Huwelijk en echtscheiding binnen de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt: een analyse van het synodejournaal

Inleiding: De aanleiding voor het gesprek

Het Nederlands Dagblad publiceerde onlangs een podcast, die in vroeger tijden een 'bandje' zou zijn geweest, met een gesprek tussen mr. Pieter T. Pel en prof. dr. Koert van Bekkum. Dit gesprek concentreerde zich voornamelijk op de aanstaande fusie van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKV) met de Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK) en de hieruit voortvloeiende verontrusting. Pieter Pel, lid van GKV Hattem-Centrum en vertegenwoordiger van de Kerngroep Bezinning GKv, uitte deze verontrusting. Het gesprek werd geleid door D. Gillissen en D. Schinkelshoek, die hier worden aangeduid met D&D.

De inhoud van dit gesprek wordt in dit artikel als 'onthutsend en ontdekkend' beschouwd, en de auteurs wensen dit nader toe te lichten door virtueel deel te nemen aan de discussie. De inbreng van D&D zal worden weergegeven, evenals de letterlijke woorden van Pel en Van Bekkum, zelfs wanneer deze niet volledig duidelijk waren. Inleidende en afsluitende opmerkingen die niet relevant zijn voor het onderwerp, worden weggelaten.

De Kerkenfusie en de Kern van de Discussie

De discussie spitst zich toe op de fusie tussen de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKV) en de Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK). De NGK zijn in 1967-1969 voortgekomen uit de GKV. De vraag of dit een uitstap of een uitzetting betrof, is een punt van discussie. Zoals bij elke kerkfusie zijn er ook hier bezwaren en kritiek. Dit wordt vergeleken met het SOW-proces dat leidde tot de vorming van de PKN in 2002.

De twee samenvoegende kerken vormen na de PKN het grootste protestantse kerkgenootschap in Nederland, met naar verwachting ongeveer 150.000 leden. Er zijn echter drie lokale kerken die hebben aangegeven niet mee te zullen fuseren: Capelle-Noord, Urk en Vroomshoop.

Pieter Pel, jurist en lid van de GKV, wordt gezien als een aanjager van het verzet of de verontrusting rond de fusie. Hij geeft aan grote moeite te hebben met de inhoudelijke aspecten van de fusie. Fuseren wordt op zich als een goede zaak beschouwd, in lijn met de Bijbelse opdracht tot eenheid onder christenen. Echter, deze eenheid dient gegrond te zijn op de Bijbel zelf en op de belijdenis, wat betekent dat eenheid inhoudelijk ergens over moet gaan.

Durk Jan (een van de gesprekspartners) beaamt dat de kern van de zaak ligt in eenheid gegrond op de Bijbel en de belijdenis.

De Verschillende Situaties en Perspectieven

Pel benadrukt dat de situaties lokaal sterk kunnen verschillen. Hij beschrijft zijn eigen gemeente, GKV Hattem-Centrum, als een plek waar men blij samenkomt, goede preken hoort, zich thuis voelt in de liturgie en liefdevolle broeders en zusters heeft. Desondanks is er een gesprek geopend met de kerkenraad over deze kwesties.

Durk Jan merkt op dat de overweging 'Bij ons wordt er nog goed gepreekt, wij hebben een goede dominee' een aloude redenering is, die hij al kende uit de jaren zestig en die ook opging bij het lidmaatschap van de PKN. Hij vraagt zich af of dit standhoudt vanuit Schrift en belijdenis.

een groep mensen die in gesprek zijn in een kerkelijke setting

Koert van Bekkum: Twee Stromingen binnen de Afgescheiden Traditie

Koert van Bekkum, hoogleraar aan de Theologische Opleiding ETF in Leuven en predikant in Nederland, deelt een primaire emotie van betrokkenheid. Hij schetst twee historische stromingen binnen de afgescheiden traditie:

  • De ene stroming stelt dat men moet uitstappen als de kerk niet meer deugt of niet meer volgens Gods Woord en belijdenis functioneert.
  • De andere stroming, waarmee Van Bekkum zich sterk verbonden voelt (vergelijkbaar met Brummelkamp tegenover Scholten), stelt dat men moet blijven zolang men de boodschap kan verkondigen en het evangelie mag uitdragen zoals het is, ongeacht wat er verder in de kerk gebeurt. Men stapt pas uit op het moment dat men eruit wordt gegooid, zoals in 1834 en 1944 gebeurde, wat leidde tot het zelfstandig kerk zijn.

Postmodernisme en Kerkelijke Identiteit

Durk Jan vraagt zich af of de houding 'zolang ik mijn visie kan verkondigen is het prima, wat er verder ook aan de hand is' niet typisch postmodern is. Hij vraagt waarom men dan niet naar de PKN gaat, waar men welkom zou zijn, en stelt dat men dan eigenlijk niet meer bij de afgescheiden kerken hoort.

Van Bekkum erkent dat de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt de afgelopen twintig jaar aanzienlijk zijn veranderd. Hij beschouwt het tragisch maar onvermijdelijk dat mensen die zich er niet meer in herkennen, niet meegaan. Hij benadrukt dat er serieuze discussies zijn over de Bijbel en de belijdenis, maar dat bij een bepaalde groep de impuls blijft bestaan om te vragen: 'Vraagt God niet van ons dat we eruit stappen?'

Durk Jan reageert hierop dat het eerlijk is dat er nog steeds mensen zijn die ontkennen dat de kerk veranderd is en zeggen 'we zijn gewoon gereformeerd gebleven'. Hij pleit ervoor dat iedereen openlijk erkent dat dit laatste niet het geval is.

De Grens van Blijven en de Rol van de Kerngroep

De vraag wordt gesteld of men blijft zitten tot men eruit wordt gegooid. Van Bekkum antwoordt dat zolang men de ruimte krijgt om de eigen opvatting te laten horen, men daar moet zijn. Hij deelt de mening dat vertrek het uiterste middel is en dat men daar niet lichtvaardig mee om moet gaan. Echter, in de praktijk wordt het voeren van een open gesprek met ruimte voor argumenten moeilijk.

Durk Jan deelt een persoonlijke ervaring over een bezoek aan een regiovergadering in Apeldoorn, waar men hoopte bijeen te komen in een kerkgebouw dat men mede had helpen bouwen.

Van Bekkum verklaart dat de reden hiervoor wellicht ligt in het feit dat men niet met verschillende partijen in gesprek gaat, maar als een groep bezwaarden samenkomt, wat leidt tot groepsvorming. Hij noemt een groep van veertig predikanten die met elkaar spraken, maar benadrukt het belang van kwalitatieve tegenspraak binnen zo'n groep. Hij vertelt over een gesprek met vier personen thuis, waar hij constateerde dat een bepaalde stem miste.

Pel merkt op dat dit de indruk kan wekken dat de verontrusting en voorlichting pas begonnen zijn met de oprichting van de Kerngroep. Hij wijst op het bestaan van de Landelijke Werkgroep Voorlichting Kerkelijke Ontwikkelingen, die documentatiecentrum opzette, voorlichtingsmateriaal verspreidde en hielp bij regionale voorlichtingsbijeenkomsten. Ook waren er lokale werkgroepen en spontaan verschenen brochures.

Pel herhaalt dat zolang er ruimte is voor gesprek, men daar moet zijn. Hij is het ermee eens dat vertrek het uiterste punt is. Hij constateert echter dat een open gesprek met ruimte voor argumenten moeilijk wordt.

Discussie over Hermeneutiek en Gevolgen voor Normen en Waarden

Van Bekkum deelt zijn zorg over de discussie, waarbij hij bepaalde zaken deelt, maar constateert dat bijvoorbeeld op het gebied van man/vrouw-kwesties wordt gesteld dat als men dit standpunt inneemt, de Schrift ook op andere terreinen niet meer veilig is.

Durk Jan reageert hierop dat juist die andere manier van omgang met de Schrift, zoals aangetoond in het boek 'Het Woord in geding', ertoe leidt dat de Schrift op 'allerlei andere terreinen' niet meer het doorslaggevende gezag heeft dat het eeuwenlang had onder gereformeerden, waardoor gelovigen zich 'onveilig' gaan voelen. Hij noemt de recente ontwikkelingen op het gebied van homoseksualiteit, waarbij de Bijbelse normen worden terzijde geschoven voor de hedendaagse seksuele ideologie. Hij concludeert dat het verwijt van 'heel snel' beter gericht kan worden aan de kerken en theologen zelf, gezien de snelheid waarmee normen en waarden sneuvelen.

Van Bekkum erkent de zorg van kerkenraden die liever geen bijeenkomsten in hun kerk willen, uit angst voor het afscheuren van een deel van de gemeente. Hij betreurt dat het niet gelukt is om dagen te beleggen voor een open gesprek.

Durk Jan begrijpt de kerkenraden ook, omdat het niet gaat om een neutrale debatclub, maar om een groep verontrusten met fundamentele problemen over de richting van de kerk, die zich afvragen of ze wel binnen dit kerkverband kunnen blijven. Sommigen hebben zelfs al besloten te vertrekken.

De Rol en Doelstellingen van de Kerngroep

Pel verdedigt het standpunt dat binnen de ruimte van de kerk, zoals gepropageerd binnen de GKV, er ruimte moet zijn voor verschillende lijnen, zowel op het gebied van man/vrouw als op andere terreinen. Hij benadrukt dat deze ruimte in de praktijk ook getoond moet worden. Het is onacceptabel om a priori te zeggen dat men een bepaalde belangengroep is en niet aan het woord komt. Hij pleit voor een open avond waar iedereen welkom is en waar een gesprek kan plaatsvinden. De doelstelling is voorlichting en informatie, waarbij ook de keerzijde van meerderheidslijnen getoond moet worden en verbinding gezocht moet worden.

Durk Jan vraagt zich af waar de kerngroep precies voor staat.

D&D vragen aan Pel waarom de 'dam' wordt opgeworpen.

Pel antwoordt dat dit wellicht te maken heeft met een teveel aan vooroordeel, waarbij men a priori denkt dat de kerngroep een eigen verhaal heeft en niet openstaat voor anderen.

D&D vragen of een gesprek met Koert van Bekkum, waarbij beide partijen hun verhaal doen en in gesprek gaan, mogelijk was geweest.

Pel beaamt dat een dergelijke vorm ook mogelijk zou zijn. De kerngroep heeft echter gekozen voor het model van een boekpublicatie om te laten zien wat er speelt in de kerken, met name op het gebied van de basis voor Schriftuitleg (hermeneutiek) en de nieuwe kerkorde. Het doel is om eerst de feiten te presenteren, omdat deze slecht bekend zijn.

Durk Jan uit zijn onbegrip, verwijzend naar de eerdere informatie die verschenen is over de ontwikkelingen in de kerken, en noemt bladen als Onderweg, Nader Bekeken en de kerkbodes.

Synodebesprekingen over Huwelijk en Echtscheiding

De Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKV) willen "in de regel" nieuwe huwelijken na een echtscheiding niet kerkelijk bevestigen, maar kerkenraden behouden hierin een eigen verantwoordelijkheid. Dit was het voorstel van deputaten huwelijk en echtscheiding, waarover de synode van de GKV in Amersfoort (2005) discussieerde. Het voorstel leidde niet direct tot een besluit.

Eerder publiceerden deputaten de brochure "Echtscheiding en hertrouwen?", een populaire versie van een rapport dat op de synode van Zuidhorn (2002) aan de orde kwam. Deze brochure ontving zowel waarderende als bezorgde reacties, met name omdat deputaten te veel ruimte zouden laten voor het zelfstandige oordeel van de kerk bij het beoordelen van echtscheidingssituaties.

Deputaten hebben zich op deze reacties bezonnen en presenteerden een nieuw rapport. De kern van dit rapport is dat echtscheiding en hertrouwen niet passen bij "de stijl van het Koninkrijk van Christus". Echter, in de gebrokenheid van het leven is het goede niet altijd bereikbaar. Het is een misverstand te denken dat deputaten verruiming van de echtscheidingspraktijk beogen. Er zijn situaties waarin een huwelijk niet te redden is, zelfs zonder overspel of verlating. Kerkenraden mogen na een scheiding nooit uitspreken dat iemand vrij is om te hertrouwen, maar er kunnen situaties voorkomen waarin kerken zich moeten neerleggen bij een tweede huwelijk als "het mindere kwaad". In zulke gevallen zal meestal ook een kerkelijke huwelijksbevestiging worden toegestaan.

In het nieuwe voorstel stelden deputaten dat het "goed is ruimte te scheppen voor uitzonderingen". Tevens werd aanbevolen dat elke kerkenraad structureel huwelijkscatechese invoert en het volgen daarvan verplicht stelt voor aanvragers van huwelijksbevestiging.

Kritische Reacties op het Deputatenvoorstel

Ouderling A. van Hoffen (Emmen) vond het deputatenvoorstel uitmonden in een open einde door het gebruik van de woorden "in de regel". Ds. L. E. Leeftink (Nijmegen) vond dat deputaten te veel gefocust waren op "de stijl van het Koninkrijk van Christus", wat ten koste ging van de concrete gehoorzaamheid aan de geboden van Jezus, die echtscheiding alleen toestond in geval van overspel. Paulus verwierp hertrouwen na echtscheiding, maar riep betrokkenen op zich te verzoenen of ongetrouwd te blijven.

Deputaatsvoorzitter ds. J. H. Smit gaf aan dat deputaten kozen voor een radicaal bijbelse lijn: het terugdringen van echtscheiding én het terugdringen van huwelijk na echtscheiding. Deputaten zouden de eerste reacties verwerken in hun definitieve besluitsvoorstellen.

Bijbelse Richtlijnen voor Hertrouwen na Echtscheiding

Een commissie onderzocht de vraag wat de Heilige Schrift zegt over hertrouwen na echtscheiding, zowel voor niet-ambtsdragers als voor ambtsdragers.

4.1. Leden van de gemeente die niet in het ambt dienen

4.1.1. Hertrouwen na verlating zonder overspel

Indien iemand verlaten is zonder duidelijk overspel, mag diegene niet hertrouwen. Hertrouwen in zo'n geval wordt beschouwd als overspel. Voor God zijn de echtelieden nog steeds getrouwd. De Bijbel biedt echter troost voor degenen die niet mogen hertrouwen.

4.1.2. Hertrouwen na overspel aangetoond na de scheiding

Echtscheiding en een tweede huwelijk zijn ongeoorloofd zonder aantoonbaar bewijs van overspel. Echtelieden zijn verplicht het door echtscheiding getroffen huwelijk te herstellen. Kerkenraden kunnen besluiten herzien indien nieuwe feiten aantonen dat de echtscheiding anders beoordeeld had moeten worden. Een tweede huwelijk is mogelijk als overspel is gepleegd vóór de scheiding, maar pas na de scheiding is aangetoond.

4.1.3. Hertrouwen na overspel na voltrekking van de echtscheiding

De dood van een echtgenoot is een Bijbelse grond voor ontbinding van het huwelijk (1 Korinthe 7:39), wat de weg opent voor hertrouwen. Ook echtscheiding op grond van 'porneia' (zondige geslachtsdaad) maakt hertrouwen mogelijk. Volgens de exegese van Mattheüs 5:32, 19:9, Markus 10:11 en Lukas 16:18, pleegt de verlater (zonder overspel) overspel bij hertrouwen, evenals de verlatene die hertrouwt. Er is geen eenduidigheid over de uitleg van deze teksten. Het huwelijk blijft voor God bestaan zolang de verlater geen overspel heeft gepleegd. Een tweede huwelijk na een ongeoorloofde scheiding is geoorloofd als een van de echtgenoten is overleden. Er is echter terughoudendheid geboden bij het aangaan van een nieuw huwelijk.

4.1.4. Hertrouwen na ongeoorloofde echtscheiding waarbij een partner overlijdt

Hoewel een onschriftuurlijke echtscheidingsgrond door het overlijden van een echtgenoot niet alsnog schriftuurlijk wordt, ontstaat er een nieuwe situatie. Volgens 1 Korinthe 7:39 is een vrouw vrij om te trouwen indien haar man ontslapen is, "alleen in den Heere". Dit geldt ook voor de man. Een huwelijk na een ongeoorloofde echtscheiding is geoorloofd indien een van de (voormalige) echtgenoten is overleden. Een tweede huwelijk dat ontbonden is door de dood, laat ruimte voor terugkeer naar de eerste echtgenoot, indien deze nog leeft en niet hertrouwd is.

4.1.5. Criteria voor kerkenraden bij het bewijzen van overspel

Criteria en aandachtspunten voor kerkenraden bij het bewijzen van overspel worden besproken.

4.1.6. Geldigheid van oorspronkelijk huwelijk na aangaan van een ander huwelijk

Indien er sprake was van een ongeoorloofde echtscheiding zonder overspel, zijn de gescheidenen verplicht het huwelijk opnieuw te sluiten en voort te zetten. Schuldbelijdenis is hierbij vereist, maar is geen opening tot hertrouwen. Schuldbelijdenis mag niet lichtvaardig gebeuren; er moeten betrouwbare tekenen van boetvaardigheid zijn, zoals schaamte, verdriet, vernieuwde levenswandel en de begeerte om schuld te belijden. De kerkenraad moet aandringen op waarachtige verootmoediging en schuldbelijdenis, en onderzoeken of de schuld ervaren wordt als schuld tegenover God. De kerkelijke tucht eindigt zodra er genoegzame tekenen van boetvaardigheid zijn. De gemeente dient iemand die schuldbelijdenis heeft afgelegd, een volledige plaats toe te kennen. Schuldbelijdenis na echtscheiding is geen opening tot hertrouwen.

4.1.7. Ontbinding van een nieuw huwelijk na ongeoorloofde echtscheiding

Een nieuw huwelijk na een ongeoorloofde echtscheiding is een ongeoorloofd huwelijk. De Bijbel leert dat bij oprechte schuldbelijdenis een ongeoorloofd huwelijk niet ontbonden hoeft te worden. Er bestaat geen Bijbels gebod dat dit vereist. De kerkelijke tucht wordt geaccepteerd, omdat na het huwelijk terugkeer niet meer mogelijk is, en schuldbelijdenis zonder consequenties voor het nieuwe huwelijk kan plaatsvinden. Het onderzoeken van de oprechtheid van de schuldbelijdenis is hierbij cruciaal.

een bijbel met een trouwring erop

4.2. Ambtsdragers

Voor ambtsdragers gelden dezelfde bijbels-ethische normen als voor gemeenteleden. Er moet grote terughoudendheid zijn inzake opnieuw trouwen na een eerdere echtscheiding. De Dordtse Kerkorde maakt echter onderscheid in de tucht over ambtsdragers en leden van de gemeente.

4.2.1. Leviticus 21 en het tweede huwelijk van ambtsdragers

Leviticus 21 benadrukt de voorbeeldfunctie van ambtsdragers. Een priester mag geen vrouw nemen die ontheiligd is of van haar man verstoten. Dit betekent niet dat hertrouwen door een priester toegestaan is als het maar niet met een hoer of gescheiden vrouw is. Redeneren naar analogie is hier niet gepast.

Synodebeslissingen en pastorale handreikingen

De generale synode van de Gereformeerde Gemeenten heeft besloten dat er geen ruimte is voor een kerkenraad die, ondanks het eigen geweten, geen ruimte ziet voor de bevestiging van een tweede huwelijk, ongeacht de reden voor de eerdere scheiding. Kerkenraden kunnen niet van de synodelijn afwijken als het gaat om het recht van een persoon op een tweede huwelijk na overspel.

De synode heeft ook een pastorale handreiking besproken inzake echtscheiding na geweld. Deze handreiking verandert de inhoudelijke lijn niet: echtscheiding is alleen toegestaan na bewezen overspel. Bij echtscheiding op andere gronden is kerkelijke tucht noodzakelijk. De handreiking erkent de moeilijke situatie van mensen die geweld ervaren, waarbij samenleven onhoudbaar kan zijn geworden.

Er werd gevraagd of de Bijbelse notie van verdraagzaamheid binnen een huwelijk een plaats mag hebben. Aandacht werd gevraagd voor het pastorale traject voorafgaand aan een echtscheiding en de mogelijkheid van scheiding van tafel en bed.

De synode besprak ook het beroepsprofiel voor predikanten en nam een nieuwe leerstoel aan voor de Theologische Universiteit. Er werd besloten rekening te houden met de wens van buitenlandse zusterkerken om geen vrouwelijke afgevaardigden te sturen. Drie nieuwe zusterkerken werden verwelkomd.

De synode sprak over het gezamenlijke rapport van de Raad van Advies inzake 'Huwelijk & Echtscheiding' en het deputaatschap 'Relatie Kerk Overheid', met de vraag hoe om te gaan met verschillende samenlevingsvormen.

Het verzoek van de GKV Groningen-Oost om nieuwe huwelijken na echtscheiding "in de regel" pas kerkelijk te bevestigen na expliciete toestemming van de kerkenraad werd enigszins aangepast overgenomen. Hertrouwen na een scheiding wordt "niet passend geacht bij de stijl van het koninkrijk van Christus." Wanneer een kerkenraad "om gegronde redenen" instemt met een volgend huwelijk, ziet hij toe op de kerkelijke bevestiging en, indien nodig, op een aangepast gebruik van het huwelijksformulier.

De Bijbel legt de nadruk op de levenslange duurzaamheid van het huwelijk. Een eenmaal gegeven belofte blijft gelden, ook na een scheiding. Kerkenraden behouden een eigen verantwoordelijkheid bij de vraag of een tweede huwelijk na echtscheiding aanvaardbaar is en kerkelijk bevestigd kan worden.

Er werd opgeroepen tot terughoudendheid in het nemen van nieuwe besluiten inzake huwelijk en echtscheiding, gezien de "kloof" tussen het kerkelijk beleid en de weerbarstige praktijk.

Vierde Gebod en Zondagsviering

Verzoeken om revisie en verduidelijking van eerdere synodeuitspraken over het vierde gebod en de zondag werden besproken. De GKV in Ten Boer vroeg om een algemene uitspraak over de verhouding tussen het vierde gebod en de zondagsviering. Bezwaar werd gemaakt tegen het rapport "Zondag, HEERlijke dag", omdat daarin onvoldoende uit zou komen dat de rustdag een scheppingsinstelling is.

De vorige generale synode had ingestemd met de handreiking "Zondag, HEERlijke dag", waarin twee lijnen worden vastgehouden: het houden van de zondag als goddelijk gebod, en het feit dat in het Nieuwe Testament de zondag nergens als rustdag wordt aangemerkt of met het vierde gebod wordt verbonden.

Een commissie stelde voor de revisieverzoeken af te wijzen, omdat er geen nieuwe argumenten werden aangevoerd en het onderwerp afdoende was behandeld.

tags: #synode #journaal #gkv #huwelijk #en #echtscheiding