Dit is een verslag van de oorlogsherinneringen van Frans Boom, die voornamelijk betrekking hebben op de periode 1944-1945. Frans Boom was in mei 1940 vijf en een half jaar oud. Zijn ouders dreven een winkel in rijwielen, huishoudelijke artikelen en elektriciteit aan de Kalderkerkerweg 114 in Venlo. Het gezin bestond uit vier kinderen: Frans (5½), Jan (4), Jetty (ruim 1) en Gerard (3 maanden). Herinneringen aan de gebeurtenissen vóór 1940 zijn schaars.
De buurt waar zij woonden, met de bijnaam "Den Luien Hook", werd omsloten door de Kalderkerkerweg, Casinostraat en Vierpaardjes. De Kalderkerkerweg was de hoofdweg naar Duitsland. De Casinostraat scheidde de buurt van de "Hei", waarachter een casino en een grindgroeve lagen. Langs de Vierpaardjes liep de spoorlijn naar Duitsland met een afsplitsing naar Roermond. De buurt vormde een hechte gemeenschap met eigen voorzieningen zoals een slager, kapper en snoepwinkel.
De Duitse inval en de eerste oorlogsjaren
Volgens de verhalen van zijn ouders vielen de Duitsers tussen 3 en 4 uur 's nachts binnen. Zijn vader zag Duitse militairen langs de huizen lopen nadat hij die nacht lang had doorgewerkt aan het lakken van fietsen.
In de beginjaren van de oorlog verliepen de zaken grotendeels normaal. Echter, het hoofd van de school, meester Thiessen, werd gegijzeld en naar Vught gebracht. Hij was het hoofd van de Franciscusschool aan de Casinostraat, die inmiddels is afgebroken. Andere leerkrachten waren onder meer Dhr. Faessen, bijgenaamd 'de Plaat' vanwege zijn kale hoofd, en Dhr. Reintjes, bijgenaamd 'de Vos' vanwege zijn geheimzinnige gedrag.
Bombardementen en het leven in de kelder
Een van de eerste gebeurtenissen die Frans zich herinnert, waren de vrijwel dagelijkse optochten van zingende en marchende Duitse militairen over de Kalderkerkerweg. Veel buurtkinderen volgden hen en leerden zo Duitse liedjes.
In 1942-1943 begonnen de eerste bombardementen op het nabijgelegen vliegveld. Vanwege de nabijheid moesten de gezinnen regelmatig 's nachts naar de gestutte kelder vluchten. Deze kelder, met afmetingen van 5 bij 5 meter en een hoogte van 1,75 meter, werd medio najaar 1943 de permanente verblijfplaats. Vanuit de kelder konden de bombardementen op Duitsland worden verwacht, en de Duitse vliegtuigen die dit moesten verhinderen, opereerden vanaf het vliegveld Fliegerhorst.

Tijdens deze luchtaanvallen was het 's nachts door zoeklichten en bombardementen op Duitse steden zoals Keulen, Viersen, Mönchengladbach, Rheydt en Duisburg zo verlicht dat men de krant kon lezen. Ondanks zijn jonge leeftijd (8 jaar) stond Frans soms 's nachts op straat om dit mee te maken. Slapen was door het lawaai en de totale onrust nauwelijks mogelijk.
Het vliegveld en de spoorlijn
Veel mensen werkten op het vliegveld en waren daardoor vrijgesteld van tewerkstelling in Duitsland. Frans' vader repareerde veel fietsen voor hen. Via hen hoorden ze ook het laatste nieuws over de werkzaamheden op de luchthaven.
Aan de Vierpaardjes lag de spoorlijn naar Duitsland. Aan de overkant van de spoorlijn lag de wei van vrouw Verweij, waar kinderen uit de buurt vaak werden weggejaagd omdat het gerucht ging dat daar onderduikers zaten.
In 1943-1944 reden veel treinen met goederen en vee naar Duitsland. Later werden ook mensen in veewagons naar de "Heimat" vervoerd. Oudere buurtbewoners pleegden sabotage door seinkabels door te knippen, waardoor treinen moesten stoppen en mensen uit de wagons konden worden bevrijd. De jongere kinderen wisten hier echter niets van.
Bombardementen op Venlo en de gevolgen
Toen de bombardementen op Venlo begonnen, vluchtten de buurtkinderen vaak naar "de Hei", waar ze vanuit de bossen en struiken een goed uitzicht hadden op de stad. Frans zag de toren van de Martinuskerk branden en instorten terwijl hij zich op "de Hei" bevond.
Een van de eerste bombardementen die hij zich herinnert, vond plaats tijdens de vertoning van de film "Quax, der Bruchpilot" met Heinz Rühmann in het Rembrandttheater aan de Parade. Frans moest van zijn ouders medicijnen ophalen bij apotheek Van de Rhijn aan de Parade. Hij had het advies meegekregen om bij bombardementen in een kelder te schuilen, bij voorkeur onder een trap, en een natte doek voor het stof bij de hand te hebben. Hij schuilde onder de trap bij de apotheek. Na het sein "veilig" door de sirenes, ging hij snel naar huis over metershoog puin. De Parade en het station waren zwaar getroffen. Frans zag als kind enkele doden en zwaargewonden, maar gaf hier geen aandacht aan.

Boter halen en verbindingen leggen
Nog voordat de Maasbrug was vernield, fietste Frans met zijn broer Jan meerdere malen op een kindertandem naar Helden-Beringen om twee pakjes roomboter te halen bij boer Segers of Hahnraedts. De pakjes pasten precies in een fietsgereedschapstasje. Deze tochten, die ongeveer 12 tot 15 km lang waren, maakte hij zeker 12 tot 15 keer. Hij wist de weg omdat zijn ouders daar contacten hadden.
Het leven in verbonden kelders
Drie gezinnen woonden naast elkaar aan de Kalderkerkerweg: familie Beerkens (met 8-9 kinderen) op nr. 110, familie Dirks (met 5 kinderen) op nr. 112, en de familie Boom (met 4 kinderen) op nr. 114. De ouderwetse kelders hadden muren van ongeveer 1 meter dik. Omdat de vluchtweg tijdens bombardementen soms afgesloten was, besloten de ouders de kelders met elkaar te verbinden door gaten te kappen.
Het overbruggen van de openingen was soms lastig, vooral voor de dikkere ouders Beerkens, de slager. Er was een goede relatie tussen de families, en er werd veel in de kelders gespeeld. Een memorabele gebeurtenis was toen Moeder Dirks, die veel vlees, groente en fruit inmaakte, een rek met ingemaakte producten had staan. Tijdens een spel viel dit rek met inhoud op de vloer, waarbij alles kapot ging. Frans kreeg hiervoor een zware straf.
Verborgen goederen en een schoorsteenbrand
Gedurende de oorlogsjaren werden goederen die men niet mocht bezitten, overal verborgen. Zo waren er wellicht honderd binnenbanden verstopt.
Op een koude winterochtend werd de potkachel in de keuken/werkplaats aangemaakt. Kort daarna waarschuwden de buren Dirks dat er een schoorsteenbrand was. De oorzaak bleek echter dat Frans' vader meer dan 100 binnenbanden had verborgen in de holte van de schoorsteen, die vlam hadden gevat. Het vuur huilde door de schoorsteen en de hele buurt werd zwartgeblakerd door het rubber.
Buurtbewoners: NSB'ers, Joden en niet-katholieken
In de buurt woonden enkele NSB'ers, Joden en andere niet-katholieken. De "brood NSB'ers", zoals de vader ze noemde, hadden geen last veroorzaakt; ze waarschuwden de buurt bij naderende razzia's. Frans vernam dit pas na de oorlog van zijn vader.
Tot eind 1943 en begin 1944 ging de school normaal door. Frans zat in de 3e of 4e klas naast Hennie Eberhard, de zoon van een Rijksduitser. Hennie verdween net zo plotseling als hij was verschenen, na ongeveer een jaar naast Frans gezeten te hebben. Frans vraagt zich af wat er van hem geworden is.
Aan de Kalderkerweg, tussen de families Peters en Van Ooyen, woonde het Joodse echtpaar Cohen. Op een dag in 1943 werd de familie Cohen weggevoerd, een schouwspel waar de hele buurt voor uitliep. De familie Cohen is nooit meer teruggezien. De kinderen stonden vooraan om niets te missen. Pas na 1945 wisten de ouders en buurtgenoten wat er met hen was gebeurd.
Er waren twee broers, Geurt en Gerrit Smetselaar (de "2 Gebruder"), die niet katholiek waren, vermoedelijk protestants. Hun kinderen mochten niet met de katholieke buurtkinderen spelen, omdat dit door ouders en geestelijken verboden was. De niet-katholieken werden als paria's behandeld.
Terugkeer van de schoolmeester en een verkeersongeval
Eind 1943 of begin 1944 werd het hoofd van de school, mr. Thiesen, vrijgelaten en hervatte zijn werkzaamheden aan de lagere school.
Aan het begin van de oorlog had Marin Coenen uit de Albertstraat, tegenover Dhr. Thiessen aan de Kalderkerkerweg, een ernstig verkeersongeval met een zware hersenschudding. Gelukkig liep het goed af en hij hield er slechts een litteken op zijn voorhoofd aan over.
Schooluitval en schaarste
Ondertussen hadden ze al veel bombardementen meegemaakt. Begin 1944 gingen ze nog maar sporadisch naar school en het eten werd schaars. Vanwege de bommen op het vliegveld woonden ze al geruime tijd in de kelder.
Het geallieerde offensief en Venlo als frontstad
In september 1944 begonnen de geallieerden een groot offensief. De kanonnen waren in de verte te horen. In die periode begon ook de aanval op Blerick, aan de overkant van de Maas. Op een dag, vermoedelijk een zaterdag of zondag, duurde een aanval op Blerick-Venlo 24 uur lang met bommen en granaten.
Zoals eerder vermeld, werd telkens gevraagd of de bruggen nog intact waren. Venlo was medio september 1944 tot 1945 een frontstad. Frans' vader had een grote landkaart van Europa in de kelder, waarop de posities van de geallieerden in Rusland en Frankrijk werden aangegeven na elke radio-uitzending. In die tijd waren er geen kranten, telefoons of radio's, behalve gecensureerde Duitse berichtgeving. Vervoersmiddelen waren er ook niet.
Vanaf de verovering van Blerick lag Venlo onder granaatvuur. Om die reden werden diverse wijken geëvacueerd naar het oosten van de stad. Ook bij de familie Boom werd inkwartiering toegepast.

Leven in de kelder met meerdere gezinnen
Op een gegeven moment woonden er drie gezinnen in de kelder, met meer dan 20 personen. De daken waren kapot en alles was door en doornat. Buurman Dirks was niet bang uitgevallen.
Kerstmis 1944 werd in de kelder gevierd met een opgetuigde kerstboom met elektrische verlichting, een bijzonder artikel van Philips dat destijds alleen als reclamemateriaal voor handelaren beschikbaar was. Deze kerstverlichting zou na de bevrijding nog een rol spelen.
Tijdens de granatentijd werd Frans geconfronteerd met een levensgevaarlijk gewonde persoon in de Carrolus Borromeusstraat, die korte tijd later overleed. Stroom, gas en water waren niet constant beschikbaar.
De hongerwinter en voedseltekorten
Eind 1944, begin 1945 werd het eten schaars. De situatie werd gekenmerkt door een frontlijn in het zuiden, de Maas in het westen, de grens in het oosten en een smalle strook tussen de Maas en de grens in het noorden.
Om toch aan eten te komen, ging Frans met zijn moeder naar Lomm om een kinderfiets te ruilen voor een biggetje. Op de terugweg langs de Maas naar Venlo werden ze beschoten door de Engelsen aan de andere kant van de Maas. Ondanks een bloedspoor van Lomm tot Venlo kwamen ze veilig thuis en hadden ze weer wat te eten.
Thuis hadden ze een grote lakoven om fietsframes te lakken. Aan het begin van de oorlog was er een extra dikke gasleiding aangelegd. Nadat bakker Houben was uitgeschakeld, konden ze thuis clandestien brood bakken.
In de winter van 1944-1945 gingen de kinderen uit de buurt stiekem naar het vliegveld en de wijk de Sloot (het huidige Venlo-Zuid) om aardappelen te rapen. Dit gebeurde met gevaar voor eigen leven, aangezien er landmijnen zouden hebben gelegen op de bevroren grond. Tijdens deze Hongerwinter was het voedsel schaars en eenzijdig.
Evacuatie
Langzaam begon de evacuatie zich af te tekenen. In december 1944 was Frans 10 jaar en hielp hij al wat mee in de werkplaats. Zijn ouders waren van plan op eigen gelegenheid te evacueren, zonder de trein te nemen. Ze maakten een karretje dat aan een fiets kon worden gehangen.
Begin januari 1945, mogelijk rond de 17e, kregen ze te horen dat ze moesten evacueren via Kaldenkerken, waar een trein klaar zou staan om hen elders naartoe te brengen. Frans wist alleen dat ze naar het noorden gingen. Hij was in 1943-1944 eenmaal met zijn moeder naar Zutphen geweest, met een stop in Nijmegen of Arnhem vanwege een bombardement. Hoewel hij aardrijkskunde kende van de lagere school, wist hij weinig van Groningen, Friesland, Drenthe of Overijssel.
De meeste evacués vertrokken via de Kaldenkerkerweg naar de grens. Toen ze in de buurt van hun winkel kwamen, herinnerde zijn vader zich een doos met oorwarmers. Frans had niet gemerkt dat zijn ouders 's avonds en 's nachts alle waardevolle en persoonlijke spullen in het karretje hadden geladen.

De reis met de kar
Op de ochtend van de evacuatie vertrokken ze. Oom Piet Thijssen, een broer van zijn moeder, ging mee. Hij was 21 of 22 jaar oud. Frans' moeder was 34 en zijn vader 41. Frans was 10, Jan 8, Jet bijna 6 en Gerard bijna 5 jaar oud.
Vader en oom Piet hadden om de beurt het karretje achter de fiets. In het karretje was een kleine ruimte voor Gerard, wat later noodlottige gevolgen had. Frans zat op een kindertandem met Jetty achter zich. Jan had een kinderfiets en hun moeder fietste ook. Elk vervoersmiddel was zwaar beladen, zodanig dat Jan's fiets begon te "steigeren".
De vermoedelijke route was: Venlo, Kalderkerkerweg, Buskuspaedje, Waterleidingsingel, Straelseweg, de grens over bij Straelen - Geldern - Kapellen, Sonsbeeck, mogelijk via Xanten, Rees - Anholt, Gendringen, Doetinchem, Zutphen.
Een onverwachte ontmoeting in Duitsland
Eenmaal over de grens, bij Straelen of Geldern, kwamen ze op een kruising waar iemand in een Duits uniform stond. Dit was niet ongebruikelijk. Toen zijn vader naar hem toe reed, bleek het een bekende te zijn, met wie hij bij de voornaam sprak. Het was een zakelijke relatie van vóór 1940. De Duitser wees hen de weg en adviseerde een andere route te kiezen, omdat iedereen die in Straelen of Gel...
tags: #barend #hakvoord #protestant