De Geschiedenis van de Hervormde Gemeente Ede en Haar Predikanten

Dominees worden vaak gezien als voorbijgangers in een gemeente. Echter, de schrijver van de Hebreënbrief moedigt ons aan om hen te gedenken die "het Woord Gods gesproken hebben" (Hebr. 13:7). De Commissie Oude Kerk in Ede heeft nagedacht over een predikantengalerij, een gebruikelijk fenomeen in veel consistories en kerken. Gezien "de complexiteit van de gemeente Ede en de grote hoeveelheid predikanten", is er gekozen voor een predikantenalbum, dat ter inzage ligt bij de openstelling van de Oude Kerk.

Dit album is inmiddels uitgebracht in boekvorm onder de titel "In gedachtenis". Het bevat portretten van predikanten van de Hervormde Gemeente Ede, beginnend in 1580 met ds. Lambertus Brinxius als eerste predikant, tot op heden, waar de hervormde gemeente van Ede zes predikanten telt. De term "portretten" omvat hier niet alleen foto's - aangezien niet van elke predikant een afbeelding bestaat - maar ook beschrijvingen van afscheid en intrede, wederwaardigheden die de schrijver heeft gevonden in kronieken en archieven, of fragmenten uit preken en andere geschriften. Het resultaat is een boek dat "om in één adem uit te lezen" is.

Passanten met Wisselende Verblijftijden

Hoewel dominees in elke gemeente komen en gaan, verschillen hun verblijftijden aanzienlijk. Ds. Johannes Cloeck diende de gemeente het langst, gedurende 40 jaar (1674-1714). Ds. Gerrit Jan Schothorst was 23 jaar verbonden aan Ede (1810-1833), en de huidige emeritus ds. Gijsbert Biesbroek diende de gemeente 20 jaar (1972-1992). Een opmerking hierbij is dat na 1850 niemand zo lang in Ede standhield als hij. Ds. Johannes Adrianus van Boven was eveneens ongeveer twintig jaar actief, echter verdeeld over twee perioden (1891-1897 en 1914-1927), waarbij hij de eerste periode op de tweede predikantsplaats diende. Ook ds. Hendrik Japchen diende de gemeente tweemaal (1923-1928 en 1936-1945). Genoemde ds. Brinxius daarentegen, diende slechts ruim een jaar, en anderen bleven zelfs nog korter dan twee jaar.

Ede heeft ook predikanten voortgebracht die later hoogleraar werden. Cornelis van Velzen werd hoogleraar in Groningen (1718-1752), Wilhelmus Irhoven in Utrecht (1737-1760), en Gerrit Johan Nahuys in Leiden, al overleed hij daar in hetzelfde jaar dat hij werd benoemd (1781).

Bovendien worden predikanten die bredere bekendheid kregen in de geschiedenis belicht. Een van hen is ds. Dirk Adrianus Detmar, die van 1834 tot 1844 in Ede diende. Hij kwam in Ede aan in het jaar van de Afscheiding (1834), maar wist een afscheiding in Ede te voorkomen dankzij zijn prediking, die werd omschreven als "zulk een begeerd, werkzaam en vroom predikant". Voor hem werd een gedenksteen in de Oude Kerk geplaatst, en een school en straat in Ede zijn naar hem vernoemd.

Daartegenover staat de afsplitsing van een deel van de gemeente ten tijde van ds. Gerard Maarten van Dieren. Hij werd in 1964 uit zijn ambt gezet omdat hij, na de synodale beslissing om vrouwen tot de ambten toe te laten, geen kinderen meer wilde dopen en het avondmaal niet meer bediende.

Een verzameling van portretten van predikanten uit verschillende perioden.

De Wandel van de Predikanten

Wanneer in de Hebreënbrief wordt opgeroepen de voorgangers te gedenken, wordt toegevoegd dat men op "het einde van hun wandel" moet letten en hun geloof moet navolgen. Predikanten blijken echter niet altijd een vlekkeloos leven te hebben geleid. Soms was "de wandel" van een predikant van dien aard dat deze geen navolging verdiende. Ds. Jacobus van der Nieburg werd bijvoorbeeld in 1762 vanwege alcoholmisbruik uit zijn ambt gezet.

Ds. Detmar daarentegen droeg een zelfgemaakt gedicht op aan zijn "lieve Edenaren", waarin hij "eenvoudig" vermeldde dat hij "op 't smeekgebed der vromen" in Ede was gekomen "om door Wandel en door Leer, u te winnen voor mijn Heer." Niet altijd echter was de wandel van de dienaren des Woords vlekkeloos. En wat de leer betreft, ook hier vielen door de eeuwen heen verschillen te signaleren, die soms leidden tot onenigheden in de gemeente. Datzelfde geldt voor de liturgie in de eredienst (de gezangenkwestie). Ook was niet elke dominee even geliefd bij alle gemeenteleden. Van ds. Pieter Zandt, ooit Tweede-Kamerlid voor de SGP, "boetgezant uit vervlogen tijden", wordt gezegd dat het op hem uitgebrachte beroep op veel tegenstand stuitte en dat verscheidene gemeenteleden de preken van deze boeteprediker niet konden verdragen en niet meer onder zijn gehoor kwamen. Maar dat zal, bij alle verscheidenheid die er onder Edese predikanten in de loop der jaren is geweest, niet alleen bij hem het geval zijn geweest.

Familiebanden en Bredere Invloeden

Aan het eind van elk portret wordt aangegeven met welke andere predikanten er familiebanden waren. Velen van de zeventig beschreven dominees hadden wel een broer, neef, zoon of ander familielid als dominee. Van ds. Christiaan Daniël Louis Bähler bijvoorbeeld, die van 1845 tot 1851 in Ede diende, waren zowel de grootvader als de vader, een zoon en een kleinzoon predikant. Laatstgenoemde was de christenanarchist ds. Louis Adriën Bähler, die het christendom en het boeddhisme op één lijn ging stellen, wat de directe aanleiding was voor de oprichting van de Gereformeerde Bond in 1906.

De Hervormde Gemeente Ede en de Kerkenbouw in de 20e Eeuw

De Hervormde Gemeente Ede (PKN) is eigenaar van de Oude Kerk Ede, een monument van eeuwenoude geschiedenis, geloof en gemeenschapszin. Deze historische kerk is niet alleen een plek van aanbidding, maar ook een cultureel centrum waar regelmatig orgelconcerten en kooroptredens worden georganiseerd.

In het kader van de vorming van één ongescheiden protestantse gemeente, zijn er ingrijpende wijzigingen nodig om de gemeente toekomstbestendig te maken. Het teruglopend aantal kerkleden en de oplopende kosten voor energie en onderhoud van de kerkgebouwen maken maatregelen noodzakelijk. De sluiting van een aantal kerkgebouwen is hierdoor onvermijdelijk geworden. Vanaf 1 september 2023 zullen de (voormalig gereformeerde) Beatrixkerk en de (voormalig hervormd/gereformeerde) Open Hof 'vooralsnog' dienstdoen als protestantse kerkgebouwen. De keuze voor deze twee gebouwen is gebaseerd op hun geschiktheid voor kerkelijke vieringen en andere activiteiten.

Het "Kerkelijk Centrum De Open Hof" werd op 23 maart 1972 in gebruik genomen. Hierin kwam de Gereformeerde Kerk samen in de Alphazaal en de Hervormde Taborgemeente in de Omegazaal. De samenvoeging van de vijf wijkgemeenten zal leiden tot de volledige samenvoeging tot één Protestantse Gemeente Ede. Naast de sluiting van drie kerkgebouwen per 1 september 2023, zullen er nog verdere stappen volgen.

Een overzichtskaart van de kerkgebouwen van de Protestantse Gemeente Ede.

De Oude Kerk Ede: Geschiedenis en Architectuur

De Oude Kerk Ede vindt haar oorsprong rond 1200 als een bescheiden stenen zaalkerk. Men vermoedt dat er daarvoor een houten kapel op dezelfde plek stond. De toren, een opvallend kenmerk, dateert uit de 14e eeuw, terwijl delen van de huidige structuur rond 1470 zijn gebouwd. De kerk leed aanzienlijke schade in 1421 door oorlogshandelingen, waarna bij de wederopbouw het koor, zoals het er nu staat, werd opgericht. Oorspronkelijk was de kerk gewijd aan Johannes de Doper.

In 1635 veroorzaakte een blikseminslag een brand die de toren en het dak van de kerk ernstig beschadigde. Het duurde enkele jaren om de schade te herstellen, en in 1643 werden de huidige gewelven in het schip en het zuidertransept geïnstalleerd. Een oude romaanse zijmuur aan de noordkant is in zijn oorspronkelijke staat gebleven, hoewel het onduidelijk is of de kerk destijds een noordelijk transept had. De grote omvang van de kerk is opmerkelijk, gezien het feit dat Ede destijds een klein dorp was.

Het onderste deel van de kerktoren, voornamelijk gebouwd van tufsteen, dateert waarschijnlijk uit de 15e eeuw. In de 17e eeuw werd de toren verhoogd met baksteen. De twee voorhoeken van de toren hebben sierlijke consoles en kroonlijsten, overblijfselen van voor de Reformatie. Vóór de beeldenstorm ondersteunden deze beelden van Johannes de Doper en Sint Barbara.

In 1946 werd een plaquette aan de toren toegevoegd ter nagedachtenis aan de Tweede Wereldoorlog.

Restauratie-Inspanningen

Tussen 1963 en 1967 onderging de kerk een ingrijpende restauratie, waarbij een noordelijk transept werd toegevoegd om een symmetrische vorm te herstellen. De kleine toren op de kruising van het schip en het transept werd ook gerestaureerd. Een andere restauratie vond plaats in 1994, waarbij de gewelven en muren werden gerepareerd. In 2007 werden de wijzerplaten op de toren vernieuwd, en in 2008 werd het kerkplein gerenoveerd. De muren rond het plein werden verwijderd en grind werd vervangen door bestrating en beplanting. De beelden van de 12 apostelen, die eerder van de muren waren verwijderd, werden herplaatst.

In 2009 werd besloten de kapotte vloerverwarming te vervangen. Tijdens het verwijderen van asbest werd de kerk vier maanden gesloten en werden diensten gehouden in de Bethelkerk in Ede-Zuid. Deze periode werd ook gebruikt voor groot onderhoud aan het orgel. De traditionele orgelconcerten werden tijdelijk verplaatst naar de Nieuwe Kerk.

Interieur van de Oude Kerk Ede met de preekstoel en grafstenen.

Het Interieur van de Oude Kerk Ede

Het interieur van de Oude Kerk Ede is rijk aan geschiedenis en karakter. Tot de 19e eeuw was het gebruikelijk dat vooraanstaande inwoners in de kerk werden begraven. Tegenwoordig getuigen 37 grafstenen, waarvan de oudste uit de 15e eeuw dateert, van deze traditie. De laatste persoon die in de Oude Kerk werd begraven, was Schout van Meurs in 1822. Tijdens de restauratie in de jaren 60 werden de graven geruimd en de stenen bij elkaar gebracht.

De kerk herbergt ook een prachtig gesneden eiken preekstoel uit 1674, een opvallend kenmerk dat bijdraagt aan de historische sfeer van het interieur.

Het Prachtige Orgel

Het orgel, gebouwd in 1877 door de firma Van Dam uit Leeuwarden voor de Hervormde Kerk in Nieuwe Niedorp, werd in 1967 naar Ede verplaatst. Het werd gerestaureerd en uitgebreid door de firma Pels, met de bekende Nederlandse organist Feike Asma als adviseur. In 2020/2021 werd het orgel gerenoveerd door Van Vulpen, waardoor de grandeur en functionaliteit behouden bleven.

Het orgel in de Oude Kerk Ede.

Het Carillon

Sinds 1987 heeft de toren een carillon, aanvankelijk bestaande uit 47 klokken, inclusief de drie bestaande luidklokken. Vanwege het beperkte bereik van de bespeelbare muziek werden in 1998 vier extra klokken toegevoegd, wat het totaal op 51 bracht. Het carillon wordt bespeeld door Boudewijn Zwart, in de voetsporen van voormalig stadsbeiaardier Henry Groen.

De Oude Kerk Ede is meer dan alleen een historisch gebouw; het is een levend monument dat een vitale rol blijft spelen in de gemeenschap. Of je nu een dienst bijwoont, geniet van een concert, of de rijke geschiedenis verkent, een bezoek aan deze opmerkelijke kerk is een reis door de tijd en een viering van erfgoed en cultuur.

Van Hervorming tot Particuliere Gemeenten: Een Historische Terugblik

De Protestantse Kerk in Nederland (PKN) werd in 2004 opgericht, voortkomend uit de fusie van de Nederlands Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-Luthersche Kerk. Deze samensmelting verliep niet overal zonder slag of stoot. Scheuringen en afscheidingen binnen de protestantse kerk hebben een geschiedenis die teruggaat tot 1834, het jaar waarin ds. Hendrik de Cock en zijn gemeente in het Groningse Ulrum zich afscheidden van de Nederlands Hervormde Kerk. De reden voor De Cock om de kerk te verlaten, was dat deze geregeerd werd door mensen die niet geloofden in Gods ingrijpen in het menselijk leven en het belang van een vroom leven bagatelliseerden.

Toen de Afscheiding plaatsvond, richtte ds. Anthony Brummelkamp in Arnhem een eigen predikantenopleiding op voor hen die de staatskerk verlieten. De afgescheidenen vormden later de Christelijk Gereformeerde Kerk.

In 1834 diende ds. Dirk Adriaan Detmar in de Oude Kerk in Ede. Hoewel hij een geestverwant van ds. De Cock was, zagen hij en zijn kerkenraad geen aanleiding om uit de Nederlands Hervormde Kerk te stappen, omdat de gang van zaken in de Oude Kerk al voldeed aan de idealen van de Afgescheidenen.

De enige plek waarvan vaststaat dat er veel afgescheidenen samenkwamen, is Ederveen, waar in het huis of op het erf van Johan van Ravensloot een bijeenkomst van enkele honderden mensen werd gehouden.

In 1886 vond de Doleantie plaats onder leiding van dr. Abraham Kuyper, waarbij een aantal kerkenraden zich afscheidden van de Nederlands Hervormde Kerk. Zij vormden in 1892 samen met de Christelijk Gereformeerde Kerk van De Cock de Gereformeerde Kerken in Nederland. In Ede ontstond een gereformeerde kerk die vanuit een vriendenkring in de Molenstraat samenkwam, met de rijke winkelier G.J.C. Cavaljé als een van de leidende figuren. De voormalige schaapherder G. Davelaar werd de eerste predikant.

Na de Doleantie volgden landelijk nog meer afscheidingen, zoals de Christelijke Gereformeerde Kerken, Gereformeerde Kerken vrijgemaakt, Nederlands Gereformeerde Kerken, Gereformeerde Gemeenten (in Nederland en Noord-Amerika) en de Gereformeerde Gemeenten in Nederland. In Ederveen en Kootwijkerbroek ontstonden 'vrije gemeenten', en in Ede kwamen 'Oud-Gereformeerde Gemeenten'.

In Bennekom kwam in 1907 hervormd predikant ds J.P. Paauwe. Enkele jaren later vestigde hij zich als vrij predikant nadat hij in conflict was gekomen met het kerkbestuur over de inschrijving van vrijzinnige doopleden die elders belijdenis hadden gedaan.

Jan Siebelink, de schrijver van het bekende boek 'Knielen op een bed violen', was jarenlang leraar op het Marnix College in Ede. Zijn boek behandelt het geloof van zijn vader, die aanhanger was van ds. J.P.

De Hervormde Pastorie in Ede: Een Historische Context

Sinds 1857 heeft Ede een pastorie, gelegen aan de Molenstraat 11, die tot op heden in gebruik is. Zolang Ede een kerk heeft en hier een dominee werkzaam is, zal er ook een pastorie zijn geweest. Uit de Middeleeuwen zijn echter geen gegevens over de huisvesting van de pastoor bekend; het is mogelijk dat deze vanuit elders dienst deed in Ede. Na de overgang van Ede naar de Reformatie in de 16e eeuw, werd de pastoor vervangen door een dominee, en ontstond er sprake van bewoning van een pastorie. Hoewel de eerste bekende predikanten (Brinxius en Sonnius) wellicht niet zelfstandig woonden, zal de gehuwde Kemenerus (predikant te Ede 1607-1622) ongetwijfeld een eigen woning hebben gehad. Waar predikanten uit deze periode woonden, is niet bekend, maar het zal zeker in de nabijheid van de kerk zijn geweest.

Bekend is wel dat er ten tijde van dominee Wijntgens (1623-1639 te Ede) kostbare herstellingen plaatsvonden. Ook daarna was er regelmatig geld nodig voor onderhoud, nieuw stro voor het dak en verbouwingen.

Een Nieuwe Pastorie in 1688

In 1688 werd besloten een nieuwe pastorie te bouwen. De kerkmeesters hadden hier echter weinig financiële middelen voor. Na de grote dorpsbrand van 1684 moesten zij de kosterswoning (waar de brand begon) en enkele andere huizen herstellen, wat eveneens de financiële reserves had aangetast.

Dominee Cloeck (predikant te Ede van 1674 tot 1714) ondernam in dat jaar een collectereis naar Holland om geld bijeen te brengen voor de grootste nood. Of de toenmalige pastorie schade opliep bij de dorpsbrand of dat het huis simpelweg versleten was, is niet duidelijk. In 1688 werd echter een nieuwe pastorie gebouwd. De bouw van deze nieuwe pastorie, met afmetingen van 49 voet lang, 32 voet breed en een zolder van 12 voet hoog, werd volledig verwerkt in de reguliere rekeningen van de kerkmeesters, maar de totale kosten zijn niet te achterhalen. Pas in 1703 kreeg de predikant de kosten hiervan vergoed.

De nieuwe pastorie werd gebouwd aan de Arnhemseweg (later Bergstraat) en heeft tegenwoordig als adres Molenstraat 13. Van de pastorie liep een weggetje naar de kerk, dat door de dominee en zijn gezin regelmatig werd gebruikt. Langs dit weggetje stond een boerderij, bewoond door Van Engelenhoven, die zijn mesthoop naast dit pad had. Regelmatig versperde de mest de doorgang voor de dominee, wat uiteindelijk ingrijpen van de buurtrichter vereiste om de 'overbemesting' te beëindigen.

Van Nieuw naar Oud: De Pastorie door de Jaren Heen

Zeventien predikanten hebben de pastorie bewoond. Het is onduidelijk wanneer en waarom het pand de naam Solitude kreeg. Het onderhoud van de pastorie zorgde door de tijd heen voor veel werk, met frequente reparaties en uitbreidingen. Het monumentenrapport spreekt over "diverse bouwsporen … restanten van deuren, vensters, en vooral een trapgevel". In de loop der jaren werd aan de westkant van de pastorie een kamer aangebouwd waar de catechisaties werden gehouden; dit gebeurde waarschijnlijk in 1829, gezien de jaartalankers in de kopgevel aan deze zijde. Het geheel bleef echter bouwvallig.

In 1846 ontstonden plannen om in het koetshuis van de heer J.F. Hommes, gelegen naast de pastorie, een olieslagerij op te richten. De kerkvoogden uitten hun bezwaren hiertegen bij het gemeentebestuur van Ede, uit vrees dat het gedreun grote schade aan de oude pastorie zou toebrengen. Bovendien was de inrit van het koetshuis ook de toegang tot het catechisatielokaal, wat gevaarlijke situaties voor de catechisanten kon opleveren door het drukke gerij.

In april 1852 deed dominee J.D.B. Brouwer intrede in Ede en betrok hij met zijn gezin de oude pastorie. Een van zijn eisen voor zijn komst naar Ede was dat de pastorie zou worden opgeknapt en dat er een wagenschuurtje in de tuin zou worden gebouwd. Ondanks de uitgevoerde reparaties bleven deze lapwerk. In 1857 (toen ds. Brouwer zelf kerkvoogd - kerkrentmeester - was geworden) werd besloten om in de tuin een compleet nieuwe pastorie naast de oude te bouwen.

De Geschiedenis van de Oude Kerk Ede

De Oude Kerk Ede, eigendom van de Hervormde Gemeente van Ede (PKN), is een monument van eeuwenoude geschiedenis. De oorsprong van de kerk gaat terug tot rond 1200, toen het begon als een bescheiden stenen zaalkerk. Men vermoedt dat er daarvoor een houten kapel op dezelfde plek stond. De toren, een kenmerkend element, dateert uit de 14e eeuw, terwijl delen van de huidige structuur rond 1470 zijn gebouwd.

In de 14e eeuw werd het schip verlengd en de huidige toren gebouwd. De kerk leed echter aanzienlijke schade in 1421 door oorlogshandelingen. Tijdens de wederopbouw werd het koor, zoals het er nu staat, opgericht. Oorspronkelijk was de kerk gewijd aan Johannes de Doper.

In 1635 veroorzaakte een blikseminslag een brand die de toren en het dak van de kerk ernstig beschadigde. Het duurde enkele jaren om de schade te herstellen, en in 1643 werden de huidige gewelven in het schip en het zuidertransept geïnstalleerd. Een oude romaanse zijmuur aan de noordkant is in zijn oorspronkelijke staat gebleven, hoewel het onduidelijk is of de kerk destijds een noordelijk transept had. De grote omvang van de kerk is bijzonder, gezien het feit dat Ede toen een klein dorp was.

Het onderste deel van de kerktoren, grotendeels opgetrokken uit tufsteen, dateert waarschijnlijk uit de 15e eeuw. In de 17e eeuw werd de toren verhoogd met baksteen. De twee voorhoeken van de toren hebben sierlijke consoles en kroonlijsten, overblijfselen van voor de Reformatie. Vóór de beeldenstorm ondersteunden deze beelden van Johannes de Doper en Sint Barbara.

In 1946 werd een plaquette aan de toren toegevoegd ter nagedachtenis aan de Tweede Wereldoorlog.

Restauratie en Vernieuwing

Tussen 1963 en 1967 onderging de kerk een ingrijpende restauratie, waarbij een noordelijk transept werd toegevoegd om een symmetrische vorm te herstellen. De kleine toren op de kruising van het schip en het transept werd ook gerestaureerd. Een andere restauratie vond plaats in 1994, waarbij de gewelven en muren werden gerepareerd. In 2007 werden de wijzerplaten op de toren vernieuwd, en in 2008 werd het kerkplein gerenoveerd. De muren rond het plein werden verwijderd en grind werd vervangen door bestrating en beplanting. De beelden van de 12 apostelen, die eerder van de muren waren verwijderd, werden herplaatst.

In 2009 werd besloten de kapotte vloerverwarming te vervangen. Tijdens het verwijderen van asbest werd de kerk vier maanden gesloten en werden diensten gehouden in de Bethelkerk in Ede-Zuid. Deze periode werd ook gebruikt voor groot onderhoud aan het orgel. De traditionele orgelconcerten werden tijdelijk verplaatst naar de Nieuwe Kerk.

Details van de architectuur van de Oude Kerk Ede, zoals de toren en gewelven.

Het Orginele Van Dam Orgel en de Restauratie

Het orgel in de Oude Kerk van Ede werd in 1877 gebouwd door de Leeuwarder orgelmakersfamilie Van Dam voor de Hervormde kerk te Nieuwe Niedorp. Het orgel bezat oorspronkelijk 19 stemmen, verdeeld over hoofdwerk en bovenwerk, en was voorzien van een aangehangen pedaal.

In 1962 werd het gebouw in Nieuwe Niedorp afgebroken. Het orgel werd gedemonteerd en opgeslagen bij orgelbouwer Pels te Alkmaar. Het orgel werd vervolgens herplaatst in de Oude Kerk te Ede. De plaatsing, restauratie en uitbreiding tot 31 stemmen werd uitgevoerd door orgelbouwer Pels, onder advies van Feike Asma. Er werd een zelfstandig pedaal aangebracht met 9 stemmen, waarbij de Prestant 16’ van het hoofdwerk als basis diende. Op het bovenwerk werd een aparte lade aangebracht waarop drie tongwerken werden geplaatst. Het gehele register- en speelmechaniek werd vernieuwd, evenals de speeltafel en klavieren. Op 18 december 1967 werd het orgel in gebruik genomen met een concert door Wim van der Panne.

In 2020/2021 was het orgel aan een algehele restauratie toe. De Hervormde Gemeente Ede verzocht Cees van der Poel (Commissie Orgelzaken PKN) een herstelplan te maken en gunde de uitvoering van het werk aan de Gebr. Van Vulpen (Utrecht). De werkzaamheden betroffen de orgelkas, de windvoorziening, de windladen en het pijpwerk. Het orgel kreeg één nieuwe magazijnbalg in plaats van de ladebalgen uit 1967, en de windladen werden ontdaan van het verende sleepsysteem uit hetzelfde jaar. Een belangrijk element uit het concept van Van Dam werd hersteld door het terugplaatsen van de Prestant 16’ van het Pedaal naar het Hoofdwerk. De Mixtuur van het Hoofdwerk uit 1967 is vervangen door een nieuw exemplaar in de stijl van Van Dam. Door middel van een tweede knop kan de speler aan de Mixtuur enkele hoge koren toevoegen, wat het orgel een neoklassieke klankkleur geeft, zoals in 1967. Op het Bovenwerk is de Scherp vervangen door een 'nieuwe' Nasard 1⅓’ en Terts 1⅗’, samengesteld uit pijpwerk van de vulstemmen uit 1967. Door het terugschuiven van pijpwerk herkregen de Salicionaal, Salicet en Quintfluit van het Bovenwerk hun oude karakter. De klank van het orgel is herzien op basis van een nieuwe winddruk; de stemmen van 1967 zijn waar nodig passend gemaakt bij de registers van Van Dam. De Jongh Schildersbedrijf BV uit Waardenburg schilderde het balkon, de orgelkas en ornamentiek in de originele roomwitte kleurstelling en voorzag biezen en snijwerk van nieuwe vergulding.

Het gerestaureerde orgel in de Oude Kerk Ede.

tags: #ede #hervormde #gemeente