Vóór de Reformatie was de kerk gewijd aan Sint-Pieter. De kerk wordt voor het eerst vermeld in de veertiende eeuw. Het huidige schip dateert van omstreeks 1500. De toren heeft vier geledingen en is mogelijk rond 1500 gebouwd. Ook de 3 westelijke traveeën van de kerk stammen vermoedelijk uit deze tijd. Deze laatste is onder gepleisterd maar was nog duidelijk als zodanig herkenbaar tijdens de restauratie in 1980. Rechts van de preekstoel bevindt zich een klein vierkant raampje, waarschijnlijk een zgn. hagioscoop. De bewaard gebleven grafkelder dateert van 1566.

Gedurende de Tachtigjarige Oorlog werden bij de aanval op Goor in 1581 kerk en toren door de Staatse troepen in brand gestoken. In de augustusdagen van 1581 kwam echter voor de kerk letterlijk en figuurlijk de grote klap. Goor was namelijk in handen van de Spaanse overheersers, werd veroverd door de Staatsen, maar ging twee weken later weer over naar de Spanjaarden. Tijdens die gevechten werden de kerk en de toren fors beschadigd en het zou tot 1604 duren voordat er weer aan een summiere restauratie werd begonnen. Twee jaar later waren volgens het dagboek van Sweder Schele circa 100 soldaten in dienst van de koning van Spanje in de kerk gelegerd.
In latere tijd werd het koor van de kerk afgebroken en vervangen door een rechthoekige verlenging van het schip en voorzien van een portaal in het oosten. Waarschijnlijk in 1640 heeft er een uitbreiding naar het oosten plaats gevonden. Ten noorden van de toren werd een grafkapel gebouwd voor de eigenaren van de havezate Weldam. In het midden van de negentiende eeuw werd aan de noordzijde van de kerk een dwarsarm aangebouwd met afgeschuinde hoeken. In het midden van de 19e eeuw was de gemeente weer uit de kerk gegroeid. Daarom werd in 1854/1855 de kerk in noordelijke richting uitgebreid; deze vleugel kreeg daarbij een galerij of ‘hangzolder’. Bij deze uitbreiding moest noodgedwongen één van de beide oorspronkelijke grafkelders worden afgebroken. Die noordelijke grafkelder behoorde aan de eigenaren van het verloren gegane kasteel ‘Huize Stoevelaar’.
Interieur en inventaris
De zeszijdig eikenhouten preekstoel vertoont lijstpanelen en is voorzien van een geverfde ijzeren lessenaar met aan de onderkant het wapen van Goor, bestaande uit een kruis met vier mispel bloemen. De preekstoel dateert uit de 17e eeuw, al is de voet van latere datum, circa 1850.

Al in de achttiende eeuw had de Hofkerk een orgel. Dit werd in 1844 vervangen door een instrument van de Haaksbergense orgelbouwer Jacobus Armbrost. In de oude orgelkas werd door de firma Leichel uit Lochem een nieuw, pneumatisch orgel gebouwd. Eind jaren zestig werd dit orgel vervangen door een nieuw instrument van de Twentse orgelbouwer H.J. Vierdag. Dit orgel heeft een mechanische tractuur. De klank is gebaseerd op orgels uit de barok.
De kerk heeft vier klokken waarvan er drie in de toren hangen en het vierde onder een afdakje op de noordoostelijke hoek van de torenspits. De grootste klok heeft een diameter van 146 cm en het opschrift: VERBVM DOMINI MANET IN AETERNVM ROLOFF WANINCK ENDE IOHAN HOEFSLACH KERKMEISTERS. FRANCIS ET PETR. HEMONY ME FEC. De klok met een diameter van 130 cm heeft een engelenfries en het opschrift: VIVOS AD TEMPLVM CONVOCO MORTVOS AD SEPELIENDOS PROCLAMO IOANS PVTMANUS PASTOR ANNO MDCXLI en het wapen van Goor. De derde klok heeft een doorsnede van 115 cm en is een naoorlogse replica van de oude Hemonyklok.
De glas-in-loodramen aan weerszijden van de preekstoel werden in 1907 geschonken door de bekende Goorse fabrikantenfamilie Jannink ter herinnering aan ds. N. In 1986 volgde - helaas - het bepleisteren van de buitenmuren. In 1999/2000 vond een grote renovatie van het buitenwerk van kerk en toren plaats, waardoor de oorspronkelijke stenen weer zichtbaar werden. In 2005 heeft het interieur een grote metamorfose ondergaan.

Goor en de Protestantse Kerk
Goor is een stad in de Overijsselse gemeente Hof van Twente. Tot de gemeentelijke herindeling op 1 januari 2001 was Goor een zelfstandige gemeente in Twente. Goor is binnen de gemeente Hof van Twente de grootste kern. De naam Goor is een Middelnederlands woord voor moeras of plaats in drassig laagland. In de loop der eeuwen is de stad onder de varianten Gore, Ghoer, Ghoor en ten slotte Goor gedocumenteerd. Goor is ontstaan uit twee losse nederzettingen op verhogingen midden in een moerasgebied, nabij een doorwaadbare plek in de Regge. Op deze plek kruiste de Regge de handelsweg van Deventer naar het oosten. Daarmee lag Goor dus op een strategische locatie. De oudste nederzetting lag in het zuidwesten rondom de Hofkerk en werd begin 11e eeuw in documenten genoemd; in het noorden ontwikkelde zich eind 13e eeuw een nieuwe stedelijke nederzetting op het Schild, pal naast het 12e-eeuwse kasteel van Goor.
Goor verwierf in 1263 stadsrechten van bisschop Hendrik I van Vianden van Utrecht, de territoriale heerser over het Oversticht (dat Overijssel en Drenthe omvatte). De bisschop hoopte dat de stadsrechten het strategisch gelegen Goor tot een bruikbaar militair steunpunt maakten in zijn strijd tegen onder andere het graafschap Gelre. De stedelijke ontwikkeling vond niet alleen plaats rondom de bestaande Hofkerk, maar vanaf circa 1280 vooral op het lege terrein van het Schild naast het kasteel. Dit terrein bestond uit een hoefijzervormig paraboolduin met in het midden een laagte. In de periode 1275-1280 werd rondom het duin een gracht gegraven, waarna de vrijgekomen aarde - naar schatting 26.000 m³ - werd gebruikt om de laagte in het midden van het duin op te vullen. Op deze manier ontstond een heuvel van ruim twee meter hoog met een doorsnede van 160 meter waarop de nieuwe nederzetting van het Schild gebouwd werd. In de bronnen wordt deze nederzetting ook wel als de nieuwe stad aangeduid. Het stadje fungeerde tijdens de middeleeuwen een tijdlang als centrum voor het bestuur van de landstreek Twente (drostambt Twente).

Goor ging tijdens de Reformatie en de Tachtigjarige Oorlog over naar het protestantisme. De oorspronkelijke rooms-katholieke kerk werd protestants nadat Goor tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) onverwacht overging van de kant van de Spanjaarden naar die van de Staatse Troepen onder leiding van Maurits van Oranje. Door de oorlogswoelingen en de overgang naar het protestantisme verloor de Goorse parochiekerk Sint-Petrus (huidige Hofkerk) haar oorspronkelijke katholieke kunst en karakter. In het westen van Twente stapte onder invloed van de adel een aanzienlijk deel van de bevolking over naar het protestantisme, in de overige delen van Twente behield men de rooms-katholieke religie. Goor werd in tegenstelling tot grote delen van Twente (Hengelo, Oldenzaal) bevolkt door een meerderheid van protestanten.
Met het ontstaan van de Protestantse Kerk in Nederland in 2004 is een landelijke Solidariteitskas gevormd voor (incidentele) grote uitgaven door gemeenten, specifieke ondersteuning van projecten voor jongerenwerk en gemeenteontwikkeling van gemeenten die hiertoe financieel (nog) niet in staat zijn, en bijzonder pastoraat onder doven, studenten, schippers en justitiële inrichtingen. Hiervoor worden de belijdende leden en doopleden vanaf 21 jaar van alle gemeenten aangeslagen voor een vast bedrag, de laatste jaren € 10.
De Protestantse Gemeente Goor vandaag
De Hofkerk in Goor is een open, pluriforme gemeente, met 858 leden en één fulltime predikant. Tot de Protestantse gemeente Goor behoren naast de kern Goor, ook twee agrarische buurschappen van de aangrenzende voormalige gemeente Markelo: Kerspel Goor en Elsenerbroek. Goor (en Markelo) maken deel uit van de burgerlijke gemeente Hof van Twente. Tot de gemeenschap van de Hofkerk behoren de leden van de Protestantse gemeente Goor, een groot aantal gastleden en iedereen die deelneemt aan de kerkdiensten, activiteiten (zowel deelnemer als vrijwilliger) en ontmoetingen.
Presentie, aanwezig zijn en ontmoeting zijn kernwoorden in het beleid van de Hofkerk. Ontmoeting met God, de verhalen van geloof, hoop en liefde, met elkaar en met de wereld. Naast de kerkdiensten op zondag zijn er verschillende ontmoetingsgroepen. Versneld door de corona-crisis heeft deze vorm het in zich om uit te groeien tot nieuwe vormen van kerk-zijn. Veel vrijwilligers zetten zich in voor de verschillende activiteiten, onder het motto: ‘God heeft geen andere handen, dan handen van mensen’. Voor veel vrijwilligers is het werk dat ze doen hun invulling van kerk-zijn en vormen zij ook een onderdeel van de ontmoetingsgroepen. Er is Open Jeugdwerk in de Jeugdkelder de Bunker.
Op verschillende terreinen werkt de Hofkerk samen met andere organisaties, zoals de Tafel van Goor (breed welzijnsplatform), Kleurrijk in de Hof/Dag van de Dialoog (brede interculturele samenwerking en ontmoeting) en organisaties op het gebied van duurzaamheid (Stadslandbouw, etc.).
tags: #protestantse #gemeente #goor