De Rotssteen van de Eeuwigheid: Vertrouwen in God te midden van Omstandigheden

Inleiding: Een Profetisch Lied in Moeilijke Tijden

Jesaja 26 kan worden aangeduid als een profetisch lied. Het beschrijft een toekomst waarin dit lied gezongen zal worden. De vraag die hierbij opkomt, is over welke dag en welke omstandigheden de profeet spreekt. De oproep die centraal staat, is om te vertrouwen op de Heere. De omstandigheden waarnaar verwezen wordt, hebben te maken met de ballingschap. Hoewel sommigen menen dat dit lied na de ballingschap, in de tijd van wederopbouw, gezongen zal worden, is de meerderheid van mening dat het eerder geplaatst moet worden in de context van de ballingschap zelf. De tekst aan het einde van het hoofdstuk ondersteunt deze interpretatie.

De Oorzaak van de Ballingschap: Wantrouwen jegens God

De oorzaak van de ballingschap, en een thema dat vandaag de dag nog steeds relevant is, is wantrouwen jegens de Heere. Van nature hebben mensen de neiging om te vertrouwen op zaken die tastbaar en zichtbaar zijn, in plaats van op de goede Schepper en de goedertieren Verbondsgod. Israël had zijn eigen weg gekozen en achter de afgoden van de omringende volken aangelopen, niet gehoorzaam aan God. Dit leidde tot ongerechtigheid op ongerechtigheid. Vanwege deze afwijking kwam God met Zijn oordeel. God is duidelijk geen passieve toeschouwer van ons gedrag. Wanneer men zijn vertrouwen op iets anders dan Hem stelt, doet men Hem ontzaglijk veel verdriet aan en toornt Hij over de zonde.

De Gevolgen van de Ballingschap: Machteloosheid en Gebrek aan Verwachting

In ballingschap terechtgekomen, konden de Israëlieten om zich heen kijken en constateren dat zij een zwak en onmachtig volk waren, omringd door machtige vijanden. Babel, een sterke stad, vertegenwoordigde een oppermachtige macht die niet te verslaan leek. De eigen krachten ontbraken. Jeruzalem was in pijn en alle verwachting ontbrak. In deze omstandigheden mocht Jesaja profeteren met de boodschap: "Laat niet varen het werk van Zijn handen." De sterke stad, waarmee niet alleen Jeruzalem, maar vooral het geestelijk heil bedoeld werd, zou door God afgebroken worden. Kanttekeningen wijzen op Babel, dat vernederd en afgebroken zou worden. Zo concreet spreekt Jesaja over het heil en de vernietiging van de vijanden.

De Boodschap van Jesaja aan het Volk en aan Ons

Wat zegt God nu door Jesaja tot het volk, en vanavond tot u en tot mij? En waarom? Welke reden wordt daaraan verbonden? De profeet spreekt tot een moedeloos, schuldig en onmachtig volk. Misschien herkent u zich in deze situatie. Eeuwen later, in een heel andere context, is er toch een overeenkomst. Jesaja spreekt van een nieuwe stad van heil, redding en zaligheid, en de vernietiging van de vijand. Zal dat mogelijk zijn? Heil wordt geproclameerd. Twee dingen gebeuren hierbij: het gebeurt tijdens elke preek. Vanmorgen ging het over de onderdompelende Borg. Of men wijst het in ongeloof en wantrouwen af, wat het meest waarschijnlijk is, of men mag door het geloof 'amen' zeggen op het woord. De een zal zeggen: "Het zal wel niet waar zijn, onmogelijk, misschien voor anderen, maar niet voor mij." De ander zegt: "Het moet waar zijn, God kan niet liegen."

De Oproep tot Vertrouwen: Een Gebiedende Wijze

En gemeente, omdat God weet dat de eerste reactie het meest waarschijnlijk is, laat Hij deze oproep klinken. Ook vanavond. Misschien, ach, wij kennen elkaar maar heel beperkt, zitten er vanavond vol moedeloosheid. Praktisch, tijdelijk, geestelijk. Maatschappelijk leven, geestelijk leven. Stelt God heil? Hoe gaat het in ons land? In de familie? Het gezin? Ziende op uw kleinkinderen? God stelt heil tot muren en voorschansen. Het is een verloren zaak. Moedeloos. Hopeloos. Men weet niet hoe het moet. Praktisch. Financieel. Men weet niet hoe het moet. Kerkelijk. Geestelijk. Weet u wat wonderlijk is van Gods Woord? Weliswaar in bepaalde context gezegd en geschreven, maar vanavond geldt het: vertrouwt op de Heere. Hij gaat er zelf voor zorgen. Er zullen er zijn die nee zeggen. Ook degenen die dat niet meer kunnen. Maar er moeten en zullen er komen die uit dat heil gaan leven. Geestelijk en praktisch. Eens voor het eerst, en dagelijks bij vernieuwing. Op heil vertrouwen. In de volheid van de tijd. Hij kent het volk van toen. Hij kent ook hier de gemeente precies. Hij komt met een afroep. Niet alleen heil, maar daarbij een indringende oproep om op Hem te vertrouwen. Blijkbaar weet God heel goed dat u het uit uzelf niet doet. Dat weet God. En daarom treedt Hij u toe in gebiedende wijs. Vertrouwt op de Heere.

Illustratie van een persoon die naar de hemel kijkt met een blik van hoop

De tekst begint met wat we noemen: de gebiedende wijs. Niet zeggen: "Nou moet je eens luisteren, mag ik een God verkondigen, noem ik een paar kenmerken, kijk maar eens of u het wat vindt, nachtje over slapen, lijkt, laten we dan nog maar eens verder over praten, ergens anders proberen, even goede vrienden." Zo worden geen auto's verkocht en zo horen dominees niet te preken. Met die klem. Alle reden ervoor is er. Vanavond niet iets te adviseren. U moet op God vertrouwen. Gebiedende wijs. U hebt geen andere mogelijkheid. U mag niet kiezen, dat gunt God u vanavond niet. In het totaal van het leven. Er is geen alternatief om op te steunen, te leunen voor tijd en eeuwigheid. Al kunt u God niet met aardse ogen zien, Hij is er wel degelijk. Hij komt met Zijn goedheid gebieden. Hij heeft een eisende kant: het moet. Hij is al uw vertrouwen zo waard. Hij eist u vanavond helemaal op. Ook jullie, jongelui. Hoe sta je in het leven? Wat is de grond die je onder je voeten hebt? We gaan het straks hebben over een rotssteen. Hoe denk je het te gaan redden in de tijd en daarna dan? Hoe dan? De Heere komt met gebiedende wijs. Hij plaatst ons voor een onmogelijkheid. Niet alleen een eisende kant heeft Hij, zoals ik het laatste jaar bij persoonlijk jaar over verwonderd heb: "Heere, U weet toch dat we het niet kunnen, wilt U ons platdrukken?" Zo kan de duivel je bestormen. Wat is de andere kant? Eisende kant, maar ook schenkende kant. Sta ik ook vanavond in de spanning van vertrouwen en wantrouwen. Als dominee zeg ik: vertrouw op de Heere, dan te geloven dat dat niet alleen een eisende kant, maar ook een schenkende kant heeft. Zijn spreken is een scheppend spreken. Hij sprak: "Er zij licht." En er was licht. Hij spreekt: "Vertrouwt op Mij." En het is er. Daarom moet je naar de kerk komen. Dit is de werkplaats. Waar daadwerkelijk iets gebeurt. Wij zeggen: "Kan gebeuren." Dan spreken we te mager. Niet alleen een eis, ook een geschenk. Machtig wonder. Gebiedende wijs. Hij spreekt en het is er.

De Rotssteen van de Eeuwigheid: Een Onwankelbaar Fundament

Deze oproep om op God te vertrouwen, weet je wat het wonderlijke is? Dat het je wantrouwen uit de vingers slaat. Het neemt het weg. De profeet roept op: vertrouwt op de Heere. Ziet af van al het andere. Moeilijk hoor, wanhopen aan jezelf. Wij zijn van die aardsoptimisten, het zit in ons bloed. Om daarvan af te zien, af te zien van kracht, verstand, geld, inzicht, uitsluitend je veilig te weten bij Hem, naar lichaam en ziel, helemaal toevertrouwen. God die je niet kan zien, toch er is. Hebben en houden aan Hem overgeven. Weet je hoe je het ook mag vertalen? Wees zorgeloos met zo'n God in de hemel. Hoe vaak ben ik bezorgd? Rekenen en tellen. Ik ben er goed in. Hij zegt: weg met die rekenmachine, redeneringen. Het grondwoord heeft met zekerheid te maken. Zeker. Je hoeft je niet onveilig te voelen. Deze tekst sluit verantwoordelijkheid niet uit, maar in. Niet zelf organiseren en regelen. De rekenmachine gaat uit. Een beeld om uit te leggen aan kinderen: het beeld van moeder en kind. Een kind dat restloos, zonder nadenken aan moeder overgeeft. Een kind van 4 jaar piekert er over, of er kleding zal zijn, het is er gewoon, zorgt moeder voor. Eten zal zijn? Zorgt vader voor. Kind des Heeren, hoe vaak ben je zelf aan het regelen? Is Hij dan geen Vader van een verloren zoon of dochter? Zo is Hij toch. Als je zo naar de oproep luistert, dan voel je wel dat wantrouwen he. Toch maar weer zelf dit en dat. Toch maar weer dit. Mens ten voeten uit. Mens van nature doet niet anders: God wantrouwen. Ook over kerkelijke zaken, ook beroepingswerk, zie niet op omstandigheden. Maar vertrouwt op de Heere. Goede redenen zijn er, wees zorgeloos. Laat los. In alle verlorenheid, nietigheid, schuldigheid, dat maakt het allerergste, juist in die schuld en vanwege die schuld. Een of andere oproep laten uitgaan, klop maar aan, kun je me helpen, dan beter niks zeggen. Reden zijn als je je aanbiedt als toevluchtsoord. Reden, derde gedachte. De profeet gaat uitleggen na 'want' waarom God alle vertrouwen waard is. Die God die uw vertrouwen waard is, tot in der eeuwigheid, staat er he, komt weer terug dat woord. De profeet gaat bepalen, uitleggen waarom het niet anders moet, maar ook anders kan. Waarom wantrouwen zo dwaas is. En niet wanhopen aan Hem. Geeft als reden: want in de Heere is een eeuwige rotssteen.

Grafische weergave van een rotssteen in een woeste zee, symbool voor stabiliteit en kracht

Dit klinkt misschien wat vreemd in de oren. Het is een eeuwige rotssteen. Wat je je daarbij voorstelt, anders vertaald, is minder moeilijk. De Heere vergelijkt zich vaak met beelden uit de natuur. Grammaticaal correct is: "in de Heere hebben wij een eeuwige rotssteen." Een eeuwige rotssteen. Het laat ons zien hoe terecht dat vertrouwen is. Hij vergelijkt zichzelf met een beeld uit de natuur, je zou het een gelijkenis kunnen noemen. Vandaar de oproep. Op gefundeerd, dat is iets beter gezegd. God laat verkondigen wie Hij is. Als iets een scheppend werk is, dan is dit het wel. Te midden van onmogelijkheid, tegenstand, waardoor je zou wankelen, omkomen, gaat Jesaja zeggen wie God is. Een beeld dat vaker in het Oude Testament wordt gebruikt en ook in het Nieuwe Testament: een rotssteen. Niet zeggen: God is rotssteen. Nee: vergelijkt. Daarom: "Ik ben", of "in mij". Kinderen kennen wel de gelijkenis van het huis gebouwd op een rots. Die gelijkenis is verrassender dan de meeste denken. Het beeld is helder: een huis dat je bouwt op zand, spoelt na regen weg, blijkt geen vastheid te hebben. Zo vertelt de Heere Jezus de gelijkenis. U moet zelf maar eens de verklaring ervan bedenken. Een rots in de branding. Ik was een keer in Zuid-Engeland op vakantie, bij de kust, kijk je zo naar de krijtrotsen, een stukje uit de kant, een hele rotspartij. Midden in de geweldige branding. Hoe de zee ook beukte, onwankelbaar. Nog niet zo lang geleden zag ik een foto, nog geen millimeter opgeschoven. Een beeld van onveranderlijkheid, van kracht, van stabiliteit, niet omver te krijgen. Een berg in Zwitserland of Oostenrijk. Een heel betekenisvol voorwerp. Al is het een eenvoudig voorwerp. Onwankelbaar, onveranderlijk, stabiel, een beeld van veiligheid dat zit er ook in. Een schuilplaats op een rots, de rots is zelf een beeld van veiligheid, je staat er hoog, Jeruzalem op een berg gebouwd. Al die beelden komen zo terug, teksten noemen. Een scala aan betekenisvelden die aan elkaar liggen. De Heere zegt: Ik ben de krachtige, almachtige, onveranderlijke, toevlucht, alleen in God is vastheid te vinden. Zo maakt Hij zich bekend aan zondaren. Een rots om in te wonen, sterkte, toevlucht vindt in smart. Wees nou eens eerlijk, vanavond, kijk reëel naar de wereld. Wat is hier onveranderlijk? Niks toch? Daar kun je van op aan. Vrienden blijken soms veranderlijk te zijn. Mensen die je jarenlang hebben geholpen, soms zo in de steek. Gezondheid is een veranderlijke zaak. Vandaag gezond, morgen ziek. Tonelen hier op aarde. Ergens aan vast geklampt, als ik dat nou heb, dan zit ik goed. Alles verandert. Alles blijkt toch ook te kunnen wankelen. Kijk eens naar sterke regimes. Tijd Koude Oorlog. Vind ik interessant om te volgen, christenvervolging, Noord-Korea: ze zijn geen rotssteen. Vandaag op het toppunt, maar hoe volgend jaar? Stabiliteit is nergens. De Heere zegt: Ik ben een onwankelbaar steunpunt te allen tijde. Een rots. Veilig. Ik had u beloofd nog een paar teksten te noemen. Tekst uit Deuteronomium 32:4. Woord u verkondigen, doorgeven. Hij is de rotssteen, wiens werk volkomen is. 2 Samuël 22: God is mijn rots. Heb je het wel eens na mogen zeggen? Schild, hoorn mijns heils, toevlucht, van geweld verlost? Zelfde hoofdstuk: wie is een God behalve de Heere, en een rotssteen behalve God? Jesaja in hoofdstuk 44: verschrik niet, van toen af niet doen horen. Immers er is geen andere rotssteen. Ik ken er geen. En zo maakt de bijbel op tal van plaatsen, ik heb er een aantal genoemd, er zijn er nog meer, degene die zijn vertrouwen stelt op de Heere, komt nooit beschaamd uit. Op rijkdom vertrouwt, economie, allang geleerd, mensen jarenlang gedacht, economische toestand bleek niet stabiel. Alles kan instorten, behalve de kerk, die heeft toekomst. Wat er dan ook in je leven gebeurt. Wat kan er veel gebeuren. Ach, uw gedachten zullen ook vermenigvuldigen. Ook in deze gemeente, als je op omstandigheden ziet, je hart in elkaar krimpen. Zegt de Heere: vreest niet, Ik ben een rots. Onwankelbaar vast. Maar niemand krijgt God van Zijn plaats. Zijn liefde is onveranderlijker dan een rots ooit kan zijn. Peilloos diep is deze waarheid. O gemeente, wie op die rots is gebouwd, is werkelijk veilig. Laat het dan maar stormen. Zal Hij ervoor zorgen dat je niet omkomt. Kan het tekeer gaan, kunnen omstandigheden dramatisch naar het vlees wijzigen. En dan blijkt toch weer: de kerk kent een rots. Daarom zegt Hij vanavond te midden van alles wat wankelt, voorbijgaat: vertrouwt op Mij.

De Naam van de Rotssteen: "Ik Ben Er"

Ken je dat? Dat is rijk. Nee, dan relativeer je niet zomaar alles, de werkelijkheid wel serieus. Maar één ding is stabiel: de Heere. Eeuwige rots. Hij overspant de tijd. Staat in meervoud. Is in enkelvoud al niet te bevatten. Om van te duizelen. Eeuwige rotssteen. Iets letterlijker vertaald: rots van de eeuwigheden. Stel je voor: meer dan een eeuwigheid, dat kan niet, maar dan nog is Hij de rots. Gisteren, vandaag, morgen. Als je nou alles voelt wankelen, zegt Hij: zak maar op Mij. Geef je kinderen maar aan Mij. Kleinkinderen. Schuld van je leven. Ik ben een rots, een onveranderlijke, eeuwige rotssteen. In eeuwigheid dezelfde.

Afbeelding van een oude, stevige rots met de tekst

Gemeente, nu hebben we nog niet alles gezegd. Er ligt nog een goudader. Wie is nou een rotssteen? Om iets duidelijk te maken. Om aan te moedigen om op Hem te zakken en te zinken. Met al je zorg en nood. Zak nou maar op Mij. Ik zal zorgen. Ik verduur de tijd. Gaat Hij ook zeggen wie Hij is. Misschien u al opgemerkt. De tekst is rijk van een woord. Alsof het nog niet goed genoeg is, in de Heere HEERE. Eeuwige rotssteen. In de rede twee keer. Heere HEERE. In de grondtekst zit er een verschil in. Ja, Jahweh. Sommige letterkundigen zeggen dat het twee verschillende namen zijn, andere zeggen dat het hetzelfde is, maar te maken heeft met het werkwoord "zijn". God geeft deze naam Zichzelf vaak. Weet je hoe God Zichzelf noemt? Weet je hoe God heet, kinderen? Laat ik een voorbeeld geven. Misschien bij je broertje of zusje, als het licht uitgaat, bang zijn, of in onweer, komt moeder binnen of vader, wordt er gezegd: "Wees maar niet bang, ik ben er." Gemeente, weet u hoe deze rotssteen Zichzelf noemt? Hij geeft Zichzelf de naam: Ik ben er. Dat is een hele diepe naam. Als u bang bent, vreest voor het oordeel, kijkt naar omstandigheden, hoe moet het, hoe zal het? Dan zegt God: Ik ben er. Zijn Naam betekent, het is maar stamelen: Ik zal zijn die Ik zijn zal. Het werkwoord "zijn" kun je vertalen in verleden tijd: Ik was er, Ik ben er (tegenwoordige tijd), ook toekomst: Ik zal er zijn. Ligt daar niet onze meeste zorg. Hoe moet het? Hoe zal het? Weet u, gemeente, hoe Ik heet? Ik zal er zijn tot in eeuwigheid.

Persoonlijke Verhalen en Achtergronden

Op 13 februari was het 60 jaar geleden dat ds. W. L. Mulder, emeritus-predikant van de Ned. Herv. Kerk, werd bevestigd te Arnemuiden. Op 1 mei 1953 ontving ds. Mulder zijn emeritaat. Het echtpaar Mulder is opgenomen in het verpleeghuis "Zilverschoon" te Nijkerk. De nu 89-jarige predikant heeft sedert 16 december 1962 afscheid genomen van zijn pastoraal werk. Hij was toen 75 jaar. Als predikant van de Gereformeerde Bondssignatuur genoot hij grote bekendheid. Hij diende twaalf gemeenten: Gouderak (na Arnemuiden), Garderen, Benthuizen, Enter, Voorthuizen, Huizen, Hoevelaken, Veenendaal, Rijssen, Maartensdijk en tenslotte Houten. In Houten verleende hij na zijn emeritering nog bijstand in het pastoraat. Ds. Mulder werd op 22 juli 1887 uit een burgemeestersgezin te Overzande op Zuid-Beverland geboren. Zijn vrouw, mevrouw Mulder-Rupke, was de burgemeestersdochter van Gouderak. Vele jaren was zij landelijk presidente van de Bond van meisjesverenigingen op Gereformeerde grondslag. Toen ds. Mulder zich in 1953 in Voorthuizen vestigde, werd zij gekozen tot lid van de Provinciale Jeugdraad. De gebreken der ouderdom doen zich inmiddels wel gelden. Ds. Mulder werkte in diverse gemeenten mee aan de stichting van een christelijke school en hij gaf mede de stoot tot oprichting van een afdeling van de Gereformeerde Zendingsbond.

Foto van ds. W. L. Mulder

Op 14 januari 2024 werd bericht over Maria Mulder, geboren in de Fonteinstraat in Leeuwarden. Midden in de zomer van 1962 werd zij, samen met haar moeder, met de ambulance naar het Bonifatiusziekenhuis in Leeuwarden gebracht, waar ze werd afgestaan. Acht maanden later werd ze geadopteerd en kwam ze terecht in Overijssel bij een gezin van Friese afkomst. Het gezin voelde als een warm bad, met de allerliefste ouders van de wereld en een mooie en normale jeugd. Hoewel het geen geheim was dat ze geadopteerd was, had Maria vaak het gevoel dat ze er niet mocht zijn. Het afstaan door haar moeder was een grote open wond. Op haar twintigste zocht ze contact met de Raad voor de Kinderbescherming en kwam ze te weten dat ze het vijfde kind van haar biologische moeder was. De Raad legde contact met haar moeder, maar die wilde geen contact. De zoektocht stopte voorlopig vanwege de pijn van afwijzing.

Jaren later, getrouwd en met twee kinderen, raakte Maria in gesprek met een verpleegkundige op het consultatiebureau. Deze vrouw, Regina, bleek haar als baby te hebben opgevangen in het Bonifatiusziekenhuis in 1962. Regina had de eerste maanden van haar leven voor haar gezorgd. Toen Maria het ziekenhuis verliet, was Regina op vakantie en wist ze niet waar Maria naartoe was gegaan. Bij een toevallige ontmoeting op een consultatiebureau zagen de vrouwen elkaar weer. Ze werden grote vriendinnen en met hulp van Regina en haar familie pakte Maria de zoektocht naar haar afkomst weer op. Uiteindelijk ontdekte ze vier broers die niet van haar bestaan wisten. Met hun hulp ontmoette ze later zelfs haar moeder, waarmee de cirkel rond was. Maria merkte dat ze er toch mag zijn en liet een tatoeage zetten met de tekst: "Ik mag er zijn".

tags: #dominee #mulder #leerbroek #dochter