Dominee Maarten J. Wilschut: Een Biografie en Kerkelijke Ontwikkelingen

De aankondiging van het vertrek van dominee Wilschut is een verdrietige zaak, zowel voor de predikant en zijn vrouw als voor de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) - GKv. Jarenlang gold dominee Wilschut binnen de GKv als een behoudende kracht, op wie veel verontruste kerkleden steunden. Persoonlijk voel ik geen enkele behoefte om over al die gevoelens heen te walsen. De predikant schrijft dat de ontwikkelingen binnen zijn kerkverband, de afkeer van afscheidingen en de ontmoeting met gereformeerd kerkelijk leven binnen de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) vanaf 2007/2008 een nieuwe bezinning op gang brachten in zijn denken over de kerk. Hij ging te rade bij Calvijn en andere reformatoren en kreeg meer oog voor de Bijbelse grondregel: Waar het Woord is, is de kerk - en niet andersom. Dit bracht hem tot de overtuiging dat de hervormd-gereformeerde gemeenten te beschouwen zijn als ware kerken in de zin van artikel 29 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Een kerk waar ruimte is voor het Woord, mag je niet afschrijven en verlaten als een valse kerk. Het lijkt mij belangrijk om de formulering tot ons door te laten dringen.

In artikel 27 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis lees ik: “Wij geloven en belijden één katholieke of algemene kerk.” Dat gegeven beschouw ik als een belangrijke aanwijzing. Er is per plaats/regio één plek waar de kerk is. Ware gelovigen moeten die kerk opzoeken. Dominee Wilschut lijkt op dit moment van mening te zijn dat per plaats meerdere kerken kunnen zijn. Al die kerken brengen het Woord, op hun eigen manier. Veel waarheden worden, als ik het goed zie, in de GKv lang niet altijd officieel ontkend. Men maakt eenvoudigweg ruimte voor elkaar. Als u orthodox-gereformeerd wilt zijn, is er niemand die u tegenhoudt. Als u de kinderdoop niet onderschrijft, ga dan uw gang. Er is vrijheid in de GKv. Dat zo zijnde komt de vraag op waarom dominee Wilschut niet gewoon blijft waar hij is. Je zou zeggen: hij mag zijn zienswijze immers verkondigen? Je zou zeggen: daar heeft hij toch alle vrijheid toe?

In de praktijk blijkt het echter aanzienlijk minder simpel te liggen. Want een van de grootste problemen van dominee Wilschut is dat de situatie voor hem totaal onwerkbaar is geworden. Op de kerkvloer luistert er inmiddels bijna niemand meer naar hem. Waarom zou hij dan nog blijven? Met andere woorden: grondwaarheden worden weliswaar niet officieel ontkend; maar behoudende krachten worden wel genegeerd. In de GKv is er bijna niemand die zonder meer zegt dat u beter kunt vertrekken. Als u dat wel doet, is de kans groot dat men zegt dat men zich overrompeld voelt. Feit is wel dat men u lastig vindt als u klassiek Gereformeerde noties aan anderen ‘opdringt’. Dan worden mensen effectief wél buitengesloten. Men gebruikt formuleringen als: u kunt beter weggaan. Als u, bijvoorbeeld, in Zwolle-West woont, kunt u misschien lid worden van GKv Dalfsen. Dat is beter voor u, zegt men dan. Kerkperforatie, heette dat vroeger. Hoe dat zij: áls het waar is dat het predikantenwerk voor Wilschut binnen de GKv gewoon niet meer te doen is, is hij feitelijk buitengesloten.

De Kern van het Probleem: Verschil in Kerkelijk Denken

Het woord ‘goddeloos’ betekent dat je oneerbiedig bent. Het duidt ook op: godvergeten. God wordt dus vergeten. Of een béétje vergeten. Het dringt - bijvoorbeeld - niet tot mensen door dat God bij alle dingen in het leven betrokken is. Als ik het goed zie, komen de hierboven gesignaleerde zaken ook wel in de GKv voor. Mensen wonen samen. De kerkgang wordt soms gerelativeerd en/of verwaarloosd. Maar waarom gaat hij naar de PKN? Daar is de kerk zo breed mogelijk. We kennen dominee P.J. Vergunst als een ‘Bonder’ die, over het algemeen genomen, Schriftuurlijk en degelijk schrijft. Maar er is ook dominee K. Hendrikse, die ontkent dat God bestaat. Dominee Wilschut kan zeggen: met Hendrikse heb ik niks te maken. Dat wil ik wel geloven. Maar ik wil maar zeggen dat de Protestantse Kerk een plurifórme kerk is. Het is een kerk waar van alles kan en mag. Waarom gaat de eertijds zo behoudende Wilschut nu uitgerekend dáár naartoe?

Doctor Wilschut schrijft: “Mijn vrouw en ik hebben het biddend onder ogen gezien.” Als ik deze zinnen lees, heb ik de neiging om mij beschroomd terug te trekken. Want ik mag mij niet zomaar bemoeien met andermans gebeden. Maar als ik naar de consequéntie van die gebeden kijk, denk ik wel: voelt dominee Wilschut zich door God geroepen om naar de Protestantse Kerk te gaan? Het hoort m.i. bij de nood van de GKv. Er is geen wijkplaats voor klassiek gereformeerd kerkelijk leven en prediking. Daarvoor is het kerkverband te klein. De ingeslagen koers van een mainstream laat zich dan ook in heel het kerkverband gelden, al verschilt het tempo plaatselijk. Dus krijg je steeds weer plaatselijk spanningen. Het valt op dat de GKv in feite te klein zijn om klassiek gereformeerd leven mogelijk te maken.

Heb ik mij dan de afgelopen decennia ernstig vergist? Ik meende dat ik Gereformeerde prediking beluisterde. Ik meende dat ik, samen met vele anderen, Gereformeerd leefde. Maar klaarblijkelijk kán dat niet. Heden ten dage ben ik lid van De Gereformeerde Kerken (hersteld). Ik meen dat ik Gereformeerde prediking beluister. Ik meen dat ik, samen met vele anderen, Gereformeerd leef. Maar klaarblijkelijk kán dat niet. Ik vind dat vreemd. Hoogst merkwaardig. Hangen Gereformeerde prediking en Gereformeerd leven van het getal af? Maar misschien vraag ik mij dáárom juist af waarom dominee Wilschut niet naar de Hersteld Hervormde Kerk gaat. Ik herinner me deze predikant als een bevindelijke prediker. Dominee Wilschut schrijft daar niets over. Echt terzake is het ook niet. Want Wilschut gaat naar de PKN. Dominee Wilschut heeft moeilijke tijden beleefd. Dat blijkt.

In dit stuk breng ik slechts mijn gedachten onder woorden. En ik weet best: soms kunnen woorden verkeerd opgevat worden. Ook mijn woorden kunnen verkeerd overkomen. Maar ik denk ook: nu dominee Wilschut deze kerkelijke overgang bekend maakt, hoeven we ons niet met z’n allen stil te houden. Want ten diepste is de vraag: dient dominee Wilschut met deze overgang het werk van de Here? Daarover zal Hijzelf het eindoordeel geven. De publicatie op Eeninwaarheid.info maakt, wat mij betreft, duidelijk hoe belangrijk het is dat wij op de Here blijven vertrouwen. Van mensen moeten we het niet verwachten.

Portret van dominee Maarten J. Wilschut

Verschuivingen binnen de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt)

Ik geloof niet, wat op sites van de DGK en ook op die van ‘mijn’ gemeente, de GKN Hardenberg te lezen valt, dat het vanaf de GS Ommen in 1993 al begonnen is. De toen genomen besluiten zijn m.i. Nee, het viel me op in wat ik de laatste weken gelezen heb, dat meer dan één bezorgde schrijver de verschuiving heeft zien beginnen toen ook in de GKv, ook aan de Theologische Universiteit in Kampen, geluiden gingen klinken dat de hoorder een grotere rol zou moeten spelen in het preekproces. In het vinden en formuleren van de boodschap van de preek. De predikant zou zich tot dan toe te sterk geconcentreerd hebben op de tekst van de preek. Hij zou zich meer moeten verdiepen in wat de tekst met de moderne hoorder doet.

Prof. Dr. J. Douma schreef in zijn biografie dat hij daar al rond 2001 tegenaan liep: ruim 20 jaar terug. In dat jaar ging prof. dr. J. van Bruggen met emeritaat. Een kleine 10 jaar later, in 2010, komt ook dr. H.J.C.C.J. Wilschut tot de conclusie dat hier z.i. het kernprobleem ligt. Hij gebruikt inmiddels ook al sterkere woorden: in veel opzichten staat God niet langer in het middelpunt, maar de mens. In veel discussies is het niet meer de belangrijkste vraag: hoe wil de Heer het, wat zegt Hij in zijn Woord? Maar: wat zijn de behoeften van de mens? Hoe denkt hij erover?

Ik kan ook nog naar een in zekere zin ‘buitenstaander’ verwijzen: dr. G.A. van de Brink, predikant in de Hersteld Hervormde Kerk en sinds 2020 als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de Theologische Universiteit Apeldoorn. Toen docenten aan de TU Kampen in 2017 een boek uitgaven onder de titel Gereformeerde hermeneutiek vandaag, zag ook hij in een bespreking van dit boek hier het grote gevaar liggen: de focus is verschoven van de door God aan ons overgeleverde tekst van de Bijbel naar wat de Bijbel doet met een mens. Als dit nu één (maar wel een belangrijke!) van de wortels van verandering is, ontdek dan wat hieruit allemaal voortgekomen is.

Gevolgen voor Prediking en Kerkelijk Leven

Het ging de beleving van kerkdiensten beïnvloeden: een nieuwe generatie predikanten investeerde er veel in om hun preken voor de hoorder ‘pakkend’ te maken, maar het ging ten koste van gedegen exegese en diepgang. Er kwam een eenzijdige nadruk op het verlost zijn. Het feit dat wij nog altijd een zondige aard hebben en elke dag opnieuw om vergeving moeten smeken, werd geleidelijk aan minder benadrukt, want hoorders knapten daarop af. Predikanten die het nog wel bleven doen, kwamen daardoor in de moeite. Hun werd, óók door kerkenraadsleden, verweten dat ze veel te veel nadruk op de zonde legden. “Preek ons de genade, dominee”. Het gevolg: geen confronterende en appellerende prediking meer. Geen sterke oproep tot bekering meer. Maar onder invloed van predikers uit de evangelische hoek een ‘feel good’ prediking. Zo gingen preken en Bijbelstudie gingen meer ‘actuele onderwerpen’ behandelen, thema’s, i.p.v. Natuurlijk! De Heidelbergse Catechismus begint in hoofdstuk 1 immers met een sterk benadrukken van onze ellende als gevolg van onze opstand tegen God, en van Gods toorn daarover. Daarvoor kon je toch de mensen niet meer in de kerk krijgen? En ja, als dan de hoorder een prominente rol mag vervullen in de eredienst, dan moet je natuurlijk ook oog hebben voor mensen van buiten de gemeente. Dus: regelmatig laagdrempelige diensten.

Deze verschuiving werkte uiteraard ook door in de catechisaties. Te meer daar de predikanten steeds meer een aanzienlijk deel van de groepen overlieten aan ongeschoolde vrijwilligers. Vooral bij de bevestiging van huwelijken kun je veel buitenstaanders verwachten. Maar werd het dan niet tijd dat het huwelijksformulier eens een keer aangepast werd? Ook doopdiensten trekken vaak heel wat gasten. Maar zijn de eerste zinnen van het Doopsformulier in zo’n feestelijke dienst dan niet een hoogst onverstandige, ja, ongepaste binnenkomer? Ik heb de huidige voorganger in de GKv Emmen al vele malen aan de ouders horen vragen of ze geloven dat hun kind “geboren is in een wereld vol zonde en schuld....”. NB: de schuld en zonde zit in de wereld! Niet in het kind zelf?

Bij al dit verschuivend denken is het ook niet vreemd dat er een groeiende capitulatie voor de evolutietheorie plaatsvond. Deze ‘mensmiddelpuntigheid (die typering geeft Dr. Wilschut)’ heeft ook een ik-gerichtheid ten koste van de geméénschap der heiligen bewerkt. Dit uit zich o.m. in het wegblijven uit middagdienst (“IK heb daar geen behoefte meer aan”, “Van mij hoeft die tweede dienst niet”), en shoppen bij andere kerkgenootschappen. En wat ik als wel heel schokkend heb ervaren: een stel jongeren in Zwolle-Zuid mocht openbare geloofsbelijdenis doen bij één van hen in de tuin, met alleen een aantal door hen zelf gekozen vrienden en familieleden. Want: “ze hadden niet zoveel met al die anderen in de gemeente”! En in dit nieuwe ‘licht’ kan men niet meer goed uit de voeten met waarschuwingen, vermaan, en bij geen bekering: tuchtoefening. Dat gebeurt nog maar sporadisch. Ongehuwd samenwonen, echtscheiding zonder dat er van overspel sprake is, hertrouwen daarna.... Mensmiddelpuntigheid komt ook tot uiting in een anders omgaan met homoseksualiteit en geslachtsverandering. Niet Gods schepping, maar wat iemand op dit moment (NB over een paar jaar kan dat heel anders zijn!) voelt is maatgevend geworden. Ik kan daar nu niet apart diep op ingaan, maar in mijn bijdrage “Een nieuwe koers” (vorig jaar op eeninwaarheid.info geplaatst) kun je een overzicht vinden van hoe voorgangers in GKv inmiddels over homoseksueel samenleven denken.

Schematische weergave van de verschuivingen in theologische focus binnen de GKv

De Vrouw in het Ambt en de Eenwording met de NGK

Het lijkt een zijspoor, maar dat is het niet: de mensmiddelpuntigheid heeft ook geleid tot een independentistisch optreden van predikanten en kerkenraden. Als een predikant vindt dat iets moet kunnen, dóet hij het ‘gewoon’. Als kerkenraden moeite hebben met kerkelijke afspraken, vastgelegd in de Kerkorde en in synode-uitspraken, dan leggen ze die naast zich neer en gaan hun eigen gang. En die opgeëiste ruimte bewerkt dan weer een verlegging van kerkelijke grenzen. Ook de GKv wilden meedoen aan Nationale Synode, meewerken aan een nieuwe belijdenis waarin alle deelnemende ‘kerken’ zich kunnen vinden. Minder dan 12 artikelen bleven over!

“God de Vader wordt niet meer “de Almachtige” genoemd. Over Jezus Christus, onze Heer, wordt gezegd dat Hij is “geboren uit Israël”. Nu is het zeker waar dat Jezus naar het vlees uit het huis van David is. Maar Hij is ontvangen uit de Heilige Geest en geboren uit de maagd Maria. Waarom ontbreekt die belijdenis hier? Van Christus wordt beleden dat Hij “is opgestaan”. Op de een of andere manier stemmen velen daar wel mee in (ook sommige joden). Maar het Apostolicum belijdt dat Jezus is opgestaan “op de derde dag”. Opvallend is dat de belijdenis van Christus’ hemelvaart en zijn zitten aan de rechterhand van de hemelse Vader geheel ontbreekt.

Aan de TUK werd dr. S. Paas benoemd. Hij trok in zijn dissertatie het “kleed van de schriftcriticus aan” om zo in het theologisch debat heel ver mee te kunnen gaan met zijn gesprekspartners (zoals dr. G. Kwakkel oordeelde). Maar Paas legde in zijn proefschrift verderop nergens dat kleed weer af (zoals dr. J. En volgende de dissertatie van dr. Koert van Bekkum, ook een docent aan de TUK, zouden we het wonder van de stilstaande zon en maan niet letterlijk hoeven te nemen, want ”zon en maan waren in de beleving van de Kanaänieten in die tijd slechts symbolen van hun goden”.

De druk om alle ambten voor vrouwen open te stellen groeide in de jaren. Want ook in deze zaak blijkt de kernvraag te luiden: wat is aan de mens van deze tijd nog verkoopbaar? Het begon op de GS Amersfoort 2005. Maar die toonde nog veel aarzeling. Toch had die niet de moed de zaak meteen principieel af te wijzen. De volgende Generale Synoden kwamen er steeds ook niet uit en schoven de zaak telkens via nieuwe deputaatschappen door. Hier kwam de nieuwe hoordergerichte manier van omgaan met de Bijbel heel duidelijk aan het licht in bespreking. In de Acta p.33 lezen we: 'Anderzijds wordt opgemerkt dat ook deputaten menen dat de Bijbel duidelijk is over het feit dat vrouwen alles mogen doen in de kerk behalve het vervullen van het (leer)ambt'. Maar waar vervolgens het probleem ligt, is het feit dat deze duidelijke boodschap van de bijbel ongemakkelijkheid, verlegenheid en ‘ongeloofwaardigheid (blz.19)’ veroorzaakt. Dit is een pastoraal toch reëel probleem, aldus deputaten. Kortom, geen theologisch, geen exegetisch of hermeneutisch probleem maar een pastoraal/toepassingsprobleem.

Toch aarzelde deze GS nog wel om dit deputatenrapport aan te nemen en vroeg daarom advies hulp van 7 ‘zwaargewichten’, hoogleraren uit Kampen én Apeldoorn. Alle zeven wezen de argumentatie van deputaten af. Van Bruggen waarschuwde heel indringend. Hij wees op de “gestrande scheepswrakken” van de PKN en de Christian Reformed Churches in Amerika en Canada. Hij noemde die kerken “waarschuwende bakens” voor ons. Maar wat bij de voordeur nog afgewezen werd, liet men door achterdeur toch alvast binnen. De GS besloot namelijk m.b.t. de NGK: 'uit te spreken dat door de overeenstemming in de gesprekken over hermeneutiek de belemmering die er lag vanwege het besluit van de NGK om de ambten voor de zusters der gemeente open te stellen, is weggenomen'. Grond: 'Ondanks het verschil in praktische uitkomsten ten aanzien van de vrouw in het ambt, is gebleken dat we als kerken elkaar vertrouwen kunnen geven inzake de erkenning en aanvaarding van het gezag van de Heilige Schrift', (Acta p. 158).

In de volgende synode, de GS Meppel, kwam deze zaak in een stroomversnelling. Ook in deze synode kon het zoveelste deputatenrapport niet met doorslaggevende argumenten ieder overtuigen dat Gods Woord vraagt, dat we echt ook voor vrouwen alle ambten open moeten stellen. Toen werd deze ontsnappingsroute gevonden: béide opvattingen (‘lijnen’, ‘visies’) zijn vanuit Gods Woord te verdedigen. Er kwam dus geen overtuigend Bijbels voorschrift, niet eindelijk de eyeopener dat we Gods Woord op dit punt altijd verkeerd begrepen hebben. Maar: je kunt met Gods Woord twee tegenover elkaar staande visies verdedigen. Daarna ging het heel snel. De handen konden ineengeslagen worden met de NGK, er werd meteen ook maar een gezamenlijke avondmaalsviering georganiseerd (welke kerkenraad was daarvoor verantwoordelijk en hield toezicht op wie aangingen?! In de Instructies voor de samenroepende kerk staat hier niets over. Almatine Leene werd vanuit een kerkverband waarmee de GKv nooit een zusterkerkrelatie gehad hebben, beroepen en als 'een wonder van de Geest' het kerkverband binnengehaald. Ook al had ze nog kort te voren in een column in Dienst [9] verteld, hoe ze een huwelijk van een gemeentelid met een atheïst kerkelijk had bevestigd maar daarbij, op uitdrukkelijk verzoek van het bruidspaar, bewust Gods Naam niet had genoemd.

Deze ontwikkelingen bleven niet onopgemerkt bij de buitenlandse zusterkerken. In de GS Harderwijk 2011 lagen er ernstige bezwaren en blijken bezorgdheid van verschillende vertegenwoordigers van die kerken op tafel. Ze vormden een onderstreping van bezwaren die vanuit de kerken gekomen waren.[10] Maar aan geen enkel bezwaar is tegemoet gekomen! De schok over deze stroomversnelling was bij de buitenlandse zusterkerken groot: het leidde tot verbreking van de zusterkerkrelatie door de kerken in Australië, later ook in Canada, terwijl de kerken Zuid-Afrika de banden nog niet helemaal verbraken maar wel naar een laag pitje terugdraaiden. Ingrijpend was ook dat de GKv door de ICRC als lid geschorst werden. De grote vraag was voor veel verontruste kerkleden toen: wat zou de volgende synode gaan doen? Nee! Integendeel, men koos dezelfde voorzitter als in Meppel. En de stroomversnelling werd een waterval. De uitspraak: beide visies mogen naast elkaar bestaan, waartegen veel bezwaren gekomen waren, bleef gehandhaafd. Maar vooral de visie vóór vrouwen in alle ambten werd in een rapport van een synodecommissie nog eens extra verdedigd. Met de nieuwe manier van Bijbellezen, ook al wordt dat steeds weer heftig ontkend. Het is nu een synode-uitspraak dat sommige (hoeveel?) voorschriften in de apostolische brieven in onze tijd en cultuur niet meer toepasbaar zijn. Het proces van eenwording met NGK is door GS Goes ook in de hoogste versnelling gezet. Alle obstakels zijn immers weggeruimd.

Het meest door GKv die over vrijwel alles in de kerkstrijd rond 1967 het boetekleed aantrok en schuld beleden. De fouten en zonden zouden het meest aan onze kant gelegen hebben. Er is een nieuw Ondertekeningsformulier voor ambtsdragers ingevoerd waarin geen binding aan de Drie Formulieren van Eenheid meer geëist wordt. Waarom ook nog, er wordt immers nu gewerkt aan een nieuwe belijdenis, die misschien zelfs niet meer dan een korte kernbelijdenis is. Dus straks wellicht geen drie formulieren van eenheid meer, maar een formulier veel ruimte biedt aan veel verschillende opvattingen afwijkend van de gereformeerde leer! Zo is ook aansluiten bij de Nederlandse Raad van Kerken voor de hand liggend. Meer nog: waarom dan niet ook alvast op weg gegaan naar de Wereldraad van Kerken (zoals in een deputatenrapport op GS Goes al is voorgesteld).

Zo staat het er nu voor in de GKv. En wat opvalt: je hoort zo weinig principieel protest meer. Er zijn zo weinig kerkleden die moeite doen om zich te verdiepen in wat er allemaal aan de hand is. Laten we blijven bidden voor broeders en zusters om zicht op het loslaten van het gereformeerde spoor, zoals dat zich in de GKv voltrokken met alle gevolgen daarvan.

De Theologische Hogeschool - George Harinck | 50 jaar scheuring in de vrijgemaakte kerken (5/10)

tags: #dominee #maarten #wilschut