Hindoestaanse Kerkdienst: Tradities en Rituelen bij Afscheid en Rouw

Inleiding

Wanneer hindoestaanse mensen of hun naasten zich in de palliatieve fase bevinden of komen te overlijden, is het belangrijk om te weten waarop te letten met betrekking tot hun specifieke gebruiken en rituelen. Hoewel het hindoeïsme zijn oorsprong vindt in India, zijn de meeste hindoes in Nederland afkomstig uit Suriname. Dit heeft geleid tot een rijke variëteit aan tradities, met name binnen de twee grootste stromingen: de Sanaatan Dharma (ongeveer 75% van de hindoes) en de Arya Samaj. Beide stromingen kennen eigen rouwrituelen die een diepgaande impact hebben op de manier waarop afscheid wordt genomen.

Het Hindoeïsme: Kernbegrippen en Levensbeschouwing

Het hindoeïsme kent wereldwijd naar schatting 1 miljard volgelingen, waarvan er in Nederland tussen de 150.000 en 200.000 wonen. De meerderheid hiervan is afkomstig uit Suriname, waar het hindoeïsme zich deels heeft aangepast na de afschaffing van de slavernij in 1863. Toen kwamen ruim 30.000 contractarbeiders uit India naar Suriname, waarvan ongeveer 80% hindoe was. Dit heeft de gebruiken en rituelen rondom uitvaarten mede gevormd.

Het woord 'hindoe' is oorspronkelijk afgeleid van de Indus rivier, die vroeger 'Shindoe' werd genoemd. De letter 's' werd weggelaten omdat Mongoolse volkeren die India binnentraden de 's' niet goed konden uitspreken.

Centraal in het leven van alle hindoes staat het geloof in reïncarnatie, ook wel wedergeboorte genoemd. De mens maakt deel uit van een cyclus van leven en dood die zich telkens herhaalt. Het uiteindelijke doel is om op te gaan in het eeuwig goddelijke, moksha, wat de eenwording met de allerhoogste God Brahma betekent. Hindoes geloven dat iedereen na de dood verantwoording moet afleggen voor zijn daden; goed gedrag wordt beloond.

De levensvorm waarin de ziel opnieuw geboren wordt, hangt af van de levenswijze van de overledene. Iemand die goed heeft geleefd, keert terug in het lichaam van een mens, wat wordt gezien als de hoogst mogelijke levensvorm vanwege het inzicht in goed en kwaad.

Sanaatan Dharma: Rituelen en Symboliek

Stervensbegeleiding

In de laatste uren voor het overlijden leest en bidt de pandit (priester) met de stervende en zijn familie. Er wordt vaak een offervuurtje met geurige kruiden gebrand. De pandit leest voor uit de heilige boeken en gaat voor in gebed, soms wordt ook samen gezongen. Bij de Sanaatan Dharma druppelt de pandit water op de tong van de stervende, wat symbool staat voor het leven brengende water van de rivier de Ganges. Tevens wordt een koordje om de hals of pols gebonden, dat niet meer verwijderd mag worden.

Godsbeeld en Concentratie

De Sanaatan Dharma ziet God enerzijds als een onzichtbare en allesomvattende entiteit, anderzijds is Hij ook aanwezig in tastbare beelden. Meditatie en bidden worden vergemakkelijkt door een beeld waarin God aanwezig is, wat dient als focuspunt voor concentratie.

Afscheidsritueel en Voorbereidingen

Alle familieleden van de overledene moeten samenkomen voor het afscheidsritueel. Een mannelijk familielid, vaak de oudste zoon, voert de belangrijkste taken uit. Op de dag van de uitvaart scheert hij zijn hoofdhaar af (meestal op een kort staartje na). Dit ritueel wordt bijgestaan door de pandit.

Voorafgaand aan de crematieplechtigheid komt de pandit bij de familie thuis om voorbereidingen te treffen. Iedereen die deelneemt aan de crematie dient zo rein mogelijk te zijn. Vrouwen in hun menstruatieperiode mogen niet in de buurt van de pandit komen.

Een overleden vrouw wordt gewassen door vrouwen, en een overleden man door mannen. Het delen van het overlijden via de lokale hindoestaanse radio-uitzending is gebruikelijk. Een overleden vrouw krijgt een witte katoenen sari en een hoofddoek omgedaan. Bij een man wordt het hoofdhaar afgeschoren en een tulband opgedaan.

De Rol van de Pandit

De hulp van een pandit is cruciaal bij een hindoestaanse uitvaart. Samen met de nabestaanden bepaalt de pandit de datum en het tijdstip van de crematie, rekening houdend met astrologisch gunstige momenten. Volgens het hindoeïsme zijn er tweemaal per maand periodes van vijf dagen die ongunstig zijn voor een crematie.

Tussen Overlijden en Uitvaart

De periode tussen het overlijden en de uitvaart wordt zo kort mogelijk gehouden, hoewel dit soms bemoeilijkt wordt door de noodzaak voor familieleden uit het buitenland om aanwezig te zijn. In deze periode wordt veel gebeden.

De Crematieplechtigheid

Bij de crematieplechtigheid zijn vaak veel mensen aanwezig om afscheid te nemen van de overledene en de nabestaanden te steunen. De aanwezigen dragen meestal witte of zwart met witte kleding; rood wordt vermeden. De oudste zoon loopt vijf rondjes om de overledene voordat het lichaam uit de aula wordt gehaald. Aan het einde van de plechtigheid strooien de directe familieleden bloemblaadjes en geurige kruiden over de overledene, en wordt er geurwater gebruikt. Hierna krijgen aanwezigen de kans om afscheid te nemen.

Bij de crematieoven wordt nogmaals gebeden, vaak in aanwezigheid van de pandit. Samen met het lichaam gaan ook bloemen, kamferblokjes en de diya (een traditioneel kommetje van klei met een watje als lont) de crematieoven in.

Illustratie van een diya, het traditionele hindoestaanse olielampje dat een rol speelt bij rituelen

Arya Samaj: Een Moderne Stroming

Principes en Praktijken

De Arya Samaj is een meer moderne stroming binnen het hindoeïsme, gebaseerd op principes van emancipatie en ontwikkeling. Binnen deze stroming kunnen ook vrouwen voorganger worden. De Arya Samaj vereren geen beelden en brengen geen offers bij beelden.

Rouwperiode Arya Samaj

Vanaf het moment dat iemand is overleden, wordt er vegetarisch gegeten. Na de crematie is er nog een dienst thuis, maar verder kent deze stroming minder specifieke rituelen dan de Sanaatan Dharma.

Rouwperiodes en Herdenkingen

Sanaatan Dharma: De Rouwperiode

Twaalf of dertien dagen na de crematie wordt een rouwplechtigheid gehouden in het huis van de overledene, waar naast de hele familie ook vrienden en bekenden aanwezig zijn. Onder leiding van de pandit worden speciale offers gebracht, waarna de rouw officieel wordt opgeheven. De directe nabestaanden mogen pas na een jaar weer feestelijke gebeurtenissen organiseren, zoals huwelijken.

Vanaf de veertiende dag na het overlijden mag er weer vis en vlees worden gekookt en gegeten. Na zes maanden herhalen de nabestaanden de plechtigheid van de twaalfde of dertiende dag, en na een jaar wordt de rouwperiode afgesloten met een ceremonie. Hindoes geloven dat het één jaar duurt voordat de dode de plaats van bestemming heeft bereikt.

Na de crematie leven de directe familieleden gedurende tien dagen zeer sober en eten zij vegetarisch. Elke dag wordt thuis een offerdienst gehouden.

Asverstrooiing

Als de persoon wordt gecremeerd, wordt de as, samen met de botten en eventuele bloemstukken, in de zee gegooid. In Nederland kan dit niet onmiddellijk na de crematie gebeuren. Volgens de hindoe-traditie moet de as idealiter verstrooid worden boven stromend water, zoals de Ganges rivier. De zee is een veelvoorkomende alternatieve optie, omdat het principe is dat de as via het water de oneindigheid bereikt.

Soms wordt de as op het einde van de rouwperiode al uitgestrooid om familieleden uit het buitenland de gelegenheid te geven hierbij aanwezig te zijn, hoewel dit strijdig is met de wettelijke termijn van een maand.

Hindoestaanse Diensten en Bezoek aan de Tempel (Mandir)

De Mandir als Huis van God

Hindoes houden hun erediensten in tempels, die worden beschouwd als het huis van God op aarde. Binnenin de tempel staat een beeld van de godheid die er vereerd wordt. Hoewel het niet verplicht is om naar de tempel te gaan of te bidden, bezoeken de meeste hindoes de tempel op feestdagen of bij bijzondere gelegenheden.

Bezoek aan de Tempel

In hindoetempels zijn geen erediensten zoals in de christelijke kerk. Men kan de tempel bezoeken wanneer men wil. Voor het betreden van de tempel worden de schoenen uitgedaan. Men loopt met de wijzers van de klok mee om het altaar, met God aan de rechterhand.

Mensen brengen offers mee zoals vruchten, lekkernijen en bloemen. De priesters van de tempel leggen deze offers voor de God neer om ze te laten zegenen, waarna ze weer aan de mensen worden teruggegeven als teken van Gods zegen. De priester tekent met een vinger een rode tilaka op het voorhoofd van de mensen als teken van zegen, rust en concentratie.

Tijdens de gebedsdienst wordt er gebeden en gezongen, en voert de pandit rituelen uit. Vaak wordt wierook gebrand om de aanwezigheid van God te symboliseren en een gevoel van eenheid te creëren. Met brandende wierook wordt rond de beelden gezwaaid en vervolgens wordt de wierook in een houder aan de voet van het beeld gezet.

De aanwezigen steken ook hun handen uit boven het heilige vuur en daarna over hun hoofd als vorm van zegening.

Afbeelding van een hindoestaanse tempel met een altaar en godenbeelden

Vuuroffer (Hawankund)

Hindoes maken graag gebruik van een vuuroffer bij een puja (eredienst). In een hawankund (vuurbak) wordt het vuur ontstoken en onder het opzeggen van gebeden en heilige formules (mantra's) worden diverse kruiden, zaden en rijst geofferd. Het vuur dient als medium om gebeden over te brengen aan de goden.

Verdere Rituelen tijdens de Puja

Tijdens deze plechtigheden worden religieuze liederen gezongen. Daarna geeft de pandit een pravachan (lezing over een onderwerp uit het hindoeïsme), soms interactief met ruimte voor vragen. Na de pravachan volgt de aarti (eerbetuiging aan de goden) onder begeleiding van muziek. Hierna wordt een vrijwillige donatie gevraagd en ontvangen de bezoekers prasadh en panchamrit (melk met vijf ingrediënten).

Eredienst Thuis

Hindoes houden hun erediensten ook thuis, vaak bij speciaal ingerichte altaartjes. Veel hindoes hebben thuis een altaar met een beeld van een god of godin, waar het gezin 's ochtends en 's avonds kan bidden. Ook bij het bidden voor dit altaar moeten de schoenen worden uitgedaan.

Verwachtingen en Gedragsregels in de Mandir

De Mandir is een reine plek waar men met respect en eerbied met elkaar omgaat. Er zijn enkele eenvoudige afspraken waar men zich aan dient te houden:

  • Stilte in acht nemen.
  • Geen alcoholgebruik voor en in de Mandir.
  • Geen vlees, vis of ei nuttigen voor het bezoek aan de Mandir.
  • Alleen vegetarisch voedsel mag in de ruimte genuttigd worden.
  • Niet roken in en rondom de Mandir.
  • Respect tonen voor iedereen, ongeacht ras, geslacht of geloofsovertuiging.
  • Respect tonen voor de gewoonten en gebruiken van de Mandir.
  • Mobiele telefoons dienen op stil- of trilfunctie te worden gezet.
  • Geen schoeisel (schoenen) dragen in de gebedsruimte.
  • De Mandir bij het verlaten netjes en ordentelijk achterlaten.
  • Verantwoord omgaan met de middelen en eigendommen van de Mandir.
  • Bij vragen of onduidelijkheden een mandirdienaar aanspreken.
  • Gepaste kleding dragen, in ieder geval geen korte kleding.
  • Het maken van ongeoorloofde foto's/films, of het verspreiden/doorsturen hiervan, is niet toegestaan.

Yoga en Meditatie

Sommige hindoes beoefenen yoga en meditatie om zich beter te kunnen concentreren bij het zoeken naar Moksha. Yoga omvat oefeningen voor lichaam en geest, gericht op het beheersen van de ademhaling en het concentreren van de geest voor meditatie.

Overige Rituelen

De rituelen van de nabestaanden zijn afhankelijk van hun specifieke religieuze stroming, maar bepaalde kenmerken komen in veel rituelen terug. Nabestaanden dragen een bepaald soort kleding met bijpassende tailleband, waarvan de kleur en het materiaal afhankelijk zijn van de relatie tot de overledene. Vrouwelijke nabestaanden dragen tevens een haaraccessoire.

Een mannelijke nabestaande, bij voorkeur de oudste zoon, giet een druppel heilig water in de mond van de stervende. Dit water symboliseert leven, vergankelijkheid en oneindigheid. Na het overlijden wordt de overledene bij de ingang van het huis gelegd, met het hoofd naar het zuiden gericht, wat de terugkeer in de schoot van Moeder Aarde symboliseert. Het wassen en versieren van de overledene gebeurt volgens oude tradities, bij voorkeur thuis, maar om praktische redenen ook vaak in een uitvaartcentrum.

Traditioneel wordt een overleden man in een speciale doek gekleed, maar tegenwoordig ook wel in een pak. Vrouwen dragen een sari.

De oudste zoon voert een “doodskus” uit, door vijf maal met een brandende diya (lampje) de mond van de overledene aan te raken, terwijl hij om de kist loopt, om het lichaam symbolisch in brand te zetten.

Kenmerken van Hindoeïstische Uitvaarten

  • Crematie binnen 36 uur na overlijden.
  • Dienstverlening door een pandit.
  • Asverstrooiing op zee of een strooiveld.
  • Gebruik van pooja saman (offergaven).

Podcast De Eindbestemming Rituelen bij een Hindoestaanse uitvaart met Viresh Anroedh

tags: #hindoestaanse #kerkdienst #augustus