Regeling Woonbijdrage Predikant

Wanneer een predikant, voorganger of hoofd oudste bruto-inkomsten, ook wel traktement genoemd, ontvangt van de gemeente, is hij verplicht hierover inkomstenbelasting te betalen. Deze fiscale verplichting ligt tussen de predikant en de belastingdienst en de gemeente staat hier in principe buiten. De situatie van een predikant wordt vaak vergeleken met die van een ondernemer, aangezien hij inkomsten en kosten heeft. Echter, zijn inkomsten worden niet beschouwd als winst, draagt hij geen financieel risico en betaalt hij geen omzetbelasting. De predikant valt onder de Wet op de Inkomstenbelasting en is zelf verantwoordelijk voor zijn fiscale zaken.

Voor beginnende predikanten is het raadzaam om direct na aanvang van hun dienstverband een voorlopige aanslag voor het betreffende jaar aan te vragen om zo tijdig belasting te kunnen betalen. Als een pseudo-ondernemer is de predikant verplicht een eenvoudige administratie bij te houden van alle inkomsten en kosten. Deze inkomsten vallen onder de categorie 'inkomsten uit overige werkzaamheden', ook wel bekend als 'inkomsten met beperkt winstbegrip', en zijn belastbaar in box 1. Daarnaast dient hij alle uitgaven die verband houden met de uitoefening van zijn ambt te administreren. Deze kosten zijn aftrekbaar indien ze gestaafd kunnen worden met bewijsstukken. Jaarlijks wordt er een resultatenrekening opgesteld van alle inkomsten en uitgaven.

Schema van de fiscale verplichtingen van een predikant als pseudo-ondernemer.

Fiscale Bijtellingen en Regelingen

Sinds 1 januari 2001 past de Belastingdienst voor pseudo-ondernemers die een pastorie bewonen een bijtelling toe op basis van de WOZ-waarde van de pastorie. Dit betreft een jaarlijks vastgesteld percentage van de WOZ-waarde, dat in 2020 1,55% bedroeg en in 2021 1,45%, met een jaarlijks vast te stellen maximum.

Vanaf 1 januari 2003 geldt voor de pseudo-werknemer predikant een specifieke regeling. Hierbij wordt 18% van het jaarlijkse traktement bij een fulltime aanstelling bijgeteld. Het traktement omvat het basistraktement, periodieke verhogingen, vakantietoeslag en eindejaarsuitkering. Indien een predikant kan aantonen dat deze bijtelling van 18% aanzienlijk hoger is (minstens 25%) dan de economische huurwaarde van de ambtswoning, kan hij bij de Belastingdienst een beschikking aanvragen voor een lagere besparingswaarde. Deze vastgestelde waarde wordt dan de basis voor de belastingaangifte.

Er is ook een optie voor belastingvrije inkomsten voor pseudo-werknemers, zoals een verhuisvergoeding of jubileumgratificatie. De keuze tussen de verschillende opties kan per predikant en per belastingjaar worden gemaakt, afhankelijk van het te behalen voordeel.

De Rol van de Gemeente en de Kerkorde

Binnen de Protestantse Kerk is bij wet (GR 5-14) vastgelegd dat de gemeente verantwoordelijk is voor het zorgen van passende woon- en werkruimte voor haar predikant(en), zowel voor fulltime als parttime predikanten die binnen de gemeente kunnen wonen. De rechtspositieregeling en uitvoeringsbepalingen van predikanten specificeren de financiële consequenties hiervan. Het bieden van geschikte woon- en werkruimte vergemakkelijkt voor predikanten het aannemen van een beroep en bevordert de mobiliteit binnen het ambt.

Passende woonruimte houdt in dat het woongenot en de gebruikskosten (zoals voor gas, licht en water) in lijn zijn met maatschappelijke normen. Gezien de gestegen energiekosten wordt hierbij ook gekeken naar verduurzamingsmaatregelen zoals isolatie en zonnepanelen.

Illustratie van een pastorie met zonnepanelen en isolatie.

Woonbijdrage en Afwijkingsmogelijkheden

Wanneer een predikant de ambtswoning betrekt, is hij verplicht een woonbijdrage te betalen aan de gemeente. De hoogte hiervan is een percentage van de WOZ-waarde van de woning. Per 1 januari 2026 bedraagt dit 1,1% van de WOZ-waarde van 2024. Voor woningen met een lage WOZ-waarde geldt een minimale woonbijdrage (in 2026: € 784,95). Bij zeer hoge WOZ-waarden kan gekozen worden voor de 'opting-in-regeling', waarbij de woonbijdrage berekend wordt als een percentage van het fulltime traktement. Doorgaans ligt de woonbijdrage in beide gevallen onder de commerciële huurwaarde van de woning.

Jaarlijks worden zowel het percentage als de minimale woonbijdrage vastgesteld en gecommuniceerd in circulaires die door de centrale kas van Predikanten aan de colleges worden verstrekt. Voor predikanten die reeds hun pastorie bewoonden ten tijde van de aanpassingen van de woonbijdrage (1 januari 2019), geldt een overgangsbepaling. De kosten voor verhuizing en inrichting worden door het college aan de predikant vergoed, waarbij de kerk doorgaans de verhuiskosten betaalt en een vast bedrag op basis van het traktement uitkeert. De predikant hoeft hiervoor geen bonnetjes te overleggen.

Het is belangrijk dat het college de woning gebruiksklaar oplevert, zodat de predikant niet eerst zelf hoeft te klussen.

Overdrachtsbelasting en Onderhoudskosten

Sinds 1 januari 2023 geldt voor de aankoop van woningen die niet dienen als hoofdverblijf een hogere overdrachtsbelasting, vastgesteld op 8% per 1 januari 2026. Dit geldt ook voor ANBI-instellingen, waaronder kerken die een woning voor een predikant aanschaffen.

De kosten voor onderhoud en reparaties die volgens het Burgerlijk Wetboek voor rekening van huurders komen, worden door de predikant gedragen. Overige lasten en onderhoudskosten, inclusief tuinonderhoud, zijn voor rekening van de gemeente. Vanwege de specifieke positie van een predikant als gebruiker van een pastorie (noch huurder, noch eigenaar) en de gebruikelijke betaling van energierekeningen, kan de beslissing over duurzaamheidsmaatregelen complex zijn. Er wordt geadviseerd dat colleges de onderhouds- en verduurzamingsmaatregelen zelf doorvoeren en predikanten eventueel een extra maandelijkse betaling laten doen voor het gebruik van installaties zoals zonnepanelen. Deze extra kosten kunnen worden opgenomen in het bij de beroepsbrief gevoegde aanhangsel.

Infographic over de verdeling van onderhoudskosten tussen gemeente en predikant.

Nieuwe Wetgeving en Verhuurmogelijkheden

Vanaf 1 juli 2024 gaat de nieuwe wet uit van huurovereenkomsten voor onbepaalde tijd, met enkele uitzonderingen. Een beroep op de leegstandswet is mogelijk wanneer een woning tijdelijk leegstaat, met toestemming van de burgerlijke gemeente. Het tijdelijk verhuren van een pastorie totdat een nieuwe predikant is gevonden, valt echter niet onder deze categorieën. De wetgever maakt hierbij geen onderscheid tussen reguliere huurwoningen en leegstaande pastorieën of dienstwoning.

Een alternatieve oplossing kan zijn om de woning te verhuren aan statushouders, waarbij projecten zoals 'De Thuisgevers' kunnen bemiddelen tussen de burgerlijke gemeente en het COA.

Financiële Administratie en Woonbijdrage

De centrale kas van Predikanten verzorgt de administratie en financiering van de arbeidsvoorwaarden van predikanten, waardoor gemeenten administratief worden ontlast en de kosten eerlijk verdeeld worden over alle gemeenten in Nederland. Gemeenten betalen een vaste bijdrage per predikant, waardoor de kosten per predikant gelijk zijn, ongeacht ervaring of dienstjaren.

De regels voor de woonbijdrage of huur van een ambtswoning variëren afhankelijk van de specifieke situatie van de predikant en de woning. De begroting voor 2026 kan worden opgesteld op basis van deze gegevens. Bij het bepalen van de bijdrage voor deeltijdpredikanten wordt het deeltijdspercentage vermeerderd met € 387.

Voor beginnende predikanten geldt dat hun bijdrage voor de ambtswoning momenteel gebaseerd is op de hoogte van hun traktement. Dit betekent dat een beginnend predikant minder woonbijdrage betaalt dan een meer ervaren predikant, ongeacht de waarde van de ambtswoning. Deze waardering wijkt af van die van de Belastingdienst en het Pensioenfonds Zorg en Welzijn, die de waarde van het woongenot afhankelijk achten van de WOZ-waarde.

Om hierin een oplossing te bieden, heeft het Georganiseerd Overleg Predikanten besloten de bijdrage voor een ambtswoning ook afhankelijk te maken van de WOZ-waarde. Dit resulteert in een prijs voor de gemeente die samenhangt met de gedane investering, en een prijs voor de predikant die is afgestemd op de economische waarde. In 2019 bedroeg de woonbijdrage 1,65% van de WOZ-waarde. Vanwege de potentieel lage woonbijdrage in sommige gevallen, is een minimale woonbijdrage van € 624 per maand ingevoerd voor woningen met een WOZ-waarde tot € 454.000. Daarboven geldt het percentage van 1,65% van de WOZ-waarde. Bij uitzonderlijk hoge WOZ-waarden kan de 'opting-in-regeling' worden toegepast, wat ongeveer 25 ambtswoningen betreft.

De oude regeling blijft van kracht zolang een predikant in zijn huidige woning woont. Zodra een predikant een beroep aanvaardt in een andere gemeente, treedt de nieuwe regeling in werking. Bij het uitbrengen van een beroep kan de gemeente een betaalbare woning aanbieden, en de predikant kan bij het aannemen van het beroep rekening houden met de woonbijdrage volgens de nieuwe regeling.

Huisvestingstoelage voor predikanten

tags: #regeling #woonbijdrage #predikant