De Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK), tegenwoordig bekend als oud-NGK, zijn in 1967 ontstaan uit een scheuring binnen de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) (GKv). De wortels van deze beweging gaan terug tot 1925, toen een groep predikanten binnen de Gereformeerde Kerken kritiek uitte op de leer van Abraham Kuyper, die volgens hen te veel een gesloten systeem was geworden voor de interpretatie van de Bijbel. Deze predikanten prefereerden een meer directe benadering vanuit de Bijbel zelf. De reactie van aanhangers van Kuyper leidde tot leeruitspraken op de synode van Sneek (1939-1942), met name over het genadeverbond en de wedergeboorte. Binnen de NGK bestonden vanaf het begin twee stromingen: een die streefde naar het vastleggen van bereikte inzichten door eigen kerkelijke organisaties op te richten en de vrijgemaakte kerk als de enige ware kerk zag, en een andere groep die meer open stond naar andere kerken en organisaties. Dit leidde uiteindelijk in 1964 tot de schorsing van ds. Van der Ziel te Groningen-Zuid en in 1966 tot de Open Brief, waarna ondertekenaars werden geroyeerd en velen hen volgden. De nieuwe groep kerken werd aanvankelijk buitenverbanders genoemd.
Op 1 januari 2020 telden de Nederlands Gereformeerde Kerken 32.898 leden en doopleden, een aantal dat nauwelijks was afgenomen ten opzichte van tien jaar eerder. De grootste gemeenten bevinden zich in Kampen, Bunschoten-Spakenburg en Wezep. Tien gemeenten vormen samenwerkingsgemeenten met de Christelijk Gereformeerde Kerken (CGK), en er is lokale samenwerking met diverse kerken, variërend van evangelische tot PKN-gemeenten. Het landelijke blad dat in deze kringen werd uitgegeven, was Opbouw, dat vanaf 2015 fuseerde met De Reformatie, het blad van de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt.
Al in 2008 signaleerde ds. Compagnie, de samensteller van het Informatieboekje voor de NGK, een "schrikbarende" afname van het bezoek aan de tweede zondagse kerkdienst. Hij merkte op dat sommige kerken geen tweede dienst meer belegden en dat deze in sommige plaatsen zelfs geheel was afgeschaft. Deze trend zette zich voort: in 2015 organiseerden 30 kerken geen tweede dienst meer, tegenover 14 in 2011.
Theologische stroming en kerkelijke structuur
Inhoudelijk worden de NGK gerekend tot de orthodox-gereformeerde kerken. Een opvallend kenmerk, in tegenstelling tot veel andere orthodox-calvinistische stromingen, is dat in diverse plaatselijke gemeenten niet alleen mannen, maar ook vrouwen de kerkelijke functies van ouderling, diaken en predikant kunnen bekleden. De eerste vrouwelijke predikant werd in januari 2011 officieel door een NGK-gemeente bevestigd.
De kerken baseren zich op de Bijbel en erkennen de drie belijdenisgeschriften van de oude christelijke kerk en de Drie Formulieren van Enigheid. De kerkorde is het Akkoord van Kerkelijk Samenleven (AKS), een minimalistische versie van de Dordtse Kerkorde. Een typisch kenmerk van de NGK is de relatieve vrijheid van de gemeenten. Vanwege negatieve ervaringen met synodes in het verleden, heerst er binnen het kerkverband een sterke weerzin tegen een te strakke kerkelijke organisatie. In plaats van synodes en classes zijn er landelijke en regionale vergaderingen met beperkte mogelijkheden om besluiten op te leggen aan plaatselijke gemeenten.
De kerken zijn actief in zending, waarbij de organisatie niet centraal, maar projectmatig verloopt, gerund door een of meer gemeenten in samenwerking met ondersteunende gemeenten. Voor de opleiding van predikanten werd het Nederlands Gereformeerd Seminarie opgericht, dat zich richtte op Bijbelkennis en praktische vaardigheden, minder op wetenschappelijke vorming. Sinds 5 november 2005, na een besluit op de landelijke vergadering, is er een eigen predikantenopleiding. Vanwege de omvang van het kerkgenootschap werd deze geïntegreerd in de predikantenopleiding van de Christelijke Gereformeerde Kerken, de Theologische Universiteit Apeldoorn, waarbij ongeveer 80% van de opleiding uit bestaande CGK-onderdelen bestond en 20% zelf werd ingevuld.

Besluitvorming over vrouwelijke ambtsdragers
In LELYSTAD heeft de Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK) in het verleden een voorlopig besluit genomen om het ambt van predikant nog niet open te stellen voor vrouwen. Dit besluit moest nog worden beoordeeld door een voortgezette Landelijke Vergadering, waarin alle kerken vertegenwoordigd zijn, wat gebruikelijk is voor zwaarwegende besluiten binnen de NGK.
De openstelling van de ambten van ouderling en predikant voor vrouwen werd wel als "bijbels verantwoord" beschouwd. De Landelijke Vergadering besloot destijds met 31 stemmen voor, 5 tegen en 3 onthoudingen dat de openstelling van deze ambten "een zaak van christelijke vrijheid en daarom geoorloofd, maar niet geboden" is. Besluitvorming over daadwerkelijke openstelling kon volgens de Landelijke Vergadering niet langer worden uitgesteld en was mede afhankelijk van een eventueel gemeenschappelijk beraad met de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt.
Ondanks deze overwegingen, besloot de vergadering het nog niet volledig in de vrijheid van de kerken te laten om het ambt van predikant daadwerkelijk open te stellen. Een commissie kreeg de opdracht om de uitvoerbaarheid van de openstelling van het ambt van predikant voor vrouwen te onderzoeken, waarbij alle relevante aspecten voor verdere besluitvorming aandacht zouden krijgen.
Dr. P. Veldhuizen (Leerdam) uitte kritiek op de formulering van de voorbereidingscommissie, die stelde dat vrouwelijke ouderlingen en predikanten (VOP) adequaat was ingegaan op inhoudelijke argumenten van deputaten van CGK en GKV en op het meerderheidsrapport van de CGK dat zich tegen een vrouw in het ambt keert. Volgens dr. Veldhuizen was er geen echte discussie geweest en waren zijn wezenlijke vragen niet beantwoord. Uiteindelijk werd het woord "weersproken" vervangen door "besproken" en "adequaat" door "in voldoende mate". De vergadering achtte dit echter geen reden om de eindconclusie van het rapport VOP te wijzigen, die inhield dat de ambten van ouderling en predikant ook voor vrouwen konden worden opengesteld.
Slechts een klein aantal sprekers nam het woord, voornamelijk voor tekstuele verduidelijkingen en opmerkingen. De NGK, waar vrouwen sinds 1995 diaken kunnen worden, telden ruim 30.000 leden. In tien kerken waren op dat moment al vrouwen als ouderling actief.
Principiële beslissingen en consequenties
De Landelijke Vergadering heeft de ontwikkeling voltooid en de besluitvorming gecompleteerd, waardoor de weg open is voor vrouwelijke ouderlingen. Voor predikanten zal hierover over drie jaar een beslissing worden genomen. De principiële beslissing werd op 25 juni genomen, waarbij de Landelijke Vergadering oordeelde dat voldoende was ingegaan op de vragen vanuit de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt, Christelijke Gereformeerde Kerken, maar ook vanuit de NGK zelf. De bijbels-theologische onderbouwing in het rapport werd aanvaard.
In de besluitvorming werd gesteld dat de toelating van vrouwelijke ambtsdragers een zaak van christelijke vrijheid is: het moet niet, maar het mag wel, bijbels gezien. Het wachten van drie jaar op beslissingen over vrouwelijke predikanten is te wijten aan het feit dat het besluit alle plaatselijke kerken raakt, die het nog moeten aanvaarden (ratificeren). Indien een gemeente er moeite mee heeft, heeft dit consequenties op regionaal niveau bij de toelating van een vrouw als predikant. Dit is gebaseerd op een specifieke kerkrechtelijke opvatting die niet in alle gereformeerde kerken gedeeld wordt.
De kern van het rapport en de genomen beslissing ligt in de hermeneutiek, de interpretatie van de Schrift. Een studiecommissie bood het VOP-rapport vorig jaar aan de christelijke gereformeerde deputaten voor eenheid aan voor commentaar. Deze deputaten erkenden de noodzaak van de gestelde hermeneutische vragen en de worsteling van de commissie, maar uitten hun zorg dat de gemaakte hermeneutische keuze ertoe kon leiden dat bepaalde schriftgegevens niet in hun bedoeling werden meegenomen, maar als irrelevant terzijde werden geschoven. Zij constateerden dat "per saldo de Schrift eerder gesloten dan geopend wordt" door de gemaakte keuze.
Dit wordt geïllustreerd door een opmerking van de voorzitter van de LV, ds. W. Smouter, die aangaf dat het moeilijk wordt als vrouwen overal in de maatschappij leidende posities innemen, maar dit in de kerk niet kan. Dit soort opmerkingen wordt geplaatst in de context waar niet het woord van de Schrift, maar de gemaakte keuze de doorslag geeft, waarbij het woord hermeneutiek tegenover de tekst zelf komt te staan.
Kerkelijke verhoudingen en samenwerking
De reactie van de deputaten wijst ook op de kerkelijke verhoudingen tussen NGK en CGK. Het rapport stelde de vraag of verdere openstelling van ambten de "kleine oecumene" zou belemmeren, waarop een positief antwoord werd gegeven. Hoewel de landelijke contacten waren gereduceerd, was het verlangen naar herstel van contact een bewuste uitspraak. Het aanvaarden van de aanbeveling van het rapport zou een ernstige belemmering vormen.
Daarnaast zijn er lokale consequenties te verwachten. Gemeenten van NGK en CGK die samenwerken, kunnen geconfronteerd worden met problemen. Ambtsdragers en gemeenteleden van de NGK zouden zich belemmerd kunnen voelen om werkelijk te participeren aan de besluiten van hun kerkgemeenschap indien vrouwelijke ambtsdragers niet worden toegelaten. Vanuit de CGK wordt verwacht dat men zich houdt aan de besluiten van de generale synode, wat kan leiden tot frictie van verschillende loyaliteiten.
De CGK-kerkenraden die zich in deze situatie bevinden, wordt medegedeeld dat het niet aanvaardbaar is om via een besluit van de LV de afspraken binnen het eigen kerkverband te negeren. Een kerkelijk besluit met een problematische onderbouwing kan spanningen veroorzaken binnen samenwerkingsverbanden die als positief worden ervaren.
Het Oversticht: De kerkscheuring van 1944, 2002 (BETACAM690)
De discussie over de vrouw in het ambt is ook gaande binnen de CGK. De CGK-NGK-Kruiskerk in Arnhem heeft het voornemen vrouwen tot de ambten toe te laten, wat door de classis Apeldoorn aanvankelijk werd goedgekeurd, maar onder druk van protesten weer werd ingetrokken. Dit illustreert de spanningen die ontstaan wanneer kerken of leden niet handelen zoals geëist wordt door het kerkverband. Predikanten proberen via 'instructies' en het aanzwengelen van de discussie het kerkrecht aan te passen. Dit gebeurt ook in de CGK classes Amsterdam en Den Haag, waar instructies zijn opgesteld om de synode te bewegen het eerdere besluit tegen de vrouw in het ambt op te heffen. CGK-NGK Aalsmeer heeft zelfs al besloten vrouwelijke ambtsdragers in gezamenlijke diensten toe te laten.
Een belangrijk aspect is de invloed van NGK en GKv predikanten in samenwerkingskerken op dit vlak. De tendens is dat kerkmuren afbrokkelen en gemeenten uit verschillende kerkverbanden steeds meer samenklitten. De CGK staat bekend om haar nadruk op orthodoxie, onder meer door beslissingen over homoseksualiteit, drama in de eredienst en het buitensluiten van de vrouw in het ambt. Echter, de ontwikkelingen wijzen op een erosie van deze standpunten, mede door de toenemende samenwerking met andere kerkverbanden zoals de PKN.
De vraag wordt gesteld of er nog wel reden is voor zelfstandige kerkverbandelijke levens, gezien de openstelling voor diverse stromingen binnen de Protestantse Kerk en de toenemende nadruk op de rol van de lezende mens in het verstaan van de Schrift, zoals beschreven in het boek "Gereformeerde hermeneutiek vandaag".
De ontwikkeling naar een mogelijke fusie of nauwere samenwerking wordt ook geïllustreerd door de overstap van gemeenten van de Gereformeerde Kerken in Nederland (GKN) naar de NGK, waarbij de omvang van de overstap de dynamiek van een "aansluiting" kan veranderen in een "overname". Dit wordt vergemakkelijkt door het feit dat veel GKN-gemeenten binnen het CGB (Christelijk Gereformeerd Beraad) al vrouwen in het ambt hebben, zonder hier een groot item van te maken.
De verhouding tussen CGK en NGK is complex. In 1998 beëindigden de CGK de officiële samensprekingen met de NGK, mede vanwege de toe-eigening van het heil in de prediking en het besluit van de NGK om vrouwelijke diakenen aan te stellen. In 2001 werd nogmaals uitgesproken dat een nauwere vorm van samenleven met een plaatselijke Nederlands gereformeerde kerk met een vrouwelijke diaken op gespannen voet stond met de CGK-kerkorde.
Prof. J. W. Maris verwachtte dat het rapport van de NGK-commissie de verhouding met de CGK niet zou vergemakkelijken, zeker niet als de Landelijke Vergadering het rapport tot besluitvorming zou maken. De vergelijking die de commissie in het rapport maakte met het rapport van de CGK liet een aanzienlijk verschil zien. Hoewel er op een lager pitje nog wel gesprekken waren, werd duidelijk dat een besluit inzake vrouwelijke ambtsdragers een moeilijke kwestie zou vormen.
Op lokaal niveau kan de samenwerking tussen CGK en NGK tot spanningen leiden, met name in samenwerkingsgemeenten. Hoewel de synode van de CGK niet wilde tornen aan plaatselijke samenwerking, zijn CGK-gemeenten gebonden aan de regels van hun eigen kerkverband. Indien de Landelijke Vergadering van de NGK het rapport accordeert, zouden deze samenwerkingsgemeenten niet alle ambten voor vrouwen kunnen openstellen, wat tot problemen kan leiden.
Tussen de NGK en de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKV) vond voor het eerst op plaatselijk niveau een officiële kanselruil plaats. Het NGK-rapport werd vertrouwelijk toegestuurd, en de deputaten van de GKV zouden het bestuderen.
De discussie over de vrouw in het ambt binnen de gereformeerde kerken wordt gekenmerkt door een complex samenspel van theologische interpretatie, kerkelijke traditie, en de roep om modernisering en gelijkheid. De NGK lijken hierin een voortrekkersrol te hebben gespeeld, met een interne ontwikkeling die de bredere gereformeerde gezindte weerspiegelt.
tags: #aantal #vrouwelijke #dominees #ngk