De Geschiedenis van het Gereformeerd Protestantisme in Nederland

Na de Reformatie leek de situatie in Nederland op het eerste gezicht eenvoudig: naast de rooms-katholieke kerk, die formeel niet was toegestaan, bestond de Gereformeerde kerk, de kerk van de Calvinisten, die door de overheid werd bevoorrecht. De dagelijkse praktijk in de Republiek was echter genuanceerder, met name wat betreft de protestantse kerken. De Gereformeerde kerk, zoals die in de 16e eeuw ontstond, was niet de enige uit de reformatiebeweging. Naast haar ontstonden er ook Lutherse gemeenten en de beweging van de Doopsgezinden. Opmerkelijk is de aanwezigheid van een Doopsgezinde kerk in Hazerswoude, de enige in Rijnland. Over de geschiedenis van deze kerk is echter weinig bekend.

De Gereformeerde kerk verwierf de meeste aanhang in Nederland. De reformatie had gevolgen in bijna elk Hollands dorp; pastoors werden vervangen door predikanten. Ook de inwoners van Benthuizen, Hazerswoude en Koudekerk maakten deze omwenteling mee. Dit betekende echter niet dat iedereen zich direct bekeerde tot het gereformeerde geloof. Gedurende de Republiek genoten de inwoners van de gewesten vrijheid van godsdienst, hoewel de gereformeerde godsdienst wel bevoorrecht was. Dit hield in dat gereformeerden toegang kregen tot de kerkgebouwen waar voorheen de rooms-katholieke eredienst plaatsvond. Bovendien was het in de Republiek een vereiste om gereformeerd te zijn voor overheidsfuncties. De rooms-katholieke godsdienst, evenals het lutheranisme en de doopsgezindheid, was echter niet verboden.

Theologische Conflicten binnen de Gereformeerde Kerk

De Gereformeerde kerk was niet uniform wat betreft de leer. Vooral over de predestinatie, de leer van de voorbeschikking, werd hevig gediscussieerd. Aanvankelijk was dit een theologisch geschil tussen twee Leidse hoogleraren, Gomarus en Arminius, die beiden volgelingen kregen. Dit conflict escaleerde toen in 1610 veertig predikanten hun 'Remonstrantie' opstelden, waarin zij hun bezwaren uitten tegen de strikte uitleg van de Calvinisten. De kwestie kreeg een politieke lading toen Johan van Oldenbarnevelt, hun belangrijkste medestander, het geschrift in de Staten bracht. Prins Maurits koos de kant van de contraremonstranten. Uiteindelijk werd in de Synode van Dordrecht van 1618/1619 de leer van de remonstranten veroordeeld. Zij werden uit de Gereformeerde kerk gezet en stichtten hun eigen kerken.

Illustratie van de Synode van Dordrecht

De Ontwikkeling van het Protestantisme na de Franse Tijd

Tijdens de Franse Tijd, de periode van vrijheid, gelijkheid en broederschap, werd de vrijheid van godsdienst en de openbare uitoefening ervan een recht. Dit bleef zo na het vertrek van de Fransen in 1813. In de periode van het Koninkrijk onderging de kerk echter veranderingen. De naam Gereformeerde kerk werd gewijzigd in Nederlandse Hervormde Kerk, die bestond uit plaatselijke Hervormde gemeenten. De overheid stelde een reglement op voor deze kerk, wat een van de oorzaken was van het ontstaan van afsplitsingen.

Vanaf het eerste kwart van de 19e eeuw ontstond binnen de Hervormde kerk discussie over de leervrijheid. Dit leidde in 1834 tot de afscheiding van verschillende predikanten van de Nederlandse Hervormde Kerk. De afgescheidenen werden door de overheid vervolgd, met arrestaties en boetes tot gevolg. Binnen de beweging van de afscheiding onderscheidden zich verschillende groepen. De afgescheidenen wilden de oude naam Gereformeerd behouden om hun afstamming van de oude Gereformeerde kerk te benadrukken. De regering erkende deze groepen echter alleen onder de naam Christelijke Afgescheiden Gemeente. Een deel accepteerde dit, terwijl een ander deel zich Gereformeerde gemeente onder het kruis noemde, kortweg de Kruisgemeenten.

Een tweede geschil binnen de Nederlandse Hervormde Kerk leidde tot een afsplitsing die bekend werd als de Doleantie, onder leiding van Dr. Abraham Kuyper. Hiermee ontstonden er twee orthodoxe stromingen die zich van de Nederlandse Hervormde Kerk hadden afgesplitst: de kerken voortkomend uit de Afscheiding en die uit de Doleantie. In 1892 werden deze groepen samengevoegd tot de Gereformeerde Kerken in Nederland. Enkele gemeenten bleven buiten deze samenvoeging, maar Hazerswoude en Koudekerk traden toe tot dit nieuwe kerkverband.

De Ontwikkeling van de Gereformeerde Gemeenten

De Gereformeerde kerk van Benthuizen is relatief jong. Een bijzondere kerk met wortels in de Afscheiding zijn de Oud-Gereformeerde gemeenten in Nederland. Deze ontstonden uit het werk van ds. L.G.C. Ledeboer in Benthuizen, die in conflict kwam met de kerk en in 1840 zijn reglementenbundel en gezangenboek begroef. In 1841 werd hij afgezet en stichtte hij gemeenten op diverse plaatsen. Bij de samenvoeging van deze gemeenten met de Kruisgemeenten ontstonden de Gereformeerde gemeenten in Nederland en Noord-Amerika. Een kleine groep bleef apart en voerde de naam Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland.

Kerkgemeenschappen hebben vaak de neiging uit elkaar te gaan in plaats van naar elkaar toe te groeien. In 1961 begon een proces van samenwerking tussen Hervormde gemeenten en Gereformeerde kerken (van 1892). Dit leidde uiteindelijk, in de 21e eeuw, tot de oprichting van de PKN (Protestantse kerk in Nederland), waarin een aantal kerkelijke gemeenten fuseerden. Andere gemeenten werden wel onderdeel van de PKN, maar behielden plaatselijk hun zelfstandigheid en de naam Hervormde gemeente of Gereformeerde kerk.

Verschillen en Overeenkomsten in de Protestantse Kerk

De vraag "Hoe weet ik dat alles wat in de Bijbel staat waar is?" wordt vaak gesteld. Vroeger zat men in de Hervormde kerk, nu in de gereformeerde, maar de precieze verschillen blijven onduidelijk, terwijl het geloof in Jezus Christus als Redder gedeeld wordt. Om deze vraag te beantwoorden, is het nuttig de geschiedenis van beide kerken te overzien. Na de kerkhervorming van Luther en Calvijn ontstonden in Nederland twee kerkelijke hoofdstromingen: de Rooms-Katholieke en de gereformeerde, later de Nederlandse Hervormde kerk genoemd. In het begin van de 19e eeuw bemoeide de overheid zich steeds meer met het kerkelijke leven, wat leidde tot de volledige staatskerkstatus van de Nederlandse Hervormde kerk in 1816. Dit resulteerde in onvrede en een afscheiding in 1834, verbonden aan de naam van ds. H. de Cock. Deze beweging verspreidde zich snel over het land.

Enkele tientallen jaren later, in 1886, vond om vergelijkbare redenen een afscheiding plaats onder leiding van dr. A. Kuyper, bekend als de "Doleantie". Zo ontstonden er twee kerken, afgescheiden van de Nederlandse Hervormde kerk, die naast elkaar bestonden. In 1892 verenigden de kerken van de Afscheiding en de Doleantie zich tot de Gereformeerde Kerken in Nederland (GKN). De grondslag van de GKN werd gevormd door de Bijbel en de gereformeerde belijdenisgeschriften: de Heidelbergse Catechismus, de Dordtse Leerregels en de Nederlandse Geloofsbelijdenis. De autonomie lag bij de plaatselijke gemeente, met de kerkenraad aan het hoofd. De organisatie was gebaseerd op de Dordtse Kerkorde (DKO), vastgesteld op de synode van Dordrecht in 1618-1619.

Op 1 mei 2004 zijn de Gereformeerde Kerken in Nederland, de Nederlandse Hervormde Kerk en de Evangelisch-Lutherse Kerk opgegaan in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Gemeenten die niet met deze fusie meegingen, vormden het Kerkverband van de Gereformeerde Kerken (hersteld), die de Gereformeerde Kerken voortzetten. Deze kerk werd gevormd in de periode 2003-2004. Hun grondslag is geheel de Schrift, de algemene belijdenissen (Apostolische Geloofsbelijdenis, Geloofsbelijdenis van Nicea, Geloofsbelijdenis van Athanasius) en de gereformeerde belijdenisgeschriften, conform de Dordtse Kerkenordening.

Aan de zijde van de Nederlandse Hervormde Kerk was er ook weerstand tegen de fusie. Gemeenten en leden die de Nederlandse Hervormde Kerk niet wilden opgeven, stichtten de Nederlandse Hervormde Kerk (hersteld). Ongeveer 50.000 hervormden accepteerden de eenwording niet, omdat hiermee de Nederlandse Hervormde Kerk feitelijk werd opgeheven en de confessionele gereformeerde grondslag werd losgelaten. De Drie Formulieren van Eenheid (Nederlandse Geloofsbelijdenis, Heidelbergse Catechismus, Dordtse Leerregels) vormden eeuwenlang de basis van de Nederlandse kerken van Gereformeerde signatuur. In de Kerkorde van de PKN is de grondslag verruimd met de onveranderde Augsburgse confessie en de Catechismus van Luther, die op fundamentele punten haaks staan op de gereformeerde belijdenisgeschriften. Ook de Barmer Thesen en de Concordie van Leuenberg zijn opgenomen, wat spanning oproept met de gereformeerde belijdenisgeschriften. Bepaalde onderdelen, zoals de voorzienigheidsleer en de leer van de dubbele predestinatie, roepen weerstanden op en hebben geleid tot aanpassingen in de grondslag van de PKN.

Overzicht van de Drie Formulieren van Eenheid

Zowel de Gereformeerde Kerken als de Hervormde Kerk hebben dezelfde afkomst, maar door voortdurende meningsverschillen zijn er steeds aftakkingen ontstaan, wat resulteerde in vele verschillende kerken. De Gereformeerde Kerken (hersteld) en de Hersteld Hervormde kerk delen dezelfde belijdenisgeschriften. Alle gemeenten die behoren tot de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) hebben dezelfde belijdenisgeschriften, zoals vastgelegd in de PKN-grondslag.

Binnen de kerken, zowel binnen de Hersteld Hervormde Kerk als binnen de Protestantse Kerk in Nederland, bestaan verschillen in leer en leven. Soms worden andere accenten gelegd op de leer, zoals de nadruk op verkiezing of verbond. Ook kunnen kerken eigen regels hebben. In uiterlijke vormen, de nadruk op kerkelijke leerstukken en de vorm van de kerkdienst kunnen gemeenten verschillen.

De Gereformeerde Traditie en Verschillen met het Lutheranisme

Het gereformeerd protestantisme in Nederland omvat de kerkelijke stromingen die geïnspireerd zijn door Johannes Calvijn. De term 'gereformeerd' duidt op de afkomst uit de Reformatie. Het grootste gereformeerde kerkgenootschap in Nederland was achtereenvolgens de Nederduitse Gereformeerde Kerk, de Nederlandse Hervormde Kerk en sinds 2004 de Protestantse Kerk in Nederland. In de loop der geschiedenis hebben zich hiervan tal van kleinere kerkgenootschappen afgesplitst en soms weer gefuseerd.

Het gedachtegoed van de Reformatie verspreidde zich vanaf circa 1520 vanuit Zwitserland, met name door het werk van Johannes Calvijn. In 1571 werd in Emden de Nederduitse Gereformeerde Kerk gesticht, die aanhang verwierf in de gehele Nederlanden. In de Zuidelijke Nederlanden leidde strenge vervolging tot een vluchtelingenstroom naar het Noorden. De Synode van Dordrecht van 1618 was een reactie op de geschillen tussen Remonstranten en Contra-remonstranten. De Gereformeerden verwierpen de vrije wil van de mens en legden hun opvattingen over predestinatie vast in de Drie Formulieren van Eenheid.

In de 17e en 18e eeuw kende Nederland een Nadere Reformatie, een vroomheidsbeweging die nadruk legde op het strikt volgen van de kerkelijke leer. Ook in de koloniën van de Republiek ontstonden gereformeerde kerken.

Vanaf 1816 kreeg de internationale opwekkingsbeweging het Reveil een eigen orthodox-protestantse vorm, met nadruk op de beleving van eigen vroomheid en de harmonie van dogma en gevoel. De nieuwe Nederlandse Hervormde Kerk was centralistischer dan haar voorganger, wat leidde tot onrust en de Afscheiding van 1834 onder ds. Hendrik de Cock. Uit deze afscheiding ontstonden de Gereformeerde Kerken onder het Kruis en de Christelijke Afgescheiden Gemeenten, die zich in 1869 verenigden tot de Christelijke Gereformeerde Kerk.

In 1886 vond een grote kerkscheuring plaats onder leiding van ds. Abraham Kuyper, de Doleantie. Een deel van de kerkraden brak met het bestuur van de Nederlandse Hervormde Kerk en noemde zich de Nederduitse Gereformeerde Kerk (Dolerende). In 1892 verenigden de Afscheiding en de Doleantie zich tot de Gereformeerde Kerken in Nederland (GKN). Diverse afsplitsingen volgden, zoals de Gereformeerde Kerken in Hersteld Verband (1926), de Vrijmaking (1944), en de Nederlands Gereformeerde Kerken (1967). In 2023 gingen de laatste twee weer samen als de Nederlandse Gereformeerde Kerken.

De Christelijke Gereformeerde Kerken zijn ontstaan in 1892 uit de Christelijke Gereformeerde Kerk (1869). Het landelijk verband van de Gereformeerde Gemeenten is ontstaan in 1907 door een vereniging van de Kruisgemeenten en de 'Ledeboerianen'. In 1953 vond een scheuring plaats, waaruit de Gereformeerde Gemeenten in Nederland ontstonden.

De Oud-Gereformeerde Gemeenten waren actief tussen 1907 en 1948. De Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland ontstonden in 1948 uit een fusie van de Federatie van Oud Gereformeerde Gemeenten en de Oud-Gereformeerde Gemeenten (Boone-gemeenten). Kenmerkend is de lossere kerkstructuur, de markante personen en voorgangers, en een minder strakke dogmatische profilering.

De tegenstellingen binnen de Nederlandse Hervormde Kerk in de tweede helft van de 19e eeuw, tussen vrijzinnigen en rechtzinnigen, speelden een grote rol. Tegenover het opkomende socialisme stelde ds. Abraham Kuyper de antithese. Na de Vrijmaking van 1944 moderniseerden de Gereformeerde Kerken onder invloed van maatschappelijke ontwikkelingen. Het Samen op Weg-proces (vanaf 1961) was een poging tot samenwerking tussen de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse Kerk, wat uiteindelijk leidde tot de fusie tot de PKN in 2004.

Leden van de Nederlandse Hervormde Kerk die bezwaren hadden tegen de fusie, stichtten in 2004 de Hersteld Hervormde Kerk. De gereformeerde gezindte omvat orthodox-gereformeerden en bevindelijk gereformeerden, die samenwerken binnen het Contact Orgaan van de Gereformeerde Gezindte (COGG). Vrijzinnigen, die in de 19e eeuw een aanzienlijk deel van de Nederlandse Hervormde Kerk vormden, zijn inmiddels gemarginaliseerd. De Remonstrantse Broederschap is een volledig vrijzinnig kerkgenootschap.

Het moderne midden is de gematigde hoofdstroming binnen de Protestantse Kerk in Nederland, voortkomend uit de midden-orthodoxie van de Nederlandse Hervormde Kerk en de modern-gereformeerden van de Gereformeerde Kerken. De evangelische of evangelicale stroming binnen het gereformeerd protestantisme is relatief nieuw en ontstond onder invloed van evangelische kerkgenootschappen.

De orthodox-gereformeerden vormen de hoofdstroming in de Nederlandse Gereformeerde Kerken en de meerderheid binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken. De Nederlandse Gereformeerde Kerken ontstonden uit een fusie van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) en Nederlands Gereformeerde Kerken.

De Protestantse Kerk in Nederland (PKN)

De Protestantse Kerk in Nederland (PKN) is een relatief jonge kerk, officieel opgericht op 1 mei 2004 door de fusie van de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse Kerk. Dit proces van eenwording ging gepaard met een lange periode van voorbereiding, beginnend met de oproep van achttien hervormde en gereformeerde predikanten in 1961. De PKN erkent de oude geloofsbelijdenissen: de Apostolische geloofsbelijdenis, de geloofsbelijdenis van Nicea en de geloofsbelijdenis van Athanasius.

De kerkelijke scheiding die ontstond na de Afscheiding en Doleantie in de negentiende eeuw, had aanvankelijk hoge muren opgetrokken tussen hervormden en gereformeerden. Na een periode van interne rust in zowel de Nederlandse Hervormde Kerk (NHK) als de Gereformeerde Kerken in Nederland (GKN), begonnen in de jaren vijftig voorzichtig besprekingen over gevoelige onderwerpen. In 1961 deden negen hervormde en negen gereformeerde predikanten, allen werkzaam in de missionaire arbeid, de oproep tot eenwording: 'de gescheidenheid van de hervormde en de gereformeerde kerken kan niet langer geduld worden'.

Het Samen op Weg-proces verliep moeizaam, maar mondde uiteindelijk uit in de fusie. De Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden voegde zich in 1990 bij het proces. De nieuwe kerkorde werd in 1997 vastgesteld en in 1999 werd het Protestants Landelijk Dienstencentrum geopend. Op 1 mei 2004 werd de PKN officieel gevormd. De PKN is sindsdien het grootste gereformeerd-protestantse kerkgenootschap in Nederland, hoewel er binnen dit kerkgenootschap nog steeds grote onderlinge verschillen bestaan in opvattingen over kerkelijke leer en praktijk.

Binnen de PKN zijn er verschillende mogelijkheden voor gemeenten en leden om hun identiteit te behouden. Een afzonderlijke hervormde gemeente kan blijven bestaan binnen de PKN, net als gewone hervormde of gereformeerde wijkgemeenten. Ook een gewone protestantse wijkgemeente is mogelijk. De kerkorde biedt de mogelijkheid om meer dan één gemeente binnen dezelfde geografische grenzen te hebben, waarbij leden de vrijheid hebben om te kiezen. Dit kan leiden tot situaties waarin verschillende gemeenten, met behoud van hun eigen identiteit, naast elkaar bestaan binnen de PKN.

De vraag is of een wijkgemeente binnen de PKN nog een klassiek-gereformeerde identiteit kan aanhouden, met specifieke kenmerken zoals de nadruk op de gereformeerde belijdenisgeschriften, de gereformeerde prediking, het zingen van psalmen en het weren van vrouwelijke ambtsdragers. Hoewel de kerkorde ruimte biedt voor een dergelijke identiteit, is er geen regel die verplicht dat elke protestantse wijkgemeente dezelfde geestelijke ligging moet hebben. Een klassiek-gereformeerde wijkgemeente is dus volop mogelijk, met alle aspecten die daarbij horen.

Verschillen in Leer en Leven

Er zijn aanwijsbare verschillen tussen de Gereformeerde Kerken in de Protestantse Kerk in Nederland en de Hersteld Hervormde gemeenten in de Hersteld Hervormde Kerk. In de Gereformeerde kerk wordt minder nadruk gelegd op de noodzaak van wedergeboorte en persoonlijke bekering. De benadering is meer gericht op 'ieder gelooft', waarbij elke kerkganger in zekere zin als een waar gelovige wordt beschouwd. Dit hangt samen met de visie op het verbond en de Doop, waarbij Abraham Kuyper de veronderstelde wedergeboorte leerde: elke gedoopte wordt verondersteld wedergeboren te zijn, tenzij het tegendeel blijkt.

De basis van de gereformeerde kerk in de PKN is duidelijk anders dan die van de hersteld hervormde kerk. Door het meegaan in de fusie hebben de gereformeerde kerken binnen de PKN hun oorspronkelijke beginselen, waarvoor zij zich in het verleden afscheidden, verlaten. In de Gereformeerde kerk is voor de doop van een kind belijdenis van het geloof een voorwaarde.

Verschillen in levensstijl zijn ook waarneembaar. Gereformeerden en hersteld hervormden hebben vaak andere opvattingen over kleding, tv-gebruik, media en zondagsheiliging.

De Bijbel als Woord van God

De vraag "Hoe weet ik dat alles wat in de Bijbel staat waar is?" komt voort uit de ervaring dat veel van de 'mooie dingen' in de Bijbel, zoals wonderen, niet meer zichtbaar zijn in deze tijd. De wonderen die Jezus en zijn discipelen verrichtten, waren bedoeld om de gesproken woorden kracht bij te zetten en mensen tot geloof te lokken. Voorbeelden hiervan zijn de doortocht door de Rode Zee, David die Goliath verslaat, de weduwe met de olie, de wonderbare spijziging, de genezing van de blindgeborene en de opwekking van Lazarus. Het grootste wonder in de Bijbel is de geboorte en opstanding van Jezus Christus.

Deze wonderen, zowel natuurwonderen als wonderen van genezing en voorziening, tonen de almacht van God. Hebreën 13:8 stelt dat Jezus Christus gisteren en heden dezelfde is en in der eeuwigheid, wat impliceert dat Hij nog steeds in staat is wonderen te verrichten. Door ongeloof zien mensen deze wonderen echter niet altijd. Wonderen zoals de groei van gewassen, de geboorte van een kind, of genezing van ziekte, zijn voor ons onmogelijk, maar niet voor God. Het feit dat God zich om zondaren bekommert, is al een wonder.

Wat betreft de beloften in de Bijbel, er zijn zowel onvoorwaardelijke beloften (zoals de moederbelofte uit Genesis 3:15) als voorwaardelijke beloften (zoals "Bidt, en u zal gegeven worden"). Voor het ontvangen van voorwaardelijke beloften is geloof, gebed en zoeken vereist. Jakobus 1:5-6 benadrukt dat God wijsheid mildelijk geeft aan wie erom vraagt.

De betrouwbaarheid van Gods beloften is gebaseerd op Zijn karakter: God kan niet liegen en is betrouwbaar en rechtvaardig. Hij zal altijd in onze behoeften voorzien. Zelfs in beproevingen als armoede, ziekte en vervolging, is God trouw.

In tegenstelling tot het vrijzinnig protestantisme, waar wonderen en de kern van het christelijk geloof worden ontkend, benadrukt het gereformeerd protestantisme de waarheid van de Bijbel en de noodzaak van wedergeboorte door de Heilige Geest. De Drie Formulieren van Eenheid vormen de basis van de gereformeerde gezindte, die deel uitmaakt van de bredere protestantse gezindte. De gereformeerde leer vereist niet alleen kennis, maar ook een vast vertrouwen en beleving van Gods genade in het hart.

tags: #protestants #hervormd #gereformeerd