De Betekenis van Christus' Koningschap
Op de laatste zondag van het kerkelijk jaar gedenken we het koningschap van Christus. Elk jaar, A, B en C, heeft een ander accent. Vandaag gaan we op zoek naar de kenmerken van zijn koningschap.
Op de laatste zondag van het kerkelijk jaar gedenken we het koningschap van Christus. Elk jaar, A, B en C, heeft een ander accent. Jezus maakt ons tot Gods kinderen, tot levende tempels. In de Eucharistie vieren we dat God in ons midden is, en dat Hij onze harten wil vervullen met zijn Heilige Geest.

Herdenking en Gebed: Allerzielen en Allerheiligen
Vandaag vieren we Allerzielen. Na Allerheiligen gaan onze gedachten uit naar alle mensen die overleden zijn, allen die ons gebed nog nodig hebben en bijzonder zij die ons dit jaar zijn ontvallen. In de Eucharistie bevelen wij allen aan in Gods barmhartigheid.
We vieren het Hoogfeest van Allerheiligen. We hebben enkele heiligen rondom ons in de kerk afgebeeld. Heiligen zijn een brug in tweeduizend jaar Kerk zijn, dat is 2000 jaar navolging.

De Spiegel van het Evangelie: Zonde, Genezing en Dankbaarheid
Vandaag houdt Jezus ons in het Evangelie een spiegel voor, met een farizeeër en een tollenaar als voorbeeld. In de Eucharistie nodigt Hij ons uit om ons innerlijk door Hem te laten zuiveren en genezen.
Tien melaatsen worden genezen op het Woord van Jezus. Slechts één keert!("{:d0} terug, een Samaritaan. Deze man vindt redding.
We leven in een gebroken wereld. Er is kwaad om ons heen. Jezus stimuleert ons om volhardend te blijven bidden.

Geloof en Onmogelijkheden: De Kracht van Christus
Door ons geloof in Christus, wordt wat onmogelijk lijkt, toch mogelijk. Maar er valt nóg iets op aan de vraag: “Wie zeggen jullie dat Ik ben?” De vraag vraagt naar een gezamenlijk gedragen antwoord.
Precies 1700 jaar geleden kwamen de bisschoppen van het jonge christendom uit alle windstreken samen om met elkaar te spreken over deze belangrijke centrale vraag. Er bestonden toen verschillende opvattingen over het antwoord. In Nicea, het huidige Iznik in Turkije, werd stevig gediscussieerd. Was Jezus de Zoon van God; volkomen één met God? Of was hij een deel van God, zoals een druppel in de oceaan? Of leek Hij alleen maar op God? Of …
In het evangelieverhaal van Lucas is het Petrus die kort en krachtig antwoord geeft: “de Messias van God”. Maar wat betekent dat, dat Jezus de Gezalfde van God is?
Het antwoord dat de bisschoppen vonden, die in Nicea samenkwamen, kennen wij nu nog steeds als de geloofsbelijdenis van Nicea. Het is de geloofsbelijdenis die alle christenen in de hele wereld met elkaar delen.

De Vraag naar Identiteit: Een Levenslange Zoektocht
De vraag “Wie zeggen jullie dat Ik ben?” klinkt ieder jaar opnieuw, omdat deze vraag in meerdere evangelies voorkomt. Zo wordt iedere mens en iedere generatie uitgedaagd om op zoek te gaan: om zelf en samen met anderen tot een antwoord te komen.
We lezen de verhalen uit de Bijbel, horen hoe Hij Gods koningschap verkondigde, hoe Hij zieken genas, hoe Hij niemand uitsloot en oog had voor de geringste. Hij leeft Gods oneindige liefde voor, ook al leidt dat tot een afschuwelijke dood. En Jezus geeft gelijk een winstwaarschuwing: hem navolgen is elke dag je kruis opnemen.
Wie zeg ik, jij, wie zeggen wij, dan wie Jezus is? Het antwoord op de vraag is volgens mij geen feitelijk, tastbaar, vaststaand gegeven, maar zal iedere keer opnieuw gezocht, besproken, overwogen en verinnerlijkt moeten worden, voordat het gelovig beaamd kan worden.
Dat vergt geduldig luisteren, je openstellen voor de verhalen, maar ook horen wat anderen zeggen, leren van elkaar. De laatste grote kerkvergadering in de rooms-katholieke kerk, de ‘Synode over synodaliteit’, heeft ons hiervoor een gespreksmethode aangereikt. Deze vraag is een goede en belangrijke vraag om met elkaar te blijven bespreken. Niet alleen binnen de RK kerk, maar ook in gesprek met mensen van de andere christelijke denominaties.

Loslaten en Vertrouwen: Wijsheid van Hart
Hebt u wel eens gemerkt hoe ons leven zich vult met dingen die we eigenlijk nooit hadden willen bewaren? Laden vol oude kabels van apparaten die allang weg zijn. Kasten met kleren waarvan we dachten: “Misschien draag ik dit ooit nog.” Telefoons vol screenshots, apps en herinneringen die we nooit meer bekijken. Het leven slibt langzaam dicht. En het is niet alleen zo met spullen. Ook ons hoofd en ons hart kunnen zo voelen: te veel zorgen, te veel plannen, te veel “stel dat’s.” We proberen het allemaal te dragen, maar het maakt ons zwaar, onrustig, onaf.
Het boek Wijsheid is daar heel eerlijk over. Het zegt: “Onze berekeningen zijn onzeker, ons denken schiet tekort… wij begrijpen amper de dingen van deze wereld; hoe zouden we dan het hemelse verstaan?” Met andere woorden: op eigen kracht raken we verstrikt.
We maken alles ingewikkeld, we denken te veel, we steken ons hart te vol. Maar de tekst laat het daar niet bij. Zij zegt: alleen Gods Geest kan ons verlichten, alleen Zijn wijsheid kan ons bevrijden. Gods Geest is niet zomaar een extraatje in de drukte, maar de grond waarop ons leven rust.
De psalmist bidt hetzelfde: “Leer ons onze dagen naar waarde te schatten, en zo te komen tot wijsheid van hart.” Dat is geen sombere gedachte. Het is niet bedoeld om ons bang te maken voor de kortheid van het leven, maar om ons wakker te maken. Elke dag telt, elke keuze weegt mee.

Nieuwe Zichtbaarheid: Mensen als Broeders en Zusters
Paulus laat zien hoe dat eruitziet in de praktijk. Hij schrijft aan Filémon over Onesimus, een weggelopen slaaf. Voor de maatschappij was hij waardeloos, voor de wet stond hem straf te wachten. Maar Paulus schrijft: “Ontvang hem terug, niet langer als slaaf, maar als een geliefde broeder.”
Dit is wat er gebeurt als Gods Geest ons hart vrijmaakt: we zien mensen niet langer als dingen, functies of labels, maar als familie.
Paulus dwingt niet, hij appelleert aan de liefde. En misschien vraagt Gods Geest ook aan ons: laat de oude etiketten los, de vooroordelen, de wrok. Maak ruimte voor de nieuwe blik van Christus.

Het Ware Liefhebben: Prioriteiten stellen
En dan gaan we met Jezus mee in het evangelie. Grote groepen volgen Hem. Je kunt je de opwinding voorstellen, de drukte, de sfeer van: “Hier gebeurt iets belangrijks.” Maar Jezus draait zich om en zegt iets dat de menigte stil moet hebben gemaakt: “Wie Mij wil volgen en Mij niet liefheeft boven vader en moeder, vrouw en kinderen, broers en zussen, ja zelfs zijn eigen leven, kan mijn leerling niet zijn.”
Het klinkt hard. Maar Hij bedoelt: probeer Mij niet te volgen met een verdeeld hart. Zet Mij eerst, en al het andere vindt zijn juiste plaats.
Daarom vertelt Hij ook die kleine gelijkenissen. Eerst over iemand die een toren wil bouwen, dan over een koning die een oorlog moet inschatten. Het gaat niet om berekeningen op papier, maar om eerlijkheid van hart.
Jezus zegt eigenlijk: Begin niet zomaar in de opwinding van de massa, maar denk na: Wil je dit echt? Want ons leven raakt half af omdat we proberen te bouwen op te veel fundamenten tegelijk. Onze harten raken onrustig omdat we gevechten voeren die we nooit kunnen winnen - het vasthouden aan controle, het krampachtig bewaren van bezit, het blijven piekeren over ons imago.
Jezus wil ons niet overladen, maar juist verlichten. Hij vraagt ons los te laten wat bindt, zodat we vrij worden om echt lief te hebben. Dat loslaten is geen sombere plicht, maar een vreugdevolle bevrijding.
"Goed liefhebben”, volgens Augustinus, “betekent het liefhebben van dingen in de juiste volgorde, waarbij God de hoogste plaats inneemt." Dat is de wijsheid die Jezus ons wil schenken: dat gezin, bezit, tijd en relaties allemaal op hun plek vallen wanneer God eerst staat.
En het mooie is: Hij vraagt ons dit niet alleen te doen. Hij zegt niet: “Ruim je leven op, en dan kom Ik misschien wel.” Nee, Hij komt eerst. Hij geeft zijn Geest om ons te leiden, zijn genade om ons te dragen. En bovenal geeft Hij zichzelf - in de Eucharistie. Hier brengen wij ons volle hart, ons rommelige bestaan, onze onafgemaakte plannen. En hier schenkt Hij ons zijn leven in ruil.
Dus misschien, als u deze week uw telefoon opent en verstrikt raakt in al die meldingen, laat het een herinnering zijn: God vraagt u niet alles te dragen.

Het Woord van God: Leven en Doen
Allemaal van harte welkom, ook degenen die via livestream met ons zijn verbonden, bij de viering van de H. Vandaag lijken de lezingen uit de H. Schrift ons te attenderen op een soort Bijbeldag. Een hoogtijdag van het woord van God. Zowel in de eerste lezing als in het evangelie wordt voorgelezen uit de Bijbel. In het H. Twee groepen mensen, die samenkomen om te luisteren naar het woord van God en ontdekken, dat het niet bij woorden mag blijven.
Ook wij zijn samen gekomen om te luisteren naar het woord van God, om na afloop er iets mee te gaan doen, zoals Jezus spreekt: “Het schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt, is thans in vervulling gegaan”.
De priester Ezra leest van de dageraad tot de middag uit het boek van de wet. Dus gedurende de hele dag uit de H. Schrift voorlezen en luisteren. Zo deed men elk zevende jaar, het Sabbatsjaar.
Het woord van God doet wat het zegt. “Want zoals de regen en de sneeuw”, lezen we bij Jesaja, “uit de hemel neerdalen, en pas daarheen terugkeren wanneer zij de aarde hebben gedrenkt, haar hebben bevrucht en met planten hebben bedekt, wanneer zij zaad hebben gegeven aan de zaaier, en brood aan de eter, zo zal het ook gaan met mijn woord. Het komt voort uit mijn mond, het keert niet vruchteloos naar mij terug, maar pas wanneer het heeft gedaan wat mij behaagt en alles heeft volvoerd, waartoe ik het heb gezonden.” (Jes. En wij belijden dan ook, dat Gods woord is mens geworden in Jezus.
Door alle eeuwen heen heeft het woord van God mensen geraakt. Het laat ook ons hopelijk niet onverschillig. Al roept het ook bij mensen een hele reeks van reacties op, van uiterste vijandige afwijzing, tot de meest ontroerende aanvaarding. Maar dit woord moeten wij dan ook nog in ons leven toepassen als een soort rode draad. Hij actualiseert het woord en legt het uit. De uitleg volgt op de voorlezing en het beluisteren, en verklaart de diepe zin ervan en de betekenis voor ons leven van nu.
In de Bijbel lezen is geen vrijblijvend gebeuren, er moeten daden volgen. En dat kan best een zware opgave zijn. Vandaar dat de mensen in Nazareth, iets verder op in het evangelie, de woorden van Jezus ook afwijzen. Het gaat hen te ver, het komt blijkbaar aan het eigen ik. Maar dat geldt niet alleen voor hen. Toch raakt het woord van God mensen. Toen het volk het woord van God hoorde, barstte het uit in tranen. Het overkomt ons ook, dat hoop ik tenminste, dat we ergens om moeten huilen. Een traan moeten laten om verschillende redenen. Als we heel erg ongelukkig zijn, ontgoocheld, gekwetst of vernederd worden. Maar ook kun je huilen van geluk, als een kind wordt geboren, of als je getroost wordt.
Misschien is het u wel eens overkomen als je een tekst leest, een woord hoort dat je diep raakt, misschien zelfs wel hier in de kerk. Het is als een zachte regen, als een milde dauw. Er staan veel troostende woorden in de H. Schrift, naast andere woorden. Neem en lees en je vindt zeker een woord, dat je raakt, dat je bemoedigt, je misschien wel troost.
De Heer kondigt in het H. Evangelie een genade jaar af, blinden zullen zien, gevangen worden vrijgelaten, verdrukten gaan heen in vrijheid, vluchtelingen worden opgevangen ondanks tegenwerking. Allemaal mooie woorden. Maar deze woorden mogen geen woorden blijven. Het woord moet worden gedaan. Het is aan ons, beste medegelovigen, om vandaag en de komende tijd, het woord, dat we gehoord hebben in vervulling te doen gaan, om te zetten in daden.
