Scheldwoorden en identiteit binnen de gereformeerde kerken

De oorsprong en betekenis van 'Remonstrant' als scheldwoord

De term Remonstranten, historisch traceerbaar, is door de tijden heen aan begripsverwarring onderhevig geweest. Remonstranten of Arminianen waren aanhangers van de vrije wil. De term 'Remonstrant' mag echter niet te pas en te onpas gebruikt worden, zeker niet als scheldwoord om de tegenstander - evangelisch of gereformeerd - een etiket op te plakken waarin deze zich niet herkent.

Het dispuut tussen de Leidse hoogleraren Jacobus Arminius en Franciscus Gomarus over de vrije wil, de verkiezing en de verhouding tussen kerk en staat, vond plaats in een roerige periode binnen de Gereformeerde Kerk. Door ingrijpen van stadhouder prins Maurits raakten de Arminianen, inmiddels Remonstranten genoemd, na acht jaar strijd in 1618/1619 hun meerderheidspositie in Holland, Utrecht en Overijssel kwijt. De Nationale Synode van Dordrecht zette ongeveer 200 predikanten af die de Gereformeerde Kerk moesten verlaten. Zij stichtten in 1619 in Antwerpen de Remonstrantse Broederschap, die zich ontwikkelde tot een vrije geloofsgemeenschap.

Toen grote delen van de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken, sinds de jaren zestig van de vorige eeuw, in vrijzinnig vaarwater kwamen, betekende dit voor remonstrantse gemeenten een handicap. Vrijzinnigen konden nu makkelijk uitwijken naar in feite vrijzinnige gemeenten, wat leidde tot een sterke afkalving van de Remonstrantse Broederschap. Tussen Arminius, als 'stichter' van de gemeenschap van Nederlandse remonstranten, en de huidige remonstranten gaapt een grote kloof. Hoewel Arminius een andere visie op de vrije wil en de verkiezing leerde dan Gomarus, was zijn theologische positie in grote lijnen klassiek orthodox. Dit ligt anders bij de huidige remonstranten, die zich duidelijk van de klassieke geloofsbelijdenissen distantiëren.

Remonstrants en Arminiaans worden vaak door elkaar gebruikt. Arminiaans is als term in methodistische en wesleyaanse kringen ingeburgerd om de vrije toestemming van de genade te onderstrepen, het keuzemoment in de bekering. Vanuit orthodox-gereformeerde kring worden evangelischen als Arminiaans en Remonstrants betiteld, omdat evangelischen de nadruk leggen op de keuze voor Jezus, alsof zij zelf het heil kunnen bewerken. Maar ook onder de orthodox-gereformeerden wordt de term Remonstrant gebruikt om mensen terecht te wijzen die de verantwoordelijkheid van de mens te eenzijdig zouden benadrukken, ten koste van zijn doodstaat.

De term Remonstrants kan ook aanleiding zijn tot zelfkritiek. De hersteld hervormde predikant ds. D. Heemskerk heeft in zijn boek "En om Uw gunst en waarheid saam" gewezen op "de remonstrant in ons". De opvatting dat een bepaalde mate aan schuldontdekking voorwaarde is voor de genadige komst van Christus, stelt hij als remonstrants aan de kaak. De gedachte hierachter is dat de mens wel bekeerd wil worden, maar God dat niet wil. "De mens zegt dat natuurlijk niet hardop, maar hij denkt het wel. Het remonstrantisme woont ook in ons."

Verbeelding van een theologische discussie tussen twee historische figuren

'Gereformeerd' als scheldwoord en identiteitskenmerk

"Het Gereformeerden Boek" (uitg. Waanders, Zwolle) is een lees- en kijkboek over hoe gereformeerden vanaf de negentiende eeuw hun leven vormgaven op school, in de kerk, in het verenigingsleven en in de politiek. De auteur stelt vast dat er vele soorten gereformeerden zijn: oud gereformeerden, christelijk gereformeerden, vrijgemaakt gereformeerden, hersteld gereformeerden, voortgezet gereformeerden. "Eén ding hebben ze gemeenschappelijk, en dat is hun strijdbaarheid."

De auteur wijst op hun verzet tegen de Duitsers, de strijd tegen de eigen zonde en de verleidingen van de duivel; maar ook op hun strijd voor de waarheid. "Gereformeerden bestrijden elkaar zo vaak en zo indringend, dat er vele kerkscheuringen van kwamen." Het beeld dat buitenstaanders van gereformeerden hadden en hebben, is: rechtlijnig, weinig verdraagzaam, stijf en braaf, sober en ingetogen. Toch heeft het gereformeerde verleden veel te bieden dat niet of nauwelijks overeenkomt met het huidige beeld. "Zij waren niet altijd rechtlijnig, rationeel en overtuigd van zichzelf. Sterker nog, gereformeerden zeiden dat ze zondaars waren, van nature geneigd tot alle kwaad. Ze geloofden dat alle goede dingen die ze meemaakten, hun door God geschonken waren, en dat ze niets aan zichzelf te danken hadden. Na hun dood zouden ze naar de hemel gaan, niet omdat ze zulke voortreffelijke mensen waren geweest, maar omdat God hun het ware geloof geschonken had."

De gereformeerde wereld kan volgens de auteur ruwweg in twee stroomgebieden worden verdeeld: die van de bevindelijke gereformeerden en die van de Kuyperiaanse gereformeerden. Het boek gaat vooral over het stroomgebied van Abraham Kuyper. Het gereformeerde leven was daarbij meer dan de georganiseerde bijeenkomsten, de formaliteiten en de rituelen waarvan de gedenkboeken bol staan. Vandaar de keuze voor 350 vaak nooit eerder gepubliceerde foto’s van informele momenten en gebeurtenissen.

Volgens Van Dale is 'gereformeerde' een vulgair scheldwoord. Als je gereformeerd was, at je zondags een King-pepermunt op. Dat muntje was bij gereformeerden verantwoord en populair omdat het precies een preek lang duurde voordat het in de mond gesmolten was. Niet voor niets wordt pepermunt schertsend 'kerkvoer' genoemd. Hervormden sabbelden op een Faam, die zachter waren.

De gereformeerde kerk werd afgescheiden van de wereld door een groot hek met prikkeldraad en een sloot. Een vieze brede 'joepesloot', een gitzwarte drab geconstrueerd uit de zondagse gang naar het kerktoilet, het afvalwater van het gereformeerd buurthuis en de 'schiete' van de kruidenier. Zo kon het gebeuren dat twee groepen jongens tegenover elkaar stonden gescheiden door een joepesloot. Men bezigde scheldwoorden als 'lelke Koksioanen', 'Pepermuntvreters' en 'Schaifnekken'. En zij zongen: 'Schelden, schelden dut nait zeer, sloagen sloagen kom mor hier'. Dat durfden ze wel achter de joepesloot.

Een vast element van de niet-katholieke kerkdienst is het zuigen op pepermunt tijdens de preek. Een gereformeerde ('pepermuntvreter' is een scheldwoord voor een gereformeerde) gebruikte 's zondags King-pepermunt: hard, door geoefende vingers in vier kwarten te breken en dan goed voor bijna tien minuten. Hervormden sabbelden op de iets zachtere Faam. Het doorgeven van een rolletje pepermunt aan je buurman was een kunst. Voor niet-gereformeerden geldt: eerst doorgeven, pas bij terugkeer van het rolletje mag je er een pakken. Katholieken eten tijdens de preek geen pepermunt, omdat de preek vóór de communie komt en men een uur voor de communie niets mag eten. Tenzij een priester heel lang preekt en men direct bij het begin van de preek een pepermuntje neemt, dan zou het kunnen.

Illustratie van een preek met pepermuntjes in de kerk

Synodocratie en de Vrijmaking: een strijd om gezag

De term 'synodocraten' wordt soms gebruikt en is geen scheldwoord, maar een term van zuivere typering van een welbewust gekozen standpunt. Men spreekt beter niet van 'kerken in synodaal verband', omdat bij gereformeerde kerken de synode in het verband der kerken staat, doch niet de kerken in het verband der synode. Anders staat het met de term 'synodocratisch', waarbij 'cratisch' afgeleid is van een Grieks woord dat 'regeren' betekent.

De synodocratische kerken hebben de opvatting dat de synode zich vergreep aan het recht der kerken. De strijd ging dan ook niet tégen het gezag der synodes, maar vóór dat der kerken. De laatste synodes hebben zichzelf macht toegekend los van de instructies der kerken. Daarmee was de synodocratie al ingevoerd. Toen Klaas Schilder opkwam tegen de benoeming van de zoon van dr. Ridderbos door een daartoe onbevoegde synode, werd men kwaad. Schilder streed niet tégen het gezag der synodes, maar vóór dat der kerken. Hij had geduld met het kerkverband en volgde de kerkelijke weg, maar dit mocht niet van de 'synode'.

De kerkorde verbiedt de schorsing van een dienaar des Woords met algehele negatie van de eigen kerkeraad van de man. Er wordt zoogenaamd 'geschorst', zonder dat de kerkeraad erin gemengd is, zonder dat de synode door de kerken in de zaak binnengehaald is, zonder dat het een zaak van appèl is, zonder eenige instructie, zonder dat de kerkeraad er ook maar even in gekend is. Protesteerden de kerkeraden? Neen, ze bogen het hoofd, volgden niet de zoogenaamd koninklijken, doch den echt servielen weg van blinde onderwerping als aan een hooger bestuur.

Meer voorbeelden geven aan dat de term 'synodocraten' geen scheldwoord is, maar een typerend woord. Het geeft precies aan waar het verschil ligt. Het hamert in de gewetens, wat er in feite aan de orde was in het jaar van de Vrijmaking. Geen gezeur over verbondsleer, geen georeer over sacramentsleer, geen theorie pro of contra dit of dat, maar de binding aan formuletjes, die men slechts dáárom niet weerspreken mocht, omdat ze door een synode waren gedecreteerd. En dan, de knechting aan een 'kerkrecht', dat zich vergrijpt aan de kerk van Christus en den Christus van de kerk.

In 1944 ontstond uit de Gereformeerde Kerken in Nederland (GKN) een nieuw kerkgenootschap, de Gereformeerde Kerken in Nederland (onderhoudende art. 31 K.O.), onder leiding van onder meer de theoloog Klaas Schilder. Deze gebeurtenis wordt ook wel de Vrijmaking genoemd. Volgens de vrijgemaakten had de synode van de Gereformeerde Kerken in strijd gehandeld met haar eigen Kerkordening, specifiek artikel 31, door synodale besluiten bindend op te leggen aan de kerken, terwijl deze volgens hen strijdig waren met de Bijbel. De vrijgemaakten kregen daarom al snel als scheldnaam 'artikel 31'. Nadat verschillende kerken zich los hadden gemaakt van het landelijk kerkverband, werd op 11 augustus 1944 tijdens een landelijke vergadering in Den Haag door Klaas Schilder de zogenoemde Acte van Vrijmaking en Wederkeer ingediend.

De (in 1944) vrijgemaakte gereformeerde kerk beschouwt zichzelf als enige 'ware kerk', met een eigen politieke partij (GPV), eigen scholen en een eigen krant (Nederlands Dagblad). In toenemende mate konden een aantal gemeenten zich hierin niet vinden, wat in 1967 culmineerde in afsplitsing van de vrijgemaakten en de vorming van de Nederlands Gereformeerde Kerk. Invloedrijk voorman van de vrijgemaakte gereformeerde zuil was Piet Jongeling, hoofdredacteur van het Gereformeerd Gezinsblad (het latere Nederlands Dagblad) en politiek actief met de eenmansfractie Gereformeerd Politiek Verbond.

Het Oversticht: De kerkscheuring van 1944, 2002 (BETACAM690)

Verschillende stromingen en humor binnen het gereformeerd zijn

Er wordt gevraagd naar "typisch gereformeerde humor": waarover worden grapjes gemaakt, welke facetten beslaat het? En als er zoiets als niet-bevindelijke gereformeerde humor bestaat, is er dan ook een "typisch reformatorische humor"? 'Dokus' wordt genoemd als typische gereformeerd(vrijgemaakte) humor, waar niet iedereen om kan lachen. Er wordt gesuggereerd dat er een verschil is tussen (synodaal-)gereformeerde humor en vrijgemaakte humor.

De term 'synodaal' wordt soms als scheldwoord beschouwd. Wanneer in een citaat over premier Balkenende (gereformeerd) gesproken wordt over "een van hen", bedoelt de tekstschrijver de achterban van de ChristenUnie (dus onder meer christelijk-gereformeerden, Nederlands-gereformeerden en vrijgemaakten). Kennelijk moet er dus een universeel-gereformeerde humor bestaan, die over de muren van de Gereformeerde Kerken in Nederland, Gereformeerde Kerken vrijgemaakt, Christelijke Gereformeerde Kerken en Nederlands Gereformeerde Kerken heen stijgt.

Tegenwoordig wordt alles maar "gereformeerd" genoemd, de term wordt standaard gebruikt. Verder wordt gedacht dat er geen typisch gereformeerde humor is, omdat de "stromingen" daarbinnen nogal uiteenlopen. Maar vrijgemaakte humor bestaat zeker wel. "De beste manier om een probleem op te lossen is de humor ervan te ontdekken."

Het is interessant om te zien hoe de kerkelijke identiteit zich manifesteert, zowel in theologische discussies als in alledaagse gebruiken en zelfs in humor. De strijd om de juiste interpretatie van geloofsprincipes, zoals de vrije wil en de rol van de synode, heeft geleid tot afsplitsingen en het ontstaan van specifieke groeperingen binnen het gereformeerde spectrum.

Een satirische illustratie die de diversiteit aan gereformeerde stromingen weergeeft

tags: #scheldwoord #voor #gereformeerden