Het boek "De collectioneur: De kerkrechtelijke nalatenschap van D. Deddens" bevat de academische nalatenschap van Detmer Deddens (1923-2009), die hoogleraar kerkgeschiedenis en kerkrecht was aan de Broederweg in Kampen. Zijn uitgesproken wens om zijn oraties en enkele artikelen te publiceren, leidde tot de oprichting van een aparte stichting. Leon van den Broeke, universitair hoofddocent kerkrecht aan de VU en de TUK, schreef ter inleiding een boeiende biografie van zijn voorganger, waarin ook 'ongemakkelijke aspecten' van diens leven en werk worden belicht.

Kerkpolitieke Overwegingen en Persoonlijke Teleurstellingen
In de vorige eeuw speelden kerkpolitieke overwegingen een grote rol bij hoogleraarsbenoemingen in Kampen. Deddens ondervond dit aan den lijve toen hij na het plotselinge overlijden van zijn vader in 1958 een benoeming misliep, ondanks dat hij bijna gepromoveerd was. Tegelijkertijd werd Jaap Kamphuis (1921-2011) benoemd tot professor voordat hij zijn doctoraalexamen had afgerond.
Aan het einde van zijn leven erkende Deddens dat hij te veel had verzameld en te weinig had geschreven. Zijn perfectionisme en het gebrek aan motivatie na de teleurstelling van 1958 belemmerden hem zelfs bij het voltooien van zijn dissertatie. Hoewel hij in 1979 alsnog werd benoemd tot hoogleraar, waren zijn jaren in Kampen door de voortdurende druk, die hij zichzelf ook oplegde, geen onverdeeld genoegen. Zijn perfectionisme illustreert de ronduit hilarische beschrijving van hoe hij vanaf zondagavond middernacht tot in de ochtend bezig was met een in memoriam, waarbij hij zelfs een student-assistent uit zijn slaap hield om te helpen.
De Invloed van Saekle Greijdanus en het Congregationalisme
Het boek werpt ook licht op een andere vrijgemaakte hoogleraar, Saekle Greijdanus (1871-1948), door de opname van een eerder gepubliceerd artikel en een interviewverslag. In het artikel staan de schriftbeginselen van het kerkrecht centraal, conform het neocalvinistische ideaal om de verschillende disciplines van de theologie af te leiden uit geopenbaarde principia. Het kerkrecht wordt hierdoor rechtstreeks in de openbaring gefundeerd. Dit roept de vraag op of dit sola scriptura niet te veel gewicht geeft aan willekeurige uitspraken van kerkelijke vergaderingen.
Het interview biedt interessante details, zoals het feit dat Greijdanus als student bij Abraham Kuyper op zondagavond, Kuypers verjaardag, bij hem thuis na de kerkdienst tentamen moest afleggen.
Congregationalisme en de Zelfstandigheid van de Plaatselijke Gemeente
Het centrale thema in de overige teksten van Deddens - oraties, lezingen en artikelen - is het congregationalisme. De belangstelling voor deze vorm van kerkregering hangt samen met de sterke nadruk binnen vrijgemaakte kringen op de zelfstandigheid van de plaatselijke gemeente. Dit accent roept de vraag op of de historische visie op de gereformeerde kerk - vrijgemaakten spreken steevast van ‘kerken’ - in de Republiek van de zestiende en zeventiende eeuw niet te veel is bepaald door Kuypers perspectief. Dit perspectief werd in de Vrijmaking geradicaliseerd en leidde tot een herhaaldelijke breuk. Ook de wortels van de spanning tussen de hervormde en gereformeerde benaderingen van de verhouding tussen de plaatselijke gemeenten en de kerk liggen hier.
Deddens, een groot kenner van de details van het historische kerkrecht, liet zich bij zijn kritiek op vermeende centralistische neigingen leiden door dit vertekende beeld van de historische werkelijkheid. Het bestuderen van de geschiedenis van het kerkrecht wordt eveneens beïnvloed door belangen in het heden. Hoewel het interessant zou zijn om Van den Broeke als historicus en jurist hierover te horen, is in deze bronnenuitgave geen uitvoerige reflectie op deze vraag te verwachten.

Kritische Noten en Waardering voor de Uitgave
Van den Broeke voorziet de bijdragen van Deddens steeds van een inleidende tekst en een uitvoerige annotatie, wat een enorme prestatie is. Er zijn echter nogal wat slordigheden in de tekst overgebleven, zoals 'bemoemd' (41), 'counference 219', 'Apolonnius' (291) en 'lndependentistische' (297). Mogelijk kan de uitgever voor de prijzige boeken in de 'Deddens Church Policy Series' een extra correctieronde inlassen. De keuze om de voetnoten van de bezorger in een vette letter af te drukken, om deze te onderscheiden van de oorspronkelijke voetnoten, levert een onrustige bladspiegel op.
Het lijkt onwaarschijnlijk dat deze uitgave tot stand zou zijn gekomen zonder de uitdrukkelijke wens van de Kamper hoogleraar en de financiële middelen die hij daarvoor beschikbaar stelde. Nu het boek er ligt, biedt het een mooie inkijk in het kerkrechtelijke denken van de vrijgemaakte kerken en in het academische klimaat aan de Broederweg in de tweede helft van de vorige eeuw. De redacteur verdient bewondering voor het vele werk dat hij in deze uitgave heeft gestoken.
Jaap Kamphuis: Een Centrale Figuur in de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt
Een andere prominente figuur in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKV) was prof. Jacob Kamphuis (1921-2011). Na het overlijden van prof. dr. K. Schilder in 1952 werd Kamphuis al snel gezien als de leider binnen de GKV. Hij achtte het belangrijk om het schip van de GKV op de goede koers van Schrift en confessie te houden. Het gereformeerde kerkrecht, dat hij beschouwde als geloofsgehoorzaamheid, was daarbij het middel bij uitstek.
Kamphuis streed op meerdere fronten: tegen de vrijzinnigheid, tegen het spiritualisme, tegen wat hij zag als verkeerde interkerkelijkheid (hij verdedigde de Vrijmaking altijd als een werk van God) en tegen de onderwaardering van het kerkverband, zoals bij het independentisme. Hij wilde voluit gereformeerd zijn, in de vrijgemaakte variant, en was binnen dit kader een bevindelijk mens. Theologisch was hij een Schilderiaan.
Als student maakte hij al naam en zette hij zich in voor vrijgemaakte studentenorganisaties. Als jong predikant was zijn kerkelijke ster rijzende. Vrij spoedig werd hij redacteur van De Reformatie en enkele jaren later benoemd tot hoogleraar kerkgeschiedenis en kerkrecht, zonder significante academische kwalificaties. Dit was echter meer te danken aan zijn voortdurende betrokkenheid bij kerkelijke werkzaamheden dan aan een gebrek aan academische kwaliteiten.
In de jaren zestig streed Kamphuis vooraan tegen hen die in zijn ogen de gereformeerde belijdenis aantastten, zoals ds. B. Telder met zijn leer van de tussentoestand/zielenslaap en ds. L.E. Oosterhoff, die neigde naar de gedachte van de alverzoening. Hij oordeelde dat zij hun belofte, gedaan met hun handtekening onder het ondertekeningsformulier, niet nakwamen en weigerden hun alternatieve visies voor te leggen aan het oordeel van meerdere kerkelijke vergaderingen.
Ook steunde hij de schorsing en afzetting van ds. A. van der Ziel van Groningen-Zuid, die tegen de wil van zijn kerkenraad deelnam aan samensprekingen met lokale synodaal-gereformeerden. Van der Ziel kwam met zijn Tehuisgemeente buiten het vrijgemaakt-gereformeerde kerkverband te staan. De Open Brief uit de herfst van 1966 was bedoeld om deze Tehuisgemeente te steunen. Kamphuis wees deze Open Brief, mede ondertekend door de lokale Kamper predikant ds. J.O. Mulder, scherp af. Hij noemde Mulder destijds 'een wolf in schaapsvacht' en 'een kwade herder', omdat hij door zijn handtekening onder de genoemde brief de schapen van Christus op een verkeerde weg zou leiden. Dit leidde het jaar daarop tot een lokale kerkscheuring in Kampen.
Kamphuis' archief toont een enorme betrokkenheid bij de verschillende onderdelen van het vrijgemaakt-gereformeerde leven, van hogeschool en politiek tot letterkunde. Hij werd doorlopend geïnformeerd en om advies gevraagd. Zijn zoon, Barend Kamphuis (1950), is eveneens dogmaticus en bekleedde tot aan zijn emeritaat in 2015 dezelfde leerstoel aan deze universiteit.
De Reformatie - 4K-documentaire
Onderzoek naar het leven en werk van Jaap Kamphuis wordt uitgevoerd door Ab van Langevelde, die in 2015 in Kampen promoveerde op een proefschrift over Kamphuis’ tegenhanger prof. C. Veenhof. Het project wordt financieel gesteund door het fonds Pro Religione et Libertate, het Jagtspoelfonds en het Universitair Ontwikkelingsfonds van de TU Kampen. Het Archief- en Documentatiecentrum, dat het archief van J. Kamphuis in de collectie heeft, vormt de werkplek van Van Langevelde.
Een ander onderzoek richt zich op hoe gereformeerden in Nederland het jaar 1944 beleefden, het jaar van de Vrijmaking. Hoewel bekend is hoe het kerkelijk conflict zich op bestuurlijk niveau afspeelde, is er minder bekend over hoe men dit in de gemeente en thuis beleefde. Uit 1944 zijn in de archieven van de hoofdrolspelers in het conflict duizenden brieven van particulieren bewaard gebleven. Dit onderzoek, uitgevoerd door prof. dr. George Harinck en dr. Ab van Langevelde, analyseert waar deze gereformeerden over schreven: over honger, razzia's, concentratiekampen en ander oorlogsleed, het kerkelijk conflict, of juist over heel andere zaken.
Daarnaast zijn er diverse dissertaties en onderzoeken die bijdragen aan de kennis van het gereformeerde kerkrecht en de theologie, waaronder:
- Statistisch onderzoek, dissertatie van Merijn Wijma: "Een menigte die men tellen kan".
- Onderzoek C. Veenhof, dissertatie van Ab van Langevelde: "In het klimaat van het absolute".
- Onderzoek Zendingsarchieven, dissertatie van G.R. de Graaf: "De wereld wordt omgekeerd".
Jacob ("Jaap") Kamphuis (Barneveld, 20 december 1921 - Ommen, 13 december 2011) was een Nederlandse predikant en theoloog, gespecialiseerd in kerkgeschiedenis, kerkrecht en dogmatiek. Na zijn studie aan de Gereformeerde Theologische Hogeschool te Kampen diende hij als predikant in verschillende gemeenten. In 1959 werd hij hoogleraar kerkgeschiedenis en kerkrecht aan de Theologische Hogeschool in Kampen van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. Vanaf 1979 doceerde hij dogmatiek. Als hoofdredacteur van De Reformatie en als hoogleraar aan de Theologische Universiteit (Broederweg) heeft Kamphuis aanzienlijke invloed uitgeoefend op de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt en de politieke partij het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV).
Kamphuis was een voorman van de 'doorgaande reformatie', een stroming die ijverde voor eigen, aan de kerk gebonden organisaties. Hij riep kerkenraadsleden op om, tegen het kerkelijke recht in, zelfstandig hun kerkenraad voort te zetten als deze zich niet distantieerde van de zogeheten 'Open Brief', en zich daarmee van hun eigen kerk af te scheiden.