De komst van een nieuwe predikant en de betekenis van nieuwjaarswensen

Een verrassende aankondiging

De kerkgangers waren opgetogen, verrast en blij toen een ouderling hen in goed vertrouwen zei: de predikant heeft het beroep van ons aangenomen en zal zo spoedig mogelijk naar onze gemeente komen.

De bedelaar op de Kerkstraat

De dag van dit heugelijke feit voor de gemeente breekt aan. Een bedelaar aan de weg zag velen naar hun kerkje gaan. Oud en jong, netjes gekleed, vreugde op ieders gelaat. Bedelend om aalmoes zag hij hen in de nauwe Kerkstraat.

Hoe zal de dominee wezen, een nette verschijning mogen zijn? Is zijn preek volop boeiend, of saai, erg lang of juist klein?

Volop geroezemoes, iedereen vormt van hem een beeld. Plots stilte,..hij is er niet! wordt aan iedereen medegedeeld.

Even na de schrik, zwaaien plotseling de grote kerkdeuren open. De arme bedelaar komt in vuile lompen naar binnen gelopen. Een doodse stilte valt, zijn lichaam in grote vieze armoe gekleed. Loopt heel stil het tussenpad af waarna hij de kansel betreedt.

De kerkenraad in verlegenheid gebracht haalde hem er vlug af. Zeg zwerver, die kansel is voor de dominee’s met de herdersstaf. Gaat u weg, hij wordt door velen met een gefronste blik bekeken.

Maar de bedelaar draaide zich om en vroeg: mag ik even spreken? Hij schraapte zijn keel en zei: ik ben uw nieuwe predikant op uw pad. Ik zat aan de kant van de weg, keek of u deze naastenliefde bezat. Jezus Christus is toch uw Liefde, u draagt dit niet uit naar elkaar! Liefde is de preek, leert van Gods naastenliefde in dit gebaar.

Nog nooit werd er zoveel in een hele kleine preek geleerd. Nu voor betraande ogen, een arme voorbijgaan is zo verkeerd. En als ze een bedelaar zagen met een vuile uitgestoken hand, zagen ze Jezus Christus door het diepe onderwijs van hun predikant.

Illustratie van een bedelaar die de kansel betreedt in een kerk.

Nieuwjaarswensen in het geloof

Een nieuw jaar is weer begonnen, de champagne weer geopend. Jij als lezer van de blogs van Zij Lacht bent er in 2021 ook, wat mooi! Ondanks dat we elkaar geen handen mogen geven, is het tijdens oud & nieuw een soort van een traditie om elkaar de ´beste wensen´ toe te wensen.

We weten niet wat het jaar ons zal gaan brengen, wat voor verrassingen er zullen zijn. Misschien kijk je wel uit naar bepaalde dingen dit jaar! Maar hoe mooi is het dan om iemand iets toe te wensen, wat soms wat verder gaat dan de ´beste wensen´.

Deze wens komt van de apostel Johannes en is gericht aan Gajus. We weten verder niets over hem. Wel is de brief in 3 Johannes wat persoonlijker dan de hoofdstukken hiervoor, dus Johannes heeft Gajus denk ik wel goed gekend, aangezien hij hem ook met ´geliefde´ aanspreekt. Het woord dat hier voor wensen gebruikt wordt is in het Grieks het woord echomai. Dit wordt in andere gedeeltes ook wel eens vertaald met bidden. Want je kunt iemand ook iets toe bidden, niet alleen wensen. Niet alleen woorden, maar ook daden (gebed), is soms misschien nog wel krachtiger!

In de Bijbel gaat het ook wel vaker over de combinatie lichaam & ziel, niet gek dus dat Johannes het hier ook iemand toewenst. Hij wenst hem niet alleen lichamelijke gezondheid toe, maar ook geestelijke gezondheid. Hoe nodig is het ook niet dat wij op elk vlak gezond zijn, lichaam en ziel?

Moge God, die ons hoop geeft, u in het geloof geheel en al vervullen met vreugde en vrede, zodat uw hoop overvloedig zal zijn door de kracht van de heilige Geest.

Een afbeelding van een dove hand die een andere hand vasthoudt, symbool voor verbinding.

Vreugde, vrede en hoop in het geloof

Toen ik nadacht over wensen in de Bijbel moest ik meteen ook denken aan de tekst die ik meekreeg toen ik zelf een paar jaar geleden belijdenis deed in de kerk. Wat een bijzonder moment was dat en wat een mooie tekst kreeg ik mee. Een wens waarin het over vreugde en vrede in het geloof gaat. Als we vreugde en vrede in het geloof hebben, dan mogen we ook hoop hebben. Als we op God vertrouwen, volgen ook die vreugde en vrede die we nodig hebben.

Soms kan dit vertrouwen even weg zijn, zie je het allemaal niet zo zitten. Bijzonder vind je niet, dat deze tekst dan in de Bijbel staat? Dat God ons weer die vreugde en vrede wil schenken! Dan mag je ook weer hoop hebben. Hoop voor de toekomst, voor als het wat minder gaat. Een hoop geworteld in God, die niemand ons meer af kan pakken.

De vruchten van de Heilige Geest

Vroeger toen ik jonger was leerde ik op school een liedje van Elly en Rikkert waarin je ook iemand iets toewenste. De woorden uit Galaten 5:22. Waarin het gaat over de vruchten van de Heilige Geest. Hebben we die vruchten nu niet heel veel nodig, om rustig te blijven, naar elkaar om te zien, om onszelf soms op de tweede plek te zetten?

Illustratie van diverse vruchten, symbool voor de vruchten van de Heilige Geest.

De priesterlijke zegen

De HEERE zegene u en behoede u! De HEERE doe Zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig! De HEERE verheffe Zijn aangezicht over u en geve u vrede! Deze tekst is je misschien niet totaal onbekend. Bij mij in de kerk wordt deze zegen vaak aan het einde van de dienst door de dominee meegegeven aan de gemeente. In de naam van God geeft hij deze woorden door. Wij mogen deze woorden ook doorgeven en aan andere mensen toewensen. Want hebben we niet allemaal Gods zegen nodig? Dat Hij als een zonneschijn over ons leven schijnt? De vrede die God iemand kan geven?

Voorbereidingen voor de intrededienst

Zodra je weet dat er een nieuwe predikant komt in jouw gemeente, kan je als kindernevendienstteam aan het werk. Je gaat een bijzondere nevendienst voorbereiden. Hoe dat bij ons ging, lees je in deze blogtekst.

De datum van de bevestiging is een bijzondere: het is de zondag na Hemelvaart, de laatste zondag van de meivakantie en moederdag. Naar mate de datum dichterbij komt wordt het ook duidelijk dat het die dag strandweer zal zijn. We zijn het gewend om met de kinderen een cadeau te geven. Maar wat? We stellen voor dat elk kind zelf een bijdrage maakt. In de vorm van een visitekaart of een tekening. Die brieven met dit voorstel brengen we persoonlijk langs. In de brief worden de kinderen vrijblijvend uitgenodigd voor de kindernevendienst tijdens de bevestigingsdienst.

Na afloop zijn er ook toespraken. Omdat er heel erg weinig tekeningen zijn ingeleverd, besluiten we om daar geen groot overhandigingsmoment van te maken.

Het verhaal van Maria en Martha

Houd ik vast aan het rooster, of probeer ik over het onderwerp te vertellen dat ook in de dienst aan bod komt. Vooruit. Maar eerst moet onze nieuwe predikant mij uitleggen waarom Marta verwijtend wordt aangesproken. Het woordje én is hier belangrijk. Ik had via de leesroosters kunnen uitzoeken wanneer Lucas 10:38-42 op het leesrooster stond. Maar ik blijf thuis en ga mijn kinderbijbels doorbladeren. We gaan niet dit verhaal verwerken. Maar omdat het een feestelijke dienst is, gaan we een bloemenschilderij maken voor de nieuwe dominee.

Tijdens de toespraken wil ik wél iets doen dat aansluit bij het verhaal van Maria en Marta: een keukenschortenrace. Het liefst doen we dat buiten. Die middag verwelkom ik de kinderen voor de ingang van de kerk. De predikant leidt het verhaal in de kerk in met de muziek van Herman van Veens Opzij, opzij, opzij. Ze rennen door de kerk. Je hebt geen oog voor dingen om je heen, als je je haast.

Even later liggen de kinderen in het gras, terwijl ik het verhaal voorlees. Er wordt heftig gespeeld met het gras. Letten ze nog een beetje op? Ja toch! Als ik me verspreek is het: hè? Ik lees een hervertelling van een dominee voor. O, en wat staat er dan echt in de bijbel? Die vraag komt van de oudste deelneemster. Zij is benieuwd naar het verschil. Ik heb ook de samenleesbijbel meegenomen. En zo horen de kinderen het verhaal nog een keer. Dit ging veel sneller.

Voor het maken van het schilderij gaan we naar binnen. We werken hard maar het lukt niet om het op tijd af te krijgen. Het is druk in de consistorie als we voor een 2e keer de kerk uit gaan. De predikanten doen hun warme toga’s uit. En wij gaan verder aan de slag. Het is een vrolijk plakken en knippen én praten en lachen. Daar gaat de deur open. Kunnen we wat zachter doen? In de kerkzaal heeft men last van ons.

Kinderen die een keukenschort dragen tijdens een spel.

De keukenschortenrace: een mislukking

De keukenschortenrace is een mislukking. Het drukdoenerig rennen en vliegen met een schort vol aardappels, moet een tegenhanger vormen van het lui in het gras luisteren naar het verhaal. De kinderen dragen keukenschorten. Opgeblazen ballonnen stellen de aardappelen voor. Er is nog niet begonnen met hardlopen of de wind pakt de ballonnen af. Het wordt verstoppertje zonder buut. Kan jij al tot 30 tellen? Ja hoor. De jongste deelnemer telt eerst tot 20.

Ontvangst van het schilderij

We krijgen alvast iets te drinken en dan zijn de toespraken eindelijk klaar. We roeien tegen de mensenstroom op om het schilderij aan de predikant te kunnen geven. Het krijgt een plaatsje in haar kantoor.

Vrijwilligerswerk en waardering

Zou het ook voor mij bedoeld zijn? Ja natuurlijk. En toch voelt het een beetje genânt om een echt gebakje te eten, in de kring van mede-vrijwilligers. Alsof ik zo zelfingenomen ben en mezelf bedank. Zo vrijwillig voelt het niet altijd als ik weer op het rooster sta en aan de klus begin. Onwillig ben ik net zo vaak. Verlangend naar rustig in de kerk zitten, zonder allerlei dingen aan het hoofd. Alleen consumeren.

Zoals je kunt verwachten bij een vrijwilligersbijeenkomst, wordt er weer van alles geregeld. Ik zie een envelop van de financieel administrateur naar de scriba gegeven worden. Regelmatig staat iemand op om van deze gelegenheid gebruik te maken. Er zijn mensen met uiteenlopende functies bij elkaar: Degene die het preekrooster regelt, organist, bloemen schikt, werelddiaconaat, beroepingscommissie, schoonmaakster, bij het inleverpunt voor oud-papier staan, kosters, ouderlingen en diakenen, voorzitter van de kerkenraad.

Zelf krijg ik de vraag of ik kindernevendienst wil doen bij de intrededienst van de nieuwe predikante. Dat is goed hoor. Oei, is het niet gebruikelijk om dan iets speciaals te doen, een kado te geven? Hmm, daar mag ik dan ook achteraan. Een welkomstgeschenk voor de nieuwe herder. Dat zal ik niet in de Kind op Zondag vinden.

Een origineel welkomstgeschenk

Als we als gezin op zondagmiddag een wandeling door het bos maken is het idee er opeens. Het thema van die zondag is het volk van Israël dat 2 x zo hard moet werken voor Farao. Stenen bakken. Zou het een goed idee zijn om de nieuwe predikant een keukenschort te geven? Ik leg het voor aan een andere leidster. Zij voegt er nog aan een paar ovenwanten aan toe. Zo kan de dominee ook gebakken stenen sjouwen.

De bevestiging van ambtsdragers

Scriba René de Reuver bidt voor de ambtsdragers die deze maand in veel gemeenten bevestigd worden. Dat is om stil van te worden. Misschien overviel de vraag u wel. Zo van: waarom vragen ze mij? Toch hebt u ja gezegd. Ik ben daar blij om. We zijn immers samen kerk. Gelukkig hoef je niet eerst examen te doen om ambtsdrager te worden. Diploma’s zijn hiervoor niet nodig.

De bevestiging van nieuwe ambtsdragers is altijd weer een bijzonder moment. Dat mensen ondanks allerlei aarzelingen en volle agenda’s ja zeggen tegen deze vraag vanuit de gemeente. Dat is om stil van te worden. Dat moet het werk van Gods Geest zijn. Roeping van Godswege. Zonder bezieling door Gods Geest en de ontspanning - omdat de kerk niet van ons, maar van God is - houdt geen ambtsdrager het vol.

Nieuwjaarstoespraken: een traditie onder de loep

Ds. Is de ene predikant verguld met de publieke wensen van zijn kerkenraadslid, de ander wordt liever niet in het openbaar bedankt. Net als over de oudejaarsdienst is er over de nieuwjaarstoespraak "enorm weinig" geschreven, ontdekte ds. W. P. van der Aa uit Numansdorp. De hervormde predikant wijdde zijn doctoraalonderzoek -bij prof. M. J. G. van der Velden- aan de gereformeerde liturgiek. Ook na zijn afstuderen bleef dit onderwerp hem interesseren.

Onlangs verdiepte hij zich in de oudejaarsdienst. "Het is dan in veel gemeenten gebruikelijk om gestorven gemeenteleden te memoreren." In het kader van zijn onderzoek trof hij ook het een en ander aan over de nieuwjaarstoespraak. Deze toespraak heeft volgens hem vooral een zegenend en bemoedigend karakter. "De ouderling krijgt de persoonlijke vrijheid om de nieuwjaarstoespraak vorm te geven. Hij preekt niet en er is meestal geen sprake van stichtelijke verhandelingen of een tijdrede. Vaak verwijst hij naar de roeping van de predikant. Burgemeesters of andere ambtenaren nemen in nieuwjaarstoespraken doorgaans stelling tegen bepaalde gebeurtenissen. Dat ben ik in kerkelijke nieuwjaarstoespraken niet tegengekomen."

Na de toespraak zingt de gemeente haar predikant gewoonlijk toe. Psalm 134, 121, 135 of 91: zegenende of ambtelijke psalmen.

Bekeringsgeschiedenis en de oorsprong van de nieuwjaarstoespraak

Volgens de hervormde predikant vloeit de nieuwjaarstoespraak voort uit een negentiende-eeuws gebruik. In vooral de afgescheiden kringen speelden ouderlingen een belangrijke rol in het kerkelijke leven omdat er relatief weinig predikanten waren. "Wanneer er geen predikant voorging, deed men niets. Was er op nieuwjaarsdag wel een predikant, dan werd die toegesproken."

Veel is er niet over bekend omdat er relatief weinig over geschreven is en er slecht gedocumenteerd is, aldus ds. Van der Aa. "Wat we ervan weten, komt voornamelijk uit zeldzame opmerkingen in acta of in verslagen van plaatselijke kruisgemeenten of oud gereformeerde gemeenten."

Ook in bekeringsgeschiedenissen lees je wel eens wat over een nieuwjaarstoespraak, weet de predikant. "Zo kwam ik in een bekeringsgeschiedenis -eind achttiende eeuw, begin negentiende eeuw- van een vrouw uit Numansdorp iets over een nieuwjaarstoespraak tegen."

De persoonlijk getinte rede is vooral gebruikelijk in de afgescheiden kerkverbanden zoals de Gereformeerde Gemeenten en de Oud Gereformeerde Gemeenten. Ook in behoudende hervormde en christelijke gereformeerde gemeenten is het op nieuwjaarsmorgen geen onbekend verschijnsel.

Hoewel de dienst op nieuwjaarsmorgen langer bestaat dan de uit de negentiende eeuw daterende oudejaarsdienst, is hij niet van alle tijden, stelt ds. Van der Aa. "De nieuwjaarsdienst is nooit landelijk aan gemeenten opgelegd. De dienst was facultatief en vaak een plaatselijke gewoonte, die werd aanbevolen omdat het beter was om op nieuwjaarsdag naar de kerk te gaan dan zich bezig te houden met allerlei wereldse zaken."

Gemeenteleden die inderdaad op de eerste dag van het jaar in de kerkbank schoven, luisterden meestal naar een preek over de besnijdenis van de Heere Jezus. "Naar rooms gebruik. Het was immers de achtste dag na de geboorte van Jezus. De Reformatie heeft minder gebroken met roomse tradities dan we soms denken. Tegenwoordig is het thema "nieuw": nieuw jaar of nieuw leven."

Kritische kanttekeningen bij de nieuwjaarstoespraak

Persoonlijk heeft de hervormde predikant een dubbel gevoel bij de nieuwjaarstoespraak. "Niet voor niets was die toespraak lange tijd geen gewoonte in de kerk. Ik denk dat men beducht was om een mannetje apart toe te spreken. Hiermee zou men de bijzondere positie van de predikant benadrukken."

Natuurlijk heeft een predikant een bijzondere roeping, vindt ds. Van der Aa, "maar ook hij is slechts een stoffelijk mens. Voor je het weet, hebben we de priester weer in huis. Wellicht via de achterdeur."

Hij is van mening dat in een kerkgenootschap met weinig predikanten de toespraak het predikantschap nog meer dreigt te verbijzonderen. "Dat zal in de beleving en de toepassing van de nieuwjaarstoespraak ook een rol spelen. Ik sta er daarom enerzijds wat kritisch tegenover."

Aan de andere kant vindt ds. Van der Aa het voluit bijbels om elkaar een zegen toe te wensen en elkaar te bemoedigen. "Die pastorale houding zie je bijvoorbeeld ook in de brieven van Paulus aan Timótheüs. Daarom kan het goed zijn om elkaar deze zegen van tijd tot tijd toe te wensen. Mits je het eerste in gedachten houdt. Verder moet het geen eenrichtingsverkeer worden. Het is goed om ook de ouderlingen en de diakenen Gods zegen toe te wensen."

Ervaringen van predikanten met nieuwjaarstoespraken

Tijdens de dienst op nieuwjaarsdag wordt ds. Van der Aa niet toegesproken "Wel wensen de kerkenraadsleden mij het beste toe. En krijg ik vaak persoonlijke bemoedigingen van gemeenteleden."

Hij vindt januari een goed moment om elkaar Gods zegen en bemoediging voor het komende jaar toe te wensen. Maar er zijn meer mogelijkheden. "Zoals bij het begin van het winterwerk, als de verenigingen weer beginnen. Op biddag of dankdag zou het eveneens kunnen."

Ds. Van der Aa: "Ik weet niet hoe mijn collega's het ervaren als ze toegesproken worden. Persoonlijk voel ik me nooit erg prettig. Ik voel me dan zo apart gezet. Ik wil er echter ook niet voor weglopen. Uiteindelijk ben je wel een geroepene."

Ook ds. L. Blok uit Ermelo heeft het niet zo op de nieuwjaarstoespraak begrepen. Niet om principiële redenen, meer om persoonlijke. "Hier in Ermelo wordt de toespraak gehouden, en dat vind ik best. Ik wil die gewoonte niet doorbreken. Maar ik houd helemaal niet zo van toespraken. Op nieuwjaarsdag worden bij ons ook de ambtsdragers bevestigd; dan duurt de dienst al wat langer. Ik waardeer alle goede bedoelingen hoor, daar gaat het niet over."

De nieuwjaarstoespraak in de Gereformeerde Gemeente van Nunspeet

In de gereformeerde gemeente van Nunspeet -waar de predikant zeventien jaar stond- is hij op nieuwjaarsdag nooit toegesproken. "Ze wisten dat ik het niet zo op prijs stelde. Je kreeg vanuit de gemeente kaartjes met de beste wensen. Zelf wenste ik de gemeente vanaf de preekstoel een gezegend nieuwjaar toe. Dan was het wel genoeg."

Een nieuwjaarstoespraak bevat volgens ds. Blok doorgaans de wens "dat de ambtelijke bediening en het werk in het nieuwe jaar gezegend mogen worden, dat het werk mag voortgaan en dat de predikant aan de gemeente verbonden zal blijven. Vaak betrekt de ouderling de vrouw en het gezin erbij."

Het uitspreken van deze wensen vindt de predikant -de toespraak ten spijt- een mooi gebruik. "In Nunspeet bleven we als kerkenraad na de kerkdienst op nieuwjaarsdag nog even achter, samen met onze vrouwen. We dronken koffie en wensten elkaar het beste toe. Maar omdat dit moeilijker werd vanwege de kinderen is dit na een aantal jaren weer stopgezet. Ik vond het wel aardig. Je zou het breder kunnen trekken naar de gemeente. Op zich is dat niet verkeerd."

Later was ds. Blok betrokken bij de receptie in de eerste week van het nieuwe jaar. Bedoeld voor iedereen die actief was in de gemeente. "Mensen die bejaarden- of gehandicaptenwerk verrichtten, organisten, de koster. Iedereen was uitgenodigd. Ook de verenigingen waren erbij." De predikant had tijdens de bijeenkomst de leiding en bedankte alle betrokkenen. "En dan werd er nog een kleinigheid ter hand gesteld. Een boekje of zo."

Een pleitbezorger van de nieuwjaarstoespraak

Een pleitbezorger van de nieuwjaarstoespraak is D. Koole, ouderling in de christelijke gereformeerde kerk van Den Haag-Zuid. Hij heeft zijn twijfels bij de bescheidenheid van sommige predikanten die niet toegesproken willen worden. "Er zijn predikanten die de toespraak niet zo appreciëren omdat ze dan te veel in het middelpunt staan. Maar achter die opstelling proef je soms dat ze er niet ongevoelig voor zijn." En, vindt Koole, "de predikant spreekt het hele jaar tot de gemeente in zijn preken, dan mogen de gemeenteleden één keer in het jaar in de samenkomst best eens iets terugzeggen."

De ouderling uit Rijswijk weet redenen genoeg om de dienaar van het Woord de begeleiding van de Heilige Geest toe te bidden. "Verkondiging is niet gemakkelijk. Het is moeilijk om de geloofswaarheden van het Evangelie te plaatsen in de werkelijkheidservaring van de luisterende gemeenteleden. Zij denken soms: Dat vertel je nou wel, maar is het ook zo?"

Toen een predikant de gemeente van Den Haag-Zuid via Koole liet weten geen prijs te stellen op een toespraak kwamen de gemeenteleden naar de ouderling toe. ""Wat is dat nou? Het is hier toch een traditie?" Ze hebben toen briefjes met daarin de beste wensen aan de dominee geschreven. Ja, een predikant is er uiteindelijk toch wel gevoelig voor", is de stellige mening van Koole.

Mensverheerlijking of terechte dankbaarheid?

"Je moet in de toespraak niet zeggen: Wat heeft u het in het afgelopen jaar er weer geweldig van afgebracht. De predikant krijgt in het pastoraat allerlei problemen over zich heen en helpt die last ook dragen. Hij deelt in alle lief en leed. Dat vraagt geduld, energie, tijd en veel liefde en hartelijkheid. Hoeveel predikanten liggen er niet uitgeblust in de berm? In de nieuwjaarstoespraak bedankt een gemeente hem bijvoorbeeld voor de begeleiding van een zieke of een stervende."

Om die reden vindt Koole dat ook een gemeentelid de toespraak zou kunnen houden.

tags: #wens #voor #nieuwe #predikant