De Gereformeerde Kerk in 't Harde: Een Historisch Overzicht

Zoals u dan Christus Jezus, de Heere, hebt aangenomen, wandel in Hem, geworteld en opgebouwd in Hem, en bevestigd in het geloof, zoals u onderwezen bent; wees daarin overvloedig, met dankzegging.

De Gereformeerde Kerk Noord-Veluwe “De Bron”

Gereformeerde Kerk Noord-Veluwe “De Bron” is een kleine gemeente-in-oprichting op de Noord-Veluwe. Hoewel we klein zijn, weten we ons deel van de kerk van Jezus Christus. Wat we geloven, geeft ook aan wie we willen zijn als gemeente. Wekelijks klinkt het Evangelie in de kerk, zoals dat bijvoorbeeld wordt samengevat in Johannes 3:16: ‘Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.’ Mensen staan schuldig tegenover God, maar uit de Bijbel mogen we horen van Gods reddingsplan voor iedereen die gelooft.

We zijn een kleine gemeente en daarom afhankelijk van steun binnen het kerkverband van Gereformeerde Kerken. De kerkdiensten waren in 2025 in de Maranathakerk op 't Harde, maar sinds 2026 kerken we in Wezep in De Schakel. Onze leden komen uit de plaatsen op de Noord-Veluwe zoals 't Harde, Hattem, Oldebroek, Epe, Heerde en Wezep.

Wij weten ons gebonden aan de Bijbel, Gods eigen Woord. De gereformeerde belijdenisgeschriften geven hiervan een samenvatting. Dat zijn de Heidelbergse Catechismus, de Dordtse Leerregels en de Nederlandse Geloofsbelijdenis.

Ontstaan en Vroege Jaren

Vanaf 1944 (vrijmaking) gingen de kerkleden uit ’t Harde in Nunspeet naar de kerk. Samen met de geloofsgenoten onder de militairen van de legerplaats Oldebroek reden ze per vrachtwagen naar Nunspeet tot het Ministerie van Verkeer verbood om personen op die manier te vervoeren. De heer Evink (ooit met zijn gezin bewoner van het landhuis Mariposa) vond voor de kerk een onderkomen op ’t Harde, en wel in het houten verenigingsgebouw van de sport- en voetbalvereniging aan de Sportlaan. In dit verenigingsgebouw is vergaderd vanaf november 1959 tot 1965. Toen verhuisde de gemeente vanwege ruimtegebrek naar het dorpshuis aan de Eperweg.

Het dorpshuis werd na verloop van tijd afgebroken en de gemeente vond een nieuw onderkomen in het voormalige Poshuis. Dat was echter voor korte duur, want in juni 1967 werd het huidige eigen kerkgebouw aan de Blerckweg 10 in gebruik genomen. De gemeente groeide en ook dit gebouw werd te klein. Daarom is dit gebouw in 1970 en 1981 verbouwd. In 1973 werd de eerste predikant, ds. A. den Broeder, bevestigd.

Vanaf 1994 werd door de kerk op ’t Harde wijkdiensten in Nunspeet belegd en op 12 mei 1996 werd de Kruiskerk in Nunspeet in gebruik genomen. Dat betekende voor de kerk in 't Harde dat van de 468 gemeenteleden nog 315 in 't Harde overbleven. In 2000 werd het tijd voor een nieuwe verbouwing en een flinke opknapbeurt van de kerk. In dit huidige gebouw is veel ruimte voor de ontmoeting met de Heer en elkaar.

De Invloed van de NAVO en Gemeentegroei

Rond 1950 was het echter gedaan met die exclusief landelijke uitstraling van ’t Harde. Het Ministerie van Defensie besloot namelijk het dorp te betrekken bij de verhoogde militaire inspanning die in het kader van de NAVO nodig was. In hoog tempo verrees in ’t Harde toen een kazernecomplex met alles wat daar aan dienstgebouwen, garagewerkplaatsen enz. Niet alleen kwamen honderden dienstplichtige militairen naar ’t Harde, ook vestigde zich een staf van officieren en onderofficieren in het dorp, om van het burgerpersoneel maar niet te spreken. Dit had tot gevolg dat ook de woningbouw in ’t Harde aanmerkelijk werd gestimuleerd; een groot gebied werd in hoog tempo bouwrijp gemaakt en honderden woningen schoten als paddenstoelen uit de grond.

Historische foto van de kazerne in 't Harde

Kerkelijke Organisatie en Ontwikkelingen

Oorspronkelijk behoorde het dorp ’t Harde tot twee burgerlijke gemeenten, met als globale grens de Eperweg. Ten noorden van deze grens bevond zich de gemeente Oldebroek, terwijl het gedeelte ten zuiden van deze weg bij Doornspijk hoorde. De kerkgang van de gereformeerden in ‘t Harde was dan ook meestal gekoppeld aan de burgerlijke gemeente waartoe zij behoorden. Ze kerkten dus in Oldebroek of Doornspijk.

De Gereformeerde Kerken van Doornspijk en Oldebroek besloten daarom in 1952 tot het geven van catechisaties en het houden evangelisatiesamenkomsten, welke laatste op zondagavond gehouden werden in het buurthuis, een verenigingsgebouw aan de Eperweg in ’t Harde. De eerste bijeenkomst - geen kerkdienst - werd gehouden op 23 maart 1953 en stond onder leiding van ds. N. Streefkerk (1901-1982) van Oldebroek. De bijeenkomsten werden afwisselend geleid door de predikanten van Oldebroek, Doornspijk en Elburg. Ds. E. Mobach (1897-1986) van Doornspijk herinnerde zich later dat het allemaal ‘op z’n jan boerenfluitjes’ ging, en dat in het begin van het evangelisatiewerk weinig terecht kwam: het waren namelijk vooral gereformeerden die zich op die bijeenkomsten lieten zien en niet ‘zij die buiten zijn’, waarop de evangelisatiearbeid zich toch eigenlijk had moeten richten. Bovendien was de opkomst in het begin - om het voorzichtig te zeggen - niet overweldigend: soms waren er wel enkele tientallen ‘kerkgangers’, maar er waren ook bijeenkomsten waar slechts zes personen aanwezig waren.

Op 6 september 1953 veranderde er echter iets. In de eerste plaats werden de bijeenkomsten sindsdien ’s morgens en ’s middags gehouden en werden het bovendien officiële kerkdiensten ‘met de dienst des Woords en der sacramenten’, die overigens nog steeds in het buurthuis gehouden werden. Deze eerste officiële kerkdienst stond onder leiding van ds. Mobach van Doornspijk. In de dienst op 27 september werden door ds. Streefkerk de verkozen ouderlingen en diakenen in het ambt bevestigd. Als ouderlingen waren inmiddels namelijk gekozen de broeders Groothuis en Ufkes en als diakenen Osnabrugge en Van Putten. Het was geen ‘kerkenraad van ’t Harde’, want er was nog geen zelfstandige Gereformeerde Kerk, maar je zou hen als ‘uitwonende ouderlingen en diakenen’ van Oldebroek en Doornspijk kunnen noemen, die vooral de belangen van de gereformeerden in ’t Harde zouden gaan behartigen. De kerkenraden van Doornspijk en Oldebroek besloten in die tijd ook dat de in ’t Harde bijeengebrachte collectegelden apart gezet zouden worden en ten goede zouden komen aan het kerkelijk leven in dat dorp. Nu er echter elke zondag twee diensten gehouden werden konden de predikanten van Doornspijk, Elburg en Oldebroek niet meer geregeld in ’t Harde voorgaan. Vandaar dat afgesproken werd predikanten van buiten te vragen in ’t Harde diensten te leiden.

Ondertussen groeide het aantal inwoners van ’t Harde steeds verder, wat uiteraard ook invloed had op het aantal gereformeerden in het dorp en op de aantallen kerkgangers die zich in het buurthuis meldden. Dat onderkomen werd uiteindelijk dan ook te klein, zodat de gedachte postvatte dat er een eigen gereformeerd kerkgebouw zou moeten komen. Er kwam een bouwfonds, dat al snel fl. 30.000 telde. Een stuk grond van 1200 m² werd gekocht aan de Bovendwarsweg (en later werd nog overgegaan tot de aankoop van een naastgelegen extra stuk grond). In mei 1957 kon de aanbesteding van de gereformeerde kerk plaatsvinden. En de oudste inwoonster van ‘t Harde, lid van de Gereformeerde Kerk, mevrouw M. De eerste steen werd gelegd door mevr. M. De architect, R.G. Rodenburg, had het kerkgebouw zo ontworpen dat het na verloop van tijd makkelijk kon worden uitgebreid: ‘De ene muur (een nagenoeg geheel glazen wand) was hoger dan de tegenover liggende, waardoor het dak noch horizontaal was, noch de zadelvorm had. ‘Vanuit de verte gezien wekte het gebouw daardoor associaties op aan een kippenhok, maar door de verdere vormgeving is dit niet in het minst storend’, zo schreef het Centraal Weekblad destijds. De kerk had bij de ingebruikneming in december 1957 een capaciteit van 270 zitplaatsen. Behalve de kerkzaal bevatte het gebouw een catechisatie- en een kerkenraadskamer.

Schematische tekening van het oorspronkelijke kerkgebouw

Predikanten en Verbouwingen

Met de ‘Maranathakerk’ in aanbouw kon ook de Gereformeerde Kerk geïnstitueerd worden. Deze gebeurtenis vond plaats op 16 oktober 1957 onder leiding van ds. E. Mobach van Doornspijk. En twee maanden later, in december 1957, werd het nieuwe kerkgebouw in gebruik genomen. De eerste predikant was kandidaat A. Bolwijn te Amsterdam. Op 8 juni 1958 werd hij in het ambt bevestigd en deed hij intrede. Hij werd echter met ingang van 7 april 1960 op grond van artikel 12 van de Kerkorde losgemaakt van de gemeente (hij bleef overigens beroepbaar). Een jaar later kreeg hij op eigen verzoek, met ingang van 17 april 1961, ontheffing uit het ambt.

Na hem waren aan de Gereformeerde Kerk van ’t Harde verbonden:

  • ds. H. Boswijk van Kamerik, die van 1960 tot zijn emeritaat in 1962 in ’t Harde stond.
  • ds. P.S. Veldhuizen van 1963 tot 1967.
  • ds. G. Brinkman (1909-1983) van 1968 tot zijn emeritaat in 1973.
  • ds. Th. Weerstra (1939-1998) van 1974 tot 1978.
  • ds. W. van der Kooy van 1978 tot zijn emeritaat in 2005.

De gemeente groeide en ook dit gebouw werd te klein. Daarom is dit gebouw in 1970 en 1981 verbouwd. In 1973 werd de eerste predikant, ds. A. den Broeder, bevestigd.

Samen-op-Weg en Kerkenfusie

In de jaren ‘70 begon het Samen-op-Weg proces in het hele land vorm te krijgen. Ook in ’t Harde begon men in 1976, tijdens het predikantschap van ds. Th. Weerstra, aan samenwerking tussen de Gereformeerde Kerk en de Hervormde Buitengewone wijkgemeente ‘Posthuiswijk’. Daarbij werd allereerst gedacht aan het jeugd- en catechisatiewerk, maar ook de Evangelisatiecommissies van beide kerken en de Commissies voor Zending en Werelddiakonaat begonnen een onderlinge samenwerking.

Interieur van de Maranathakerk in 2009

Door deze samenwerking werd het noodzakelijk in 1991 aan de Maranathakerk een grote verbouwing te laten plaatsvinden, waarbij voor de jeugd een nieuwe accommodatie werd geplaatst boven op de bestaande vergaderlokalen. Toen rond de eeuwwisseling bovendien een plaatselijke hervormd/gereformeerde commissie benoemd werd die de kerkenfusie moest voorbereiden, kreeg de samenwerking een extra ‘boost’. Intussen was besloten gezamenlijk in het vervolg te gaan kerken in de gereformeerde Maranathakerk, waardoor opnieuw een ‘geweldige’ verbouwing en renovatie nodig werd, die in 2004 ‘met vereende krachten’ werd uitgevoerd.

Eind jaren 60 waren er landelijk grote meningsverschillen binnen de GKv. Uit de breuk die daarop volgde is de Nederlands Gereformeerde Kerk (NGK) ontstaan. De twee kerkgemeenschappen hebben elkaar de afgelopen jaren weer teruggevonden. Ze onderstrepen dat door daadwerkelijk de eenheid te herstellen. Per 1 mei 2023, zijn de GKV en NGK verenigd tot de Nederlandse Gereformeerde Kerken.

Nieuwe Ontwikkelingen en Toekomstperspectief

Na afscheiding van de Gereformeerde Kerk vrijgemaakt ('t Harde), heeft een groep leden de Initiatiefgroep GK 't Harde e.o. opgericht. De initiatiefgroep heeft in goed overleg gesproken met de kerkenraden van GKN Zwolle, GKN Harderwijk en DGK Zwolle. Deze kerken steunen van harte het oprichten van een Gereformeerde Kerk op ’t Harde. Besloten is om als gemeente-onder-zorg van DGK Zwolle verder te werken aan zelfstandigheid als de Heere dat wil geven. Onder leiding van de kerkenraad van DGK Zwolle konden onlangs een ouderling en diaken worden bevestigd op ’t Harde. Zij maken deel uit van de kerkenraad van de DGK Zwolle. Op ’t Harde wordt elke zondagmiddag een eredienst belegd. Intussen hebben de kerken van DGK en GKN uitgesproken kerkelijk één te zijn. Het proces voor samenvoegen van 2 kerkverbanden is in gang gezet.

Onze oproep is aan ieder die trouw wil blijven aan Schrift en belijdenis om ons te helpen en samen met ons op te trekken. Ook hopen we op ondersteuning en betrokkenheid van individuele leden vanuit DGK en GKN uit de omgeving om het kerkvergaderend werk van Christus op 't Harde te ondersteunen en betrokken te zijn met daad en gebed.

De eerste gereformeerde kerk ontstond in een dorpje op de Veluwe - Ridders van Gelre

tags: #vrijgemaakte #kerk #t #harde