Inleiding tot Gezang 364
"Les anges dans nos campagnes" is een Frans kerstlied (Noël) uit de Languedoc-regio, waarvan wordt aangenomen dat het uit de 18e eeuw stamt. Waar Lied 335 wordt beschouwd als een Duits macaronisch kerstlied, is Lied 364 een Frans lied waarvan de auteur onbekend is. De vroegste gedrukte bronnen waarin het lied voorkomt, zijn Choix de cantiques sur des aires nouveaux (1842), Nouveau recueil de cantiques (1855) en L. Lambillotte's Choix de Cantiques pour toutes les fêtes de l’année uit hetzelfde jaar.
Er bestaan vele vertalingen van het lied, waaronder de Latijnse versie "Quem vidistis, pastores", een kerstantifoon. De Engelse vertaling kan worden teruggevoerd naar een vrije imitatie van de Franse tekst door bisschop James Chadwick (1813-1882) als "Angels we have heard on high". De vertaling waarop de versie in het Liedboek is gebaseerd, is gedaan door George Woodward en verscheen in The Cowley Carol Book (Londen, 1927) als "Shepherds in the fields abiding". De tekst verschijnt in het Afrikaans in Die Halleluja (1951).

De Auteur en Redacteur: George Ratcliffe Woodward
George Ratcliffe Woodward (geboren 27 december 1848 in Birkenhead; overleden 3 maart 1934 in St. Pancras) werd opgeleid als Anglicaanse geestelijke aan het Gonville en Caius College in Cambridge. Hij behaalde een BA-graad in 1872 en een MA-graad in 1875. Woodward bekleedde diverse functies, waaronder assistent-curator van St. Barnabas in Pimlico, vicaris van Lower Walsingham en was een gelicentieerd prediker in het diocees Londen. Gedurende het laatste deel van zijn leven woonde hij in Highgate.
In 1893 publiceerde Woodward een bundel met Carols for Christmas Tide en volgde dit het jaar daarop op met Carols for Easter and Ascensiontide (1894). Samen met Charles Wood was hij redacteur van diverse kerstliedbundels, waaronder The Cowley Carol Book (diverse edities: 1901/1902 en 1919), An Italian Carol Book (1920), Hymns of the Greek Church (1922) en de Cambridge Carol Book (1924). Laatstgenoemde bevat ook het bekende kerstlied "Ding! Dong! Merrily on high". In 1910 publiceerde Woodward ook een uitgave van de Piae Cantiones (oorspronkelijk 1582), die werd samengesteld voor de Plainsong and Medieval Music Society.
"Les Anges dans nos Campagnes" en de Melodie "Gloria"
"Les Anges dans nos Campagnes" is een 18e-eeuws Frans kerstlied. De benaming is afgeleid van de eerste regel van de Franse tekst. De melodie wordt ook GLORIA genoemd, naar aanleiding van het refrein "Gloria in excelsis". Deze melodie werd samen met de tekst "Angels we have heard on high" afgedrukt in The Crown of Jesus Music, Part 2 (Londen, 1862).
Het Nieuwe Liedboek: Een Overzicht
Sinds februari 2014 wordt in de gemeente het nieuwe Liedboek gebruikt. Na twee introductiediensten is het nog steeds even wennen. Op 25 mei 2013 verscheen het Liedboek - zingen en bidden in huis en kerk. De liederen in dit nieuwe Liedboek voor de protestantse eredienst (psalmen en gezangen) zijn geselecteerd uit vele bronnen, waaronder Liedboek voor de Kerken (1973), Zingend Geloven, Tussentijds en de Evangelische Liedbundel.
De bundel is samengesteld door de Interkerkelijke Stichting voor het Kerklied (ISK) in opdracht van de vier kerken die het Liedboek voor de Kerken (1973) als hun officiële bundel gebruiken, waaronder de PKN. Sinds 2007 is aan deze bundel gewerkt door een redactie, werkgroepen en adviseurs, in totaal ongeveer 70 personen. Het nieuwe Liedboek heeft een nieuwe nummering van de liederen, maar de Psalmen uit het oude Liedboek zijn qua inhoud en nummering ongewijzigd opgenomen. Wel nieuw daarbij zijn de vervolgnummers. Lied 139 is bijvoorbeeld Psalm 139 geworden: "Heer, die mij ziet zoals ik ben". Maar er zijn nog vier liederen waarvan men vond dat ze goed passen bij de tekst uit Psalm 139; deze hebben de liednummers 139a, b, c en d.

Structuur van het Nieuwe Liedboek
Het Liedboek begint bij de Bijbelse liederen: de Psalmen en Bijbelse lofzangen, zoals die van Maria, Simeon en Zacharias. Daarna volgt, vanaf lied 151, de lofzang van Mozes en Mirjam, en verder tot het laatste opgenomen Bijbelse loflied, lied 161. Daarna komen vier hoofdstukken die elk een gang door de tijd weergeven.
De Getijden van de Dag en het Jaar
In de getijden van de dag zijn liederen en gebeden voor de morgen, de middag en de avond opgenomen, en liederen en teksten rond de maaltijd. In de eerste dag volgen we de kerkdienst: van opening tot slotlied, met Kyrie en Gloria tot Credo, liederen voor bij belijdenis en doop en avondmaal.
De getijden van het jaar voeren van Advent tot Voleinding, met een rijke keus aan liederen. Vaak, zoals in de adventstijd en rond Pasen, zijn er per zondag aparte liederen. Ook Hervormingsdag en vieringen rond de geloofsgetuigen Franciscus, Martinus, Willibrord en Nicolaas hebben een lied gekregen.
Het Leven door de Jaren
De vierde cirkel voert ons het hele leven door. Hier staan de liederen rond geboorte, trouw, de reis door het leven, bidden en geloven, maar ook rond twijfel en vragen. Hier komt uiteindelijk ook de levensgrens in zicht: ziekte, overlijden, uitvaart, samenzijn en delen van pijn.
Aanpassingen en Veranderingen in Liederen
Er zijn niet alleen liederen aan de bundel toegevoegd. Soms zijn er ook liederen aangepast. Zo zijn er soms coupletten vervallen of toegevoegd, is een melodie aangepast en heel soms is een tekst herschreven. Dat kan wel eens tot verrassingen leiden.
De Uitleg van Gezang 364 door Ko Joosse
Dit lied, met als oorspronkelijke titel "Les anges dans nos campagnes", werd oorspronkelijk als gezang 364 opgenomen in de Hervormde Bundel 1938. Het verscheen verder ongewijzigd in het Oud-Katholiek Gezangboek (1990, nr. 355). Het lied is een bijdrage van Evert Louis Smelik aan het werk van de Hervormde Gezangencommissie, die de 'Hervormde Bundel 1938' moest herzien en mede aan de wieg heeft gestaan van het Liedboek voor de Kerken (1973).
De eerste strofe is genoteerd in vijf regels, de rest van het lied telt strofen van vier regels, waarbij het rijm gemakkelijker herkenbaar is. Het hele lied is een gebed van de gemeente ('wij'), gericht tot God ('Gij'), en heeft wat inhoud en taal betreft wel iets weg van de psalmen.
Liturgische Context en Interpretatie
Een klassiek gebed, een oratie, bestaat doorgaans uit twee gedeelten: in het eerste deel wordt verwoord wie God is en wat de relatie is die de bidder met God heeft. Vaak heeft dit gedeelte een gedenkend of belijdend karakter, een anamnese. Het tweede gedeelte bestaat doorgaans uit een vraag, een verzoek, de smeking.
Direct in de eerste regel wordt Gods aandacht gevraagd: "Hoor Gij ons aan!". De gemeente stelt zich voor Gods aangezicht en staat daar met haar offeranden die ze Hem dankbaar aanbiedt. De gebedsrichting is naar omhoog: "wij heffen onze handen" (regel 2) - het is de klassieke orantehouding.

In de tweede strofe weet de gemeente zich gezien door God: "Uw oog aanschouwt / ons hier met onze schatten" (regel 1-2), en in verwondering vraagt ze zich af hoe het mogelijk is dat Hij kan wonen "in een huis door ons gebouwd" (regel 4). Hier wordt gerefereerd aan 1 Koningen 8:27 en 2 Kronieken 6:18, waar koning Salomo bij de inwijding van de tempel bidt: "Zou God werkelijk op aarde kunnen wonen?".
In regel 1 van de derde strofe komt het auditieve van strofe 1 (aanhoren) en het visuele van strofe 2 (aanschouwen) als het ware samen: "Gij ziet en hoort". God ziet de gaven van de gemeente, Hij hoort haar smeken en weet al wat "onze mond wil spreken" (regel 2). In regel 3 en 4 wordt dat geëxpliciteerd: het gaat om "een teken" en "een woord", maar die worden gekwalificeerd als inadequaat. Van het teken wordt gezegd dat het "stamelend" (!) is en "ontoereikend", en het mensenwoord is "zwak en machteloos".
Deze strofe verwoordt hoe de gemeente die voor Gods aangezicht getreden is, zich voelt: zij verkeert "in stil ontzag" (regel 1-2). Het spreken van de gemeente, dat in strofe 3 al stamelend en zwak was, lijkt hier als het ware stilgevallen. Ze is zich tegenover de onbevattelijke en ontzagwekkende God bewust van haar kleinheid en nederigheid en vanuit die positie klinkt - opnieuw! - de bede om te horen en te zien: "Wend uw oor…" (regel 3) en "waak met uw ogen…" (regel 4).
Tot nu toe klonk steeds het woord van de gemeente, weliswaar schamel en gebrekkig, maar hier is het God die spreekt en wij zijn het die worden aangesproken (regel 1). En dat God ons aanspreekt, is pure genade, uitverkiezing: "Gij hebt de mens verkoren" (regel 2). God komt aan het woord "aan deze plaats", in dit huis "door ons gebouwd" (zie strofe 2, regel 4). Daar waar de gemeente samenkomt, waar zijn woord klinkt medio ecclesiae, daar is Hij aanwezig: "hier zijt Gij, want hier woont uw naam" (regel 4). Deze ervaring van Gods tegenwoordigheid is dezelfde als die van koning Salomo in de tempel ("de plaats waarvan U zelf gezegd hebt dat daar uw naam zal wonen"; 1 Koningen 8:29; 2 Kronieken 6:20) en, nog eerder in de tijd, van aartsvader Jakob na zijn droom in Bethel ("Dit is zeker, op deze plaats is de Heer aanwezig"; Genesis 28:16).
De bede "kom Gij tot ons" uit strofe 1 blijkt hier verhoord. In deze strofe komt het gebed tot een climax. Als een verzuchting klinkt het: "O, antwoord Gij…" (regel 1). Het gebed is in dit lied een dialoog: enerzijds het antwoord van de gemeente op het woord van God, maar anderzijds Gods antwoord op het woord van de gemeente. De onbevattelijke God daarboven en wij in onze schamelheid hier beneden. En daarom: "daal neder uit uw hoogte in ons midden!" (regel 3). Het is een laatste krachtige echo, een herhaling van het gebed uit de eerste strofe: "kom Gij tot ons". De slotregel vormt de conclusie van heel dit gebed: "In uw vergeving wonen wij".
Samengevat: in dit lied stelt de gemeente zich met haar gaven ("offeranden", "schatten") en gebeden ("smeekgebeden") voor Gods aangezicht. Hier in dit huis, waar Gods woorden klinken, waar zijn naam woont, daar mag de gemeente zich door Hem aangenomen weten. In het lied wordt gesproken over gaven en gebeden. Het is dan ook bij uitstek geschikt om gezongen te worden bij de inzameling van de gaven. Tijdens het zingen van dit lied worden brood en wijn, en de geldelijke gaven van de collecte, tezamen met de gebeden (de voorbede die daarna volgt) opgedragen aan God.
Het lied past zeker ook aan het begin van een viering: als intredelied of als gebed om toenadering.
Melodie
De melodie is ook gebruikt bij Liedboek 348.
Hoe stevig een fundament (Hymne 364) - LIVE vanuit de Shepherds Conference!
tags: #gezang #364 #uit #hetmliedboek