Jeugd en Vroege Vorming van Johannes Calvijn
Johannes Calvijn, geboren als Jean Cauvin in Noyon op 10 juli 1509, kende een jeugd die sterk gevormd werd door zijn familie en vroege opleiding. Zijn moeder, Jeanne Lefranc, een gelovige vrouw, stierf kort na zijn geboorte, waardoor Calvijn haar maar kort heeft gekend. Zijn vader daarentegen was een ambitieuze man, werkzaam als fiscaal agent van de stad en secretaris van een bisschop, die alle kansen benutte om een succesvolle carrière voor zijn zoon te verzekeren. Deze invloed leidde ertoe dat Calvijn op twaalfjarige leeftijd werd aangesteld als onderpastoor van de kathedraal van Noyon. De inkomsten hieruit financierden later zijn studie. Zijn eerste onderwijs genoot hij in Noyon, aangevuld met particulier onderwijs, wat hem al vroeg in contact bracht met de hogere kringen.
Met grote plannen voor zijn zoon stuurde zijn vader hem naar Parijs, met de bedoeling dat hij priester zou worden. Hij volgde onderwijs aan het Collège de la Marche, waar hij zich bekwaamde in de Latijnse en Franse talen. Ook studeerde hij letteren, met de waarschijnlijke intentie om daarna theologie te gaan studeren. In Parijs nam hij de naam Johannes Calvinus aan.

Studie en Humanistische Invloeden
Rond 1526-1528 verliet Johannes Calvijn Parijs om burgerlijk recht te gaan studeren in Orléans en later in Bourges. Hier kwam hij in aanraking met het humanisme, een levensbeschouwing die het individu centraal stelt en die hem diep aansprak. Hoewel hij merkte dat er zaken niet klopten binnen de kerk, kon hij zich er nog niet van losmaken. Na het overlijden van zijn vader keerde hij in 1531 terug naar Parijs om zijn humanistische studies voort te zetten. Hoewel het leek alsof hij zich meer in de richting van het humanisme bewoog, bleek dit niet het geval. Op Allerheiligen in 1533 maakte hij, samen met zijn rector, duidelijk dat zij de Reformatie, de kerkhervorming, steunden. Dit leidde tot hun vlucht en verbanning door de Raad van de stad.
Bekering en Vroege Hervormingsactiviteiten
Na zijn verbanning onderging Calvijn een ommekeer in zijn leven; hij bekeerde zich plotseling en transformeerde van katholiek naar een aanhanger van de Reformatie. Vervolgens reisde hij naar Straatsburg, waar hij trouwde met Idelette van Buren. Uit dit huwelijk werd in 1546 een zoon geboren, die echter kort daarna overleed. In Straatsburg ontmoette hij invloedrijke figuren als Melanchton en Bucer. In 1539 verscheen het eerste psalmboek met 18 psalmen, een Geloofsbelijdenis, de Lofzang van Simeon en de Tien geboden. Vijf van deze psalmen waren door Calvijn zelf berijmd.
Johannes Calvijn predikte voor de "ondergrondse kerk" in Frankrijk en schreef zijn invloedrijke werken 'Institutie' en 'Over de zieleslaap'. Deze boeken ontstonden vanuit een gevoelde behoefte aan duidelijke uitleg van zijn geloofsovertuiging. De 'Institutie', die in 1536 voor het eerst verscheen, legde de gereformeerde leer op een eenvoudige manier uit, waardoor het een gewild boek werd onder protestanten. In dit werk uiteenzette hij de christelijke leer aan de hand van de Tien geboden, de geloofsartikelen en het Onzevader.
Eerste Periode in Genève (1536-1538)
Calvijns eerste verblijf in Genève, van 1536 tot 1538, kenmerkte zich door zijn betrokkenheid bij de kerkelijke structuur. Hij pleitte voor een afzonderlijk diakenambt, met eigen functies en verantwoordelijkheden, en stelde een geloofsbelijdenis op om de inhoud van het Hervormd zijn duidelijk te maken. In Genève was de Reformatie al een feit sinds 1536, toen de burgers beloofden volgens het Evangelie te leven. Farel, de prediker en geestelijk leider van Genève, voelde zich echter niet capabel genoeg om de Hervorming verder op te bouwen en vroeg Calvijn, die hij ontmoette bij diens doortocht, om deze taak op zich te nemen. Hoewel Calvijn liever wilde studeren en schrijven, wist Farel hem te overtuigen te blijven.
Calvijn werd echter niet direct met open armen ontvangen. Ondanks de keuze voor de Reformatie, was Genève nog geen volledig Hervormde stad; er was ruimte voor religieuze vrijheid en men wilde niet terug naar de Roomse kerk. Echter, ook de Hervormden leefden niet altijd volgens Gods Woord, wat leidde tot de invoering van regels, zoals verplichte zondagsrust, die als typisch calvinistisch werden beschouwd. Het niet naleven van deze regels resulteerde in boetes, maar de handhaving liet te wensen over, wat het verzet aanwakkerde. Uiteindelijk werden Farel en Calvijn na twee jaar verbannen uit de stad.

Conflicten in Genève
De conflicten die leidden tot de verbanning van Calvijn en Farel spitsten zich toe op twee hoofdzaken: de verhouding tussen staat en kerk, en de handhaving van de kerkelijke tucht. Het eerste conflict ontstond doordat de Raad van de stad ook op kerkelijk terrein zeggenschap wilde hebben, wat Calvijn afwees omdat hij vond dat kerkelijke zaken de verantwoordelijkheid van de kerk moesten zijn. Het tweede conflict draaide om het algemene Zwitserse model dat individuele vrijheid bij het avondmaal voorstond en de kerk verbood persoonlijke tucht uit te oefenen. Calvijn daarentegen meende dat de kerk wel degelijk persoonlijke tucht mocht uitoefenen.
Straatsburg en Tweede Periode in Genève (1541-1564)
Na zijn verbanning uit Genève, vertrok Calvijn naar Straatsburg, waar hij van 1538 tot 1541 verbleef. Deze periode wordt beschouwd als de gelukkigste van zijn leven. Hoewel hij aanvankelijk van plan was een tweede druk van zijn 'Institutie' te schrijven, werd hij predikant van een Franse vluchtelingengemeente, waar hij zich thuis voelde en waar zijn boodschap werd gehoord. Deze gemeente aanvaardde als eerste de kerkelijke tucht, waardoor Calvijn tijd vrijmaakte voor zijn schrijfwerk en begon met het schrijven van Bijbelcommentaren. Hij werkte ook samen met wederdopers en lutheranen en ontmoette er Martin Bucer, de hervormer van Straatsburg, en Idelette van Buren, met wie hij later trouwde.
Ondertussen ging het in Genève de verkeerde kant op, wat leidde tot een oproep aan Calvijn om terug te keren. Hoewel hij zich in Straatsburg goed voelde en niet terug wilde naar de ellende die hij in Genève had meegemaakt, wist Farel hem opnieuw te overtuigen. Calvijn keerde terug naar Genève, waar zijn tweede verblijf van 1541 tot 1564 duurde.
Voor zijn terugkeer stelde Calvijn als voorwaarde dat de kerkelijke tucht opnieuw zou worden ingesteld. Hij begon direct met het schrijven van de kerkorde en eiste de samenstelling van een onafhankelijke kerkenraad. Dit stuitte op weerstand bij de Raad van de stad, die alles zelf wilde regelen, wat leidde tot druk op het stadsbestuur.
De Reformatie en Maarten Luther
Het woord 'Reformatie' betekent letterlijk hervorming, in deze context de kerkhervorming. Het begin van de Reformatie wordt gedateerd op 31 oktober 1517, de dag waarop de Rooms-katholieke monnik Maarten Luther 95 stellingen op de deur van de kerk in Wittenberg spijkerde. Luther reageerde hiermee op de praktijk van het kopen van aflaten om straf voor zonden af te kopen. Zijn bedoeling was een brede maatschappelijke discussie op gang te brengen. Hoewel aanvankelijk weinig reactie kwam, stelde de paus Luther later in de gelegenheid zijn stellingen te verdedigen na beschuldigingen van ketterij. Luther bleek veel medestanders te hebben, en zijn leer verspreidde zich.
Luthers kernpunt was dat vergeving van zonden niet door goede werken of het kopen van aflaten kon worden verkregen, maar enkel door geloof in Jezus. Zijn stellingen vonden ook in andere landen steun.
De Reformatie | Luther & Calvijn (Tijdvak 5)
Calvinisme en de Hugenoten in Frankrijk
In de loop van de 16e eeuw breidde het protestantse geloof zich, naar het voorbeeld van Calvijn, steeds verder uit in Frankrijk. De aanhangers van deze leer werden bekend als de Hugenoten. Het woord 'Hugenoten' was oorspronkelijk een scheldnaam voor Franse protestanten in de 16e en 17e eeuw, maar werd later door henzelf als erenaam aangenomen. Zij waren strenge protestanten die nauwgezet volgens de leer van Calvijn leefden en vormden zowel een religieuze als een politieke stroming, wat hen meer invloed gaf in Frankrijk.
De Hugenoten vonden veel aanhang onder de adel en de burgers van grote steden. Hun leider, Gaspard de Coligny, zocht naar een balans tussen religieuze vrijheid en nationaal belang. Tegen 1560 was bijna 50% van de Franse adel calvinist. De groeiende macht van de Hugenoten vormde een bedreiging voor de Franse koning, die fel gekant was tegen het protestantisme. Dit leidde tot bloedige godsdienstoorlogen en moordpartijen, zoals de Bartholomeüsnacht in 1572, waarbij duizenden Hugenoten werden vermoord. Pas in 1598 kwam er tijdelijk een einde aan deze conflicten.
Invloed van Calvijns Theologie en Organisatie
Johannes Calvijn had een enorme invloed op het geloof en de levenswijze van mensen. Zijn theologie en met name zijn 'Institutie' vormden de basis van het calvinisme. Binnen het calvinisme staat de zonde van de mens centraal; door te leven naar Gods woord kan genade worden ontvangen en toegang tot de hemel worden verkregen. Dit principe ligt aan de basis van veel protestantse kerken, met name in Nederland. Calvijns leer bood richtlijnen voor het dagelijkse leven in alle bevolkingslagen.
Net als Luther benadrukte Calvijn de rechtvaardiging door geloof. Hij stelde dat de staat de kerk moest beschermen, en dat de bevolking in opstand mocht komen tegen de vorst als deze hierin tekortschoot. In tegenstelling tot Luther geloofde Calvijn echter dat het christendom de staat moest 'christianiseren' tot een religieuze samenleving. De kerk moest richtlijnen geven voor het religieuze en maatschappelijke leven, en de overheid moest deze volgen en het geloof bevorderen. Calvijn streefde ernaar het leven te laten terugkeren naar de beginselen van de vroege christenheid, waarbij Bijbelse principes in het dagelijks leven werden toegepast.
Een belangrijk aspect van Calvijns leer is de aangeboren zonde van de mens, die zich tot God moet richten voor een veilig leven. Leven volgens Gods richtlijnen en de Bijbel was daarom cruciaal. Calvijn zag de kerk als de plaats waar Gods woord werd verkondigd en hechtte belang aan een duidelijke kerkelijke organisatie.
Calvijns Ambtsopvatting
Calvijn onderscheidde vier ambten binnen de kerk:
- Predikanten: zij dienden het Woord en de Sacramenten.
- Leraren: aanvankelijk leraren in scholen, later verantwoordelijk voor de opleiding van predikanten.
- Ouderlingen: hadden een centrale plaats in het kerkbestuur en oefenden dit uit door huisbezoeken. Indien nodig konden zij mensen ter verantwoording roepen via de kerk.
- Diakenen: verdeeld in beheerders van kerkelijke fondsen en verzorgers van zieken en behoeftigen, wat de basis vormde voor armen- en ziekenzorg vanuit de kerk.

De Betekenis van Calvijn voor Onderwijs en Maatschappij
Johannes Calvijn had een aanzienlijke betekenis voor de ontwikkeling van het onderwijs. Hij pleitte voor een theologische universiteit voor de opleiding van predikanten, niet alleen voor Genève maar ook voor kerken in het buitenland. Daarnaast zag hij de noodzaak van een juridische universiteit voor de opleiding van ambtenaren. Hiermee leverde Calvijn een belangrijke bijdrage aan de gehele samenleving.
Wetenschappelijk gevormde dienaren van het Woord waren volgens Calvijn onmisbaar voor de kerk. Zijn visie leidde tot de oprichting van de Academie van Genève, waarvoor een algemene geldinzameling plaatsvond. De Academie kende twee afdelingen:
- De "schola privata": voortzetting van de Latijnse school als vooropleiding.
- De "schola publica": waar colleges werden gegeven in diverse opleidingen en vakken.
Theodore Beza werd de eerste rector van de nieuwe opleiding, terwijl Calvijn zelf theologische colleges gaf. De opening van de Academie vond plaats op 5 juni 1559 in de St. Pierre.

tags: #calvijn #maarten #luther #schoolgids #2011