De Betekenis van "Heiland"
Het woord "Heiland" wordt gedefinieerd door verwijzing naar de personen die als zodanig worden aangeduid. Volgens het online woordenboek van Van Dale betekent Heiland: Christus of God. In de Bijbel wordt de term "Heiland" uitsluitend gebruikt voor God of Christus. Christus is immers de openbaring van God.
In het Nieuwe Testament is de Heiland (Grieks: sotèr) Degene die mensen van hun zedelijke en geestelijke ellende verlost en hen de heerlijkste heilgoederen schenkt. De term sotèr kan in het Nieuwe Testament vertaald worden als 'redder', 'behouder', 'bevrijder', 'verlosser', of 'Heiland', 'Zaligmaker'. Het begrip 'Heiland' of 'Zaligmaker' is rijker van inhoud dan de andere vertalingen. Een illustratie hierbij is dat iemand die uit een brandend huis bevrijdt, een redder is, maar wie bovendien een nieuwe woning schenkt, een Heiland is.
In de heidense wereld was sotèr een bijnaam die aan verscheidene goden, zoals Jupiter, Bacchus en Helios, werd gegeven. Deze bijnaam werd ook verleend aan vorsten en koningen, en aan mensen die grote weldaden aan hun land hadden bewezen.
De Heiland in het Oude Testament
In de Statenvertaling komt het woord "heiland" elf keer voor in het Oude Testament:
- Psalm 106:21: "Zij vergaten God, hun Heiland, Die grote dingen gedaan had in Egypte;"
- Jesaja 19:20: "En het zal zijn tot een teken, en tot een getuigenis den HEERE der heirscharen in Egypteland, want zij zullen tot den HEERE roepen vanwege de verdrukkers, en Hij zal hun een Heiland en Meester zenden, Die zal hen verlossen."
- Jesaja 43:3: "Want Ik ben de HEERE, uw God, de Heilige Israels, uw Heiland; Ik heb Egypte, Morenland en Seba gegeven tot uw losgeld in uw plaats."
- Jesaja 43:11: "Ik, Ik ben de HEERE, en er is geen Heiland behalve Mij."
- Jesaja 45:15: "Voorwaar, Gij zijt een God, Die Zich verborgen houdt, de God Israels, de Heiland."
- Jesaja 45:21: "Verkondigt en treedt hier toe, ja, beraadslaagt samen: wie heeft dat laten horen van ouds her? Wie heeft dat van toen af verkondigd? Ben Ik het niet, de HEERE? en er is geen God meer behalve Mij, een rechtvaardig God, en een Heiland, niemand is er dan Ik."
- Jesaja 49:26: "En Ik zal uw verdrukkers spijzen met hun eigen vlees, en van hun eigen bloed zullen zij dronken worden, als van zoeten wijn; en alle vlees zal gewaar worden, dat Ik, de HEERE, uw Heiland ben, en uw Verlosser, de Machtige Jakobs."
- Jesaja 60:16: "En gij zult de melk der heidenen zuigen, en gij zult de borsten der koningen zuigen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben, uw Heiland, en uw Verlosser, de Machtige Jakobs."
- Jesaja 63:8: "Want Hij zeide: Zij zijn immers Mijn volk, kinderen, die niet liegen zullen? Alzo is Hij hun geworden tot een Heiland."
- Hosea 13:4: "Ik ben toch de HEERE, uw God, van Egypteland af; daarom zoudt gij geen God kennen dan Mij alleen, want er is geen Heiland dan Ik."
De Heiland in het Nieuwe Testament
In de Statenvertaling van het Nieuwe Testament komt het woord "Heiland" niet voor; in plaats daarvan wordt het woord "Zaligmaker" gebruikt. De bekende NBG51-vertaling daarentegen heeft in het Nieuwe Testament nergens "Zaligmaker", maar wel 22 keer "Heiland". De TELOS-vertaling van het Nieuwe Testament heeft eveneens 22 keer "Heiland".
Dit betreft de volgende Schriftplaatsen:
- Lukas 1:47: "en mijn geest verheugt zich over God, mijn Heiland,"
- Lukas 2:11: "want u is heden een Heiland geboren, die Christus de Heer is, in de stad van David."
- Johannes 4:42: "en zij zeiden tot de vrouw: Wij geloven niet meer op uw zeggen, want wijzelf hebben Hem gehoord en weten dat Deze waarlijk de Heiland van de wereld is."
- Handelingen 5:31: "Deze heeft God als Overste Leidsman en Heiland door zijn rechterhand verhoogd om aan Israel bekering en vergeving van zonden te geven."
- Handelingen 13:23: "Van diens nageslacht heeft God naar de belofte aan Israel een Heiland gebracht, Jezus,"
- Filippenzen 3:20: "Want ons burgerschap is in de hemelen, waaruit wij ook de Heer Jezus Christus als Heiland verwachten,"
- Filippenzen 3:21: "die het lichaam van onze vernedering zal veranderen tot gelijkvormigheid aan het lichaam van zijn heerlijkheid, naar de werking van de macht die Hij heeft om ook alles aan Zich te onderwerpen. (TELOS)"
Paulus schreef de brief aan de Filippenzen vanuit de gevangenis in Rome. Het heil dat de Heer Jezus bij Zijn komst aanbrengt is de verandering van ons lichaam - dat onderworpen is aan de vergankelijkheid en vatbaar voor verwonding, ziekte en pijn - tot gelijkvormigheid aan het lichaam van Zijn heerlijkheid. Ons vernieuwde en veranderde lichaam zal gelijkvormig zijn aan dat van de Heer Jezus.
- 1 Timotheüs 1:1: "Paulus, apostel van Christus Jezus naar het bevel van God, onze Heiland, en van Christus Jezus, onze hoop,"
- 1 Timotheüs 2:3: "Dit is goed en aangenaam voor God, onze Heiland,"
- 2 Timotheüs 1:10: "maar die nu geopenbaard is door de verschijning van onze Heiland Christus Jezus, die de dood te niet gedaan en leven en onvergankelijkheid aan het licht gebracht heeft door het evangelie,"
- Titus 1:3: "die mij is toevertrouwd naar het bevel van God, onze Heiland;"
- Titus 1:4: "aan Titus, mijn echt kind naar het gemeenschappelijk geloof: genade en vrede van God de Vader en van Christus Jezus, onze Heiland."
- Titus 2:10: "niet te ontvreemden, maar alle goede trouw te bewijzen, opdat zij de leer van God, onze Heiland, in alles versieren."
- Titus 2:13: "in de verwachting van de gelukkige hoop en verschijning van de heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Jezus Christus,"
- Titus 3:4: "Maar toen de goedertierenheid en de mensenliefde van God, onze Heiland, verschenen is,"
- Titus 3:6: "die Hij rijkelijk over ons heeft uitgestort door Jezus Christus, onze Heiland,"
- 2 Petrus 1:1: "Simon Petrus, slaaf en apostel van Jezus Christus, aan hen die een even kostbaar geloof als wij verkregen hebben door de gerechtigheid van onze God en Heiland Jezus Christus:"
- 2 Petrus 1:11: "Want zo zal u rijkelijk de ingang in het eeuwige koninkrijk van onze Heer en Heiland Jezus Christus worden verleend."
- 2 Petrus 2:20: "Want als zij door de kennis van onze Heer en Heiland Jezus Christus de bevlekkingen van de wereld ontvlucht maar opnieuw daarin verstrikt zijn en erdoor overmeesterd worden, dan is voor hen het laatste erger geworden dan het eerste."
- 2 Petrus 3:2: "opdat u terugdenkt aan de woorden die tevoren door de heilige profeten gesproken zijn en aan het gebod van de Heer en Heiland, door uw apostelen verkondigd."
- 2 Petrus 3:18: "maar groeit op in de genade en kennis van onze Heer en Heiland Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid, zowel nu als tot de dag van de eeuwigheid. Amen."
- 1 Johannes 4:14: "En wij hebben aanschouwd en getuigen, dat de Vader de Zoon heeft gezonden als Heiland van de wereld."
- Judas 1:25: "de enige God onze Heiland, door Jezus Christus onze Heer, zij heerlijkheid, majesteit, kracht en macht, voor alle eeuwen, en nu, en tot in alle eeuwigheid!"
De Rol van Jezus Christus als Heiland
Jezus Christus is de Zoon van God, en in Gods plan werd voorzien in een verlosser die de banden des doods zou verbreken en door de opstanding hereniging van geest en lichaam mogelijk zou maken voor alle mensen die ooit op aarde hebben geleefd. Jezus van Nazaret was degene die al vóór de schepping van de wereld was gekozen om op aarde deze dienst te verrichten, namelijk om de sterfelijke dood te overwinnen.
Deze opstanding is het werk van Jezus Christus, de Heiland die - omdat Hij zowel sterfelijk (als zoon van Maria) als goddelijk (als Zoon van God) is - in staat was om de krachten te overwinnen waaraan het vlees onderworpen is. Hij gaf zijn leven en nam het letterlijk weer op zich als 'eersteling', om gevolgd te worden door iedere ziel die ooit heeft geleefd [zie 1 Korintiërs 15:22-23]. Omdat Hij een God was, gaf Hij zijn leven. Niemand kon het Hem afnemen. Hij had door zijn volmaking alle dingen overwonnen en aldus de macht gekregen om zijn leven weer op te nemen.
Door de val van Adam en Eva zal iedereen de lichamelijke dood ondergaan. Als wij sterven worden onze geest en ons lichaam van elkaar gescheiden. Toen Jezus Christus herrees, werden zijn geest en zijn lichaam herenigd, om nooit meer te worden gescheiden. Jezus heeft ook voor onze zonden geboet zodat wij, als wij ons bekeren, vergeving kunnen ontvangen en weer bij Hem en onze hemelse Vader kunnen wonen. Dat offer staat bekend als de verzoening van Jezus Christus. Door zijn offer is Jezus onze Heiland en Verlosser.
De verzoening is de grootste uiting van de liefde die onze hemelse Vader voor ons heeft. Deze tekst gaat over de verzoening en Gods grote liefde voor ons. In het jeugdwerklied 'Hij zond zijn Zoon' (Kinderliedjes, pp. 20-21) staat hoe onze hemelse Vader zijn liefde voor ons toont.

Het Verlossingswerk en de Opstanding
Nadat de Heiland het verlossingswerk aan het kruis volbracht had en gestorven was, werd Hij door twee moedige discipelen, Jozef van Arimathéa en Nicodemus, waardig begraven. Ze legden Hem in een nieuw graf in de rotsen, waarin nog niemand was gelegd. Maar op de derde dag wekte God Zijn Zoon op uit de doden. God zweeg niet langer, maar drukte met deze opwekking Zijn goedkeuring uit over het volbrachte verlossingswerk; aan al Gods eisen was voldaan.
De opstanding van Jezus Christus is het bewijs dat God Zijn offer aan het kruis aangenomen had en dat het voor onze redding voor altijd volkomen genoeg is. Deze opstanding is een opstanding uit de doden. In 1 Korinthe 15:20 wordt Hij de ‘Eersteling van hen die ontslapen zijn’ genoemd. Zoals Hij dit ‘als Eerste’ deed, wordt iedereen die in het geloof in Hem gestorven is, op dezelfde wijze eveneens uit de doden opgewekt, en wel bij Zijn komst voor de Zijnen (1 Thess.). De opstanding van de Heer Jezus is dus ook de zekerheid voor ons dat wij als gelovigen Hem daarin zullen volgen.
Ieder kind van God mag weten: ‘Ik hoor bij de Heer Jezus, ook in de opstanding. Hij zal mij, als ik vóór Zijn komst moet sterven, levend maken. Dan zal ik een nieuw verheerlijkt lichaam hebben, dat gelijkvormig zal zijn aan het lichaam van Zijn heerlijkheid.’ De vraag in Lukas 24: ‘Moest de Christus dit niet lijden, en in Zijn heerlijkheid ingaan?’ werd door de Heer Jezus Zelf tegelijkertijd bevestigend met de woorden: ‘Zó staat er geschreven en zó moest de Christus lijden en uit de doden opstaan op de derde dag’ (vs. 26).
Zo was het de wil van God. De Zoon was op deze aarde gekomen om die wil te volbrengen. ‘Zie, Ik kom … om Uw wil te doen, o God!’ (Hebreeën 10:7; Psalm 40:8). En met de woorden: ‘Uw wil geschiede’, verliet de Heiland Gethsémané en keerde Hij Zich naar Golgotha. ‘En Hij, Zijn kruis dragend, ging uit naar de plaats, Schedelplaats geheten, die in het Hebreeuws genoemd wordt Golgotha, waar zij Hem kruisigden’ (Johannes 19:17).
Welk een schande was aan dat kruis verbonden! Dat kruis was een vloekhout; iemand die aan een hout werd gehangen, was ‘door God vervloekt’ (Deuteronomium 21:23). Maar de schande van het kruis heeft onze dierbare Heer niet kunnen weerhouden om Zijn gehoorzaamheid aan God te laten zien en Zijn liefde tot verlorenen te bewijzen. Zijn liefde was sterker dan de dood: door niets te keren. Hij zag de schande; Hij kende de smaad. Maar Hij Die de drinkbeker aanvaardde met de woorden: ‘De drinkbeker, die de Vader Mij gegeven heeft, zou Ik die niet drinken?’ (Johannes 18:11).
En wat volgde voor Hem op dat alles? De vreugde! Een heiland is iemand die heil aanbrengt. God is onze Heiland, ook Christus is dat (Titus 1:3).
Het Leren Kennen van de Heiland
Hem leren kennen en Hem kennen, is een voortgaand proces. Door middel van gebed kan een nauwe band met onze hemelse Vader en Zijn Zoon worden opgebouwd. Geregeld gebed is een manier om deze nauwe band te onderhouden. In het Boek van Mormon worden de zonen van Mosiah omschreven als: ‘En zij waren sterk geworden in de kennis van de waarheid, want het waren mannen met een zuiver begrip en zij hadden de Schriften zorgvuldig onderzocht om het woord van God te leren kennen.’ (Alma 17:2, 3).
Dagelijkse Schriftstudie maakt ons ontvankelijk voor de influisteringen van de Heilige Geest. We leren de Heiland kennen door in de Schriften te lezen. Maar alleen Hem kennen is niet genoeg. We dienen ook zoals Hij te worden. Om op Hem te kunnen lijken, moet men in beweging komen.
De gelijkenis van de barmhartige Samaritaan is een voorbeeld. De Samaritaan had die dag geen goede daden in zijn agenda staan, maar hij zag dat er hulp nodig was en kwam in actie. Jezus zei aan het einde van dit verhaal tegen een wetgeleerde: ‘Ga heen en doet u evenzo.’ (Lukas 10:37). Deze boodschap van Jezus is ook voor ons bedoeld.
Een verbond wordt tussen twee of meerdere partijen gesloten. Wanneer we in de kerk verbonden sluiten, zijn wij de ene partij en is God de andere partij. Ons eerste verbond is het doopverbond. Bij het sluiten van dit verbond hebben we beloofd de naam van Jezus Christus op ons te nemen. Op zondag wonen we de avondmaalsdienst bij om ons doopverbond te hernieuwen.
President Nelson heeft gezegd: ‘Als we heilige verbonden sluiten en nauwgezet nakomen, neemt de macht van de Heiland in ons toe.’ Ons persoonlijk getuigenis begint vaak met het getuigenis van iemand anders. Nadat iemand gedoopt is, kan hij of zij het getuigenis delen. Dat getuigenis kan zo krachtig zijn dat het iemands leven volledig verandert.
We weten dat we een liefhebbende hemelse Vader hebben. We weten dat Zijn Zoon, Jezus Christus, ons van zonde heeft verlost.