Inleiding: De Zending en Gemeenschap van Paulus
Paulus spreekt in dit gedeelte van zijn brief aan de Romeinen over zijn apostolische roeping en de gemeenschap die hij nastreeft. Hij begint met een erkenning van de Romeinse gelovigen, die hij beschrijft als vol van goedheid en kennis, en in staat om elkaar terecht te wijzen. Hoewel hij hen soms streng heeft toegesproken, benadrukt hij dat dit gebeurde vanuit de genade die hem van God is geschonken.
De Apostolische Roeping: Dienaar van Christus voor de Heidenen
Paulus verklaart zijn roeping als een dienaar van Christus Jezus voor de heidenen. Zijn taak is het heiligendienst van het evangelie Gods, met als doel dat de offergave van de heidenen welgevallig zou zijn aan God, geheiligd door de Heilige Geest. Hij verlangt ernaar om de offerande der heidenen, hun geloof en gehoorzaamheid, aan God te presenteren als een zoete geur.
Zijn roem en trots vindt hij in Christus Jezus, en hij is vastbesloten om niet te spreken over iets anders dan wat Christus door hem heeft bewerkt. Dit omvat het tot gehoorzaamheid brengen van de heidenen door woord en daad, door tekenen en wonderen, en door de kracht van de Heilige Geest. Paulus beschrijft zijn missionaire werk als een volbrachte prediking van het Evangelie van Christus, van Jeruzalem tot Illyrië. Hij stelde er zijn eer in om het Evangelie te verkondigen op plaatsen waar Christus nog niet bekend was, om niet op eens anders fundament te bouwen, maar om te handelen naar de profetische woorden: "Zij, aan wie niets van Hem is verkondigd, zullen Hem zien en wie het niet gehoord hebben, zullen het verstaan."

Het Verlangen naar Rome en de Dienst aan Jeruzalem
Paulus legt uit dat hij herhaaldelijk verhinderd werd om naar Rome te komen. Nu er echter geen arbeidsveld meer over is in de oostelijke streken en hij na vele jaren verlangt naar een bezoek aan Rome, plant hij dit bezoek te combineren met een reis naar Spanje. Hij hoopt de Romeinen op zijn doorreis te zien en door hen ondersteund te worden voor zijn reis naar Spanje, nadat hij eerst van hen genoten heeft.
Momenteel is Paulus echter op reis naar Jeruzalem om de heiligen daar te dienen. De gemeenten van Macedonië en Achaje hebben ingestemd met het doen van een handreiking aan de armen onder de heiligen in Jeruzalem. Paulus benadrukt dat deze gemeenten niet alleen goedgezind zijn, maar ook verplicht zijn, aangezien de heidenen deel hebben gekregen aan de geestelijke goederen van de Joden en daarom ook verplicht zijn hen met hun stoffelijke goederen te dienen. Zodra hij deze taak heeft volbracht en de opbrengst heeft overhandigd, zal hij via Rome naar Spanje reizen. Hij is ervan overtuigd dat zijn komst naar Rome gepaard zal gaan met een volle zegen van Christus.
Oproep tot Gebed en Gemeenschap
Paulus vermaant de broeders in Rome om samen met hem te worstelen in het gebed tot God. Dit gebed is gericht op zijn bescherming tegen de weerspannigen in Judea en op een gunstige ontvangst van zijn dienstbetoon voor Jeruzalem door de heiligen aldaar. Zijn hoop is om met blijdschap tot hen te komen door Gods wil en zich samen met hen te verkwikken. De brief wordt afgesloten met de zegenwens: "De God nu des vredes zij met u allen! Amen."
Aanbeveling van Febe en Groeten aan Romeinse Gelovigen
Paulus beveelt Febe, een dienares van de gemeente te Kenchreeën, aan bij de Romeinen. Hij vraagt hen haar te ontvangen in de Heer op een wijze die de heiligen waardig is, en haar bij te staan wanneer nodig, aangezien zij velen, inclusief Paulus zelf, heeft bijgestaan.
Vervolgens groet hij diverse medearbeiders en gelovigen in Rome:
- Prisca en Aquila, zijn medearbeiders in Christus Jezus, die voor zijn leven hun hals hebben gewaagd.
- De gemeente bij hen aan huis.
- Zijn geliefde Epenetus, de eersteling voor Christus uit Asia.
- Maria, die zich veel moeite voor hen heeft gegeven.
- Andronikus en Junias, zijn stamgenoten en medegevangenen, die in aanzien staan onder de apostelen en reeds vóór Paulus in Christus waren.
- Ampliatus, zijn geliefde in de Heer.
- Urbanus, zijn medewerker in Christus, en zijn geliefde Stachys.
- Apelles, die in Christus beproefd is.
- Zij die behoren tot de kring van Aristobulus.
- Zijn stamgenoot Herodion.
- Zij die behoren tot de kring van Narcissus, die in de Heer zijn.
- Tryfena en Tryfosa, vrouwen die zich moeite hebben gegeven in de Heer.
- De geliefde Persis, die zich veel moeite heeft gegeven in de Heer.
- Rufus, de uitverkorene in de Heer, met zijn moeder, die ook voor Paulus een moeder is geweest.
- Asynkritus, Flegon, Hermes, Patrobas, Hermas, en de broeders bij hen.
- Filologus, Julia, Nereus met zijn zuster, en Olympas, benevens al de heiligen die bij hen zijn.
Hij roept hen op elkaar te groeten met de heilige kus en vermeldt dat al de gemeenten van Christus hen groeten.
Waarschuwing tegen Afwijking en Valse Leraren
Paulus vermaant de broeders om hen in het oog te houden die, in afwijking van het onderwijs dat zij hebben ontvangen, onenigheid en verleidingen veroorzaken, en om hen te mijden. Hij stelt dat zulke lieden niet onze Heer Christus dienen, maar hun eigen buik, en dat zij door hun schoonklinkende en vrome taal de harten van de argelozen misleiden. Hij prijst hun gehoorzaamheid die bij allen bekend is geworden, en wenst dat zij niet alleen wijs zijn tot het goede, maar ook onbesmet van het kwade.
De brief eindigt met de zegenwens: "De God nu des vredes zal weldra de satan onder uw voeten vertreden. De genade van onze Here zij met u!"
Afsluitende Groeten en Theologische Samenvatting
Paulus voegt nog enkele persoonlijke groeten toe. Zijn medearbeider Timoteüs en zijn stamgenoten Lucius, Jason en Sosipater groeten hen. Paulus zelf, Tertius, die de brief heeft opgeschreven, groet hen in de Heer. Ook Gajus, wiens gastvrijheid hij en de gehele gemeente genieten, laat hen groeten. Verder groeten Erastus, de stadsrentmeester, en Quartus, de broeder.
De brief besluit met een krachtige theologische samenvatting van de kern van het evangelie: Hem, die bij machte is hen te versterken - naar zijn evangelie en de prediking van Jezus Christus, naar de openbaring van het geheimenis dat eeuwenlang verzwegen was, maar nu geopenbaard en door profetische schriften, volgens bevel van de eeuwige God, tot bewerking van gehoorzaamheid des geloofs bekendgemaakt onder alle volken - Hem, de alleen wijze God, zij, door Jezus Christus, de heerlijkheid in alle eeuwigheid!