Symposium over Guillaume Groen van Prinsterer: Vorming en Beleid in de Reformatorische Traditie

Inleiding: Het Belang van Groen van Prinsterer voor het Hedendaagse Denken

Tijdens een recent symposium sprak de predikant van de gereformeerde gemeente in Amersfoort, ds. Visscher, over het gedachtegoed van mr. Guillaume Groen van Prinsterer (1801-1876). Ds. Visscher benadrukte dat Groen van Prinsterer niet pleitte voor isolement, maar voor beginselvastheid ondanks de heersende tijdgeest.

De predikant schetste een contrast tussen de tijd van Groen van Prinsterer en de huidige samenleving. Hij duidde de hedendaagse tijdgeest als een ideologische staat, waarin artikel 1 van de Grondwet, de gelijkheidsideologie, centraal lijkt te staan en burgers een specifieke ideologie wordt opgedrongen.

Symposium "Isolement of Alliantie": Een Diepere Duik in het Werk van Groen van Prinsterer

Het symposium, met als thema "Isolement of Alliantie", werd georganiseerd door het Wetenschappelijk Instituut van de SGP, de VGS, de VBSO en Driestar educatief. De bijeenkomst vond plaats ter gelegenheid van de 150e sterfdag van Groen van Prinsterer op 19 mei.

Twee vooraanstaande sprekers verzorgden lezingen over Groen van Prinsterer: dr. Ewart Bosma, docent geschiedenis aan het Van Lodenstein College, en mr. Arnold Weggeman, directeur advisering bij de Raad van State. Een paneldiscussie werd gevormd door Pieter van Eijk (VGS), mr. Kees van der Staaij (staatsraad bij de Raad van State) en mr. drs. Jaco van den Brink (advocaat en specialist onderwijsrecht). Het symposium trok ruim vijftig belangstellenden, waaronder onderwijsdirecteuren, politici en bestuursleden.

Illustratie van Guillaume Groen van Prinsterer

Dr. Ewart Bosma: Groen van Prinsterer als Gids voor het Reformatorisch Onderwijs

In zijn referaat met de titel "Vorming of verarming – Groen van Prinsterer als gids voor het hedendaagse reformatorische onderwijs", stelde dr. Ewart Bosma dat het werk en denken van Groen van Prinsterer nog steeds richtinggevend zijn voor het reformatorisch onderwijs.

Bosma citeerde Groen van Prinsterer: "Vakbekwame en godvruchtige leraren moeten met volharding jongeren vormen, omdat het moderne levensgevoel een geestelijke magerheid met zich meebrengt." Hij benadrukte het belang van kennismaking met deze negentiende-eeuwse denker voor leerlingen. Met een knipoog merkte Bosma op dat "VerGroening" best mag, hoewel sommige leerlingen dit wellicht ervaren als "ontGroening".

De Intellectuele Achtergrond van Groen van Prinsterer

Groen van Prinsterer groeide op in een midden-orthodox gezin uit de maatschappelijke elite, waar aanzien en achting werden verkregen door verstand en braafheid. Tijdens zijn studietijd in Leiden kwam hij onder de blijvende invloed van Willem Bilderdijk (1756-1831).

Dankzij zijn klassieke scholing, brede belezenheid en contacten met invloedrijke tijdgenoten ontwikkelde Groen van Prinsterer een visie op onderwijs die naast godsdienstige vorming ook historische vorming omvatte. Volgens Bosma zag Groen van Prinsterer geschiedenis als de leermeester bij uitstek, waarin Gods hand in de geschiedenis van een volk en land zichtbaar wordt. Geschiedenisonderwijs zonder verwijzing naar God was voor hem ondenkbaar.

Grafiek die de invloed van Bilderdijk op Groen van Prinsterer toont

De Implicaties van Groens Visie voor het Huidige Onderwijs

Dr. Bosma werkte de relevantie van Groens visie voor de hedendaagse praktijk uit. Hij stelde dat neutraliteit in het onderwijs een illusie is; onderwijs is altijd geladen met overtuigingen. "Neutraal" onderwijs zou kinderen het meest wezenlijke onthouden: de vorming in de leer der godzaligheid.

Bosma pleitte voor een versterking van de band tussen gezin, kerk en school en moed om de confrontatie met de tijdgeest aan te gaan. Hij benadrukte, in lijn met Groen, de waarde van klassiek en vormend onderwijs, met ruime aandacht voor geschiedenis en cultuur. Investeren in de kwaliteit en identiteit van leraren is eveneens essentieel.

Bosma adviseerde een kritische houding ten opzichte van onderwijsvernieuwingen: "Wijs niet alles af, maar neem het ook niet gedachteloos over." Hij voegde eraan toe dat christelijk onderwijs uiteindelijk een zaak van gebed is, gericht op de vorming van het hart, niet slechts op kennisoverdracht.

Mr. Arnold Weggeman: Groen van Prinsterer als Staatsman en Tegenstander van Onderwijsvrijheid

Mr. Arnold Weggeman, directeur advisering bij de Raad van State, hield een lezing met de titel "Groen van Prinsterer als Evangeliebelijdend staatsman en tegenstander van onderwijsvrijheid".

Weggeman schetste hoe Groen van Prinsterer werd gevormd door een tijd van ingrijpende omwentelingen. Hij werd door vriend en vijand erkend als een groot staatsman. Vanuit het verlichtingsdenken zag Groen dat het ideaal van een moreel-culturele eenheidsstaat vormgegeven werd met nationaal geregeld onderwijs en een gemeenschappelijke identiteit. Doel was een einde te maken aan de bevoorrechte positie van de Gereformeerde Kerk.

Tegen deze achtergrond benadrukte Groen van Prinsterer, als historicus en jurist, dat Nederland sinds de Reformatie in een andere geest had geleefd. Hij verbond de Nederlandse identiteit met het protestantisme en het Huis van Oranje. Ongeloof en revolutie werden daartegenover geplaatst als ideologische keuzes met politieke consequenties, die, los van Gods Woord, tot ontwrichting leiden.

Groen van Prinsterers Politieke Optreden en de Schoolstrijd

Deze overtuiging bepaalde Groens politieke optreden. Hij was betrokken bij de totstandkoming van de grondwetsherzieningen van 1840 en 1848, maar verzette zich tegen het revolutionaire gedachtegoed dat daarin doorklonk, zoals de aantasting van de positie van de koning en het beginsel van volkssoevereiniteit. Hij zei: "Volksinvloed begeer ik, volksregering niet."

Zijn visie kwam ook tot uiting in de schoolstrijd. Aanvankelijk streed hij voor de christelijke staatsschool. Toen de onderwijswet van 1857 het onderwijs neutraal maakte, legde hij zijn Kamerlidmaatschap neer. Vanaf dat moment zette hij zich in voor de bekostiging van het bijzonder onderwijs.

Afbeelding van een historische school

De Betekenis van Groen van Prinsterer voor de 21e Eeuw

Weggeman stelde dat Groen van Prinsterer nog steeds betekenis heeft als gids voor christelijke politiek. Hij trok enkele lessen voor de 21e eeuw uit zijn lezing:

  • Het blijft de plicht van christenpolitici om de band tussen religie en politiek op eigentijdse en authentieke wijze te laten zien.
  • Een minderheidsstandpunt kan gewicht hebben in het publieke debat, mits het voortkomt uit overtuiging en betrouwbaarheid.
  • Grondrechten zijn niet los verkrijgbaar, maar moeten in onderlinge samenhang worden gewogen, wat hoogst actueel is.

Ewart Bosma's Onderzoek naar de Gereformeerde Gezindte en het Nationaalsocialisme

Naast zijn bijdrage aan het symposium, is drs. Ewart Bosma, docent geschiedenis aan het reformatorisch Van Lodensteincollege, ook actief met promotieonderzoek naar de houding van de gereformeerde gezindte tegenover het nationaalsocialisme.

Hoewel zijn onderzoek nog gaande is, durft Bosma de voorlopige conclusie te trekken dat er meer verzet dan collaboratie was binnen deze groep tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij constateerde dat het heersende beeld, dat er niet veel goeds te zeggen valt over de houding van de bevindelijk gereformeerden, bijstelling verdient.

Door het bestuderen van archieven, waaronder die van de SS, rechtbankverslagen en kerkenraadsnotulen, kwam Bosma tot de overtuiging dat het negatieve imago dat de gereformeerde gezindte vrij gemakkelijk heeft laten aanleunen, niet geheel terecht is.

De Houding van de Gereformeerde Gezindte: Duitsvriendelijk, Niet Nationaalsocialistisch

Bosma's voorlopige conclusie is dat de houding van de gereformeerde gezindte tegenover de Duitse bezettingsmacht nauwelijks verschilde van die van de gehele Nederlandse bevolking. Hij typeert deze houding als Duitsvriendelijk, wat iets anders is dan sympathie voor het nationaalsocialisme, die hij zelden aantrof onder bevindelijk gereformeerden.

Lidmaatschap van de NSB kwam in behoudende kerkelijke kringen zelden voor, met uitzondering van enkele hervormd-gereformeerden. Bosma verklaart de "vriendelijke opstelling" tegenover Duitsland door de pogingen van mensen om de oorlog te overleven, de zogenaamde accommodatie. De Duitsers lieten zich in de beginjaren niet van hun slechtste kant zien, en Nederland had historisch gezien meer op met Duitsland dan met Engeland en Frankrijk.

Bosma schat het percentage bevindelijk gereformeerden dat collaboreerde met de Duitsers als lager dan 10 procent. Hij erkent dat er uitzonderingen waren, zoals de zoon van een predikant die zich vrijwillig meldde bij de SS, maar dit waren uitzonderlijke gevallen.

Omslag van het boek

Sympathie voor Nazi's: Vooral onder Hervormden

Bosma stelt dat sympathie voor de nazi's onder bevindelijk gereformeerden vooral te vinden was onder het hervormde deel. Hij suggereert dat hervormden beter geschoold waren en meer betrokken bij de wereld om hen heen. Het nationaalsocialisme had in de jaren dertig aantrekkelijke kanten, en Hitler's acties maakten indruk.

Het Negatieve Beeld en de Rol van Ds. G.H. Kersten

Volgens Bosma werd het beeld dat bevindelijk gereformeerden eerder collaboreerden dan verzet pleegden, na de oorlog vooral gecreëerd door de antirevolutionaire pers. Deze pers creëerde bewust een negatief beeld van de SGP en ds. G.H. Kersten, die werd afgeschilderd als iemand die de gevaren van het nationaalsocialisme nauwelijks onderkende. Bosma ziet dit als een gevolg van politieke rivaliteit, waarbij de antirevolutionairen een appeltje te schillen hadden met ds. Kersten, wiens partij kiezers had weggezogen.

Bosma onderzoekt het optreden van ds. Kersten gedetailleerd en concludeert dat de predikant zich niet alleen bezighield met de Rooms-Katholieke Kerk en het communisme. Hij stelt vast dat ds. Kersten in de jaren dertig in partijredes het gedachtegoed van de NSB en NSDAP kritisch heeft beoordeeld en het nationaalsocialisme meermaals heeft bestreden in De Banier, het partijblad van de SGP.

Ds. Kersten wees op het karakter van het moderne heidendom en nam het op voor theologen zoals Martin Niemöller, die zich tegen Hitler verzetten. Bosma erkent echter dat ds. Kersten er aanvankelijk niet op rekende dat de Duitsers Nederland daadwerkelijk zouden binnenvallen.

Oordeel en Waarheidsvinding: Een Nuancering van het Verleden

Bosma acht de zienswijze dat geestelijke leiders in de gereformeerde gezindte het Duitse regime als een roede in Gods hand hebben aanvaard, en daarmee ruimte boden voor collaboratie, onjuist. De oorlog werd beschouwd als een oordeel van God over Nederland, en gemeenteleden werden opgeroepen onder dat oordeel te bukken, wat losstond van een inhoudelijke aanvaarding van het nationaalsocialisme.

In zijn studie, die nog zo'n drie jaar zal duren, hoedt Bosma zich voor het uitdelen van etiketten als "goed" en "fout". Zijn prioriteit ligt bij waarheidsvinding. Hij hanteert een terughoudende houding ten aanzien van het geven van oordelen over iemands handelen tijdens de oorlog, en past het principe toe dat historici ten aanzien van overleden personen het liefdesgebod moeten eren.

Politieke Debatten en de Reformatorische Stroming

De diverse teksten uit het archief raken aan de politieke actualiteit en de positie van de reformatorische stroming daarin. Verschillende debatten en peilingen tonen de dynamiek van het Nederlandse politieke landschap.

Kritische Vragen aan de Reformatorische Gezindte

Er wordt opgemerkt dat in de reformatorische kringen een neiging bestaat om rechts-populistische opvattingen te omarmen, deels door een afkeer van links en een blinde vlek voor gebreken bij rechts. Dit wordt versterkt door een anti-overheidssentiment, met name in agrarische en vissersgemeenschappen, waar de overheid historisch gezien de vrijheid beknotte.

Het gemak waarmee veel mensen hun stemkeuze hebben geseculariseerd, is zorgelijk. Het idee dat men christen kan zijn en zondags naar de kerk kan gaan, maar in het stemhokje toch handelt uit eigenbelang, botst met de idealen van christelijke politiek. De vraag wordt gesteld in hoeverre politieke en maatschappelijke opvattingen corresponderen met Gods geboden. Christenen kennen naast een juridische realiteit ook een christelijk-ethische werkelijkheid.

Er wordt gepleit voor het opereren binnen de kaders van de christelijke ethiek en de rechtsstaat, waarbij rechts-populisten niet geknuffeld, maar wel weersproken moeten worden. Hun zorgen moeten serieus worden genomen, maar hun "schijnoplossingen" moeten worden genuanceerd.

De Noodzaak van Nuancering en Kritisch Vragen

Het is belangrijk dat de reformatorische gezindte leert alledaagse stellingnames kritisch te bevragen. De vraag is in hoeverre politieke en maatschappelijke opvattingen overeenkomen met Gods geboden, en hoe het spreken over de ander zich verhoudt tot christelijke naastenliefde. Beloften van gemakkelijke oplossingen kunnen op gespannen voet staan met het spreken van de waarheid.

In opvoedsituaties is het nuttig om ook de andere kant van het verhaal te belichten. Er wordt gesuggereerd dat men in reformatorisch Nederland mogelijk te lief of te laf is geworden om elkaar de spiegel voor te houden. Er moet altijd met twee woorden gesproken worden, in de geest van Groen van Prinsterer: "Tegen de Revolutie, voor het Evangelie."

ND Verkiezingsdebat 2025

Nasleep van Politieke Debatten en Verkiezingen

De recente politieke debatten en de aanloop naar verkiezingen tonen verschillende opvattingen over belangrijke maatschappelijke thema's zoals migratie, woningbouw en de Nederlandse identiteit.

Geert Wilders (PVV) pleit voor een asielstop en een migratiesaldo van "een grote nul". Rob Jetten (D66) botst met de PVV en VVD over de Nederlandse identiteit, en benadrukt tolerantie en vooruitgang. De GL-PvdA, met Frans Timmermans, ziet zichzelf als het "enige alternatief" voor mensen die een andere richting op willen met Nederland en wijst op de gevaren van "rechtse retoriek".

Debatten over woningbouw laten zien dat partijen het erover eens zijn dat procedures korter moeten, maar verschillen van mening over de aanpak, zoals de hypotheekrenteaftrek en de rol van woningcorporaties. De stikstofwetgeving wordt genoemd als een belemmering voor nieuwbouw.

De rol van kleinere partijen en hun potentiële coalitiepartners wordt besproken, waarbij de nadruk ligt op thema's als racisme, discriminatie en de vrijheid van onderwijs.

De Invloed van Weer op Verkiezingsuitslagen en de Rol van Stemhulpen

Onderzoek suggereert dat regen op verkiezingsdag de opkomst kan beïnvloeden, hoewel het effect niet groot lijkt. Studies lopen uiteen over welke kiezers zich het meest laten beïnvloeden.

Ondanks de vele optredens van politici en de opkomst van AI, blijven stemhulpen de belangrijkste informatiebron voor kiezers, vaak gebruikt als een "final check".

Controverses rond AI-beelden en Politieke Campagnes

De verspreiding van bewerkte AI-afbeeldingen van politici, zoals die van Frans Timmermans, heeft geleid tot discussies over sancties en de impact op de politieke campagne. PVV-leider Wilders neemt geen sancties tegen de betrokken Kamerleden, terwijl GroenLinks-PvdA aangifte overweegt.

De term "demonisering" wordt beladen geacht in de Nederlandse politiek, zeker na de moord op Pim Fortuyn.

Vergelijking van verkiezingsuitslagen in peilingen

Peilingen en Slotanalyses voor de Verkiezingen

Slotpeilingen tonen een nek-aan-nekrace tussen D66, GroenLinks-PvdA en PVV, hoewel de PVV in sommige peilingen een verlies laat zien. Andere partijen zoals het CDA en de VVD worden ook tot de kopgroep gerekend.

Het is belangrijk op te merken dat peilingen de verhoudingen op een bepaald moment weergeven en niet als een definitieve voorspelling moeten worden gezien, aangezien veel kiezers nog twijfelen.

tags: #reformatorisch #dagblad #e #bosma #promotie