Jan Mulder: Voetballer, Analist en Columnist

Jan Mulder groeide op in Bellingwolde, een dorp in de provincie Groningen, als de zoon van een schoenmaker. Hij volgde de HBS, maar maakte zijn studies niet af. Op jonge leeftijd sloot hij zich aan bij de Winschoter voetbalvereniging WVV 1896 en voetbalde hij voor verscheidene vertegenwoordigende elftallen. Zo won hij in juni 1963 met het Groninger voetbalelftal een internationaal jeugdtoernooi in Veendam. Daar werd hij door de voorzitter van het Belgische Racing Tienen, dat ook aan het toernooi had deelgenomen, ontdekt. Bij WVV vormde hij in het eerste elftal een succesvol aanvalsduo met Sietze Veen. In 1963 werd Mulder uitgenodigd voor het Nederlands amateurvoetbalelftal en speelde drie interlands. In het seizoen 1963/64 werd Mulder topschutter met 37 doelpunten en veroverde WVV de titel in de Eerste Klasse Noord.

Kinderfoto van Jan Mulder

In 1964 kregen Veen en Mulder een aanbieding van RSC Anderlecht. De Belgische topclub wilde beide spelers kopen en vervolgens een jaar bij satellietclub Racing Tienen stallen. In het seizoen 1964/65 was Mulder goed voor 23 doelpunten en werd WVV derde. In het voorjaar van 1965 werd hij door bondscoach Georg Kessler als eerste amateurvoetballer ooit opgeroepen voor Jong Oranje. Bovendien mocht hij in die periode enkele keren meetrainen en -spelen met het eerste elftal van Anderlecht.

Carrière bij RSC Anderlecht

In Anderlecht werd Jan Mulder in het team van trainer Pierre Sinibaldi een ploeggenoot van onder meer Paul Van Himst, Jef Jurion, Wilfried Puis, Laurent Verbiest, Georges Heylens, Johan Devrindt en Pierre Hanon. Ook zijn landgenoot Gerard "Pummy" Bergholtz maakte in 1965 de overstap naar Brussel. Op 6 oktober 1965 maakte Mulder in de beker van België zijn officieel debuut voor RSC Anderlecht. Nadien kreeg de 20-jarige aanvaller, die vooral opviel door zijn techniek en kracht, ook zijn kans in de competitie en Europa. Op 23 november 1965 maakte Mulder zijn Europees debuut. Anderlecht won toen in de 1/8 finale van de Europacup I met 9-0 van het Ierse Derry City. Mulder scoorde in dat duel een hattrick. In de volgende ronde nam Anderlecht het op tegen Real Madrid.

Archiefbeeld van RSC Anderlecht uit de jaren '60

In het seizoen 1966/67 werd de Hongaar András Béres trainer. Mulder had een belangrijk aandeel in de nieuwe landstitel; hij werd met twintig doelpunten de eerste Nederlandse topschutter in de Belgische competitie. Dat jaar werd hij ook voor het eerst geselecteerd voor Oranje. In het volgende seizoen raakte RSC Anderlecht opnieuw niet verder dan de tweede ronde van het kampioenenbal. Béres werd in januari 1968 opgevolgd door hulptrainer Arnold Deraeymaeker. In oktober 1968 werd de Roemeense coach Norberto Höfling aangetrokken, maar ook hij sneuvelde met paars-wit al in de tweede ronde van de Europacup I. Bovendien slaagde hij er met Anderlecht niet in om de titel te verlengen. Nog voor het einde van het seizoen haalde het bestuur de Franse succescoach Pierre Sinibaldi terug. De man onder wie Mulder in 1965 zijn debuut voor Anderlecht had gemaakt, loodste Anderlecht in 1970 naar de Finale Jaarbeursstedenbeker. RSC Anderlecht, dat onderweg onder meer Newcastle United en Internazionale had uitgeschakeld, trof in de finale Arsenal. Paars-wit won de heenwedstrijd met 3-1 dankzij twee doelpunten van Mulder. In de competitie ging in zowel 1970 als 1971 de landstitel naar rivaal Standard. Ook in de beker presteerde paars-wit ondermaats, hoewel Mulder in het seizoen 1970/71 topschutter werd in de beker met een recordaantal van twaalf doelpunten. In de eerste ronde won Anderlecht met 14-0 van het bescheiden SV Blankenberge.

In 1971 werd Constant Vanden Stock voorzitter van RSC Anderlecht en trok de club met succescoach Georg Kessler een oude bekende van Mulder aan. De vroegere trainer van het Nederlands amateurelftal moest het team discipline bijbrengen. Zowel Mulder als Van Himst stoorden zich aan de eigenzinnige aanpak van Kessler, die in zijn eerste seizoen wel de dubbel veroverde. In de bekerfinale versloeg paars-wit rivaal Standard met 1-0. Ook in de competitie bleef het lang spannend. Anderlecht won op de laatste speeldag met 5-1 van Sint-Truiden, maar was afhankelijk van het resultaat van Club Brugge, dat niet mocht winnen van het Brusselse RWDM. Het stadion van Anderlecht wachtte via de radio in spanning het resultaat af van de andere wedstrijd. Brugge speelde uiteindelijk gelijk, waardoor RSC Anderlecht kampioen werd.

Terugkeer naar Nederland en Ajax

In 1972 besloot Mulder, die niet langer met Kessler wilde samenwerken, om terug naar Nederland te keren. Zowel Ajax als Feyenoord toonden interesse in de 27-jarige spits. In Amsterdam maakte Mulder aanvankelijk deel uit van een talentvolle generatie bestaande uit Johan Cruijff, Johan Neeskens, Sjaak Swart, Piet Keizer, Ruud Krol, Wim Suurbier, Gerrie Mühren, John Rep en de net als hij uit WVV uit Winschoten afkomstige Arie Haan. Maar door een aanslepende knieblessure kon Mulder nooit doorbreken bij Ajax. In zijn eerste seizoen 1972/73 wonnen de Amsterdammers de landstitel (met 60 van de maximaal 68 haalbare punten, en een doelsaldo van +84 (102-18)) en de Europacup I, maar kwam hij door zijn blessure amper aan spelen toe.

Archiefbeeld van Ajax uit de jaren '70

In het seizoen 1973/74 keerde Mulder terug in het elftal, dat na het vertrek van Cruijff naar FC Barcelona er niet meteen in slaagde om nieuwe successen te boeken. Ajax werd, na vrijstelling in de eerste ronde, in de tweede ronde van de Europacup I uitgeschakeld en moest zich in de Eredivisie tevreden stellen met een derde plaats, na wel het eerste driekwart van de competitie, tot en met half maart 1974, eerste te hebben gestaan. De Europese Supercup 1973 werd wel gewonnen in januari 1974 (AC Milan-Ajax 1-0, Ajax-AC Milan 6-0). Ook na de komst van Hans Kraay sr. in de zomer van 1974 veranderde weinig aan de situatie van Ajax. Mulder en zijn ploegmaats raakten opnieuw niet verder dan de derde plaats in 1974/75, op een minder briljante manier dan in 1973/74, terwijl ze in de UEFA Cup in de 1/8 finale werden uitgeschakeld door Juventus.

Persoonlijk leven en schrijfcarrière

Jan Mulder trouwde in 1968 met Johanna van der Wal. Ze zijn de ouders van Youri Mulder en Geret Mulder. Vanaf 1978 schreef Jan Mulder wekelijks een column voor NRC Handelsblad en later, tot en met de jaren '90, onder andere voor de weekbladen De Tijd, Elsevier en Playboy. In de Volkskrant schreef hij tot juli 2006 samen met Remco Campert de column CaMu op de voorpagina. De verhouding met de Volkskrant vertroebelde doordat de krant Mulders auteursrechten schond door publicatie van een cd-rom met daarop teksten van Mulder. Samen met twee andere Volkskrant-freelancers, Hans Heg en Huib Stam, startte Mulder een langlopend proces tegen de krant en uitgever PCM, waarbij de krant en uitgever enkele malen werden veroordeeld. Uiteindelijk haakte Mulder in 2001 vóór de definitieve uitspraak af, omdat hij verder procederen tegen een opdrachtgever toch niet juist achtte. Samen met Remco Campert trok hij enkele jaren van theater naar theater met een literair programma, achtereenvolgens "De Teen" (1993) en "Herinneringen" (1995). Mulder was ook een poos columnist in dienst van de Vlaamse krant Het Nieuwsblad.

Voetbalanalist en mediapersoonlijkheid

Met ingang van het seizoen 2005-2006 ging Mulder als voetbalanalyticus aan de slag bij Talpa in het programma De Wedstrijden. Ook nadat de zender werd omgedoopt tot Tien, bleef Mulder verbonden aan dit programma. Samen met Ruud Gullit gaf Mulder elke week uitvoerig zijn mening over de gespeelde wedstrijden in de Eredivisie. Na de jaargang 2006-2007 verhuisde Mulder - in tegenstelling tot onder meer Humberto Tan en Jan van Halst - echter niet mee naar RTL. Tijdens het WK 2006 was hij nog wel te zien in het programma Villa BvD van Frits Barend en Henk van Dorp. In 2011-2012 had hij in het laatste seizoen van de Vlaamse talkshow De laatste show op één een wekelijkse rubriek op dinsdag. Hierin besprak hij het Belgische voetbal van de afgelopen week. Tijdens het WK van 2014 was Mulder sidekick en analist voor Sporza van de VRT. Hij besprak er dagelijks wedstrijden zij aan zij met onder anderen Johan (Jan) Boskamp en Karl Vannieuwkerke. Vanaf het seizoen 2014/15 werd hij ook een van de vaste analisten van het voetbalpraatprogramma Extra Time. Tijdens het Europees kampioenschap voetbal 2016 en het Wereldkampioenschap voetbal 2018 was Mulder weer sidekick en analist voor Sporza.

Jan Mulder als voetbalanalist aan tafel

Tot en met april 2006, toen het programma stopte, was Mulder verbonden aan het praatprogramma Barend & Van Dorp dat bij de commerciële zender Talpa en eerder RTL 4 was te zien. Door zijn bijdrage aan dit programma kreeg hij het imago van een emotionele persoonlijkheid, die vaak heftige kritiek had op onder andere de politiek, en die kritiek niet onder stoelen of banken stak. Mulder was vaak tafelheer bij het VARA-televisieprogramma De Wereld Draait Door (DWDD), waar hij eveneens vaak kritiek uitte op menig persoon, bedrijf, partij of instantie. Op 21 maart 2011 stuurde hij live, met hulp van Jort Kelder, zijn eerste tweet. Dit leverde hem binnen een uur meer dan 10.000 followers op.

Overige activiteiten en erkenning

Mulder hield op 22 maart 2014 de achtste Jan Modderman Inleiding. De Jan Modderman inleidingen, die jaarlijks in de Groninger Nieuwe Kerk gehouden worden, hebben als doel een bijdrage te leveren aan de bevordering van de bewustwordingsprocessen die dienen tot een verbetering van het maatschappelijk samenleven en het welzijn van alle mensen.

Folkert Velten: Een carrière gebouwd op principes

Folkert Velten, een naam die synoniem staat voor principes en voetbaltalent, begon zijn carrière bij de amateurclub Enter Vooruit. Pas op latere leeftijd, toen wedstrijden in de Eerste Divisie ook op vrijdag en zaterdag werden gespeeld, kon hij de stap naar het betaald voetbal maken. Hij koos bewust voor Heracles, een club die zijn eis om niet op zondag te spelen accepteerde.

Folkert Velten in actie als spits

Velten bleek een ware fenomeen in de Eerste Divisie. In elf seizoenen speelde hij 377 wedstrijden voor Heracles en scoorde hij maar liefst 221 keer. Hij werd zelfs verkozen tot Beste Speler van de Eerste Divisie in 1994. Ondanks interesse van Eredivisieclubs en Duitse clubs, bleef hij trouw aan zijn principes. De zondag was voor hem heilig, gereserveerd voor kerkgang en het christendom. Dit weerhield hem ervan om op het hoogste niveau te spelen, omdat contracten met profclubs doorgaans verplichten tot het spelen op zondag.

Zijn carrière kende een abrupt einde door een gecompliceerde beenbreuk, opgelopen in een onschuldig duel. Na zijn spelerscarrière bleef Velten betrokken bij Heracles als scout en assistent-trainer. Tegenwoordig werkt hij op een kinderboerderij en landgoed in Enter. Hij heeft geen spijt van zijn keuzes en haalt geluk uit de kleine dingen in het leven. Velten, die ooit een potentiële Edin Dzeko had getipt aan Heracles, wordt gezien als een cultheld en superspits, wiens verhaal een uniek voorbeeld is van hoe voetbal en geloof samengaan.

tags: #voetballer #kerkdienst #lemeler