Het christelijk zendingswerk onder kinderen is een thema dat diep kan raken, zeker wanneer men als kind zelf een belofte aan God heeft gedaan met betrekking tot dit werk. Dit artikel verkent de complexiteit van zo'n jeugdige belofte, de hedendaagse praktijk van zendingswerk en de verschillende organisaties die zich hiervoor inzetten.
De jeugdige belofte en de volwassen realiteit
Een persoon deelt haar ervaring als meisje van ongeveer 8 jaar oud, toen ze gefascineerd raakte door het boek over David Livingstone, "Op zoek naar de bronnen van de Nijl". De indrukwekkende verhalen over zendingswerk en de avonturen van Livingstone leidden tot een specifieke gedachte: "het lijkt me geweldig om ook die avonturen mee te maken, dus ik ga de Heere beloven dat ik ook naar Afrika zal gaan voor de zending als Hij mij een nieuw hart geeft." Dit verlangen was deels ingegeven door de hoop dat God dit gebaar zou waarderen en haar daardoor een nieuw hart zou schenken. Het idee was om "twee vliegen in één klap te vangen".
Nu, halverwege de twintig en moeder van twee kinderen, reflecteert de schrijfster op deze kinderlijke belofte. Ze gelooft dat God genadig naar haar heeft omgezien, maar de herinnering aan haar gebed blijft. De vraag is wat ze met deze belofte aan God moet doen. Enerzijds voelt ze zich gebonden aan haar woord, anderzijds heeft ze niet het gevoel dat God haar nu roept voor zendingswerk in het buitenland. Haar huidige prioriteit ligt bij het moederschap en het leiden van een kinderbijbelclub. Toch bekruipt haar soms het gevoel dat ze haar belofte is vergeten of niet nakomt.
Een reactie hierop benadrukt het begrijpelijke effect van het boek van Livingstone en de "koehandeltje" dat als kind met God werd aangegaan. Het wordt erkend dat kinderen vaak al vroeg door God worden voorbereid en liefde krijgen om Hem in andere landen te dienen. De vraag wordt gesteld of deze roeping volledig is verdwenen en of er nooit meer naar Afrika is uitgekeken. Het wordt opgemerkt dat het leven, met trouwen en gezinsvorming, voortschrijdt.
De kern van de kwestie ligt in de belofte: "Ik heb het de Heere beloofd en beloofd is beloofd. Hoe moet het dan?" Hoewel het zendingswerk belangrijk wordt gevonden, is er geen duidelijke roeping voelbaar. Er wordt gesuggereerd dat het ook mogelijk is om zendingswerk te doen door mensen te bezoeken die vanuit andere landen hierheen komen, door het hart en huis open te stellen en hen hier van Jezus te vertellen. Dit wordt gezien als zendingswerk "dicht bij huis".
Verder wordt de rol van de echtgenoot benoemd: "Hoe staat je man hier in? Want nu je getrouwd bent, ben je samen." De vraag wordt gesteld of ze bereid zou zijn om te gaan als hij wel geroepen zou worden, of dat het comfortabele leven in Nederland aantrekkelijker is.
Het advies is om goed na te denken en dit met God te overleggen. Mogelijkheden om Zijn Naam door te geven hier, dichtbij, worden benadrukt. De kinderlijke belofte kan beleden worden als "kinderlijke overmoed" en vergeving kan worden gevraagd, verwijzend naar Prediker 5:4: "Het is beter, dat gij niet belooft, dan dat gij belooft en niet betaalt." Het nieuwe hart dat God gaf, kan gedreven worden om zich over te geven aan God en de mensen om je heen. Er wordt geadviseerd om niets overhaast te doen en de eerste aandacht te geven aan de kinderen, biddend om wijsheid.

Organisaties en hun missie in het zendingswerk
Verschillende organisaties dragen bij aan het christelijk zendingswerk, met een specifieke focus op kinderen en hulpverlening.
Stichting Kimon
Stichting Kimon is een christelijke, interkerkelijke zendingsorganisatie die zich richt op het noodlijdende kind wereldwijd, met focuslanden in Afrika, Azië en Oost-Europa. Via zending en hulpverlening tracht Kimon de materiële, lichamelijke, sociale en geestelijke nood van kinderen te verlichten. De organisatie zendt veldwerkers uit naar werkterreinen wereldwijd, geïnspireerd door de Bijbelse opdrachten: "Laat de kinderkens tot Mij komen, en memperthet ze niet" (Mark. 10:14) en "Volgt Mij na, en Ik zal u vissers der mensen maken" (Matt. 4:19).
Uitzendingen vinden plaats in samenwerking met de kerkelijke gemeente van de betrokken persoon. De stichting, opgericht in 1991 (destijds Stichting Kinderhulp Mondiaal), zond in 1993 haar eerste veldwerker uit naar Rio de Janeiro om te dienen onder de straatkinderen. In de loop der jaren breidde Kimon haar werk uit naar Roemenië en Guinee-Bissau. Anno 2024 werkt Kimon met 20 veldwerkers in 10 landen op 3 continenten. Veldwerkers verbinden zich voor minimaal vier jaar aan de stichting en dragen verantwoordelijkheid voor het zendingswerk ter plaatse. De thuisgemeente van de kandidaat wordt nauw betrokken bij het uitzendingsproces.
Kimon is volledig afhankelijk van giften van particulieren, kerken, scholen en bedrijven. Investeren in projecten zoals opvanghuizen, klinieken, onderwijs of voedsel- en landbouwprojecten is niet de eerste stap, maar volgt uit de behoeften ter plaatse.

De rol van ouders en gemeenschap
Ds. Harinck benadrukt dat tijdens de huwelijksdienst van ouders van zendingswerkers al gebeden kan worden of de Heere hun kinderen, indien geschonken, wil gebruiken in Zijn dienst. Ouders van zendingswerkers mogen vaak zien hoe hun kinderen geleidelijk aan worden ingewonnen voor Gods dienst. Dit wordt als verootmoedigend ervaren. Het is prachtig om te zien hoe kinderen de Heere en Zijn dienst liefhebben en een verlangen ontwikkelen om uit te gaan in het zendingswerk.
De taak van ouders houdt niet op wanneer hun kind naar het zendingsveld vertrekt. Zij worden opgeroepen om veel te bidden voor de uitgezonden kinderen. Het afstaan van kinderen kan soms leiden tot negatieve gevoelens, gemis, aanvechting en zelfs zelfmedelijden, vooral wanneer anderen genieten van het grootouderschap terwijl hun kleinkinderen ver weg zijn.
Ds. Harinck moedigt aan om op de Heere te zien, die Zijn eniggeboren Zoon zond. Uitgezonden kinderen zijn weliswaar uit het oog, maar niet verdwenen; ze zijn heengegaan in opdracht van de Koning van de Kerk. De opdracht is omklemd door Zijn macht en Zijn nabijheid: "Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde" (Matt. 28:18) en "En ziet, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding van de wereld" (Matt. 28:20). Dit biedt rust en troost voor een onrustig ouderhart.
MAF (Mission Aviation Fellowship)
MAF gelooft dat ieder mens het recht heeft om het evangelie van Jezus Christus te horen. Miljoenen mensen leven in fysieke of geestelijke isolatie, zonder toegang tot kerken, Bijbels of christelijke gemeenschappen. MAF wil juist voor deze mensen bereikbaar zijn door zendingswerk te doen en Gods liefde te delen. MAF maakt zending mogelijk op plekken waar wegen ophouden, door het transport van zendingswerkers, Bijbels, medische teams en hulpgoederen naar afgelegen dorpen en regio's. Daarnaast ondersteunt MAF trainingen, discipelschap en gemeenteopbouw.
Met een vloot van 120 vliegtuigen in 26 landen kan MAF snel en veilig schakelen tussen dorpen, regio's en partners. Een bekend fenomeen is de "Bijbelbox" van MAF-piloot Wilfred Knigge. Lokale voorgangers getuigen van de grote honger naar het Woord van God, waarbij één Bijbelbox per vlucht vaak niet voldoende is. Voor mensen in afgelegen gebieden is het moeilijk en kostbaar om aan Bijbels te komen.
MAF voorziet in basisbehoeften van mensen die hun luxe leven achterlaten om Gods Woord te brengen in afgelegen gebieden. Elke vlucht ondersteunt het zendingswerk. Christelijke zending wordt gedefinieerd als het brengen van het Evangelie, het delen van Gods liefde in woord en daad, vaak op plekken met beperkte toegang tot het evangelie. Zending omvat evangelisatie (verkondiging) en ontwikkelingshulp (duurzame verbetering van levensomstandigheden). MAF specialiseert zich in het bereiken van moeilijk toegankelijke gebieden.
YWAM (Youth With A Mission)
YWAM biedt diverse mogelijkheden voor kort- en langetermijn zendingswerk. Een voorbeeld is de Discipelschap Training School (DTS), een programma van zes maanden dat gericht is op diepere groei met God en het beïnvloeden van de wereld binnen een gemeenschapsomgeving. Daarnaast worden er zendingsreizen van enkele weken aangeboden om kennis te maken met zending. Deze reizen bieden mogelijkheden op gebieden als constructie, geneeskunde, sport, kunst, compassie en evangelisatie.
YWAM wil helpen bij de stap naar wereldzending, door te begeleiden waar te beginnen en wat er nodig is om goed te vertrekken. Het doel is om het Koninkrijk van God te bouwen, ook op plekken waar niemand over Jezus heeft gehoord.
OMF (Overseas Missionary Fellowship)
OMF heeft een lessenserie voor basisschoolkinderen in het kader van zending. Deze serie bestaat uit drie lessen van ongeveer dertig minuten, die de vragen beantwoorden: waarom is zending belangrijk? en wat houdt zending precies in? Deze interactieve en praktische lessen kunnen door leerkrachten of clubleiding zelf worden gegeven. OMF hoort vaak verhalen van mensen die van kinds af aan een roeping voor zending ervaren na het horen van verhalen over zendingswerkers.

Het zendingsverhaal kent vele facetten, van Barnabas, een leprapatiënt die tot geloof komt en getuige wordt, tot Chifundo, een aids-wees in Afrika. Er zijn verhalen over Petra, die een zieke moeder heeft, Yu, een jongetje in Japan met een strenge vader, Ekidor, een jongen in Noord-Kenia die via de radio het evangelie hoort, Marie Monsen, een zendelinge in China, en Kanu, die bij zijn oma woont en voor het eerst uit de Bijbel hoort vertellen.
tags: #christelijk #zendingswerk #aan #kinderen