Huub Oosterhuis: Theoloog, Dichter en Vernieuwer van het Geloof

Wie was Huub Oosterhuis?

Huub Oosterhuis (1 november 1933 - eerste paasdag 2023) was een vooraanstaand theoloog, priester, dichter, Bijbelvertaler en een sleutelfiguur in de vernieuwingsbeweging van de katholieke kerk in Nederland. Hij verwierf brede bekendheid door zijn vermogen om de Bijbelse boodschap op een hedendaagse en poëtische wijze te vertolken. Naast zijn theologische werk was hij ook medeoprichter van invloedrijke culturele centra zoals De Populier, de Rode Hoed, De Balie en De Nieuwe Liefde in Amsterdam.

Portret van Huub Oosterhuis

Een Vruchtbaar Dichterlijk Oeuvre

Oosterhuis' poëtische oeuvre is omvangrijk en divers. Het omvat honderden liedteksten en gedichten die variëren van bewerkingen van psalmen en politieke protestliederen tot mystiek getinte gezangen en intieme, persoonlijke 'vrije poëzie'. Zijn werk heeft diepe indruk gemaakt op zowel gelovigen als ongelovigen, en heeft velen geholpen om hun band met het geloof en de christelijke traditie te behouden, zelfs in tijden van secularisatie.

Enkele van zijn klassiekers, zoals Licht dat ons aanstoot, Zomaar een dak en De steppe zal bloeien, behoren al jaren tot de populairste kerkgezangen en worden nog steeds veelvuldig gezongen in kerken en gemeenten.

Vernieuwing binnen de Kerk

Als priester van de Jezuïetenorde, waarin hij in 1952 intrad en in 1964 gewijd werd, ontpopte Oosterhuis zich al snel als een voorvechter van kerkelijke hervormingen. Hij was een uitgesproken pleitbezorger voor de afschaffing van het celibaat, wat uiteindelijk leidde tot zijn vertrek uit de jezuïetenorde in 1969 en zijn ontslag als studentenpastor in 1970. Na zijn huwelijk en het stichten van een gezin, waarbij zijn kinderen Tjeerd en Trijntje zelf ook bekendheid verwierven in de muziekwereld, vond zijn werk brede erkenning, met name vanuit protestantse kring.

Zijn bijdrage aan de oecumenische liedcultuur en liturgische vernieuwing werd in 2002 bekroond met een eredoctoraat aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Bij de Remonstranten genoten zijn teksten grote waardering en werden vele van zijn liederen, zoals Zo vriendelijk en veilig als het licht en Wonen overal nergens thuis, regelmatig gezongen.

Afbeelding van de Rode Hoed in Amsterdam

De Rode Hoed: Een Ontmoetingsplek

Een bijzondere band bestond er tussen Oosterhuis en de Remonstranten, mede door de opening van een studentenecclesia en discussiecentrum in De Rode Hoed in 1990. Dit historische pand, oorspronkelijk een schuilkerk voor de Remonstranten, werd onder zijn leiding een bruisende locatie waar poëzie, muziek, politiek, kerk en leerhuis samenkwamen. De naam van dit centrum, geïnspireerd door de gevelsteen met een hoedje, werd wijd en zijd bekend. Oosterhuis was tot 1998 directeur van De Rode Hoed.

Nieuwe Religieuze Taal en het Mysterie van God

Huub Oosterhuis was een meester in het creëren van nieuwe religieuze taal, waarmee hij mensen dichter bracht bij het mysterie en geheim van God. Hij stelde dat geloof een 'tweede taal' vereist, naast de taal van feiten en heldere begrippen. Deze tweede taal, die van beelden en poëzie, is geschikt om een werkelijkheid op te roepen waarvoor geen woorden bestaan. Door deze beeldtaal, die volgens hem 'iets oproept van wat eigenlijk niet te zeggen is, maar wat je spreekt om niet helemaal te hoeven zwijgen', benaderde hij het goddelijk mysterie, met het besef dat geen enkel woord God volledig kan omvatten.

Zijn metafoor van God die mensen, als adelaarsjongen, laat uitvliegen maar hen onder Zijn vleugels beschermt en opvangt bij dreigende val, sprak velen tot de verbeelding.

God in de Politieke Werkelijkheid

Oosterhuis' geloof reikte verder dan poëtische beschouwingen; hij zag God ook verankerd in de concrete politieke werkelijkheid. Bij de begrafenis van Prins Claus in 2002 benadrukte hij dat het woord 'God' in kerkdiensten soms te gemakkelijk wordt gebruikt. Hij stelde voor om met God te verwijzen naar 'die Ene, die in de joodse bijbel en in de geschriften over Jezus de pleitbezorger is van vluchtelingen, ballingen. De God die solidariteit en gerechtigheid wil, liever dan adoratie en mooie liederen.'

In zijn pamflet Red hen die geen verweer hebben (2012) uitte hij kritiek op de samenleving waarin 'eigenbelang en hebzucht de plaats van God hebben ingenomen' en het neoliberale economische systeem als hoogste goed wordt beschouwd. Tegenover dit neoliberalisme plaatste Oosterhuis de Bijbel, met de kernboodschap: 'Heb je naaste lief als jezelf. De rest is commentaar.'

De Stem van God in de Mens

Oosterhuis' interpretatie van het geloof benadrukte de innerlijke aanwezigheid van God. Hij schreef dat er in mensen 'iets als een stem', 'iemand als een stem' is die oproept tot vrijheid en elkaar bevrijden. Wie deze stem hoort en de wil tot een dergelijk leven bespeurt, hoort de stem van de Bevrijder-Schepper-God. Deze stem, die diep in ons woont, is de oorsprong van alles en de kern van het bijbelse geloofsverhaal.

Hij stelde dat de Bijbel spreekt over een God die de aarde en de mensen aan elkaar heeft gegeven, en die niet direct ingrijpt in aardse gebeurtenissen. God helpt, troost en begeestert juist door mensen heen. De stem die in ons geweten spreekt, is Gods stem. Wat we in de Bijbel lezen, wordt herkend in onszelf, daar waar hart en verstand samenkomen.

Trijntje Oosterhuis over de diepere betekenis van het liedje 'Ken je mij' | Adieu God?

Gebeden en Verwachtingen

In de bundel Dan nog, met verzamelde gebeden van Huub Oosterhuis en samengesteld door Kees Kok, worden de gebeden geordend rond thema's als naam, ouder, helper, geest, licht en morgen. Oosterhuis moedigt de lezer aan om te leren bidden: een proces van afdalen in jezelf, woorden proeven, krachten verzamelen en hart en verstand reorganiseren, om zo te luisteren naar de innerlijke stem.

De Adventstijd, zo legde Oosterhuis uit, is een periode van verwachting én bekering, waarbij de verwachtingen zelf bekeerd moeten worden. God komt anders dan wij verwachten, en vraagt een aanpassing van onze verwachtingen ten aanzien van Hem. De kern van het evangelie, zoals verwoord in de passage over Johannes de Doper, is dat God aanwezig is, maar vaak onzichtbaar voor wie niet wil zien of geloven.

tags: #preken #van #huub #oosterhuis