Door geloof in Jezus is er vergeving van zonde, worden al je zonden voor eeuwig van je weggedaan. Dat maakt de weg vrij voor vrede, vrede met de belangrijkste persoon met Wie je vrede kan hebben: God. Jezus kwam om ons vrede met God te geven; dat is ook wat Romeinen 5:1 zegt in het Grieks, ‘vrede met God’. Deze vrede maakt de weg vrij naar vrede in alles dat je doet, vrede in elke situatie, ondanks de situatie. Vrede terwijl alles om je heen in elkaar stort, vrede die volledig gebouwd is op God.

2. Toegang tot Genade

Naast deze geweldige vrede, is er nog meer dat we door geloof in Jezus Christus mogen ontvangen. Paulus gaat verder: “Door Hem hebben wij ook de toegang verkregen”. Niet alleen vrede, maar ook toegang, “door het geloof”. Jezus heeft ons toegang gegeven “tot deze genade waarin wij staan,”. Dit wijst naar een geestelijke situatie voor de christen, dit is iemand die geregeerd wordt door de kracht van Gods genade. Dit is niet iets dat we kunnen verliezen als christen, staan in deze genade; “staan” staat in het Grieks in de perfecte vorm, wat betekent dat dit een actie is die voor verleden, heden en toekomst geldt. Door geloof heb je voor eeuwig toegang tot God de Vader, je mag altijd bij Hem komen. En niet alleen dat, je mag bij Hem komen, wetende dat Hij genadig voor je is, liefdevol. Hij zal altijd op basis van genade naar jou reageren.

3. Hoop op de Heerlijkheid van God

Geloof blijft maar doorgaan; na vrede en genade is er ook nog hoop, “hoop op de heerlijkheid van God”. Dat is onze toekomst, die begint op het moment dat we tot geloof komen. Geloof in Jezus geeft zoveel hoop, want door ons geloof weten we dat er meer is dan alleen dit leven. We weten dat er een geweldige toekomst is bij God, in de hemel. Door geloof in Jezus verandert ons hele toekomstperspectief. Bijbelvertaler J.B. Philipps vertaalt “hoop” met ‘blije zekerheid’; dat is misschien nog wel mooier dan het NL, want ‘hoop’ kan zo onzeker klinken. Paulus heeft het over zekerheid, over waarheid die niet zal veranderen. Dit is de toekomst van de christen, een eeuwigheid bij God zijn, Hem zien zoals Hij is, perfecte liefde ervaren, etc. Dit is waar we in mogen “roemen”, het Grieks wijst meer op verheugen in iets waarvan je zeker bent dat het komt.

Hoop | ABC van het geloof

Roemen in Verdrukking: Een Paradox?

4a. Dit is waar we het vaak minder leuk vinden worden, verdrukkingen zijn geen leuke dingen en dan is het ook nog eens een zegen dat we daarin mogen roemen? Paulus gebruikt hier hetzelfde woord als in v2, “roemen”. Hij wil dat we Hem danken in alles, niet om alles. Dat is waar Paulus het over heeft. Voor de duidelijkheid, dit gaat over lastige tijden. Het Grieks wijst op druk, in elkaar gedrukt worden; dit zijn geen leuke omstandigheden. En die gaan ook komen.

We mogen zelfs roemen in die verdrukkingen, omdat we weten dat God met ons bezig is, dat God deze dingen zal gebruiken om ons te vormen, om ons meer op Jezus te laten lijken. Dat kan soms alleen door lastige tijden heen. Verdrukking wordt door God gebruikt om dingen uit ons te halen die niet goed zijn, dingen die niet naar Zijn wil zijn. God laat niemand ‘voor Zijn lol’ door lastige tijden heen gaan, Hij wil dat we door dingen heen gaan, zodat we meer op Jezus gaan lijken. Hij laat ons hier doorheen gaan, omdat Hij van ons houdt. Door de druk die uit de verdrukking komt, zal alles uit ons geperst worden dat niet van Hem is. Tegelijkertijd wil God dat er alleen nog maar Heilige Geest uit ons binnenste komt. Roemen in verdrukking is een keuze, want het zal zeker niet altijd zo voelen. Het is een keuze om zo naar God te kijken, zo naar omstandigheden te kijken.

4b. Volharding

Een van de grootste zegeningen van verdrukking (v3), is de volharding die je leert. In verdrukking is het volharden of opgeven; God wil dat wij leren volharden, leren doorzetten. Het Grieks voor volharding is hypomonē, wat uit 2 woorden bestaat; hypo en monē. Hypo betekent onder, monē betekent verdragen. Dit betekent volhouden, ook als het pijn doet. Doorzetten, ook als je het niet meer ziet zitten. Blijven volharden in het geloof, in het vertrouwen op God, in het lezen van het Woord, in het bidden, samenkomen, aanbidden; alle dingen die een christen mag doen.

4c. Ondervinding (Bevinding/Beproefdheid)

Ondervinding betekent letterlijk ‘ervaring, goedgekeurd worden’. Door de verdrukkingen heen zal ons karakter gevormd worden, zal er ervaring met lastige tijden komen en daardoor het besef hoe daarmee om te gaan. Dat proces zorgt ervoor dat we meer op Jezus gaan lijken, dat we meer gaan denken, doen en laten zoals Jezus. Dat is ook Gods doel, niet om ons pijn te laten hebben.

4d. Hoop (Versterkt)

We komen hier weer uit bij hoop, net als in v2, omdat door de verdrukking we gaan zien Wie God is en dat Hij perfect te vertrouwen is. Dat is een hoop, in elke omstandigheid, waar de wereld niet bij kan. Dit is hoop die alleen in Jezus te vinden is.

We hebben vandaag naar vruchten van geloof gekeken, vruchten die niet altijd komen door leuke of makkelijke omstandigheden. Maar dit is wel wat hoort bij het leven, ook het christelijk leven. En in dit alles mag je weten dat geloof redt, dat je zonden vergeven zijn als je vergeving aan Jezus hebt gevraagd. Je mag weten dat je eeuwigheid vast staat en dat God hier op aarde met je aan de slag gaat, je lief heeft, je draagt en je leidt.

Slotgedachten: De Genade is Altijd Meer

De belangrijkste vraag is of jij dit gelooft, of jij je leven bouwt op geloof of eigen kunnen. Geloof in Jezus brengt zoveel geweldige dingen, zoveel dingen die alleen God kan doen. Vrede, toegang tot genade, hoop op Gods heerlijkheid, roemen in verdrukking, volharding, ondervinding, hoop.

Christen, hoe zit het met jouw geloof? Ervaar jij en leef je naar de vrede die je bij God hebt? Als niet, vraag God er om. Maak jij gebruik van de toegang tot genade die je hebt gekregen? God heeft het gegeven. Roem jij in de hoop op de heerlijkheid van Gods genade? Roem jij in verdrukking, omdat je weet dat het volharding, ondervinding en hoop voort brengt in je leven?

Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood van Zijn Zoon, hoeveel te meer zullen wij, nu wij verzoend zijn, behouden worden door Zijn leven. Omdat Hij leeft kan Hij ons volledig behouden naar geest, ziel en lichaam. De Hebreeënbrief zegt het zo: Hebreeën 7:25: “Daarom kan Hij ook volkomen zalig maken wie door Hem tot God gaan, omdat Hij altijd leeft om voor hen te pleiten.”

En dit niet alleen, maar wij roemen ook in God, door onze Heere Jezus Christus, door Wie wij nu de verzoening ontvangen hebben. Vers 11 sluit deze perikoop af en Paulus komt hier weer terug op het roemen. Hij gebruikt precies dezelfde woorden als in vers 3: “en dit niet alleen, maar wij roemen ook”. Daar schreef hij: “en dit niet alleen, maar wij roemen ook in de verdrukkingen”. Hier rondt hij af met de woorden: “en dit niet alleen, maar wij roemen ook in God”. God komt alle eer toe, we roemen in Hem omdat Zijn grote liefde ons gered heeft. Als we God prijzen en roemen dan doen we dat door onze Here Jezus Christus, door Wie wij de verzoening ontvangen hebben.

tags: #preek #over #romeinen #5